Oligopolie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een oligopolie (uit de Griekse woorden oligos 'weinig' en polein 'verkopen') is een situatie waarin een economisch product of dienst door slechts een paar grote aanbieders wordt aangeboden.

Meestal wordt een markt als oligopolie beschouwd wanneer de C4-index (concentratiegraad c.q. marktaandeel van de 4 grootste marktpartijen) groter is dan circa 70%. Er is dan volgens de Eerste Kamer (2009) sprake van een verhoogde concentratiegraad. Alternatief: de 6 grootste fabrikanten nemen gezamenlijk ongeveer 50% van de totale verkoop voor hun rekening.[1] De meest voorkomende oligopolies zijn heterogeen; dit zijn meestal, in de perceptie van de doelgroep, sterk aan elkaar verwante substituten. Is dit niet het geval, zijn de substituten exact hetzelfde, dan is de oligopolie homogeen. Oligopolies zijn een economisch natuurverschijnsel.

Voorbeelden[bewerken]

Voorbeelden van oligopolies zijn veel te vinden in de markten waarmee grote kapitalen of diepgaande kennis gemoeid is. Voorbeelden zijn de staalindustrie, het bankwezen, de computermarkt, de vliegtuigindustrie, de oliemarkt, energie, onderwijs, huisvesting, media, telefonie, supermarkten en internet. De markt van de spelconsoles is een heel toepasselijk voorbeeld van een oligopolie. Een voorbeeld van C6-oligopolie is de autoindustrie: er zijn ruim 50 verschillende merken, maar de 6 grootste autofabrikanten Toyota, General Motors, Volkswagen, Ford, Renault, en Nissan nemen gezamenlijk ongeveer 50% van alle autoverkopen voor hun rekening[1] en de resterende 44 fabrikanten nemen samen de andere helft van de markt voor hun rekening. De meerderheid van autofabrikanten is dus klein.

Kenmerken[bewerken]

Een kenmerk van oligopolie is dat de markt sterk onderhevig is aan verandering. Besluit Philips bijvoorbeeld de prijs van de Philishave te verlagen, dan zal Braun dat merken aan de afzet van zijn scheerapparaten. Dit kan zelfs overslaan naar de afzet van Wilkinson en Gillette (dit zijn heterogene substituten, minder verwant aan de Philishave dan de apparaten van Braun).

Een goede tactiek is daarom een grote vereiste. Als Coca Cola de prijzen verlaagt, kan het bedrijf tegenacties verwachten van Pepsi, waardoor Coca Cola uiteindelijk slechts zijn eigen inkomsten bederft. Marktstrategie is dus belangrijk, omdat prijsverlagingen slecht kunnen zijn voor het eigen bedrijf. Dit kan voorkomen worden door meer marketing, bijvoorbeeld reclame om zich toe te spitsen op belangrijke doelgroepen.

Kartelvorming[bewerken]

Omdat er slechts een paar aanbieders zijn, kan er kartelvorming ontstaan; zoals de meeste vormen van samenspel is dit vaak illegaal, want men bederft de marktwerking. Kartelvorming wordt soms bestreden door de mededingingsautoriteiten. In Nederland is dit de NMa. Een voorbeeld van illegale prijsafspraken: de bierbrouwers Heineken, Grolsch en Bavaria kregen in 2007 een boete van 274 miljoen euro opgelegd voor het maken van prijsafspraken.

Ontstaan[bewerken]

Oligopolies ontstaan door toetredingsbarrières zoals schaalvoordelen. Bij een stijgend productievolume daalt de gemiddelde kostprijs. Vaste kosten zoals de bouw van een fabriek worden omgeslagen over de totale productie. Bij een stijgende omzet dalen de vaste kosten per product. Andere barrières zijn patenten, beperkte toegang tot grondstoffen, en gelimiteerde beschikbaarheid van financieel kapitaal.

Biologische oligopolie[bewerken]

Charles Darwin had al opgemerkt dat de minderheid van biologische soorten algemeen, en de meerderheid der soorten zeldzaam zijn. Dit verschijnsel treedt op bij ecologische concurrenten, dus soorten die ongeveer dezelfde voedselbronnen gebruiken. Wanneer men het aantal individuen per soort in een histogram weergeeft krijgt men een karakteristieke curve ("hollow curve" of: "power law").[2]

Bronnen[bewerken]

  1. a b Jeroen Hinlopen, Volkskrant De Gammacanon (27) 3 juli 2010
  2. Relative species abundance; Power law