Bank (financiële instelling)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een bank is een financiële dienstverlener. Personen en bedrijven kunnen tegen een vergoeding (rente) geld bij een bank inleggen en dit geld kan vervolgens tegen een hogere rente weer worden uitgeleend. Het verschil tussen de ontvangen en betaalde rente is voor de bank een belangrijke inkomstenbron.

Geschiedenis[bewerken]

Bankieren in de moderne zin van het woord vindt zijn oorsprong de middeleeuwen en de vroege renaissance in Italië. De eerste banken ontstonden rondom de rijke steden in het noorden, zoals Florence, Lucca, Siena, Venetië en Genua. De families Bardi en Peruzzi domineerden het bankieren vanuit het 14e eeuwse Florence, vestigingen oprichtend in vele andere delen van Europa. Een van de beroemdste Italiaanse banken was de Banco Medici (1397). De vroegste bekende staatsbank, de Banco di San Giorgio (Bank van St. George), werd opgericht in 1407 in Genua, Italië.

De oudste nog bestaande bank ​​is de Monte dei Paschi di Siena, die sinds 1472 onophoudelijk actief is. Nummer twee en drie zijn de Duitse Berenberg Bank van Hamburg (1590) en de Zweedse Sveriges Riksbank (1668).

Activiteiten[bewerken]

Algemeen[bewerken]

Banken houden zich bezig met het verzorgen van betalingsverkeer voor hun klanten, het verstrekken van kredieten aan personen en ondernemingen, de handel in vreemde valuta, het voor ondernemingen en overheden plaatsen van emissies van obligaties en aandelen, met de handel in effecten voor eigen rekening (proprietary trading), met vermogensbeheer voor derden (particulieren en institutionele beleggers), met het bewaren van effecten voor derden (custodian), en met het afhandelen van financiële transacties op de beurs (clearing en settlement). Banken zijn actief op zowel de geldmarkt als de kapitaalmarkt. Tevens worden adviezen gegeven op deze gebieden, en wordt research gepubliceerd op macro- en micro-economisch gebied.

Banktypes[bewerken]

Banken voeren een veelheid van transacties uit voor hun klanten. Sommige banken zijn gespecialiseerd, andere banken spelen mee op verschillende terreinen. Een onderscheid naar verschillende types banken is hieronder gemaakt, de categorisering is niet allesomvattend en de categorieën zijn niet onderling uitsluitend. De naamgeving van de types is vaak in het Engels, algemeen geaccepteerde termen ervoor in het Nederlands zijn lang niet altijd voorhanden.

  • Consumentenbank (ook: nutsbank)
    Consumentenbanken richten zich op dienstverlening aan particulieren door middel van het mogelijk maken van betalingsverkeer, sparen en kredietverstrekking. Omdat betalen, sparen en lenen worden gezien als maatschappelijk noodzakelijke (nuttige) activiteiten, worden deze banken ook wel nutsbanken genoemd.
  • Private bank
    De private bank is een bank voor vermogenden. Bij de meeste van deze banken geldt dat er pas een rekening kan worden geopend wanneer er een minimumbedrag (vaak vanaf 100.000 euro) gestort wordt. Voorbeelden van dergelijke banken: Staalbankiers, Theodoor Gilissen Bankiers, Van Lanschot Bank, MeesPierson en het Zwitserse UBS.
  • Zakenbank
    De zakenbanken, ofwel investeringbanken, voeren voor bedrijven de plaatsing van aandelen en obligaties op een effectenbeurs uit. Ze spelen ook een actieve rol in het fuseren en in het opsplitsen van bedrijven. Zakenbanken handelen daarnaast, veelal op risicovolle wijze, voor eigen rekening. Bekende voorbeelden zijn Goldman Sachs in de Verenigde Staten van Amerika of Nomura Securities in Japan.
  • Algemene oftewel universele banken
    De meeste grote banken in Europa en Nederland hebben traditioneel als universele banken gefunctioneerd, die consumentenbankieren met zakenbankieren combineren. Om een hogere rentabiliteit te behalen werd er vanaf de jaren negentig bij veel banken meer nadruk gelegd op de zakenbankactiviteiten. Omdat tijdens de kredietcrisis bleek dat het risicovolle zakenbankieren een gevaar op kon leveren voor de consumentenactiviteiten (spaargelden) van dezelfde banken, is op verschillende bestuurlijke niveaus voorgesteld om de gecombineerde banken op te splitsen in een zakendeel en een consumentendeel.
  • Offshorebank
    Een offshorebank is een bank die kantoor houdt op een plek waar de belastingdruk en/of de regeldruk het laagst is. Bekende plaatsen waar dit type banken gevestigd is zijn: Zwitserland, de Kanaaleilanden en de Kaaimaneilanden.
  • Commercial bank
    Commercial bank was vroeger de term die gebruikt werd om een gewone bank te onderscheiden van een zakenbank. Tegenwoordig is dat onderscheid niet meer van belang, zakenbanken en retailbanken kunnen in één concern verenigd zijn. De term wordt dan wel gebruikt om intern onderscheid te maken tussen de verschillende activiteiten: aan de ene kant consumentenbankieren en aan de andere kant commercial banking of wholesale banking voor bedrijven.
  • Ondernemersbank
    Dit bankmodel is opgezet voor en door ondernemers. Ondernemers financieren vanuit eigen middelen en uit middelen van mede-ondernemers andere MKB-bedrijven. In samenwerking met een participatiemaatschappij kan op deze manier financiering aangeboden worden in de vorm van eigen en vreemd vermogen. Naast de financiering wordt de MKB-ondernemer ook, door andere ondernemers, gemonitord en begeleid.

Organisatie[bewerken]

Intern[bewerken]

Binnen een bank kunnen belangenverstrengelingen voorkomen, voortvloeiende uit niet-algemene kennis die die bank heeft. Een voorbeeld is de situatie dat bij een kredietafdeling kennis aanwezig is omtrent financiële moeilijkheden van een relatie: de effectenafdeling zou hiervan gebruik kunnen maken door aandelen in of obligaties ten laste van die relatie te verkopen voordat dergelijk nieuws elders bekend is. Om dit te voorkomen zijn binnen een bank organisatorische scheidingen aangebracht, bekend als "Chinese walls". Dergelijke scheidingen zijn vaak ook fysiek doorgevoerd, doordat de betrokken afdelingen op verschillende verdiepingen of locaties zijn gehuisvest.

Reserves[bewerken]

Aan een bank worden kapitaaleisen gesteld: zij moet tegenover elk bedrag aan uitgeleend geld een zeker bedrag aan garantievermogen aanhouden, dat als "buffer" dient voor het opvangen van eventuele verliezen op de debiteurenportefeuille. Dit garantievermogen kan bestaan uit eigen vermogen (op aandelen gestort kapitaal en ingehouden winst) en, met bepaalde restricties, uit achtergestelde leningen. Zie ook New Capital Adequacy Framework. Naar aanleiding van de kredietcrisis stelden de gezamenlijke centrale bankiers in 2010 voor om te komen tot een forse verhoging (van twee naar zeven procent) van de vereiste kapitaalbuffer op de balans van banken.

Problemen en garanties[bewerken]

Faillissementen van banken zijn in Europa tamelijk zeldzaam. In Nederland achtereenvolgens Mendelssohn & Co. (Amsterdam) (1939), Texeira de Mattos (1966), Tilburgsche Hypotheekbank (1982), Van der Hoop Bankiers (2006), Indover Bank (2008), DSB Bank (2009). De Westland Utrecht Hypotheekbank (WUH) werd van de ondergang gered door de ING-bank, Slavenburg's Bank werd gered door het Franse Crédit Lyonnais, de Friesland Bank werd gered door de Rabobank in 2012.

De Italiaanse Banco Ambrosiano ging in 1982 failliet. Het Britse Barings werd voor het symbolische bedrag van 1 pond overgenomen door ING. Bij de ondergang van het IJslandse Icesave in 2008 werden veel Nederlandse en Engelse spaarders gedupeerd. In de Verenigde Staten werd zakenbank Bear Stearns gered, maar ging voormalig grootmacht Lehman Brothers failliet.

Kredietcrisis[bewerken]

In nauw verband met de kredietcrisis werd er in 2008 en 2009 gesproken over een bankencrisis. Onder andere door slechte leningen kwam de solvabiliteit van banken in gevaar. De financiële markten verloren veel van hun vertrouwen in de banken. De banken potten hun geld op leenden het niet meer uit aan elkaar en hun klanten. Daardoor ontstond er een tekort aan krediet. In reactie op deze crisis leenden overheden wereldwijd miljarden aan banken om de bankencrisis te bezweren. Inmiddels wordt op vele plekken nagedacht over de vraag hoe een nieuwe bankencrisis te voorkomen.

Mede in reactie op de kredietcrisis hebben de Nederlandse banken bij wijze van zelfregulering een gedragscode voor banken (Code banken) opgesteld, die op 1 januari 2010 in werking is getreden. De code bevatte de principes voor goed bestuur en een beheerst beloningsbeleid, die zouden moeten zorgen voor meer transparantie en minder risico, en uiteindelijk een herstel van het vertrouwen in de Nederlandse bancaire sector moesten teweegbrengen.

Garantie van spaartegoeden[bewerken]

Voor particuliere rekeninghouders is in Nederland een Depositogarantiestelsel (tot 1 januari 2007 collectieve garantieregeling) in het leven geroepen. Het depositogarantiestelsel houdt in dat de tegoeden van rekeninghouders op een betaal- of spaarrekening tot een bepaald bedrag gegarandeerd zijn bij faillissement van de bank. Thans is het gegarandeerde bedrag maximaal €100.000 per persoon per bank.[1]

In België is een soortgelijke regeling van toepassing. Deze regeling wordt uitgevoerd door het Beschermingsfonds voor deposito's en financiële instrumenten.[2]

Sinds 1994 is er een Europese richtlijn (94/19/EG) inzake depositogarantiestelsels. Een nieuwe richtlijn (2009/14/EG) van maart 2009 bepaalt dat het gegarandeerde bedrag in de lidstaten minimaal €50.000 en maximaal €100.000 bedraagt. Met ingang van 2011 moet het gegarandeerd bedrag in alle lidstaten €100.000 bedragen.[3][4]

Toezicht[bewerken]

Voor het uitoefenen van het bankbedrijf heeft een onderneming een vergunning nodig van de toezichthouder van het land van vestiging. In de meeste landen is dit de centrale bank. In Nederland is dit de De Nederlandsche Bank, in België de Nationale Bank van België (de NBB). Uiteraard houdt deze toezichthouder constant toezicht op de bedrijfsvoering: de rol van het bankwezen in een ontwikkelde economie is dermate groot dat het faillissement van een grotere bank een sterk nadelige invloed op de algehele economie zou hebben. Om de financiële soliditeit van het bankwezen te waarborgen dienen banken te voldoen aan solvabiliteitseisen zoals die zijn opgesteld in het verband van de Bank for International Settlements.

Ten tijde van de Kredietcrisis werd door vele partijen geconstateerd dat het toezicht op de banken had gefaald. In 2009 werd begonnen met een versterking van het toezicht. Een probleem hierbij is het feit dat vele banken mondiaal opereren, terwijl het toezicht nog vooral nationaal georganiseerd is. Ter oplossing hiervan wordt onder andere aangedrongen op een betere samenwerking tussen nationale toezichthouders en een rol voor de Europese centrale bank bij het toezicht.

Beoordeling van banken en andere financiële instellingen[bewerken]

Om onder andere de kredietwaardigheid van onder andere banken en andere financiële instellingen te beoordelen (ratings), hanteren Standard & Poor's en Moody's bepaalde indelingen. Een daarvan is die van AAA (triple A = beste), AA, A, BBB, BB, B, CCC, CC en C. Hoe hoger een bank wordt gewaardeerd, des te beter is haar kredietwaardigheid. Dit is onder andere van invloed op het interestpercentage dat aan obligatiehouders betaald dient te worden. Hoe hoger de waardering, hoe lager dit interestpercentage.

Nuvola single chevron right.svg Zie ook Obligatierating

Systeembank[bewerken]

Een systeembank of systeemrelevante bank is een bank waarvan een mogelijk faillissement de potentie heeft om de rest van het financiële systeem en de reële economie ernstige schade te berokkenen. In Nederland geldt dit voor ING Bank, Rabobank, SNS Bank en ABN AMRO.[5] Bij problemen is de kans op enige vorm van redding door de overheid groter[6] (wat niet wil zeggen dat alle vorderingen op de bank ook "gered" worden).

ING Bank is de enige Nederlandse bank die aangemerkt wordt als een wereldwijde systeembank. Dit is opgenomen in een lijst van de Financial Stability Board (FSB), de organisatie die de hervorming van het internationale bankentoezicht coördineert[7]

Europees paspoort[bewerken]

Banken uit de Europese Economische Ruimte mogen op grond van hun vergunning in hun land van herkomst actief zijn in andere lidstaten. Die banken hebben een zogenaamd Europees paspoort[8].

Fusies van Nederlandse banken[bewerken]

 
Amev VSB GROEP
 
 
 
1990
 
 
 
 
 
 
Gemeentegiro Amsterdam
 
Postcheque- en Girodienst
 
 
 
 
 
 
 
1979 AMEV/VSB AG Groep (niet Nederlands)
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Nationale-Nederlanden
 
Postcheque- en Girodienst
 
Rijkspostspaarbank
 
Fortis groep
 
 
Nederlandsche Handel-Maatschappij
 
Twentsche Bank
 
Amsterdamsche Bank
 
Rotterdamsche Bank
 
Coöperatieve Centrale Raiffeisen-Bank
 
Coöperatieve Centrale Boerenleenbank
 
 
 
 
 
 
 
 
 
1986
 
 
 
 
 
 
1964
 
 
 
 
 
1964
 
 
 
 
1972
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Postbank N.V.
 
 
 
 
Algemene Bank Nederland
 
 
 
 
 
AMRO Bank
 
 
 
 
 
Coöperatieve Centrale Raiffeisen-Boerenleenbank
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
1989
 
Nederlandsche Middenstandsbank
 
 
 
 
 
 
 
1991
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
NMB Postbank Groep
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
ABN AMRO
 
 
 
 
1990
 
 
 
 
 
 
2007
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
ING Groep
 
Fortis groep
 
 
 
 
 
 
2010
 
 
 
 
 
 
ABN AMRO GROUP NV

Zie ook[bewerken]

Lijsten[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties