Senaat (België)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Senaat
Sénat (Frans)
Senat (Duits)
Wetgevend orgaan van Flag of Belgium (civil).svg België
Logo van de Belgische Senaat
Logo van de Belgische Senaat
Algemene informatie
Opgericht in 1831
Aantal leden 60
Voorzitter Sabine de Bethune (CD&V)
Ontmoetingsplaats Paleis der Natie, Brussel
Zetelverdeling
Senaat 2014
12
9
8
8
5
5
4
3
3
2
1
12 
De 60 zetels zijn verdeeld onder:

██ N-VA: 12

██ PS: 9

██ CD&V: 8

██ MR: 8

██ Open Vld: 5

██ sp.a: 5

██ cdH: 4

██ Groen: 3

██ Ecolo: 3

██ VB: 2

██ Duitstalig Sjabloon:Zetelverdeling/Controle/Afkorting: 1

Portaal  Portaalicoon   Politiek

De Senaat is een volksvertegenwoordiging van België. Van 1831 tot 2014 vormde die een van de twee kamers van het bicamerale Federaal Parlement van België; de ander is de Kamer van Volksvertegenwoordigers. Hij werd beschouwd als het "hogerhuis" van het Federaal Parlement. Hij onderging een aantal hervormingen die uitmondden in 2014 op de afschaffing van het tweekamerstelsel. Door het Vlinderakkoord worden de senatoren niet meer rechtstreeks verkozen en werd de senaat herleid tot een ontmoetingsplek tussen gewesten en gemeenschappen van het federale België. Op 24 april 2014 hield de uit rechtstreeks verkozen leden samengestelde senaat zijn laatste zitting.

Geschiedenis[bewerken]

Nederlandstalige partijen en hun behaalde resultaten voor de senaat van 1971 tot 2003 uitgedrukt in procenten

Oprichting[bewerken]

Na de Belgische Revolutie moest het Nationaal Congres zich buigen over de opstelling van een Belgische Grondwet. Verenigd in de strijd tegen Nederland was men het over de meeste zaken snel eens. De Senaat was echter een moeilijk punt.

Vooreerst was er discussie of men moest kiezen voor een eenkamer- dan wel een tweekamerstelsel. Men had immers negatieve ervaringen met zo'n "eerste kamer" onder het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Uiteindelijk koos men toch voor een tweekamerstelsel, uit vrees voor al te revolutionaire beslissingen door de democratischere Kamer van Volksvertegenwoordigers, zoals men dat in Frankrijk had gezien. De Senaat zou dus als een conservatief tegengewicht moeten dienen. Bovendien dacht men dat zo'n aristocratische Kamer als bemiddelaar zou kunnen fungeren tussen de Kamer en de Koning. Doordat wetten een tweede keer goedgekeurd moeten worden, vermijdt men ook dat de Kamer onder druk van de publieke opinie zou overgaan tot gelegenheidswetten, volgens de waan van de dag. In de praktijk is echter gebleken dat de Senaat zich altijd eerder terughoudend heeft opgesteld ten aanzien van de Kamer.

Nadat die basisoptie genomen was, moest men nog bepalen hoe men die Kamer zou samenstellen. Hiervoor had men de keuze tussen verschillende systemen: benoeming door de Koning, erfelijk lidmaatschap ... Uiteindelijk koos men voor een verkozen kamer, waar men om verkozen te kunnen worden aan een hogere cijnsvoorwaarde moest voldoen (1000 gulden), waardoor er in de praktijk slechts 400 personen verkiesbaar waren. De Senaat werd dus een erg elitair orgaan. Naast die rechtstreeks verkozen senatoren zaten er ook de senatoren van rechtswege.

Kleine hervormingen[bewerken]

In 1893 werd de Senaat gedemocratiseerd, doordat de cijnsvereiste verlaagd werd. Daarnaast werd een nieuwe categorie van senatoren ingevoerd: de provinciale senatoren. Elke provincie mocht een aantal senators aanduiden, om op die manier te verzekeren dat elke provincie betrokken zou worden bij de nationale besluitvorming. Deze categorie werd in 1993 afgeschaft.

In 1920 werd opnieuw een nieuwe categorie senatoren ingevoerd, de gecoöpteerde senatoren. De bedoeling was om meer kwaliteit in de Senaat te brengen, mensen met verdienste in de samenleving die een positieve inhoudelijke bijdrage zouden hebben in de totstandkoming van de wetten.

Tezelfdertijd werden ook de verkiesbaarheidsvoorwaarden gewijzigd: in plaats van een cijnsvoorwaarde werd een lijst van 21 voorwaarden ingevoerd. Wanneer men aan 1 van die voorwaarden voldeed, kon men verkozen worden. Bijna iedereen voldeed wel aan een van die voorwaarden, waardoor het verschil in samenstelling met de Kamer afnam.

Periode 1993-2014[bewerken]

Tot 1993 werden de deelstaatparlementen niet verkozen. Het Vlaams Parlement bestond uit de Vlaamse leden van het federaal parlement. Dit dubbelmandaat werd afgeschaft, waardoor er 318 parlementairen meer nodig waren. Om deze toename te compenseren werd het aantal leden van de Kamer van 212 tot 150 gebracht en het aantal Senatoren van 184 tot 71. Ook kwam er een inhoudelijke hervorming: er werd een nieuwe categorie senatoren ingevoerd, de gemeenschapssenatoren. Daardoor wilde men de Senaat aanpassen aan de door de staatshervorming gecreëerde federale structuur. Hierdoor kunnen de deelstaten betrokken worden bij grondwetswijzigingen. Daarnaast vond men het nuttig om een reflectiekamer te hebben, die over de kwaliteit van de wetgeving zou kunnen waken door een evocatierecht.

De senaat telde toen 71 leden, verdeeld in 3 categorieën:

Het behoorde tot de doelstellingen van de regering-Verhofstadt II om de Senaat opnieuw te hervormen, waarbij waarschijnlijk de functie van reflectiekamer zou verdwijnen en de Senaat nog verder zou omgevormd worden tot een kamer van de deelstaten.

Huidige vorm (sinds 2014)[bewerken]

In het Vlinderakkoord van 2011 werd beslist om de Senaat niet meer rechtstreeks te laten verkiezen, maar het te laten functioneren als een soort ontmoetingsplaats voor deelstaatparlementen. Zowel de rechtstreeks verkozen senatoren als de senatoren van rechtswege zullen worden afgeschaft. Voortaan zal de Senaat 50 deelstaatsenatoren tellen: 29 Nederlandstaligen, 20 Franstaligen en 1 Duitstalige. De 10 gecoöpteerde senatoren blijven wel behouden. De Senaat zal slechts één keer per maand samenkomen en zal enkel nog bevoegd zijn voor de staatshervorming en het koningshuis. De Senaat zal dus geen onderzoekscommissies meer kunnen organiseren en geen mondelinge vragen meer kunnen stellen.[1]

De samenstelling ziet er als volgt uit:[2]

  • 29 senatoren aangewezen door het Vlaams Parlement uit het Vlaams Parlement of uit de Nederlandse taalgroep van het Brussels Hoofdstedelijk Parlement
  • 10 senatoren aangewezen door en uit het Parlement van de Franse Gemeenschap (die zelf is samengesteld uit alle leden van het Waals Parlement en enkele leden van de Franse taalgroep van het Brussels Hoofdstedelijk Parlement)
  • 8 senatoren aangewezen door en uit het Waals Parlement
  • 2 senatoren aangewezen door en uit de Franse taalgroep van het Brussels Hoofdstedelijk Parlement
  • 1 senator aangewezen door en uit het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap
  • 6 senatoren, gecoöpteerd door de 29 Nederlandstalige senatoren (verdeeld op basis van de verkiezingsuitslag van de Kamer van Volksvertegenwoordigers)
  • 4 senatoren, gecoöpteerd door de 20 Franstalige senatoren (idem)

In totaal zal de nieuwe Senaat 60 senatoren tellen: 35 Nederlandstaligen (58,3%), 24 Franstaligen (40 %) en 1 Duitstalige (1,7 %).

Bevoegdheden[bewerken]

Voorgevel van de Senaat
Zetels in de Senaat
Koffiekopje met het S-logo van de Senaat

Sinds 1993 is de macht van de Senaat ingeperkt: de regering is niet langer verantwoordelijk voor de Senaat, waardoor ze daar niet meer kan vallen. Ook zijn de inhoudelijke bevoegdheden beperkt. Er zijn nu 3 soorten wetgevingsprocedures, steeds met een andere functie voor de Senaat:

  • Exclusieve bevoegdheden van de Kamer: art. 74 GW somt de aangelegenheden op waarin alleen de Kamer bevoegd is en de Senaat op geen enkele manier kan tussenkomen:
  • Verplicht tweekamerstelsel: De Kamer van volksvertegenwoordigers en de Senaat moeten allebei betrokken worden bij volgende aangelegenheden (een lijst die kan uitgebreid worden door een bijzondere wet:
    • de verklaring tot herziening van de Grondwet en de herziening van de Grondwet;
    • de aangelegenheden waarvan in de Grondwet wordt gesteld dat de Kamers gelijk bevoegd zijn;
    • de wetten bedoeld in de artikelen 5, 39, 43, 50, 68, 71, 77, 82, 115, 117, 118, 121, 123, 127 tot 131, 135 tot 137, 140 tot 143, 145, 146, 163, 165, 166, 167, § 1, derde lid, § 4 en § 5, 169, 170, § 2, tweede lid, § 3, tweede en derde lid, § 4, tweede lid, en 175 tot 177 van de Grondwet, evenals de wetten ter uitvoering van de voormelde wetten en artikelen;
    • de bijzondere wetten, evenals de wetten ter uitvoering hiervan;
    • de wetten die bevoegdheden overdragen aan volkenrechtelijke instellingen;
    • de wetten houdende instemming met verdragen;
    • de wetten aangenomen om de naleving van internationale of supranationale verplichtingen te verzekeren;
    • de wetten op de Raad van State;
    • de organisatie van de hoven en rechtbanken;
    • de wetten tot goedkeuring van samenwerkingsakkoorden tussen de Staat, de gemeenschappen en de gewesten.
  • In alle andere aangelegenheden bepaalt de Senaat zelf de mate waarin zij in de besluitvorming wordt betrokken. Zij worden in de procedure betrokken door:
    • zelf een initiatief te nemen
    • gebruik te maken van hun evocatierecht

De senaat blijft, buiten de begrotingsbevoegdheid, wel over alle traditionele bevoegdheden van een parlement beschikken: ze hebben nog het recht van onderzoek, bepalen zelf hun dotatie, stelt haar eigen reglement op..

Bureau[bewerken]

De werking van de Senaat wordt geregeld door het bureau. Het is samengesteld uit de voorzitter, de ondervoorzitters, de quaestoren (die vooral instaan voor het financieel beleid) en de fractievoorzitters). Het bureau wordt samengesteld op basis van verkiezing onder de leden van de Senaat, rekening houdend met een voldoende vertegenwoordiging van de oppositie.

De voorzitter van de Senaat voor de periode 2011-2014 was:

Het bureau van de Senaat bestond verder uit:

Fractievoorzitters:

Griffier van de Senaat (Secretaris-generaal) was Hugo Hondequin.

Eedaflegging[bewerken]

Elke senator moet een eed afleggen, in één van de drie landstalen. Die eed luidt Ik zweer de Grondwet na te leven - Je jure d'observer la Constitution - Ich schwöre, die Verfassung zu beachten.

Financieel[bewerken]

Een senator had tot de verkiezingen van 2014 een brutojaarinkomen van € 103.794. Daarenboven genoten senatoren nog van andere financiële voordelen, en voordelen in natura. Bijvoorbeeld een maandelijkse onkostenvergoeding van € 1.748, portvrije zendingen, en gratis gebruik van het openbaar vervoer.

Senatoren met functies in de senaat, zoals voorzitter, bureaulid, of fractieleider, kregen een supplementair bedrag, en een wagen met chauffeur.

Een uittredend senator met vier, acht of twaalf jaar anciënniteit, krijgt een uittredingsvergoeding. De exacte berekening gebeurt door de quaestuur van de senaat en is zeer complex, bijvoorbeeld

  • Wie twaalf jaar heeft gezeteld, heeft recht op 24 maanden lang een bruto vergoeding van € 7.460, of € 179.040 in totaal.
  • Wie tegelijk ook fractievoorzitter is geweest, strijkt daarvoor ook nog eens 24 maal € 2.800 op, of zowat € 67.200 euro in totaal.

Vanaf 2014 krijgen de 50 deelstaatsenatoren geen bijkomende vergoeding voor hun opdracht in de senaat. De 10 gecoöpteerde senatoren krijgen wel een inkomen, zij krijgen de helft van een normale parlementaire vergoeding.[3]

Vergelijkbare kamers[bewerken]

Zetelverdeling[bewerken]

2014-2019[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Samenstelling Belgische Senaat 2014-2019 voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

2010-2014[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Samenstelling Belgische Senaat 2010-2014 voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

 Inaugurale zetelverdeling van de Senaat in 2010.

2007-2010[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Samenstelling Belgische Senaat 2007-2010 voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

 Inaugurale zetelverdeling van de Senaat in 2007.

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties