Experiment van Milgram

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De experimentleider (E) geeft opdracht aan de leraar (T) om bij elk fout antwoord pijnlijke elektrische schokken aan de leerling (L) toe te dienen. De leraar kan de leerling niet zien. In werkelijkheid worden geen elektrische schokken toegediend, maar wordt een vooraf opgenomen bandopname van de pijnkreten van een acteur afgespeeld.

Het experiment van Milgram is een opzienbarend wetenschappelijk experiment in de sociale psychologie. Het experiment werd voor het eerst beschreven door Stanley Milgram, een psycholoog aan de Yale University in een artikel getiteld Behavioral study of obedience (Gedragstudie van gehoorzaamheid) dat in 1963 werd gepubliceerd. Later werd het experiment samengevat in zijn boek Obedience to Authority: An Experimental View (Gehoorzaamheid aan autoriteit: een experimentele benadering) uit 1974. Het was bedoeld om de bereidheid te meten van een deelnemer om gehoor te geven aan opgedragen taken van een gezaghebbende die strijdig zijn met het persoonlijke geweten van de deelnemer.

Methode van het experiment[bewerken]

Via een krantenadvertentie werden (betaalde) deelnemers voor een "geheugenstudie" aan de Yale Universiteit geworven. De uitgekozen deelnemers waren mannen van 20 tot 50 jaar oud, met diverse opleidingsachtergronden.

In de proefopstelling werden de deelnemers individueel, samen met een acteur, ingelicht over de inhoud van het experiment: de invloed van straf bij leren. De eigenlijke deelnemer weet niet dat de andere deelnemer een acteur is. Via een "loting" krijgt de deelnemer altijd de rol van leraar, de acteur die van leerling.

De straf in het experiment bestond uit elektrische schokken, de deelnemer werd zelf blootgesteld aan een kleine schok van 45 volt, zodat hij kon voelen wat de straf betekende die hij later zou moeten uitdelen.

Tijdens het experiment las de deelnemer een lijstje van woordparen voor, die de leerling moest onthouden. Nadien moest de leerling het juiste woord aangeven met een knopdruk als de deelnemer het eerste woord van een paar gaf met vier mogelijke antwoorden. Als zijn antwoord onjuist was, kreeg de leerling een schok, die verhoogd werd met 15 volt bij elk verkeerd antwoord. Als de leerling een correct antwoord gaf, werd het volgende woordpaar voorgelezen.

De leraar (deelnemer) geloofde dat hij echte schokken aan de leerling gaf. In werkelijkheid waren er geen schokken in het spel. Zodra de leerling en leraar werden gescheiden, zette de leerling (de acteur) een bandrecorder aan, die met de elektro-schokgenerator was geïntegreerd. Deze bandrecorder speelde vooraf opgenomen opnames bij bepaalde schokniveaus af. Bij 135 volt begon het geschreeuw van pijn op de opnames. Bovendien bonsde de acteur op de muur die hem van de leraar scheidde. Als de spanning was opgelopen tot 300 volt bonsde de acteur opnieuw op de muur. Na het bonzen op de muur en het klagen over zijn hart, gaf de leerling geen verdere reactie op de vragen.

Resultaten[bewerken]

Het was op dit punt dat enkele mensen probeerden het experiment te beëindigen en zich bezorgd begonnen te maken over de proefpersoon. Enkele deelnemers hielden bij 135 volt op en begonnen het doel van het experiment na te vragen. De meesten gingen echter verder nadat zij ervan verzekerd waren dat zij niet verantwoordelijk zouden worden gesteld voor eventuele gevolgen. Sommige deelnemers begonnen zelfs te lachen zodra zij de schreeuwen van pijn hoorden van de leerling. Dit gelach was niet sadistisch, maar zenuwachtig gelach dat velen gebruikten om de kalmte te bewaren ondanks de angst en spanning die zij voelden vanwege het gejammer van de acteur. Hoewel vrijwel alle deelnemers begonnen te twijfelen aan het experiment gingen de meesten door tot de maximale schokken van 450 volt.

De deelnemer kon natuurlijk op elk ogenblik zijn wens kenbaar maken om het experiment te stoppen. Dan kreeg hij echter weerwoord van degene die het experiment leidde. Er werd dan een poging gedaan om de deelnemer door te laten gaan. Er werd gebruikgemaakt van vier verschillende doch gestandaardiseerde methoden om de deelnemers door te laten gaan, en wel in deze volgorde:

  1. Gaat u maar verder.
  2. Het is noodzakelijk voor het experiment dat u doorgaat.
  3. Het is absoluut essentieel dat u doorgaat.
  4. U hebt geen keuze, u moet doorgaan.

Wanneer de proefpersoon nog steeds weigerde verder te gaan na deze vier aanmoedigingen was het experiment voorbij. De toon die de onderzoeker aansloeg was steeds vastberaden, maar niet onbeleefd. Om te kunnen stoppen beloofden sommige deelnemers dat zij het geld zouden teruggeven dat hen in het vooruitzicht was gesteld.

Daarnaast waren er ook speciale aanmoedigingen:

  • Als de proefpersoon vroeg of de leerling permanente schade zou overhouden aan het experiment, zei de onderzoeker: "'Hoewel de schokken pijnlijk kunnen zijn, is er geen sprake van blijvende weefselschade", gevolgd door een van de gestandaardiseerde aanmoedigingen.
  • Als de proefpersoon zei dat de leerling niet verder wilde gaan, antwoordde de onderzoeker: "Of de leerling het nu leuk vindt of niet, u moet doorgaan tot hij alle woordparen goed heeft geleerd", gevolgd door een van de gestandaardiseerde aanmoedigingen.

Varianten[bewerken]

Recentere testresultaten en veelvoudige testopstellingen toonden aan dat hoe dichter de leraar bij de leerling was, des te spoediger hij ophield. In één testopstelling waren zij in dezelfde ruimte, en in een andere moest de leraar de hand van de leerling op een "schok-stootkussen" houden. In deze gevallen hielden de deelnemers veel vroeger op en weigerden verder te gaan.

Bespreking resultaten[bewerken]

Voordat het experiment werd uitgevoerd, vroeg Milgram medepsychologen wat zij verwachtten dat de resultaten zouden zijn. Zij geloofden eenstemmig dat slechts een paar sadisten bereid zouden zijn om de maximumspanning van 450 volt te geven.

Bij de eerste reeks experimenten gaf 65 procent van deelnemers de maximumschok van 450 volt, hoewel velen zich er zeer ongemakkelijk bij voelden. Geen deelnemer hield op vóór het 300-voltniveau. Varianten van het experiment werden later uitgevoerd door Milgram zelf en andere psychologen in de wereld met gelijkwaardige resultaten. Naast het bevestigen van de originele resultaten hebben de variaties variabelen in de experimentele opstelling getest. Zo zijn deelnemers over het algemeen gehoorzamer als degene die ze opdrachten geeft daadwerkelijk aanwezig is dan wanneer de instructies via de telefoon worden gegeven.

Thomas Blass van de Universiteit van Maryland (die ook de auteur van een biografie van Milgram is, getiteld De man die de wereld schokte) voerde een meta-analyse uit op de resultaten van versies van het experiment. Hij concludeerde dat het percentage deelnemers dat bereid is om fatale spanning op te leggen, tussen 61% en 66% ligt, een percentage dat ongeacht tijd of plaats opmerkelijk constant blijft (een populair verslag van de resultaten van Blass werd gepubliceerd in Psychology, maart/april 2002). De volledige resultaten werden gepubliceerd in het Journal of Applied Social Psychology, 29, 955-978 door Blass, T. (1999). Titel van het artikel: The Milgram paradigm after 35 years: Some things we now know about obedience to authority.

Reacties[bewerken]

Het experiment riep vragen op over de ethiek van wetenschappelijke proefneming vanwege de extreme emotionele spanning die door de deelnemers wordt opgelopen (hoewel men zou kunnen zeggen dat deze spanning door hun eigen vrije acties werd veroorzaakt). De meeste moderne wetenschappers zouden het experiment tegenwoordig als immoreel beschouwen, hoewel het in een waardevol inzicht in de menselijke psychologie resulteerde.

Achteraf vroeg Milgram de deelnemers of zij het experiment als "positief", "neutraal" of "negatief" hadden ervaren. 84 procent van vroegere deelnemers gaven aan dat de deelname aan het experiment een positieve ervaring was geweest en 15 procent koos neutraal. Veel deelnemers schreven achteraf een bedankbriefje. Milgram ontving herhaaldelijk aanbiedingen van ex-deelnemers om te helpen bij toekomstige experimenten en om van zijn onderzoeksteam lid te worden.

Variaties[bewerken]

Milgram beschrijft 19 variaties van het experiment. In het algemeen ondervond hij dat als de nabijheid van het slachtoffer werd verhoogd, de naleving van de opdrachten minder werd, en als de nabijheid van het gezag steeg, de naleving langer aanhield (experimenten 1-4). Zo ontvingen de deelnemers in één variatie de instructies slechts telefonisch (experiment 2). Dit zorgde voor een sterk verminderde naleving ten opzichte van de situatie waarbij het gezag werkelijk aanwezig was. Een aantal deelnemers bedroog het gezag zelfs door te beweren dat ze doorgingen met het experiment terwijl ze eigenlijk gestopt waren. In de variatie waarbij de "leerling" het dichtst bij was, moesten de deelnemers de arm van de leerling op een schokplaat houden. Dit verminderde de naleving zeer (experiment 4). In deze laatstgenoemde opstelling voltooide 30 procent van de deelnemers nog het experiment.

In experiment 8 werden vrouwen gebruikt als deelnemers (bij andere experimenten werden enkel mannen gebruikt). Voor de gehoorzaamheid maakt dit niet veel uit, hoewel de deelnemers onder een hogere druk stonden.

In één versie (experiment 10) huurde Milgram een bescheiden kantoor in Bridgeport, Connecticut, zonder duidelijk verband met Yale. Dit zou het prestige van de universiteit als mogelijke factor elimineren. De resultaten van dit experiment verschilden echter niet beduidend van de experimenten aan de campus van Yale.

Milgram combineerde ook de macht van gezag met dat van overeenstemming. In deze experimenten voerde de deelnemer het experiment uit met één of twee extra "leraren" (die eigenlijk acteurs waren, net zoals de "leerling"). Het gedrag werd hierdoor duidelijk beïnvloed. Toen twee extra leraren weigerden het experiment te voltooien (experiment 17), zetten slechts vier deelnemers van 40 het experiment voort. In een andere versie (experiment 18) voerde de deelnemer een hulptaak met een andere "leraar" uit, die altijd zou doorgaan. In deze variatie demonstreerden slechts drie van 40 tegen de gang van zaken.

Replicatie[bewerken]

Zeer recent werd het experiment van Milgram gerepliceerd door Burger.[1] Omwille van zeer strenge ethische regels moesten een aantal beperkingen in acht genomen worden. Zo mochten geen schokken tot 450 volt meer worden gegeven (of zogenaamd gegeven), maar slechts tot 150 volt. De gegevens van Milgram hadden echter uitgewezen dat 150 volt een kritisch punt was: wie 150 volt toediende, ging bijna steeds door tot het einde. Ook in deze replicatie werden dezelfde gegevens teruggevonden. Bijzonder was dat ditmaal ook vrouwelijke proefpersonen werden opgenomen. Zij gingen even ver als mannen.

Op 17 maart 2010 werd op de Franse televisie de show Le Jeu de la Mort uitgezonden, waarin het Milgramexperiment herhaald werd. Als leraar fungeerden onwetende show-kandidaten. Ook hier bleek 82% van de deelnemers (64 van 80) bereid een medemens pijn te berokkenen doordat zij zich kennelijk niet tegen de situatie konden weren. De makers van de documentaire zeiden op de gevaren van reality-shows te willen wijzen.[2]

In het programma Curiosity van Discovery Channel werd het experiment opnieuw uitgevoerd door Eli Roth en een groep psychologen. Het experiment werd steeds gestopt als de proefpersoon volledig weigerde door te zetten en de kamer wilde verlaten of wanneer een bepaalde elektrische spanning was toegediend. Zowel mannen als vrouwen deden mee aan het experiment. Opnieuw werden dezelfde gegevens teruggevonden en er was geen significant verschil tussen het aantal mannen dat doorzette tot de 150 volt en het aantal vrouwen.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Burger, J.M. (2009). Replicating Milgram. Would people still obey today? American Psychologist, 64, 1-11
  2. http://news.bbc.co.uk/2/hi/europe/8571929.stm