De Nederlandsche Bank

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De Nederlandsche Bank
Hoofdkantoor van De Nederlandsche Bank aan het Frederiksplein in Amsterdam (2013)
Hoofdkantoor van De Nederlandsche Bank aan het Frederiksplein in Amsterdam (2013)
Oprichting 25 maart 1814
Oprichter(s) Koning Willem I
Eigenaar Staat der Nederlanden
Sleutelfiguren Klaas Knot (president)
Land Vlag van Nederland Nederland
Hoofdkantoor Amsterdam
Sector Centrale bank
Website http://www.dnb.nl/
Portaal  Portaalicoon   Economie
Het nieuwe gebouw van de Nederlandsche bank in 1968
Het voormalige gebouw van De Nederlandsche Bank aan de Oude Turfmarkt, thans Allard Pierson Museum. Foto: bmz.amsterdam.nl.
Voormalig agentschap van De Nederlandsche Bank in Groningen (2010)
Voormalig agentschap van De Nederlandsche Bank in Alkmaar

De Nederlandsche Bank NV (DNB) is de centrale bank van Nederland. De Bank is in 1814 opgericht door koning Willem I en heeft het Nederlandse monopolie op de uitgifte van bankbiljetten. De Nederlandse Staat is sinds 1948 enig aandeelhouder van de NV.

Tot Nederland in 1999 toetrad tot de Economische en Monetaire Unie stelde De Nederlandsche Bank de rentetarieven in Nederland vast. De president van de bank is kroonlid van de Sociaal-Economische Raad (SER).

Huisvesting[bewerken]

De Nederlandsche Bank is gevestigd te Amsterdam, aanvankelijk aan de Oude Turfmarkt, waar nu het Allard Pierson Museum is gehuisvest, en sinds 1968 in een kantoorgebouw aan het Frederiksplein (postadres Westeinde 1). Dit gebouw naar een ontwerp uit 1961 van Marius Duintjer staat op de plaats van het in 1929 afgebrande Paleis voor Volksvlijt. In 1991 werd naar een ontwerp van Jelle Abma een ronde tweede toren:, de Satelliet, aan het gebouw toegevoegd.

De bankwet van 1998[bewerken]

In 1999 werd de DNB onderdeel van het Europees Stelsel van Centrale Banken.

De Nederlandsche Bank (DNB) is door de wijziging van de Bankwet in 1998 formeel bestuurlijk geheel onafhankelijk geworden van de Staat. De Staat is nog wel enige aandeelhouder. Deze wijziging was noodzakelijk opdat DNB toe kon treden tot het Europees Stelsel van Centrale Banken. Feitelijk betekent het de volledige overdracht aan de Europese Centrale Bank, waardoor Nederland niet zelf meer de gelduitgifte kan regelen.

Artikel 104 van het Verdrag van Maastricht uit 1992 bepaalt daarnaast ondubbelzinnig: "De centrale bank is in het geheel niet gehouden om de regering van krediet te voorzien, de centrale bank kan niet gedwongen worden zulk een krediet te verschaffen". Door deze Europese wet is de ECB feitelijk een kopie geworden van de Amerikaanse Federal Reserve (FED).

De Nederlandse regering kan nu alleen aan geld komen door dit te lenen van particuliere banken[bron?]. Samen met die volledige overdracht van DNB aan de Europese Centrale Bank (ECB) is het voor Nederland sinds 1998 totaal onmogelijk om schuldloos zijn eigen economie van geld te voorzien. Nederland kan sinds de bankwet van 1998 niet meer zelfstandig de hoeveelheid geld in omloop regelen.

DNB is een naamloze vennootschap die als zelfstandig bestuursorgaan deel uit maakt van het Europees Stelsel van Centrale Banken (ESCB). Het dagelijkse bestuur is in handen van de directie. De DNB kent een Raad van Commissarissen die door De Kroon wordt benoemd op voordracht van de Gemeenschappelijke Vergadering van directie en commissarissen. De raad van commissarissen staat onder voorzitterschap van drs. J.F. van Duyne, de Bankraad onder voorzitterschap van prof. drs. P. Bouw.

De bijeenkomsten en notulen van DNB aandeelhoudersvergaderingen zijn verder strikt geheim.

Taken[bewerken]

De kerntaak van DNB is zorgen voor financiële stabiliteit en daarmee een bijdrage te leveren aan de welvaart in Nederland, door:

  • samen te werken met andere nationale centrale banken binnen het Eurosysteem voor prijsstabiliteit ofwel lage inflatie;
  • een soepele, betrouwbare en efficiënte afwikkeling van het betalingsverkeer te bewerkstelligen;
  • erop toe te zien dat financiële instellingen, waaronder banken en verzekeringsmaatschappijen, voldoende vermogen hebben om aan hun verplichtingen te voldoen en een solide en integere bedrijfsvoering hebben en
  • geeft (on)gevraagd economisch advies ten bate van goede (inter)nationale besluiten op de hierboven genoemde punten.

Splitsing verantwoordelijkheden[bewerken]

DNB heeft in essentie twee hoofdtaken, maar één president. Voor de monetaire taak, om te zorgen voor stabiele prijzen, moet de centrale bank volledig onafhankelijk zijn van bijvoorbeeld de politiek. President van DNB, Klaas Knot, moet als lid van het bestuur van de ECB vrij kunnen besluiten over het te voeren monetaire beleid.
Als toezichthouder is DNB wel verantwoording schuldig aan de politiek. Een wetswijziging met deze splitsing van verantwoordelijkheden is ter goedkeuring ingediend bij de Eerste Kamer.[1].

Fusie[bewerken]

Per 30 oktober 2004 fuseerde DNB met de Pensioen- en Verzekeringskamer (die voor 2001 de naam Verzekeringskamer had). De centrale bank heeft hiermee een belangrijke rol als toezichthouder op deze financiële instellingen gekregen, naast het traditionele toezicht dat hij al had op de gewone banken.

Toestemming van DNB is nodig voor het oprichten van een pensioenfonds of verzekeraar. Deze wordt alleen gegeven als het fonds of levensverzekeraar over voldoende financiële middelen beschikt én door deskundige en integere bestuurders wordt geleid. DNB controleert pensioenfondsen op basis van de Pensioenwet (Pw) en levensverzekeraars op basis van de Wet financieel toezicht (Wft). Door goed toezicht neemt de kans af dat een pensioenfonds of levensverzekeraar in financiële moeilijkheden komt waardoor de rechthebbenden geen aanspraak meer kunnen maken op hun inleg of opgebouwde vermogen.

In geval van moeilijkheden kan DNB financiële herstelplannen opleggen voor verzekeringsmaatschappijen waarvan de financiële positie zwak is of stille curatoren aanstellen om de bestuurskracht te verstevigen of een productiestop opleggen. In dit laatste geval mag de verzekeraar geen nieuwe polissen meer afsluiten. Voor de pensioenfondsen gelden vergelijkbare maatregelen met uitzondering van de productiestop.

Kerncijfers[bewerken]

Als grote N.V. brengt De Nederlandsche Bank jaarlijks in maart zijn jaarcijfers uit. In 2010 bedroeg de nettowinst 1.649 miljoen euro (2009: 1.707 miljoen). Er werd gewerkt door 1.538 fte (2009: 1.513). De belangrijkste inkomsten van de bank zijn rentebaten op buitenlandse valuta en eurobeleggingen en goud. Voor de uitvoering van zijn taken maakte de bank in 2010 voor 318 miljoen euro aan kosten. Dit betreft personeels- en huisvestingskosten, maar ook de productiekosten van bankbiljetten.

Als enige aandeelhouder van DNB ontvangt de Nederlandse Staat een dividend. Het dividend is gelijk aan 95% van het totale resultaat, exclusief de winst op de verkoop van goud. De resterende 5% wordt toegevoegd aan de algemene reserve van de bank. In 2010 en 2009 werd er geen winst gemaakt op de goudverkopen en keerde DNB 1.567 miljoen euro uit in 2010 (2009: 1.565 miljoen). In het 4e kwartaal keert de bank traditioneel een interim-dividend uit ter grootte van twee derde van het verwachte dividend over het gehele boekjaar. In 2010 keerde DNB een interim-dividend uit van 1.022 miljoen euro. In december 2011 besloot de bank géén interim-dividend uit te keren vanwege de onzekere financiële situatie in Europa. Er is wel een slotdividend uitgekeerd van 750 miljoen euro over 2011.

Presidenten[bewerken]

Aan het hoofd van De Nederlandsche Bank staat een president. Deze wordt benoemd voor een periode van zeven jaar.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. DNB magazine, december 2011, p. 7 Geraadpleegd op 2011-12-27