Levensverwachting

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Levensverwachting wereldwijd

██ > 80 jaar

██ >75 jaar

██ >70 jaar

██ >60 jaar

██ >50 jaar

██ <50 jaar

In de demografie is de levensverwachting een statistisch begrip dat het gemiddelde, of wiskundige verwachting, van de resterende levensduur van een individu in de bepaalde groep aangeeft. Voor niet-menselijke organismen wordt de term levensduur vaak gebruikt om op de gemiddelde lengte van het leven van een bepaalde soort aan te geven.

De levensverwachting is sterk afhankelijk van de criteria die worden gebruikt om de groep te selecteren. In landen met een hoog zuigelingssterftecijfer is de levensverwachting bij geboorte erg gevoelig voor het sterftepercentage in eerste levensjaar. In deze gevallen kan een andere maatstaf zoals de levensverwachting op de leeftijd van 10 jaar worden gebruikt om de gevolgen van zuigelingssterfte uit te sluiten en om de gevolgen van andere doodsoorzaken te openbaren. Niettemin wordt gewoonlijk de levensverwachting bij geboorte gespecificeerd. Om die te berekenen veronderstelt men dat de huidige sterftecijfers door het leven van de hypothetische pasgeborenen constant blijven.

De leeftijd waarop de meeste mensen sterven is doorgaans veel hoger dan de rekenkundige levensverwachting. Rond 1860 lag de levensverwachting in Nederland nog op het schrikbarend lage peil van 37 jaar. Desondanks was de leeftijd waarop de meeste mensen stierven toch nog 73 jaar. De huidige levensverwachting ligt rond de 78 jaar, terwijl de meeste mensen overlijden op een leeftijd van 85 jaar. Het verschil hangt sterk samen met de kindersterfte, die rond 1860 beduidend hoger was dan heden ten dage.[1]

Stervensleeftijd.gif
Groei van de gemiddelde levensduur in België in de periode 1885 tot 2004, bron:FOD Economie - Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie, Dienst Demografie

Levensverwachting en menselijke geschiedenis[bewerken]

De levensverwachting is in de loop van de laatste eeuwen van menselijke geschiedenis drastisch gestegen. Deze verbetering is grotendeels het resultaat van verbeterde hygiëne (riolering en schoon drinkwater), beschikbaarheid van goed voedsel, levensomstandigheden (verwarming), vrede en geneeskunde. Bij dat laatste leverde met name de uitvinding van de antibiotica een grote rol. De grootste verbeteringen zijn gemaakt in de rijkste delen van de wereld maar dezelfde gevolgen spreiden zich nu uit in andere delen van de wereld aangezien hun economieën en infrastructuur verbeteren. De levensverwachting steeg sterk in de 20e eeuw, vooral in ontwikkelde naties. Levensverwachting bij geboorte in de Verenigde Staten in 1901 was 49 jaar. Aan het eind van de eeuw was het 77 jaar, een verhoging van meer dan 50%. Dergelijke stijgingen zijn ook in andere delen van de wereld opgetreden. De levensverwachting in India en de Volksrepubliek China was rond 40 jaar in het midden van de eeuw. Rond de eeuwwisseling was dit toegenomen tot rond de 63 jaar. Deze stijgingen waren grotendeels toe te schrijven aan de uitroeiing en de beheersing van talrijke besmettelijke ziekten en aan vooruitgang in landbouwtechnologie (zoals chemische meststoffen).

De belangrijkste uitzondering op dit algemene patroon van verbetering is in die landen geweest die het meest door aids zijn getroffen, hoofdzakelijk in zuidelijk Afrika. Daar zijn significante dalingen van de levensverwachting toe te schrijven aan de ziekten die de laatste jaren hun intrede hebben gedaan.

Een andere uitzondering is Rusland en andere vroegere republieken van de USSR na de instorting van de Sovjet-Unie. Verwachting van het leven van mannen daalde naar 59,9 jaar (onder de officiële pensioenleeftijd), van vrouwen naar 72,43 jaar (1999).

De laatste jaren zijn de zwaarlijvigheid-gecorreleerde ziekten een belangrijke volksgezondheidskwestie in vele landen geworden. De toename van zwaarlijvigheid wordt verondersteld een potentieel gezondheidsrisico te zijn door de stijgende risico's van kanker, hartkwalen en diabetes.

De hele menselijke geschiedenis door was het grootste deel van de verhoging van de levensverwachting het gevolg van het verhinderen van vroege sterfgevallen. Nochtans geloven vele wetenschappers niet dat dit in de toekomst zal blijven doorgaan. Sommige wetenschappers geloven dat de verdere vooruitgang in de medische wetenschap de levensverwachting nog verder kan verhogen.

Verschillen in de levensverwachting in de wereld[bewerken]

Er zijn wereldwijd grote verschillen in de levensverwachting, die meestal door verschillen in volksgezondheid, geneeskunde en voeding van land tot land worden veroorzaakt. Gemiddeld blijken levensverwachting en vruchtbaarheid (aantal kinderen per vrouw) negatief geassocieerd: hoe langer de levensverwachting, hoe minder kinderen. Een vergelijking van alle landen en regio's laat zien dat vooral de toegenomen welvaart en de verlengde levensverwachting (en niet de cultuur of religie) verband houdt met de afgenomen vruchtbaarheid.[2]

Er zijn ook verschillen tussen groepen binnen hetzelfde land. Bijvoorbeeld, in de V.S. waren er in het begin van de 20e eeuw zeer grote verschillen in de levensverwachting tussen mensen van verschillende rassen. Tegenwoordig zijn deze verschillen kleiner. Er zijn significante verschillen in het levensverwachting tussen mannen en vrouwen in de ontwikkelde landen. Vrouwen worden meestal ouder. Deze verschillen tussen de geslachten zijn de laatste jaren kleiner geworden, doordat de levensverwachting van mannen wat sneller stijgt dan die van vrouwen.

De schadelijke gevolgen van gewoonten zoals tabak en andere verslavingen zorgen ook voor een significant verschil in levensverwachting. Roken is de belangrijkste reden [3] waarom in Europa de gemiddelde levensverwachting van mannen lager ligt dan die van vrouwen.

Een ander belangrijk verband met de levensverwachting is er met het beroep. Mensen in beroepen waarvoor een hogere opleiding nodig is, hebben een hogere levensverwachting. Een deel is toe te schrijven aan de arbeidsomstandigheden. Het werken met asbest en in mijnen zorgt voor een lagere levensverwachting. In de ontwikkelde landen neemt door de verbeterde veiligheidsmaatregelen op het werk dit aandeel af. Een ander deel is toe te schrijven aan een verband tussen de keuze van het beroep en de keuze van de lifestyle. Erfelijke aanleg speelt een kleinere rol. [4]

Levensverwachting en pensioen[bewerken]

In veel westerse landen staat de pensioenleeftijd van 65 jaar ter discussie. Het argument dat men voor verhoging van de pensioenleeftijd vaak aandraagt, is dat de gemiddelde leeftijd steeds hoger wordt, wat een latere pensioenleeftijd zou rechtvaardigen. Probleem hier is echter dat men de levensverwachting rekende vanaf de geboorte ('gewone' levensverwachting), en niet vanaf de pensioengerechtigde leeftijd: de resterende levensverwachting. De levensverwachting stijgt, maar de resterende levensverwachting steeg aanvankelijk nog niet. Dit kwam bijvoorbeeld door het afnemen van de zuigelingensterfte. Zolang de sterfteleeftijd van een groep stijgt, terwijl die mensen nog steeds voor de pensioenleeftijd overlijden, is er geen argument voor verhogen van de pensioenleeftijd. In Nederland steeg de laatste 50 jaar van de vorige eeuw de levensverwachting, maar de resterende levensverwachting op 65 steeg, zeker voor mannen, niet significant. In 1960 bedroeg de levensverwachting van 65-jarige mannen nog 13,9 jaar, tegenover 15,4 jaar in 2006.[5] Na het jaar 2000 is echter ook de resterende levensverwachting van 65+ers sterk gestegen. Volgens berekeningen van het CBS uit 2011 zal 63% van de mannen de leeftijd van 80 jaar bereiken. Voor vrouwen is dat percentage 75%.[6]

Hoewel de levensverwachting in Nederland is toegenomen, neemt de kans om te sterven voor mensen met hoge leeftijd (90 jaar en ouder) de laatste 20 jaar weer duidelijk toe; waar een dame van 98 jaar rond 1980 een kans had van ruim 71% om de 99 jarige leeftijd te bereiken, is die kans nu gedaald naar 66%.[7] De toegenomen levensverwachting valt toe te schrijven aan dalende kindersterfte en, de laatste periode vooral de dalende sterftekansen op middelbare leeftijd. Hierdoor zijn er toch beduidend meer mensen van hoge leeftijd, ondanks de voor deze groep toegenomen sterftekansen.

Op basis van CBS cijfers uit 2008, die toch voor Nederland een vrij sterke stijging van de waargenomen levensduur lieten zien (een stijging met 1,4 maanden per jaar, met vooral gunstige ontwikkelingen in de bestrijding van hart- en vaatziekten en de afgenomen sterfte op hoge leeftijden), heeft het Actuarieel Genootschap in december 2009 aangekondigd in 2010 met nieuwe overlevingstafels te komen. De Nederlandsche Bank, toezichthouder van de pensioenfondsen, liet echter direct weten dat onmiddellijk (dus al per 31 december 2009) rekening moest worden gehouden met de nieuwe inzichten. Veel pensioenfondsen moesten op basis van de in 2010 gepubliceerde tafels hun voorzieningen nog verder verhogen.

Weer twee jaar later, in september 2012, bevestigt de nieuwe prognose van het Actuarieel Genootschap dat opnieuw vrouwen en mannen langer leven dan eerdere prognoses aangeven. De levensverwachting van mannen en vrouwen bij geboorte neemt toe naar 79,5 jaar respectievelijk 83,1 jaar. En (van belang voor de oudedagsvoorziening: effect ongeveer 1%) de resterende levensverwachting van 65-jarige mannen en vrouwen neemt in 2012 toe naar 18,1 jaar respectievelijk 21,1 jaar. Het verschil in levensverwachting van mannen en vrouwen is opnieuw kleiner geworden. Opgemerkt wordt dat niet zozeer de bovengrens van de uiteindelijk te bereiken leeftijd toeneemt, maar dat het deel van de mensen dat een hoge leeftijd bereikt, stijgt. Kort gezegd: meer mensen worden oud.[8]

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Centraal Bureau voor de Statistiek, Historische overlevingstafels voor Nederland
  2. Religions and Babies Presentatie over het zoeken naar de oorzaken van verschillen in vruchtbaarheid, Hans Rosling op TED
  3. Eos magazine: 'Waarom mannen vroeger sterven dan vrouwen'
  4. Artikel in Sciencedaily met een link naar een onderzoek: Journal of Internal Medicine Volume 269, 4, pag 441–451, April 2011 Factors associated with reaching 90 years of age: a study of men born in 1913 in Gothenburg, Sweden.
  5. Dagblad Trouw 5 januari 2006
  6. Nu.nl. Sterke stijging levensverwachting, 23-11-2011
  7. Centraal Bureau voor de Statistiek, Historische overlevingstafels voor Nederland
  8. 'Meer mensen worden ouder' Actuarieel Genootschap, 10 september 2012