Algerije

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
الجمهورية الجزائرية
الديمقراطية الشعبية
al-djoemhoeriyya al-djaza'iriyya
al-dimoeqratiyya al-sha'abiyya
Vlag van Algerije Wapen van Algerije
(Details) (Details)
Algerije
Basisgegevens
Officiële landstaal Arabisch[1]
Hoofdstad Algiers
Regeringsvorm Presidentiële republiek met een semipresidentieel systeem en een meerpartijenstelsel )
Staatshoofd Abdelaziz Bouteflika
Regeringsleider Abdelmalek Sellal
Religie Islam 99%, Katholicisme 1%
Oppervlakte 2.381.741 km² [2] (-% water)
Inwoners 34.452.759 (2008)[3]
38.087.812 (2013)[4] (16/km² (2013))
Overige
Volkslied Kassaman
Munteenheid Algerijnse dinar (DZD)
UTC +1
Nationale feestdag 1 november (1954) (dag van de revolutie)
Web | Code | Tel. .dz | DZA | 213
Voorgaande staten
Frans-Algerije Frans-Algerije 1962 (Algerijnse Oorlog)
Topografie
Algerije
Portaal  Portaalicoon   Landen & Volken

Algerije (Arabisch: الجزائر, Al-Jazā'ir, Berbers: Lz̦ayer), officieel de Democratische Volksrepubliek Algerije, is een land in Noord-Afrika.

Algerije ligt tussen Marokko en Tunesië, en vormt samen met deze landen de Maghreb. In het zuiden grenst het van west naar oost aan de Westelijke Sahara, Mauritanië, Mali, Niger en Libië. De Middellandse Zee vormt de noordgrens. De hoofdstad en grootste stad van het land is Algiers. De meeste mensen wonen in de brede, bergachtige kuststrook. In het zuiden ligt een deel van de noordelijke Sahara. De overheersende godsdienst is de islam maar het land telt ook een klein percentage christenen.

Algerije is lid van de Arabische Liga. Sinds 5 juli 1962 is Algerije onafhankelijk van Frankrijk. Door het uiteenvallen van Soedan op 9 juli 2011 is Algerije het grootste land van Afrika geworden.

Etymologie[bewerken]

Het land heeft zijn naam te danken aan de hoofdstad, Algiers. De door de Ziriden gestichte stad werd gebouwd op de plaats waar eerder een klein dorpje stond, genaamd al-jazā'ir al-Mazighanan (oftewel "de eilanden van Mazighanan", een oude Berberstam). Men schrijft de naam meestal toe aan een aantal inmiddels aan het vasteland vastgegroeide eilanden voor de kust van Algiers. Die eilanden stonden bij de oude Romeinen bekend als de Insula Mazucana. Onder andere de geschiedschrijver Ammianus Marcellinus noemde ze bij die naam. Algerije staat dus voor "de eilanden".

Geschiedenis[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie geschiedenis van Algerije voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Algerije is een voormalige kolonie van Frankrijk, dat controle over het gebied verwierf in het midden van de negentiende eeuw. Het land heette toen Frans-Algerije. Daarvoor behoorde het gebied toe aan het Ottomaanse Rijk.

De Fransen ontwikkelden een economie waarbij de lokale bevolking achtergesteld werd. In november 1954 verklaarde het Front de Libération Nationale (FLN) de oorlog aan de Franse machthebbers. Deze vaak bloedige onafhankelijkheidsoorlog duurde tot 5 juli 1962.

Tussen 1991 en 1999 speelde er zich een bloedige burgeroorlog af tussen aanhangers van de Front Islamique du Salut (FIS) en de regeringstroepen. Aanleiding voor de burgeroorlog was de winst van de FIS in de verkiezingen. Amnesty International meldde in de periode van burgeroorlog een groot aantal verdwijningen, martelingen, en slachtoffers van slachtingen aangericht door zowel regeringstroepen als rebellengroepen, veelal FIS of gelieerd aan de FIS, zoals Groupe Islamique Armé (GIA).

Daarnaast lijdt het land onder werkloosheid, watertekorten en woningnood.

In 2003 werd het noorden door een zware aardbeving getroffen.

Demografie[bewerken]

Bevolking[bewerken]

Bevolkingsontwikkeling van Algerije

Sinds 1900 is de bevolking sterk gegroeid; in 1900 waren er 4,6 miljoen inwoners[5], in 1950 waren dit er 8,7 miljoen en in 2010 telde het land 35,4 miljoen bewoners[6]. Aan de kust wonen de meeste Algerijnen; circa 95% van de bevolking woont in het meest noordelijke deel van het land.

Het aandeel van de bevolking woonachtig in steden is eveneens sterk gestegen. Woonde in 1950 nog maar 22% van de bevolking in de stad, in 2010 was dit toegenomen tot 66%.

Het grootste deel van de bevolking is van Arabisch-Berberse oorsprong. Ongeveer 1% van de Algerijnse bevolking is uit Europa in Algerije komen wonen. Voor de onafhankelijkheid was echter nog 10% van de bevolking Europeaan.

  • Bevolkingsgroepen: Berbertaligen 30%, Arabischtaligen 70%, Fransen
  • Levensverwachting: 73 jaar (2006)
  • Bevolkingsgroei: 1,26% (2006)
  • Analfabetisme: mannen 22%, vrouwen 39% (2003)

Taal[bewerken]

De talen in Algerije zijn:

Tegenwoordig is het Arabisch de belangrijkste taal. Ongeveer 35% van de bevolking spreekt ook nog een Berbertaal, de taal van de Berbers, ook wel Tamazight genoemd. Deze oorspronkelijke inwoners wonen meestal in bergachtige gebieden in de noordelijke kustgebieden zoals Kabylië en de Aures, en in het zuiden van het land.

In 1980 werd het Arabisch de enige officiële taal in Algerije. Dit besluit veroorzaakte veel spanningen in het land. In 2002 werd dit beleid weer ongedaan gemaakt toen de president het Tamazight (Berbers) ook tot een nationale taal verklaarde. Naast het Arabisch en Berbers wordt ook veel Frans gesproken in Algerije.

Religie en godsdienstvrijheid[bewerken]

De Algerijnse grondwet bepaalt dat de islam de staatsgodsdienst van het land is[7] Het grootste deel van de Algerijnen zijn aanhangers van het soennisme. Tijdens de Algerijnse Burgeroorlog was het land sterk verscheurd tussen de aanhangers van het FIS en de door Frankrijk gesteunde seculiere partijen.

Algerije kent geen godsdienstvrijheid. Zo riskeert eenieder die tracht een moslim te bekeren tot een andere godsdienst een gevangenisstraf van 2 tot 5 jaar en een boete van 500.000 tot 1.000.000 DZD[8]. Deze wetgeving uit 2006 heeft geleid tot vervolging van christenen[9].

De katholieke gemeenschap is de belangrijkste religieuze minderheid. Ze heeft anno 2006 11.000 leden waarvan 110 priesters en 170 religieuzen. Het Aartsbisdom Algiers staat sinds 2008 onder leiding van aartsbisschop Ghaleb Bhader. De Basiliek van Algiers is de kathedrale kerk van Algerije. Het christendom werd vanaf de 17e eeuw in Algerije vooral verkondigd door de lazaristen. Aan hen werd het apostolisch gezag toevertrouwd tot de stichting van het bisdom in 1838. Tijdens de Franse koloniale periode telde de katholieke gemeenschap meerdere honderdduizenden leden, maar deze kwamen sinds de onafhankelijkheid in 1962 in de verdrukking. De moord op twaalf Kroaten op 14 december 1993, de moord op twee Spaanse zusters in Bab-el-Oued op 20 oktober 1994, de moord op vier witte paters in Tizi-Ouzou onder wie de Belg Charles Deckers, de ontvoering en moord van 7 trappisten van de gemeenschap van O.L. Vrouw van de Atlas in Tibhirine en de moord op bisschop Pierre Lucien Claverie in 1996 zijn hier een illustratie van. Algerije is tevens het land waar de Zalige Charles de Foucauld missioneerde in het begin van de 20e eeuw.

Zie ook: Geschiedenis van de Joden in Algerije

Politiek[bewerken]

Abdelaziz Bouteflika, president sinds 1999

Tegen de wens van de Fransen in Algerije in, verklaarde president Charles de Gaulle op 3 juli 1962 dat Algerije onafhankelijk mocht worden. Op 25 september 1962 werd officieel de republiek uitgeroepen.

Ahmed Ben Bella, de oprichter van het FLN, werd premier en een jaar later werd hij president.

Op 15 juni 1965 werd een staatsgreep gepleegd onder leiding van kolonel Houari Boumédienne en werd de democratie vervangen door een militaire dictatuur. Na tien jaar geregeerd te hebben verklaarde Boumédienne dat er verkiezingen gehouden moesten worden. De nieuwe grondwet werd per referendum aangenomen in november 1976. Aangezien alleen FLN-leden mee mochten doen met de verkiezingen, werd Boumédienne eenvoudig tot president verkozen.

De verkiezingen van december 1991 werden gewonnen door het islamistische Front Islamique du Salut. De overwinning van het islamistische FIS kwam hard aan bij de gevestigde orde en Frankrijk. Het leger pleegde een staatsgreep, waarna het FIS verboden, en president Bendjedid, die hervormingen had toegezegd, afgezet werd. Zijn plaatsvervanger werd de onbuigzame Liamine Zéroual.

De Franse regering gaf haar steun aan het nieuwe bewind van Zeroual en in veel westerse media ging gejuich op omdat Algerije van het 'islamitische gevaar' gered was. Veel westerse media vonden dan ook dat ondanks de ondemocratische actie van het leger, Algerije voor de democratie gered was. De islamitische wereld reageerde geschokt op deze dubbele moraal.

Verschillende aan deze partijen gelieerde groeperingen, zoals de Groupe Islamique Arme, grepen daarna naar de wapens waarmee een acht jaar durende guerrilla en terroristische oorlog tegen de staat begon. Vermoedelijk zijn bij deze oorlog rond de 120.000 personen om het leven gekomen.

Algerije wordt geregeerd conform de grondwet van 1976, die sindsdien talrijke herzieningen heeft ondergaan. De uitvoerende tak wordt geleid door de president, die algemeen voor een termijn van vijf jaar wordt gekozen. De eerste minister wordt benoemd door de president. Het tweekamerparlement bestaat uit de assemblage van 380 zetels en de 144 personen tellende zetelraad. Het rechtssysteem van Algerije is gebaseerd op Franse en islamitische wet.

Algerije is een republiek. Het parlement bestaat uit een nationale verzameling van 389 leden die voor 5 jaar worden gekozen, en een raad van de natie met 96 indirect gekozen en 48 direct door de president benoemde leden; elke 3 jaar wordt de helft van de leden gekozen. De president wordt elke 5 jaar rechtstreeks gekozen.

  • president: Abdelaziz Bouteflika (sinds april 1999)
  • regeringsleider: Abdelmalek Sellal (sinds september 2012)
  • minister van buitenlandse zaken: Ramtane Lamamra
  • partijen met zetelaantal (verkiezingen mei 2002):
    • FLN (Front de Libération Nationale) 199 van 389, nationaalraad 10 van 96 gekozen leden
    • RND (Rassemblement National Démocratique) 48 - 80
    • MRN (Mouvement de la Réforme Nationale; gematigd Islamitisch) 43 - 0
    • MSP (Mouvement de la Société de la Paix; gematigd Islamitisch) 38 - 2
    • PT (Parti des Travailleurs) 21 - 0
    • Overige partijen 11 - 4
    • Onafhankelijken 29 - 0

Zie ook:

Bestuurlijke indeling[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Provincies van Algerije voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Algerije is onderverdeeld in 48 provincies (wilayas), 553 districten (daïras) en 1541 gemeenten (baladiyahs).

Geografie[bewerken]

Satellietfoto Algerije
Landschap in het zuiden van Algerije
Bizarre rotsvorming in Zuid-Algerije

Algerije is ongeveer 57x groter dan Nederland (België: 78x). Het land grenst in het noorden aan de Middellandse Zee en de kustlijn is bijna 1.000 kilometer lang. Verder grenst het land aan Tunesië (965 km), Libië (982 km), Niger (956 km), Mali (1.376 km), Mauritanië (463 km)en Marokko (1.601 km).

Algerije valt in twee belangrijke geografische gebieden uiteen: het noordelijke gebied en de veel grotere Sahara in het zuiden. Het noordelijke gebied, dat deel van de Maghreb uitmaakt, is samengesteld uit vier parallelle streken. Van noord naar zuid zijn dit:

  • een smalle laaglandstrook (die met bergen wordt afgewisseld) langs de 970 km lange mediterrane kustlijn;
  • het Atlasgebergte (hoogste punt: 2.310 m) met een mediterraan klimaat en een overvloedige vruchtbare grond;
  • het dunbevolkte, semiaride Chotts Plateau (gemiddelde hoogte 1.070 m), een aantal ondiepe zoute meren (chotts) is de leefomgeving van hoofdzakelijk schapen- en geitenherders;
  • het Sahara Atlasgebergte, een reeks bergwaaiers (hoogste punt: 2.330 m). Dit laatste deelgebied is een semiaride gebied en wordt voornamelijk gebruikt voor het weiden van vee.

In Noord-Algerije komen regelmatig aardbevingen voor, die, zoals in 1954, 1980 en 2003, verwoestend en dodelijk kunnen zijn voor duizenden mensen.

De dorre en zeer dunbevolkte Sahara heeft een gemiddelde hoogte van 460 m, maar bereikt grotere hoogten in het zuiden in de Ahaggar waar het hoogste punt van Algerije: Tahat (2.918 m) ligt. Het grootste deel van het gebied bestaat uit grind of rotsen en er is weinig vegetatie. Er zijn ook grote gebieden van zandduinen in het noorden en het oosten.

Klimaat[bewerken]

Algerije heeft een subtropisch klimaat aan de kust (milde, natte winters en hete droge zomers). De Hoge Plateaus tot aan de Sahara-Atlas hebben een steppeklimaat, met in de zomer kans op een hete en verstikkende sirocco vanuit de Sahara. Ten zuiden hiervan bevindt zich een woestijnklimaat. De hoogste officiële temperatuur was 50,6 °C bij In Salah. Na zonsondergang zorgt echter de heldere, droge lucht vaak voor snel verlies van de warmte, en de nachten zijn koel tot fris. Enorme dagelijks verschillen in temperatuur komen daardoor voor.

Neerslag is redelijk overvloedig langs de kust in een deel van de kleine Atlas en varieert van 400 tot 670 mm per jaar, de hoeveelheid neerslag neemt toe van west naar oost. De neerslag is het zwaarst in het noordelijke deel van Oost-Algerije, waar in sommige jaren tot 1,000 mm valt. Verder in het binnenland is de regenval minder overvloedig. De heersende wind is oostelijke en noordoostelijke in de zomer en westelijk en noordelijk in de winter en geeft een algemene toename van de neerslag van september tot en met december, een daling in de late winter en het voorjaar en een bijna afwezigheid van neerslag in de zomermaanden. Algerije heeft ook ergen, of duinen tussen de bergen. In de zomer kan de wind hier zwaar en vlagerig zijn, waarbij de temperatuur kan oplopen tot 43,3 °C.

Gebergten[bewerken]

In Algerije liggen twee belangrijke gebergten:

Rivieren[bewerken]

De rivier Chéliff, die in het Middellandse Zeegebied stroomt, is de grootste van de weinige permanente stromen die door het land stromen. De Chéliff is 700 kilometer lang. De Abiod is een rivier in het Auremassief. Geen van de rivieren is geschikt voor transport.

Oasen[bewerken]

De belangrijkste oasen zijn:

Steden[bewerken]

De hoofdstad van Algerije is: Algiers, dat ruim 1,5 miljoen inwoners telde in 1998 (met agglomeratie ruim 2 miljoen)

De tien grootste steden van Algerije zijn volgens de laatste volkstelling van 1998[10]:

Plaats Arabisch Inwoners
Algiers الجزائر 1.519.570
Oran وهران 692.516
Constantine قسنطينة 462.187
Annaba عنابة 348.554
Batna باتنة 242.514
Blida البليدة 226.512
Sétif سطيف 211.859
Sidi-bel-Abbès سيدي بلعباس 180.260
Chlef ولاية الشل 179.768
Biskra بسكرة 170.956

Verdere steden zijn Bab Ezzouar, Tbessa, Djelfa, Skikda, Béjaïa, Tiaret, Tamanrasset, Ghardaia, Béchar, Tindouf en Tlemcen.

Cultuur[bewerken]

Tekening van een Algerijnse vrouw

De Algerijnse klederdracht

Muziek[bewerken]

Zie ook:

Algerijnse muziek is een perfecte weerspiegeling van de culturele diversiteit die het land kenmerkt, zijn muziek onderscheidt zich door een overvloed aan verschillende stijlen.

Chaabi muziek is een typisch Algerijns muzikaal genre dat werd afgeleid uit de Andalusische muziek tijdens de jaren 1920. De stijl wordt gekenmerkt door specifieke ritmes en Qacidate (Populaire gedichten) in het Arabisch dialect met zijn lange gedichten uit het Algerijnse erfgoed. De onbetwiste meester van deze muziek is El Hadj M'Hamed El Anka. De Constantinois Malouf stijl werd gered door muzikanten van wie Mohamed Tahar Fergani één van de best presterende is.

De Andalusische zogenaamde Algerijnse klassieke muziek is een muzikale stijl die in Algerije werd gemeld door Andalusische vluchtelingen die de inquisitie van de Christelijke Koningen ontvluchtten gedurende de 11e eeuw. Deze stijl ontwikkelde zich aanzienlijk in de steden in het noorden van Algerije. Deze muziek richt zich vooral op twaalf lange Noubate "serie", de belangrijkste instrumenten zijn de mandoline, viool, luit, gitaar, citer, fluit en piano. De bekendste vertolkers zijn Bahdja Rahal, Cheikh El Hadj Mohamed El Ghafour, Nasserdine Chaouli, Cheikh Larbi Bensari, Nouri El Koufi met muziek zoals, El Mouahidia, El Mossilia, El Fakhardjia, Es Sendoussia en El-Andalusiërs.

De volksmuziek onderscheidt zich in de eerste plaats door verschillende stijlen. Bedouin muziek kenmerkt zich door de poëtische songs die de herders interpreteren in de Hooglanden. Het is gebaseerd op de lange kacida (gedichten) enkele rijm en het monotone geluid van de fluit. In het algemeen richt deze muziek zich op thema's in de liefde, religie en epos. Onder de grote artiesten bevinden zich Khelifi Ahmed en Abdelhamid Ababsa Rachab Tahar. Kabyle-muziek is gebaseerd op een rijk repertoire (poëzie en oude verhalen) doorgegeven van generatie op generatie. Sommige nummers gaan in op het thema van de ballingschap, liefde en politiek. Grote artiesten zijn Cheikh El Hasnaoui, Slimane Azem, Aït Menguellet, Idir, Kamel Messaoudi, Lounes Matoub en zelfs Takfarinas. Shawiya muziek is folklore uit diverse gebieden uit de bergen. Traditionele muziek wordt goed vertegenwoordigd door vele Aurassische zangers. De eerste zangers die internationaal succes hadden zijn Aissa Jermouni en Ali Khencheli. Rahaba muziek is uniek voor de Cheb Hasni, een emblematische figuur voor de Algerijnse jeugd, vermoord door terroristen in 1994 in de stad Oran. Verder bestaan er verscheidene muziekstijlen die bekendstaan als Arabo-Andalous. Een zanger in de Chaoui stijl is Salim Hallali. Een aantal zangers uit het berggebied van Aures hebben zich laten inspireren door deze stijl, zoals Youcef Boukhantech. Tergui-muziek wordt normaal gesproken gezongen in Toeareg-talen. Tinariwen was een wereldwijd succes. Ten slotte is er nog de de staïfi muziek die uniek in zijn soort is en voorkomt uit Setif.

Moderne muziek is verkrijgbaar in verschillende facetten: raï muziek is een stijl die typisch is voor West-Algerije in de provincies Oran en Sidi Bel Abbes. De modernisering ervan begon in de jaren 1970 toen moderne instrumentatie werd toegevoegd met elektrische gitaar, synthesizer en drums. Deze stijl werd ook beïnvloed door westerse muziek, zoals rock, reggae en funk. Maar wat echt een boom zou geven in de muziekscene was de komst performers zoals Hadj Brahim, zei Khaled, Cheb Mami, Cheb Khaled, Cheb Hasni, Faudel, Rachid Taha, Raina Rai en zelfs Cheba Zahouania. Rapmuziek is een relatief recente stijl in Algerije maar kent een enorme groei met de opkomst van groepen als MBS, Double Barrel en Intik Hamma Boys. De thema's van deze muziek zijn over het algemeen sociale misstanden en liefde. Verder prefereren verschillende zangers liever de Arabische klassieke stijl met kenmerken zoals die van Warda Al-Jazairia.

Literatuur[bewerken]

De historische wortels van de Algerijnse literatuur gaan terug naar de Numidische tijd, toen Apuleius De Gouden Ezel schreef, de enige Latijnse roman die in zijn geheel de tijd heeft doorstaan. Uit deze periode zijn onder andere ook bekend Augustinus van Hippo, Nonius Marcellus en Martianus Capella. De Middeleeuwen hebben veel Arabische schrijvers gekend die een revolutie teweegbrachten in de Arabische wereldliteratuur met schrijvers als Ahmad al-Buni, Ibn Manzur en Ibn Khaldoun, die Muqaddimah schreef tijdens zijn een verblijf in Algerije.

Vandaag kent Algerije in zijn literaire landschap grote namen die niet alleen Algerijnse literatuur publiceren maar ook universeel literaire erfgoed in het Arabisch en het Frans.

In de nasleep van de onafhankelijkheid zijn een aantal nieuwe auteurs opgestaan in de Algerijnse literaire scene, die trachten door middel van hun werken een aantal maatschappelijke problemen bloot te leggen, onder hen zijn Rachid Boudjedra, Rachid Mimouni, Leila Sebbar, Tahar Djaout en Tahir Wattar.

Enkele schrijvers uit Algerije zijn: Albert Camus, Mouloud Feraoun, Tahar Ouettar, Kateb Yacine, Rachid Mimouni, Assia Djebar, Ahlam Mosteghanemi, Yasmina Khadra en Maïssa Bey.

Een uitgever van met name romans en poëzie van Algerijnen in Algerije en erbuiten is Barzakh Editions.

Sport[bewerken]

Zie ook:

Algerijnse keuken[bewerken]

De Algerijnse keuken is rijk en divers. Het land werd beschouwd als de graanschuur van Rome. De gerechten en samenstellingen ervan variëren afhankelijk van de regio en de seizoenen. Deze keuken maakt gebruik van granen als belangrijkste product, omdat deze altijd in overvloed aanwezig zijn in het land. Er is niet een gerecht waar granen niet in worden verwerkt.

Algerije is een land van hapjes. Bij de muntthee worden veel gevulde gebakjes gegeten zoals gevulde croissants met kaas en broodjes met gehakt. Ook couscous en de tajine worden vaak gegeten op de vrijdag met de hele familie na het moskeebezoek. Eten is een belangrijk gebeuren samen met de familie in Algerije. Iedereen herenigt zich als het tijd is voor het eten. Ze drinken 's morgens muntthee of koffie met gebakjes, 's middags rond 1/2 uur in de middag eten ze een warme maaltijd, om 4/5 uur drinken ze weer iets warms en om 8 uur is het avondeten waarna ze iets warms drinken.

Economie[bewerken]

In 1950 steunde de Algerijnse economie zwaar op de landbouw. Granen en de wijnbouw namen een belangrijke plaats in. In 1948 was het aandeel in de wereldwijde wijnproductie circa 7,5%. Vooral Europeanen waren actief in de wijnbouw. Andere landbouwproducten waren in die tijd, olijven, dadels, tabak en vlas. De veeteelt was belangrijk, de Algerijnen als nomaden en de Europeanen richtte zich meer op de fokkerij van trekdieren en de zuivelproductie. De bosbouw was bescheiden al had Algerije de grootste kurkbossen ter wereld. De mijnbouw was bescheiden, aardolie en aardgas waren nog niet aangeboord, maar ijzererts, fosfaat en steenkool werd gemijnd. De industrie was vooral gericht op de verwerking van de land- en mijnbouwproducten[11]. De Algerijnse invoerrechten waren zeer hoog, maar voor Franse producten was een uitzondering gemaakt. Het aandeel van Frankrijk in de Algerijnse in- en uitvoer was ongeveer 75% in 1948.

Na het uitroepen van de onafhankelijkheid in 1962 kreeg de economische ontwikkeling hoge prioriteit. De verkoopopbrengst van aardolie en aardgas maakte dit financieel mogelijk mede omdat in 1971 de energiesector nagenoeg was genationaliseerd. De overheid gaf de voorkeur aan een centraal geleide economie met veel aandacht voor de ontwikkeling van de zware industrie. Dit beleid was niet succesvol en, met de economische ondergang van de voormalige USSR en de hoge economische groei in de Volksrepubliek China, streeft Algerije nu naar een gedeeltelijke vrijemarkteconomie.

De Algerijnse economie is zeer sterk afhankelijk van de productie van aardolie en aardgas. Het is de belangrijkste bron van inkomsten voor het land, het grootste exportproduct en levert een majeure bijdrage aan de inkomsten van de overheid. Sinds 2006 is het bruto binnenlands product (BBP) met zo'n 50% gestegen van USD 117 miljard naar USD 165 miljard, circa USD 4.000 per hoofd van de bevolking, in 2010. De ontwikkelling van de olieprijs heeft hierop een grote invloed, in 2008 bedroeg het BBP USD 171 miljard en daalde naar USD 138 miljard in 2009 door de dalende olieprijs[12]. In 2009 bedroeg de totale exportopbrengst van Algerije USD 45 miljard, waarvan het aandeel van gas, olie en olieproducten bijna 98% was. Algerije geeft een fors en structureel overschot op de handelsbalans, nauwelijks buitenlandse schulden en hoge financiële reserves.

Energie[bewerken]

Algerijnse olie- en gasproductie in 1965-2010. Bron: BP

De zoektocht naar olie startte in de jaren vijftig. Algerije was nog een kolonie en Frankrijk wil zo snel als mogelijk minder afhankelijk worden van andere, met name Engelse en Amerikaanse, oliemaatschappijen. De overheid nam een leidende rol en richtte het staatsbedrijf Régie Autonome des Pétroles (RAP) op. In 1956 had RAP succes en boorde aardolie aan. De velden lagen ver van de kust en al het materieel en personeel moest met vrachtwagens vele honderden kilometers landinwaarts worden vervoerd. In 1958 werd de eerste olie geëxporteerd[13]. Na het uitroepen van de Algerijnse onafhankelijkheid in 1962 maakte de nieuwe regering een plan om de opbrengst van olie en gas te gaan gebruiken voor de eigen economische ontwikkeling. Staatsenergiebedrijf Sonatrach werd opgericht en stapsgewijs verdwenen buitenlandse oliemaatschappijen van het toneel; in 1971 was de nationalisatie zo goed als afgerond. De energiesector in Algerije is geconcentreerd rond twee gigantische velden, namelijk het Hassi R'Mel-gasveld en het Hassi Messaoud olieveld. Een groot leidingnetwerk brengt de ruwe olie en gas naar exportterminals, raffinaderijen en fabrieken voor het maken van vloeibaar aardgas (lng) aan de kust. Er zijn oliepijpleidingen naar de zeehavens van Arzew en Sukhayrah in Tunesië en exportleidingen voor aardgas tussen het Hassi R'Mel-gasveld en Italië en Spanje. Bijna de gehele exportopbrengst van Algerije komt van aardolie, olieproducten, aardgas en lng; het aandeel van niet energieproducten is minder dan 2% van het totaal.

Andere grondstoffen die in het land worden geproduceerd zijn ijzererts en fosfaat en in mindere mate lood, uranium, zink, zout en steenkool. De ijzerertsmijnen bij Tébessa leveren voldoende grondstof voor de grote staalfabriek bij El-Hadjar. Bij Tindouf zijn ook grote voorkomens van ijzererts aangetroffen. De geïsoleerde locatie maakt exploitatie van dit erts echter oneconomisch.

Arbeidsmarkt[bewerken]

De beroepsbevolking schommelde in de jaren 2005-2009 tussen de 10 en 10,5 miljoen personen. Ongeveer 15% hiervan is actief in de landbouw, maar deze draagt duidelijk minder bij tot het BBP van het land dan de mijnbouw en productie. De staat speelt een belangrijke rol in de planning van de economie en bezit vele belangrijke industriële instellingen, waaronder de mijnbouw en de financiële sectoren. In de late jaren negentig vonden er enige privatiseringen plaats en kwam er meer openheid ten opzichte van buitenlandse investeringen. De overheid is veruit de grootste werkgever. In 2010 was 10% van de bevolking werkloos; onder de jongeren was dit tweemaal zo hoog[14].

Landbouw[bewerken]

De landbouw is geconcentreerd in de vruchtbare valleien en de bassins van het noorden en in de oasen van de Sahara. De belangrijkste gewassen zijn tarwe, gerst, haver, citrusvruchten, wijndruiven, olijven, tabak en vijgen. Algerije is ook een belangrijke producent van kurk. Er worden grote aantallen schapen, gevogelte, geiten en vee gefokt en er is een kleine visindustrie.

De belangrijkste vervaardigde producten van het land zijn verwerkt voedsel (in het bijzonder olijfolie), drank (vooral wijn), tabaksproducten, bouwmaterialen, chemische producten, metalen, textiel en kleding. Er is een beperkt spoor- en wegennetwerk, hoofdzakelijk in de noordelijke kuststrook.

Wijnbouw[bewerken]

Algerije was een belangrijke wijnproducent voor de onafhankelijkheid. Veel Franse wijnboeren waren in het land actief en de productie bereikte jaarlijks circa 9 miljoen hectoliter. De wijnbouw was met name geconcentreerd in een smalle strook langs de kust, hoogstens 50 à 60 kilometer in het binnenland en alleen in bergachtig gebied. De - voornamelijk - rode wijn werd geëxporteerd naar Frankrijk en daar dikwijls gemengd met landwijnen met een laag alcoholgehalte. Na 1962 vertrokken veel wijnboeren, de wijnbouw ging over in staatshanden en de productie daalde fors. In 1989 werd nog maar 1 miljoen hectoliter geproduceerd en in 1999 nog slechts 360.000 hectoliter wijn. Het wijnbouwareaal daalde van 139.000 hectare naar 56.000 hectare over diezelfde periode van 10 jaar[15]. De wijnbouw is tegenwoordig geconcentreerd rond de plaatsen Tlemcen en Médéa.

Buitenlandse handel[bewerken]

De laatste jaren zijn de jaarlijkse inkomens van de uitvoer van Algerije belangrijk hoger dan de kosten van invoer. Het land heeft al jaren een overschot op de handelsbalans en krijgt ook nog per saldo geld binnen van meer dan een miljoen Algerijnen die sinds de onafhankelijkheid naar Frankrijk zijn geëmigreerd. De belangrijkste invoerproducten waren machines, voedsel en dranken, grondstoffen, halffabrikaten en vervoerapparatuur. De belangrijkste handelspartners van Algerije zijn Frankrijk, Italië, de Verenigde Staten, Duitsland en Spanje.
Dankzij het overschot op de betalingsbalans was de buitenlandse schuld van het land minimaal en had het officiële financiële reserves van bijna USD 150 miljard per ultimo 2009, voldoende om voor drie jaar alle importen te financieren.

Armoede[bewerken]

In Algerije leeft 23% van de bevolking onder de armoedegrens.[16]

Internationaal[bewerken]

Algerije ligt in noordelijk Afrika en behoort samen met Marokko, Tunesië, Mauritanië en Libië tot de landen van de Maghreb, en bovendien tot de Arabische wereld en de MENA-regio.

Algerije heeft een associatieovereenkomst met de Europese Unie. Door het koloniale verleden zijn de banden met Frankrijk sterk. Het land is lid van de volgende internationale organisaties:

Verder is Algerije observator bij de Wereldhandelsorganisatie.

Bezienswaardigheden[bewerken]

UNESCO Werelderfgoed[bewerken]

In Algerije zijn diverse UNESCO werelderfgoederen[17]. Het betreft Al Qal'a van Beni Hammad, de ruïnes van de eerste hoodstad van de Hammadiden, Djémila, de ruïnes van een Romeinse stad en een voorbeeld van de manier waarop de Romeinen hun stadsplanning aanpasten aan een bergachtige omgeving, de kasba van Algiers, een medina in Algiers, met overblijfselen van de citadel, oude moskeeën en paleizen in Ottomaanse stijl, de M'Zab-vallei, een traditioneel habitat in de 10e eeuw opgericht door de Ibadieten rond hun vijf gefortificeerde steden, Timgad, een Romeinse koloniale stad met een goed voorbeeld van Romeinse stedenbouwkunde, Tipasa, een Fenicische en later Romeinse stad met een unieke groep van Romeinse en Byzantijnse ruïnes en monumenten, waaronder de Kbor er Roumia, het koninklijke mausoleum van Mauritanië en Tassili n'Ajjer, een hoogvlakte in Algerije waar men prehistorische grotkunst kan vinden.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Het Berbers (Tamazight) is sinds 2002 een zogenaamde nationale taal. Ondanks dat het Frans door veel Algerijnen wordt verstaan en gesproken, heeft het geen officiële status.
  2. (en) Verenigde Naties 2011
  3. (en) Laatste census 16 april 2008 (via V.N.)
  4. (en) Niet officiële schatting CIA Factbook juli 2013 (berekend door US Bureau of the Census)
  5. library.uu.nl tabel
  6. (en) VN bevolkingsdatabank: Algerije Geraadpleegd op 2011-10-06
  7. (fr) [http://www.apn-dz.org/apn/french/constitution96/titre_01.htm#chap1 Artikel 2 van de Algerijnse grondwet
  8. Ordonnance n°06-03 du 28 février 2006 sur les conditions et règles d'exercice des cultes autres que musulman
  9. (fr) Alain Duhamel évoque les persécutions des chrétiens en Algérie, www.rtl.fr
  10. City Population
  11. Handboek voor Internationaal Verkeer en Toerisme, Uitgeverij: Elsevier, Amsterdam, 1957, pag 121-122
  12. (en) OPEC Website, Annual Statistical Bulletin 2010/2011 [1]
  13. (en) The prize, Daniel Yergin, Uitgeverij Simon & Schuster, New York, 1992, ISBN 0 671 79932 0
  14. (en) "IMF Algerije: Statistische bijlage, februari 2011, nummer 11/40". Geraadpleegd op 2011-10-03.
  15. (en) The World Atlas of Wine (5th ed.), auteurs: Hugh Johnson en Francis Robinson, Uitgeverij: Octopus Publishing, London, 2005, ISBN 1 84000 332 4
  16. [2]
  17. UNESCO. UNESCO World Heritage Centre Geraadpleegd op 12 april 2012