Hogerhuis (Verenigd Koninkrijk)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
The House of Lords (1809)
Helene, Barones Hayman (links), de eerste Lord Speaker van het Britse Hogerhuis, ontvangt Svetlana Medvedeva, echtgenote van de Russische president Dmitri Medvedev

Het Hogerhuis (House of Lords) is een van de kamers van het Britse tweekamerstelsel. Het Hogerhuis was tot oktober 2009 ook het hoogste hof voor strafzaken in Engeland, Wales, Noord-Ierland en voor civielrechtelijke zaken in het hele Verenigd Koninkrijk.

Het uit de 14e eeuw daterende Hogerhuis is de tegenhanger van het Lagerhuis (House of Commons, vergelijkbaar met de Nederlandse Tweede Kamer of de Belgische Kamer van Volksvertegenwoordigers). Er heerst een bezadigder sfeer dan in het Lagerhuis; de leden spreken elkaar tijdens zittingen aan met my noble friend of my noble lady; het is bij uitstek een belichaming van oude tradities. De voorzitter, de Lord Speaker, zit nog altijd op een wolzak, omdat in de middeleeuwen de schapenteelt werd beschouwd als de economische basis van Engeland. Het heeft niet veel macht: het kan besluiten van het Lagerhuis hooguit enige tijd tegenhouden. Wel wordt wetgeving geregeld geamendeerd op initiatief van het Hogerhuis. Twijfel over het bestaansrecht van het Hogerhuis is geen recent verschijnsel; in 1649 werd het zelfs afgeschaft door de revolutionaire Oliver Cromwell, die ook al met de monarchie had afgerekend. Na de Restauratie van de monarchie werd het in 1660 weer hersteld in een sterkere positie dan het Lagerhuis, die het tot in de 19e eeuw behield.

De meeste leden van het Hogerhuis worden niet via verkiezingen gekozen, maar erven hun zetel of worden benoemd door de Kroon.

Samenstelling[bewerken]

Er zijn twee groepen leden: vertegenwoordigers van Kerken (Lords Spiritual), die lid zijn zolang ze hun kerkelijke functie bekleden, en overige leden (Lords Temporal), die lid zijn voor het leven. Het Hogerhuis bestaat zodoende uit:

  • maximaal 26 geestelijken, op dit moment 2 aartsbisschoppen en 23 bisschoppen;
  • maximaal 12 rechters, door de regering benoemde leden die juridische functies uitoefenen, informeel bekend als de Law Lords. In 2009 is deze functie overgeheveld naar het nieuw opgerichte Supreme Court;
  • edelen die door vererving een zetel hebben gekregen. Sinds de hervormingen van 1999, waarbij honderden edelen hun zetel verloren, zijn dit er hooguit 92:
    • 15 erfelijk edelen gekozen door het gehele Huis
    • 75 erfelijk edelen gekozen door de erfelijke edelen in het Huis
    • 2 erfelijk edelen die bepaalde hoffuncties uitoefenen in het parlement
  • ca. 600 edelen die door benoeming van de kroon een zetel voor het leven hebben gekregen: Life Peers. Zij hebben de rang van Baron(es). In 2001 werden 15 zogeheten People's peers benoemd: burgers die door een onafhankelijke commissie waren voorgedragen voor benoeming.
  • Sinds 1958 kunnen ook ladies lid zijn van het House of Lords. In dat jaar traden de eerste vier vrouwen toe.

Voorzitter[bewerken]

Voorzitter van het Hogerhuis was tot 2006 de Lord Chancellor. Hij werd benoemd door de Koningin en was een der leidende ministers, aanvankelijk zelfs regeringsleider. Naarmate het gewicht van het Lagerhuis toenam, nam de macht van de Lord Chancellor af. Op 6 juli 2006 koos het Hogerhuis voor het eerst zelf een voorzitter (Lord Speaker).

Hervormingsvoorstellen Hogerhuis[bewerken]

In maart 2010 berichtte de The Sunday Telegraph op basis van gelekte gegevens dat de Britse regering het Hogerhuis wilde afschaffen en een nieuwe Kamer installeren, die vermoedelijk de 'Senaat' genoemd zou moeten worden. Volgens de krant was het een strategie van de regerende Labour Party voor de komende parlementsverkiezingen; zo zouden ze de Conservatieve Partij uit de tent willen lokken.[1]

Na die verkiezingen, die Labour verloor, trad in mei 2010 een regering van Liberal Democrats (LD) en de Conservatieven aan. Hierin werden op initiatief van LD afspraken gemaakt over het reduceren van het aantal leden van het Hogerhuis tot 450, die bovendien voor 80 procent gekozen in plaats van benoemd zouden moeten worden en niet langer de titel 'Lord' zouden mogen dragen. Aan de kant van de Conservatieven was hier echter veel verzet tegen, waardoor 2012 een stemming in het Lagerhuis over de kwestie niet doorging, tot verontwaardiging van de vicepremier van LD, Nick Clegg.[2]

Bronnen, noten en/of referenties