Eerste Kamer der Staten-Generaal

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Eerste Kamer der Staten-Generaal
Wetgevend orgaan van Vlag van Nederland Nederland
Coat of arms of the Eerste Kamer.svg
Algemene informatie
Opgericht in 1815
Aantal leden 75
Voorzitter Ankie Broekers-Knol (VVD)
Ontmoetingsplaats Den Haag
Portaal  Portaalicoon   Politiek
De Eerste Kamer in debat

De Eerste Kamer der Staten-Generaal vormt, tezamen met de Tweede Kamer, de Staten-Generaal van het Koninkrijk der Nederlanden. De kamer heeft 75 zetels (tot 1956 50 zetels).

Vergeleken met de Tweede Kamer heeft de Eerste Kamer of Senaat minder rechten en bevoegdheden. Haar voornaamste bezigheden liggen elders; slechts één dag in de week (op dinsdag) komen de leden van de Eerste Kamer bijeen om de wetsontwerpen die al door de Tweede Kamer zijn aangenomen nog eens te bespreken. Ze letten daarbij vooral op de technische kanten van het voorstel: de deugdelijkheid van de wet en de samenhang met andere wetten.

Geschiedenis[bewerken]

De Eerste kamer werd in 1815 gevormd door de splitsing van de Staten-Generaal in twee kamers, op verzoek van de Zuidelijke Nederlanden die de adel een plaats in het parlement wilden geven. De Noordelijke Nederlanden aanvaardden dit, onder de voorwaarde dat niet alleen adel lid kon worden, maar allen die "door diensten aan den Staat bewezen, door hunne geboorte of gegoedheid onder de aanzienlijksten van de lande behoren".[1] De Koning benoemde de leden van de Eerste Kamer voor het leven.

De onafhankelijkheid van België en de grondwetsherziening van 1840 veranderden niets aan de Eerste Kamer. Pas bij de grondwetsherziening van 1848 werd bepaald dat de Provinciale Staten de leden zouden kiezen.

Bij de grondwetsherziening van 1887 veranderde de inkomenseis voor de Eerste Kamer. Burgers die een hoog ambt hadden bekleed konden vanaf dat moment ook verkozen worden.[1]

Bij de grondwetsherziening van 1917 verkregen vrouwen het passieve kiesrecht voor de Eerste Kamer, en werden alle overige beperkingen om lid te mogen worden opgeheven. Het meerderheidsstelsel werd vervangen door een evenredige vertegenwoordiging.[1]

Tot 1983 was de zittingsduur niet vier maar zes jaar, en werd elke drie jaar de helft van de leden door de helft van de provincies gekozen.

Bevoegdheden[bewerken]

De Eerste Kamer is samen met de Tweede Kamer medewetgever: alle wetten moeten door de Senaat worden goedgekeurd. Dit houdt ook in het budgetrecht, omdat de Rijksbegroting in de vorm van wetsontwerpen door de regering wordt ingediend. Dit is een belangrijk middel om de regering te dwingen te luisteren naar het parlement.

In tegenstelling tot de Tweede Kamer heeft de Eerste Kamer geen recht van amendement. Ze kan de wetten die zijn goedgekeurd door de Tweede Kamer niet meer wijzigen, doch slechts goed- of afkeuren. Maar doordat de debatten met de bewindslieden deel uitmaken van de wetsuitleg, kunnen de toezeggingen van de ministers en staatssecretarissen wel gebruikt worden in rechtszaken wanneer deze iets zeggen over de toepassing van de wet. De Kamer kan in praktijk de minister ook dwingen een novelle, een aanvulling / wijziging op het wetsvoorstel, in te dienen bij de Tweede Kamer. De Eerste Kamer stelt de stemming over de wet dan uit tot de Tweede Kamer de novelle heeft goedgekeurd, en de Eerste Kamer over beide kan stemmen. In praktijk is dit dus een wijziging van het wetsvoorstel, hoewel het aan de regering of de Tweede Kamer blijft om die novelle in te dienen.

De Eerste Kamer kan, in tegenstelling tot de Tweede Kamer, ook geen initiatiefwetsvoorstel indienen.

De Eerste Kamer heeft wel net als de Tweede Kamer het recht op informatie, wat betekent dat de leden Kamervragen kunnen stellen (doch in tegenstelling tot de Tweede Kamer alleen schriftelijke), een debat met de minister kunnen aanvragen, het recht van interpellatie, en hierbij moties kunnen indienen. Het recht op informatie betekent ook dat de Kamer een parlementaire enquête kan houden, hoewel de Eerste Kamer dit nog nooit heeft gedaan. Wel is in 2012 door de Eerste Kamer onderzoek gedaan naar het privatiserings- en verzelfstandigingsbeleid van overheidsdiensten en -bedrijven.

Een motie van afkeuring, wantrouwen of treurnis kan ook in de Eerste Kamer worden aangenomen. Over de vraag of een motie van wantrouwen ertoe dient te leiden dat de minister aftreedt bestaat onenigheid in de literatuur.[2] Moties van wantrouwen worden in de Eerste Kamer zelden ingediend tegen individuele bewindslieden, en het is tot nu maar één keer voorgenomen dat deze werd ingediend tegen een heel kabinet. Dat deed de PVV tijdens een debat over de regeringsverklaring van het kabinet Rutte II in december 2012.[3] De PVV was de enige die voorstemde.

Hoewel de Eerste Kamer zich dus in de praktijk (de facto) bezighoudt met een laatste controle van wetgeving op degelijkheid en samenhang met andere wetten, heeft ze staatsrechtelijk (de jure) dezelfde bevoegdheden, met uitzondering van recht van amendement en het recht van initiatief waarvoor in de plaats een novelle kan worden ingediend ter aankondiging een wetsvoorstel te verwerpen als het ongewijzigd blijft. Een eventuele verandering is daarmee echter een nieuw voorstel, met het gebruikelijke verloop.

Verkiezingen[bewerken]

Anders dan de Tweede Kamer wordt de Eerste Kamer niet rechtstreeks door de Nederlandse bevolking gekozen, maar getrapt, namelijk door de leden van de Provinciale Staten.

Sinds de grondwetsherziening van 1983 wordt de Eerste Kamer eens in de vier jaar gekozen. Dit gebeurt binnen drie maanden na de verkiezingen voor Provinciale Staten. Op woensdag 2 maart 2011 waren er verkiezingen voor de Provinciale Staten. Op 23 mei werden de nieuwe leden van de Eerste Kamer gekozen.

Niet elk Statenlid heeft een even zware stem. Er wordt een 'weging' uitgevoerd waarbij een relatie wordt gelegd met het inwonertal van de provincie. Het inwonertal wordt gedeeld door het honderdvoud van het aantal Statenleden van de provincie. De uitkomst heet de stemwaarde. Zo had de provincie Groningen op 1 januari 2003 573.225 inwoners. Dit aantal wordt door 5500 (het toenmalig aantal Statenleden 55 × 100) gedeeld. De uitkomst daarvan is 104.

De op een partij in een provincie uitgebrachte stemmen worden vermenigvuldigd met de stemwaarde. De uitkomst van deze som heet stemcijfer. De zetelverdeling in de Eerste Kamer geschiedt met behulp van de kiesdeler. Deze wordt berekend door de som van de stemcijfers van alle provincies te delen door het aantal beschikbare zetels (75). Voor iedere partij wordt gekeken welk stemcijfer zij in totaal heeft behaald (in feite dus hoeveel stemmen zij heeft gekregen en welke stemwaarde die stemmen hadden). Dat totaal wordt gedeeld door de kiesdeler. De uitkomst van die deling levert het zetelaantal per partij op. Omdat de uitkomst bijna nooit een rond getal oplevert, blijven er reststemmen over, die kunnen leiden tot aanwijzing van een restzetel. Deze worden verdeeld aan de hand van een systeem van grootste gemiddelden.

Hoewel de eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba sinds 2010 als openbare lichamen onderdeel zijn van Nederland, zijn de eilandbewoners niet vertegenwoordigd in de Eerste Kamer. Dit komt door de getrapte verkiezingen via Provinciale Staten en het feit dat de eilanden niet onder een provicie vallen. Het is de bedoeling dat in de toekomst ook de Eilandsraden deel gaan nemen aan de Eerste Kamerverkiezingen. Hiervoor is echter een wijziging van de Grondwet noodzakelijk.[4] Een voorstel hiertoe is op 23 oktober 2012 in eerste lezing door de Tweede Kamer aangenomen,[5] maar de behandeling werd op 21 maart 2014 door de Eerste Kamer stilgelegd omdat zij eerst een evaluatie van de staatkundige vernieuwing wil afwachten. Die evaluatie wordt in 2015 verwacht.[6]

De kandidaat-leden voeren geen verkiezingscampagne. De verkiezingen voor de Staten van de provincie kunnen echter wel een sterk landelijke component kennen, met name indien de regering in de Eerste Kamer geen meerderheid heeft, zoals het in 2010 aangetreden kabinet-Rutte I, dat met 37 leden van VVD, CDA en PVV, niet over de 38 zetels beschikt die de absolute meerderheid in de Senaat vormen.

Voorzitter[bewerken]

De senatoren kiezen voor de duur van een zittingsperiode een voorzitter uit hun midden. Sedert 2 juli 2013 zit VVD'er Ankie Broekers-Knol de Eerste Kamer voor. Zij volgde Fred de Graaf op die aftrad nadat ophef was ontstaan rond de uitoefening van zijn taak als voorzitter van de Verenigde Vergadering op 30 april 2013.

Nuvola single chevron right.svg Zie ook: Lijst van voorzitters van de Eerste Kamer

Leden[bewerken]

Samenstelling Eerste Kamer vanaf 7 juni 2011

Sinds 7 juni 2011 is de verdeling als volgt:

Politieke partij Fractievoorzitter Zetels Verschil
Volkspartij voor Vrijheid en Democratie (VVD) Loek Hermans 16 +2
Partij van de Arbeid (PvdA) Marleen Barth 14 0
Christen-Democratisch Appèl (CDA) Elco Brinkman 11 -10
Partij voor de Vrijheid (PVV) Marcel de Graaff 10 +10
Socialistische Partij (SP) Tiny Kox 8 -4
Democraten 66 (D66) Roger van Boxtel 5 +3
GroenLinks (GL) Tof Thissen 5 +1
ChristenUnie (CU) Roel Kuiper 2 -2
Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP) Gerrit Holdijk 1 -1
50Plus (50+) Jan Nagel 1 +1
Partij voor de Dieren (PvdD) Niko Koffeman 1 0
Onafhankelijke Senaatsfractie (OSF) Kees de Lange 1 0

Voor de historische samenstelling van de Eerste Kamer, zie Historische zetelverdeling Eerste Kamer.
Voor de huidige samenstelling van de Eerste Kamer, zie Huidige samenstelling Eerste Kamer.

Griffier[bewerken]

De Eerste Kamer benoemt een griffier. Deze geeft leiding aan het ambtelijk apparaat dat de Kamer ten dienste staat. Sinds 1 september 2006 is dat Geert Jan Hamilton.

Nuvola single chevron right.svg Zie ook: Lijst van griffiers van de Eerste Kamer

Vergaderingen en Commissies[bewerken]

In de regel wordt alleen op dinsdag vergaderd. Bij uitzondering kan ook op maandagavond worden vergaderd, en bij hoge uitzondering op woensdag. De Eerste Kamer kent sinds 1950 diverse tijdelijke en vaste Kamercommissies.

Zie ook: Eerste Kamercommissie

Openbaarheid[bewerken]

De Eerste Kamer heeft een publieke tribune. Daarop kunnen maximaal 35 personen de vergadering volgen. De eerste rij van de tribune is gereserveerd voor de pers.

Via internet wordt de plenaire vergadering van de Eerste Kamer live uitgezonden. Het is niet mogelijk de debatten achteraf te bekijken, in tegenstelling tot de debatten van de Tweede Kamer.

De teksten van de debatten worden op internet gepubliceerd in de Handelingen. De voorlopige versie, "stenogram" genoemd, staat binnen enkele dagen op de site van de Eerste Kamer, de definitieve na enkele weken op overheid.nl.

Tegenstanders van de Eerste Kamer[bewerken]

Verschillende partijen in de Nederlandse parlementaire geschiedenis hebben gepleit voor het opheffen van de Eerste Kamer. Voor de Tweede Wereldoorlog was de Bond van Christen-Socialisten hier voorstander van, tegenwoordig de SP,[7] GroenLinks,[8] D66,[9] en de PVV.[10]

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Literatuur[bewerken]

  • Aan deze zijde van het Binnenhof. Gedenkboek ter gelegenheid van het 175-jarig bestaan van de Eerste Kamer der Staten-Generaal. 's-Gravenhage, 1990.
  • Bert H. van den Braak, De Eerste Kamer. Geschiedenis, samenstelling en betekenis 1815-1995. Leiden, 1999 (proefschrift).
  • Marion Bolten, Huis van de Senaat. 2014
Bronnen, noten en/of referenties
  1. a b c Geschiedenis Eerste Kamer. Eerstekamer.nl
  2. Het proefschrift van mr. Fred de Vries 'De staatsrechtelijke positie van de Eerste Kamer' (handelseditie uitgegeven mei 2000) verdedigt de stelling dat de vertrouwensregel ook geldt t.a.v. de Eerste Kamer. Dit geldt eveneens voor de 15e druk van het Handboek van het Nederlandse staatsrecht van Van der Pot (laatstelijk bewerkt door prof. mr. D.J. Elzinga en prof. mr. R. de Lange, met medewerking van mr. H.G. Hoogers). De 14e druk (toen nog Van der Pot/Donner geheten) verdedigde de stelling dat de vertrouwensregel niet geldt ten aanzien van de Eerste Kamer.
  3. Motie van wantrouwen PVV senaat
  4. Over Provinciale Staten op kiesraad.nl, laatst geraadpleegd op 11 april 2014.
  5. '33131 - Constitutionele basis voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (Grondwetswijziging, eerste lezing)', denederlandsegrondwet.nl, laatst geraadpleegd op 11 april 2014.
  6. 'Eerste Kamer: Grondwetswijziging status BES pas na evaluatie', NTR: Caribisch Netwerk 21 maart 2014, laatst geraadpleegd op 11 april 2014.
  7. "‘Wij zijn voor een zo helder mogelijk parlementair stelsel – en daarom voor een eenkamerstelsel’, stelt Tiny Kox, de voorman van de SP in de senaat." Uit: De Kamer die zich niet laat opheffen, de Volkskrant, 7 maart 2007. Geraadpleegd op 7 december 2009.
  8. "GroenLinks staat overigens kritisch ten opzichte van de Eerste Kamer zelf. Per saldo zou er weinig aan verloren gaan als de senaat zou worden opgeheven." Van: eerstekamer.groenlinks.nl, geraadpleegd op 19 november 2009.
  9. Eerste Kamer afschaffen. Van: D66.nl, geraadpleegd op 7 december 2009.
  10. "Afschaffen Eerste Kamer". Uit: Verkiezingspamflet, PVV.nl, geraadpleegd op 7 december 2009.