Congo-Kinshasa

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
République démocratique du Congo
Vlag van Congo-Kinshasa Wapen van Congo-Kinshasa
(Details) (Details)
Congo-Kinshasa
Basisgegevens
Officiële landstaal Frans (Lingala, Kikongo, Swahili, Luba-Kasai hebben het statuut van nationale taal)
Hoofdstad Kinshasa
Regeringsvorm Republiek
Religie Christendom (80%)
Oppervlakte 2.344.858 km² [1] (3,3% water)
Inwoners 29.916.800 (1984)[2]
75.507.308 (2013)[3] (32,2/km² (2013))
Overige
Volkslied Debout Congolais
Munteenheid Congolese frank (CDF)
UTC +1 en +2 (geen zomertijd)
Nationale feestdag 30 juni
Web | Code | Tel. .cd | COD | 243
Voorgaande staten
Belgisch-Congo Belgisch-Congo
Zaïre Zaïre
1960 (Belgisch-Kongo)
1971-1997 (Zaïre)
Topografie
Congo-Kinshasa
Portaal  Portaalicoon   Landen & Volken

Congo-Kinshasa, formeel Democratische Republiek Congo (DR Congo of DRC) of kortweg Congo (Frans: République démocratique du Congo) is een land in centraal Afrika en grenst aan Congo-Brazzaville, de Centraal-Afrikaanse Republiek, Zuid-Soedan, Oeganda, Rwanda, Burundi, Tanzania, Zambia, Angola alsmede de exclave Cabinda van Angola. Het is een voormalige Belgische kolonie. Kongo betekent "jager" in het Kikongo, een van de oorspronkelijke talen die in het zuidwesten van Congo wordt gesproken en was eveneens de naam van een prekoloniaal koninkrijk. In de periode 1971-1997 werd het land Zaïre genoemd.

Geschiedenis[bewerken]

Prekoloniale periode[bewerken]

Het gebied waar nu Congo-Kinshasa is, was 10.000 jaar geleden al bevolkt. Van 2000 v.Chr. tot 500 na Chr. kwamen migratiegolven van Bantoes het land waar nu Congo (Congo-Brazzaville inbegrepen) is binnen vanuit het noordwesten, waarbij de oorspronkelijke pygmeebevolking naar het zuiden verdreven werd. De etnische diversiteit werd aangevuld met daaropvolgende migraties vanuit Darfoer en Kordofan in Soedan in het noordoosten, en vanuit Oost-Afrika in het oosten. Hierdoor werd de Bantoe-taalfamilie ook de overheersende talengroep.

Tegen de 15e eeuw was de dominante politieke macht in Congo het Koninkrijk Kongo. Dit was een hoger ontwikkelde staat in het zuidwesten van het moderne Congo en het noorden van Angola. Op zijn hoogtepunt strekte het rijk zich uit van de Atlantische Oceaan in het westen tot de rivier de Kwango in het oosten, en van de rivier de Kongo in het noorden tot de rivier de Loje in het zuiden. Het was een koninkrijk, met aan het hoofd de Mwene Kongo (Manikongo) die heerste over de Bakongo vanuit zijn hoofdstad M'banza-Kongo. Het rijk vormde het centrum voor een intensieve handel van grote hoeveelheden ivoor in Centraal-Afrika, en er werd koperwerk, raffiakledij en aardewerk geproduceerd, naast de natuurlijke producten. Deze handelsgoederen zouden, naast de slaven, de ruggengraat vormen van de handel van Kongo met de Europeanen (vooral de Portugezen).

De slavenhandel was een belangrijke factor in de ondergang van het koninkrijk, omdat toegelaten werd dat de Europese slavenhandelaars een groot percentage van de bevolking wegvoerden. Hoewel historische bronnen schaars zijn, is duidelijk dat de Kongo-beschaving erg geavanceerd was. Zo was er bijvoorbeeld een nauwkeurig systeem van belastingheffing, en een officiële Kongo-taal.

Naast het Kongo-rijk waren er nog andere, kleinere staten verspreid over het land, zoals de pygmeeën en andere stammen, voornamelijk jager-verzamelaars. De oostelijke bevolking werd sterk geteisterd door de Oost-Afrikaanse slavenhandel vanuit Zanzibar, die vooral van Arabische oorsprong was, in tegenstelling tot de Atlantische slavenhandel.

Koloniale periode (1870-1960)[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Belgisch-Congo voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Vanaf de jaren 1870 werd het land voor het eerst verkend door Europeanen en ontstond de eerste regering. Het gebied werd voor het eerst in kaart gebracht door de Welsh-Amerikaanse ontdekkingsreiziger Henry Morton Stanley. In 1885 werd het land op de Conferentie van Berlijn toegekend aan koning Leopold II van België. Hij maakte er zijn persoonlijke eigendom van en noemde het de 'Kongo-Vrijstaat'. Toen kort daarna rubber een fel begeerd product werd, bracht het land een fortuin op voor Leopold, waarmee hij onder meer gebouwen oprichtte in Brussel, Tervuren en Oostende. De Congolezen werden ondertussen uitgebuit, en tussen 1885 en 1908 stierven naar schatting ongeveer 5 miljoen mensen (volgens sommige ramingen zelfs nog meer) aan uitbuiting en ziekten. Dit misbruik werd veroordeeld in een rapport van de Britse diplomaat Roger Casement en in internationaal protest waarin de Britse journalist Edmund Dene Morel een centrale rol nam, en welk onder andere door de schrijver Mark Twain gesteund werd. In 1908 moest het Belgische Parlement zwichten onder de druk en nam het de kolonie over van de koning. Het land werd nu Belgisch-Congo genoemd. Het bestuur verbeterde aanzienlijk en er werd een niet onaanzienlijke economische en maatschappelijke vooruitgang gerealiseerd. De blanke koloniale heersers legden echter over het algemeen een neerbuigende, bevoogdende houding aan de dag ten opzichte van de inheemse bevolking, welke tot bittere ressentimenten aanleiding gaf.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog behaalde het kleine Congolese leger verschillende overwinningen tegen de Italianen in Noord-Afrika.

Eerste Republiek (1960-1965)[bewerken]

Congo werd onafhankelijk op 30 juni 1960; België trok zich uiteindelijk terug uit angst voor een onafhankelijkheidsoorlog zoals in Algerije. Patrice-Emery Lumumba (1925-1961) werd eerste minister, Joseph Kasavubu (1913-1969) werd de eerste president van Congo.

Kort na de onafhankelijkheid ontstond er muiterij in het leger, dat nog steeds geleid werd door Belgische officieren. Lumumba verving daarop deze officieren door Congolezen, waarna veel Belgen op de vlucht gingen en de regering in elkaar stortte. De Belgische regering zond troepen om de Belgische burgers te beschermen en Lumumba riep de hulp van de Verenigde Naties in. De VN stuurde troepen om de orde te herstellen, met de steun van de Verenigde Staten, die in Lumumba een communist zagen en die wilden vermijden dat Congo zich tot de Sovjet-Unie zou richten. Op hetzelfde moment scheidde de relatief rijke provincie Katanga zich af en riep haar onafhankelijkheid uit.

President Joseph Kasavubu probeerde Lumumba af te zetten, en Lumumba ontsloeg op zijn beurt Kasavubu als president. Kort daarna werd Lumumba onder huisarrest geplaatst door kolonel Joseph-Désiré Mobutu. Lumumba ontsnapte, maar werd opnieuw opgepakt en in januari 1961 naar zijn vijanden in Katanga gevlogen, in opdracht van de Belgische minister voor Afrikaanse zaken. Daar werd Lumumba vermoord in onopgehelderde omstandigheden. Zijn lichaam zou opgelost zijn in zwavelzuur en werd nooit gevonden.

De CIA had Mobutu geholpen en was blij dat ze de door de Sovjet-Unie gesteunde Lumumba kwijt waren. Mobutu kreeg hierdoor meer macht en werd beschuldigd een Amerikaanse stroman te zijn. De Belgische regering heeft decennia later toegegeven dat zij in de omverwerping van Lumumba betrokken was.

Tweede Republiek (1965-1997)[bewerken]

Vlag van het toenmalige Zaïre (1971-1997)

Na vijf jaar van onstabiliteit en wanorde zette Mobutu, nu luitenant-generaal, Kasavubu af in 1965. Hij installeerde een eenpartijstaat en riep zichzelf uit tot staatshoofd. Af en toe waren er verkiezingen waarbij hij de enige kandidaat was. Er ontstond een periode van relatieve vrede en stabiliteit, maar het regime werd regelmatig beschuldigd van mensenrechtenschendingen, onderdrukking en ongebreidelde corruptie. Het persoonlijke bezit van Mobutu werd in 1984 geschat op 4 miljard dollar, ongeveer even groot als de nationale schuld van Congo.

In een poging om de Afrikaanse bewustwording uit te dragen, hernoemde Mobutu het land en de rivier naar Zaïre, en zichzelf Mobutu Sese Seko. Hij nationaliseerde in 1973 in één klap alle buitenlandse bedrijven (de zaïrisering), en kleine bedrijven in handen van buitenlanders werden verplicht een Zaïrees aan het hoofd te zetten. Drie jaar later was hij verplicht dit besluit terug te draaien.

Na de ineenstorting van de Sovjet-Unie bekoelden de relaties tussen Mobutu en de Verenigde Staten. Hij was niet langer nodig als een bondgenoot in de koude oorlog en de oppositie in Zaïre begon zich te roeren.

Derde Republiek (1997-heden )[bewerken]

Talen in Congo

Sinds 1994 werd Congo getroffen door etnische onlusten en burgeroorlog, mede door de instroom van vluchtelingen uit Rwanda en Burundi.

Op 18 mei 1997 trokken de soldaten van de Alliantie van Democratische Krachten onder leiding van Laurent-Désiré Kabila de Zaïrese hoofdstad Kinshasa binnen, waar zij als bevrijders werden binnengehaald. Meer dan 3000 kilometer hadden zij gelopen sinds zij eind oktober 1996 aan hun overwinningstocht begonnen. Twee dagen later riep Kabila zichzelf uit tot president van Congo-Kinshasa. Daarmee kwam een eind aan het jarenlange bewind van dictator Mobutu Sese Seko, maar niet aan de strubbelingen. De burgeroorlog in Congo sleepte zich jaren voort en verergerde in 1998 toen rebellen met steun van Rwanda en Oeganda probeerden president Laurent Kabila weg te jagen. Twee van de bekendste rebellengroepen zijn de Beweging voor Congolese Bevrijding (MLC, door Oeganda gesteund), en de Congolese Unie voor Democratie (RCD, door Rwanda geholpen).

Op 16 januari 2001 kwam Kabila tijdens een mislukte staatsgreep om het leven. Zijn zoon, Joseph Kabila, volgde hem op. Rond die moord speelde lange tijd een rechtszaak. In december 2002 werd in Pretoria, onder druk van onder meer Zuid-Afrika en België een akkoord gesloten tussen de partij van Kabila, de rebellengroepen en de politieke oppositie. Deze afspraken leidden tot het vormen van een overgangsregering onder leiding van Joseph Kabila, waarin zowel de voormalige rebellen en de politieke oppositie ook posten kregen toegewezen. Enkel de grootste oppositiepartij, de UDPS onder leiding van Étienne Tshisekedi, is niet akkoord gegaan met de voorwaarden. Verder werd afgesproken dat er democratische verkiezingen zouden worden gehouden.

Op 30 juli 2006 hield Congo de eerste ronde van haar eerste echte verkiezingen sinds de onafhankelijkheid in 1960. Joseph Kabila kreeg 45% van de stemmen, en zijn voornaamste opponent Jean-Pierre Bemba kreeg 20%. Dit leidde tot twee dagen van straatgevechten in de hoofdstad tussen beide fracties. Hierbij kwamen 16 mensen om het leven voordat de politie en MONUC, de VN-missie, de controle over Kinshasa herstelden.

De tweede ronde van de verkiezingen werd gehouden op 29 oktober 2006. Opnieuw was er onrust: vernielde stembureaus in het oosten en verbrande stembrieven in het noorden. Toch waren de verkiezingen een succes. Zowel Kabila als Bemba verzekerden dat ze de uitslag zouden eerbiedigen, maar toch protesteerden de aanhangers van Bemba tegen de beslissing van het hooggerechtshof, dat de overwinning van Kabila bevestigde (58% tegen 42%). De rust keerde pas terug nadat Bemba zijn nederlaag aanvaardde en beloofde de rol van democratische oppositieleider op zich te nemen. Op 22 maart 2007 braken in Kinshasa opnieuw gevechten uit tussen het regeringsleger en de privé-militie van Bemba. Bemba moest vluchten naar de ambassade van Zuid-Afrika.

De taak die Kabila te wachten stond was echter niet eenvoudig, aangezien Congo (ook nu nog) geteisterd wordt door rebellengroepen, die opstanden ontketenen, mensen ontvoeren, vrouwen verkrachten en zelfs hele dorpen in brand steken.

In augustus 2008 ontstond er een conflict in Kivu rond 'generaal' Laurent Nkunda, rebellenleider van de CNDP, Congrès National pour la Défense du Peuple. Hij wilde oorspronkelijk de Tutsi's, en later de volledige Congolese bevolking beschermen tegen de volgens hem corrupte overheid. Om zijn bewering duidelijk te maken trok hij met zijn rebellenleger op naar Goma, hoofdstad van Noord-Kivu, overmeesterde hij de stad en hield er enkele dagen stand. Het Congolese leger, FARDC, dat over bijzonder weinig middelen beschikt, kon geen weerstand bieden tegen zijn getrainde entourage. Op 22 januari 2009 werd een eind gemaakt aan de rol van het CNDP. Nadat de partij reeds verzwakt was door een afscheuring van enkele kopstukken, werd ook de leider, Nkunda, opgepakt in Rwanda.

In december 2008 waren Congo en Rwanda, m.a.w. Kabila en Kagame, overeengekomen om samen in Oost-Congo jacht te maken op de Rwandese Hutu-rebellen. Ook deze rebellen zaaiden onrust in Oost-Congo, door verkrachtingen, plunderingen en moorden. Volgens experts was dit een tactische zet van Rwanda, aangezien zijn reputatie een ferme deuk had gekregen na het VN-rapport van december 2008. Daarin stond immers te lezen dat Rwanda directe steun verleend had aan Laurent Nkunda en zijn leger. Door nu samen te werken met Congo konden de plooien ietwat gladgestreken worden. De beide regeringslegers hebben gedurende een korte periode jacht gemaakt op de rebellen. Deze actie was echter zonder al te veel resultaat. Slechts 20% van de Hutu-rebellen vluchtten, anderen verscholen zich in de wouden. De bevolking had sterk te lijden onder de gevechten.

Geografie[bewerken]

Congo ligt in het centraal westelijk deel van sub-Saharisch Afrika. Het wordt doorsneden door de evenaar, een derde ligt ten noorden van de evenaar en twee derden ten zuiden. In wijzerzin vanaf het westen grenst het aan Angola, de Republiek Congo, de Centraal-Afrikaanse Republiek, Zuid-Soedan, Oeganda, Rwanda, Burundi, Tanzania, het Tanganyikameer, en Zambia. Het land heeft tevens een klein stukje kuststrook.

Congo omvat het grootste deel van het stroomgebied van de rivier de Kongo, dat bijna een miljoen vierkante kilometer bestrijkt en waarbinnen de Livingstonewatervallen zich bevinden. De hoogste berg van het land is Mount Stanley, die 5.109 meter hoog is.

Belangrijke steden[bewerken]

Tussen haakjes staan de namen uit de Belgische koloniale periode.

Meren[bewerken]

  • grootste meer (in oppervlakte en volume) én het meer met de meeste vissen: Tanganyikameer
  • Andere grote meren: het Albertmeer, het Edwardmeer en het Kivumeer. Deze meren bevinden zich allemaal aan de oostgrens van Congo-Kinshasa.

Vegetatie[bewerken]

In Congo-Kinshasa komen er 3 soorten vegetatie voor:

Bestuurlijke indeling[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Provincies van Congo-Kinshasa voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Het land is onderverdeeld in 10 provincies (provinces) en 1 stadsprovincie (ville), de hoofdstad Kinshasa. In 2006 werd een wet aangenomen waardoor de indeling werd gewijzigd naar 25 provincies. Deze herindeling werd echter niet uitgevoerd.

Politiek[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie ook de lijst van presidenten en premiers van Congo-Kinshasa

Tot 1992 was Congo een eenpartijstaat met de Mouvement Populaire Révolutionnaire (MPR, de partij van Mobutu) als enige toegestane partij. Alhoewel daarna, onder toenemende druk van binnen- en buitenland, op papier een meerpartijenstelsel werd ingevoerd, bleef de MPR tot de val van Mobutu in 1997 de dominerende partij.

Na de machtsovername van Laurent-Désiré Kabila verkreeg de AFDL (Alliance des Forces Démocratiques pour la Libération du Congo; Alliantie van de Democratische Krachten voor de Bevrijding van Congo) een bevoorrechte positie. Al snel echter leidde onenigheid binnen de partijen in de Alliantie tot een nieuwe burgeroorlog. Kabila werd op 16 januari 2001 doodgeschoten door een van zijn lijfwachten. Zijn zoon Joseph wordt naar voren geschoven als de nieuwe president van het land. De nieuwe president zette in op besprekingen met de verschillende strijdende partijen en de internationale gemeenschap. Dit leidde in december 2002, na bemiddeling van België en Zuid-Afrika tot een vredesakkoord en het vormen van een overgangsregering onder leiding van Joseph Kabila, waar ook de andere strijdende partijen en leden van de oppositie plaatsnamen.

Demografie[bewerken]

Religie[bewerken]

Meer dan 80% van de bevolking is christen, waarvan 50% rooms-katholiek, 30% protestants en 17% behoort tot de diverse inheemse kerkgenootschappen, waaronder de Kimbanguïstische Kerk (ca. 5 miljoen leden). Onder president Mobutu Sese Seko waren de betrekkingen in de jaren zeventig en jaren tachtig tussen de diverse kerkgenootschappen enerzijds en de staat anderzijds gespannen. Aartsbisschop Malula van de katholieke kerk moest in de jaren 70 in ballingschap gaan vanwege zijn kritiek op het regime. In 1973 werden onafhankelijke kerkelijke dagbladen verboden en moesten de protestantse kerken zich verplicht aaneensluiten. In 1990 werden de beperkingen rond de kerk en religie opgeheven en sindsdien genoot de bevolking godsdienstvrijheid. Desondanks bleven de kerken ageren tegen het ondemocratisch karakter van het regime en de schendingen van de mensenrechten. Naast de officieel erkende kerken zijn er nog diverse niet-geregistreerde kerkgenootschappen.

Naast christenen zijn er ook moslims in Congo, hoewel zij slechts een klein deel van de bevolking uitmaken.

Daarnaast zijn er nog baha'i's en aanhangers van inheemse religies.

Cultuur[bewerken]

Congolese muzikanten[bewerken]

Congolese schrijvers[bewerken]

Congolese sporters[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Bibliografie[bewerken]

  • Adam Hochschild, King Leopold's Ghost; A Story of Greed, Terror, and Heroism in Colonial Africa. New York, 1998 (Ned. vert.: De geest van koning Leopold II en de plundering van de Congo. Amsterdam: Meulenhoff, 1998).
  • David Van Reybrouck, Congo: een geschiedenis, De Bezige Bij (Amsterdam), 2010, ISBN 978-90-234-58661
Bronnen en voetnoten