Burgemeester

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nuvola single chevron right.svg Voor de zeevogels die burgemeester worden genoemd, zie Kleine burgemeester en Grote burgemeester.

De burgemeester is een bestuursfunctionaris op gemeentelijk niveau. Internationaal is er een verscheidenheid aan functies en macht die een burgemeester heeft.

Etymologie[bewerken]

De wijze waarop burgemeester in het Nederlands gespeld wordt, gaat terug op de etymologische oorsprong. Burgemeester is van oudsher namelijk de samenstelling van de woorden burg en meester. Burg heeft met andere woorden die eindigen op een fricatief, in de loop van de ontwikkeling van het Middelnederlands een slot-t gekregen, vergelijkbaar met rijst. Hierdoor werd de /g/ stemloos, en dus geschreven als ch, waardoor het woord burcht ontstond. De burgemeester is van oudsher de eindverantwoordelijke voor de burcht en verleende mensen het recht zich hierin terug te trekken tijdens noodtoestanden, waarbij de rechthebbenden burgers werden genoemd. Burger en burgemeester zijn afgeleid van burg. In plaatsnamen als Middelburg en Domburg is het verschijnsel van de slot-t niet opgetreden en blijft het oorspronkelijke burg herkenbaar.

Zodoende schrijft men ook in het hedendaags Nederlands burgemeester, terwijl burgervader een r krijgt aan het einde van het eerste lid van de samenstelling, omdat dit woord etymologisch gezien een samenstelling is van burger en vader.[1]

België[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie ook: Belgische gemeente en College van burgemeester en schepenen

Benoeming[bewerken]

De burgemeester is in België het hoofd van het gemeentebestuur en wordt door de gewestregering benoemd uit de leden van de gemeenteraad voor een periode van zes jaar. De gemeenteraadsleden kunnen daarvoor kandidaten voordragen bij de provinciegouverneur. In uitzonderlijke gevallen kan de burgemeester ook worden benoemd buiten de verkozenen voor de gemeenteraad.

De burgemeester staat aan het hoofd van de gemeentelijke administratie en is meestal voorzitter van de gemeenteraad (sinds 2007 kan in Vlaanderen een gemeenteraad zijn eigen voorzitter kiezen) en het college van burgemeester en schepenen. Daarnaast staat hij ook aan het hoofd van de lokale politie op bestuurlijk vlak of zetelt hij in de politieraad indien het lokale politiekorps verschillende gemeenten bedient. Hij moet ervoor zorgen dat de wetten en de besluiten van hogere overheden uitgevoerd worden.

Belgische burgemeesters dragen een sjerp in de kleuren van de Belgische vlag. Franstalige burgemeesters heten in België "bourgmestre"; opmerkelijk want in Frankrijk heet de functie "le maire".

Bij de staatshervorming van 2001 (Lambermontakkoord) werd de bevoegdheid inzake de organisatie van de lokale besturen overgedragen aan de drie Gewesten, zodat er geleidelijk aan verschillende regelingen ontstaan voor het Vlaams Gewest, het Waals Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Het Vlaams Parlement keurde op 6 juli 2005 een nieuw gemeentedecreet goed waarin de rol en bevoegdheden van alle actoren in de lokale besturen grondig werden geherdefinieerd.

In Wallonië wordt sinds 2006 de burgemeester zo goed als rechtstreeks verkozen: de verkozene met de meeste voorkeurstemmen op de lijst met de meeste stemmen binnen de gevormde meerderheidscoalitie, wordt automatisch voorgedragen als burgemeester.

In Wallonië luidt de eed die burgemeesters moeten afleggen "Je jure fidélité au Roi, obéissance à la Constitution et aux lois du peuple belge." terwijl dit in Vlaanderen slechts "Ik zweer de verplichtingen van mijn mandaat trouw na te komen." is.

Praktijk[bewerken]

In België wordt het burgemeesterschap soms (in het verleden dikwijls) gekenmerkt door lange bestuursperiodes door één en dezelfde persoon of familie.

De burgemeesters kwamen meestal uit de families van regenten, adel, grootgrondbezitters, hereboeren of industriëlen. Die namen dan zelf de taak op of lieten het over aan anderen. In België waren de burgemeesters vroeger vaak bierbrouwers, zoals in de gemeenten Merchtem, Laarne, Opwijk, Steenhuffel, Wieze, Landegem en Ulbeek.

Pas na de Tweede Wereldoorlog kwam er een democratisering van het ambt.

België kent het fenomeen van de "verhinderd burgemeester": ambtsdragers die de uitvoering van hun bevoegdheden overlaten aan een waarnemer omdat zij een conflicterende dubbelfunctie hebben aanvaard, bijvoorbeeld die van minister of eurocommissaris. Zo is federaal premier Elio Di Rupo nog steeds burgemeester van Bergen en eurocommissaris Karel De Gucht burgemeester van Berlare. Er wordt ook wel gesproken van "titelvoerend burgemeester".

Districtsburgemeester[bewerken]

Sinds de decentralisatie in 2001 hebben de Antwerpse districten ook een uitvoerend districtscollege met "districtsschepenen" en een "districtsvoorzitter" of ook wel "districtsburgemeester" genoemd.

Duitsland[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie ook: Duitse gemeente

In Duitsland heet een burgemeester Bürgermeister. Grote steden, om precies te zijn kreisfreie Städte, hebben een Oberbürgermeister en meerdere Bürgermeister. De wetgeving rond de gemeentes en daarmee de burgemeesters hangt van de deelstaten af. In vrijwel alle deelstaten wordt de burgemeester direct door het volk gekozen. Zijn ambtstermijn duurt vier, vijf of zes jaar. Hij is niet alleen hoofd van de administratie maar ook van de gemeenteraad.

De drie steden Berlijn, Hamburg en Bremen zijn deelstaten. De burgemeesters worden er door het deelstaatparlement en niet door het volk gekozen. Ze zijn dus eerder vergelijkbaar met de ministers-presidenten van deelstaten dan met de burgemeesters van normale steden. De burgemeester van Berlijn heeft de titel Regierender Bürgermeister, die van Hamburg Erster Bürgermeister en de burgemeester van de deelstaat Bremen Senatspräsident.

Nederland[bewerken]

Burgemeesters in Nederland naar politieke overtuiging
grafiek gebaseerd op gegevens van het ministerie van Binnenlandse Zaken d.d. 13 december 2011
Overzicht van de politieke achtergrond van Nederlandse burgemeesters. Gebaseerd op 25 november 2012

Benoeming[bewerken]

Een burgemeester wordt in Nederland door de Kroon benoemd, nadat het kabinet met de benoeming heeft ingestemd op grond van een voordracht door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties gebaseerd op een aanbeveling van de gemeenteraad van de bewuste gemeente. In een aantal gemeenten (Delfzijl, Best, Vlaardingen, Boxmeer, Leiden, Zoetermeer, Utrecht en Eindhoven) is een burgemeestersreferendum gehouden, waarin de bevolking kon kiezen tussen twee kandidaten. Dit referendum had een raadplegend karakter en was niet bindend. Aangezien de ervaringen niet positief waren (lage opkomst bij referenda en beperkte keuze voor de kiezer) wordt het burgemeestersreferendum niet meer toegepast.

Nederlandse burgemeesters dragen (in bepaalde omstandigheden) een ambtsketen en worden benoemd voor een ambtsperiode van zes jaar. Na afloop van die termijn van zes jaar zijn zij telkens weer voor zes jaar herbenoembaar. Bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd kan een burgemeester zijn ontslag indienen. In oktober 2006 heeft het Kabinet aangekondigd te zullen bevorderen dat burgemeesters niet langer na het bereiken van de leeftijd van 65 jaar "automatisch" zouden worden ontslagen. Sinds 11 mei 2007 kan een burgemeester nu desgewenst zijn ambt blijven bekleden tot hij de leeftijd van 70 jaar heeft bereikt. Na het bereiken van de 70-jarige leeftijd wordt hem ontslag verleend. Een burgemeester verzoekt om ontslag bij het bereiken van deze leeftijd, zodat hem "op zijn verzoek" eervol ontslag kan worden verleend. In 2009 kondigde PvdA-minister Guusje ter Horst aan dat zij voornemens was om het burgemeesters niet toe te staan langer dan 3 termijnen (18 jaar) in het ambt te zijn van 1 gemeente. Na kritiek van haar coalitiegenoten VVD en CDA trok zij dit voorstel weer in.[2]

In het verleden zijn er burgemeesters geweest die ook nog na hun 70e burgemeester waren. De burgemeesters met de langste ambtstermijn in de Nederlandse geschiedenis bij 1 gemeente zijn Nicolaas Stephanus van Meurs, die tussen 1802 en 1863 61 jaar burgemeester van Heerde was en Jan Dirk Preuijt die tussen 1825 en 1886 eveneens 61 jaar burgemeester van Geervliet was.

In de Grondwet staat een bepaling dat de burgemeester bij Koninklijk Besluit wordt benoemd. In 2002 is een wetsvoorstel aanvaard om deze bepaling uit de Grondwet te schrappen. Het wetsvoorstel is door beide Kamers der Staten-Generaal aanvaard in eerste lezing. De Eerste Kamer heeft het wetsvoorstel in 2002 zonder debat bij acclamatie aangenomen (in de eerste aanleg).

Op 22 maart 2005 heeft de Eerste Kamer dit wetsvoorstel in tweede lezing met 42 tegen 31 verworpen, waardoor de Grondwet ongewijzigd bleef. Dit heeft tot gevolg dat er vooralsnog geen gekozen burgemeester in Nederland komt.

De burgemeester vormt samen met de wethouders het dagelijks bestuur van de gemeente, het college van burgemeester en wethouders geheten (of vaak ook wel kortweg het college van B en W genoemd).
De burgemeester is voorzitter van het college van burgemeester en wethouders en heeft stemrecht. Als de stemmen staken is die van de burgemeester doorslaggevend.

De burgemeester is voorzitter van de gemeenteraad maar kan niet tevens raadslid zijn. In de gemeenteraad heeft hij geen stemrecht. In 2008 is een eerste stap gezet om het voorzitterschap van de gemeenteraad niet meer verplicht bij de burgemeester te leggen door deze bepaling uit de Grondwet te schrappen, maar de Gemeentewet blijft deze verplichting vooralsnog voorschrijven.

Iemand kan gelijktijdig burgemeester zijn van meer dan één gemeente. Op het moment van de benoeming van de burgemeester mogen die gemeenten samen niet meer dan 10.000 inwoners hebben. Vanwege de samenvoeging van gemeenten (gemeentelijke herindeling), zijn er steeds minder kleine gemeenten die een burgemeester delen met een andere.

De burgemeester moet wonen in de gemeente - of in één van de gemeenten - waarvan hij burgemeester is. Een van buiten de gemeente benoemde burgemeester moet uiterlijk binnen één jaar nadat hij is benoemd zijn verhuisd. Gemeenteraden kunnen een ontheffing verlenen van deze verplichting, bijvoorbeeld als de gemeente op de nominatie staat om heringedeeld te worden binnen de ambtstermijn van de burgemeester.

Bevoegdheden en taken[bewerken]

De burgemeester is in Nederland niet het hoofd van de gemeente. Hoofd van de gemeente is de gemeenteraad.

Als voorzitter van het college en de raad heeft de burgemeester mede tot taak om de kwaliteit van het bestuur in de gemeente te bewaken en de interne afstemming binnen de gemeente te bevorderen.

De burgemeester is niet alleen voorzitter van de raad en voorzitter van het college. Hij is ook zelf een bestuursorgaan en heeft zijn eigen bevoegdheden. Deze hebben vooral betrekking op openbare orde en veiligheid. De burgemeester heeft het toezicht op openbare bijeenkomsten en op voor het publiek openstaande gebouwen, zoals horecagelegenheden. In geval van nood is hij bevoegd noodbevelen te geven en noodverordeningen vast te stellen. De burgemeester heeft het opperbevel bij brand en ongevallen, waarbij de brandweer is ingeroepen. Ook heeft de burgemeester representatieve taken. Hij vertegenwoordigt de gemeente "in en buiten rechte", dus als de gemeente partij is in een rechtszaak maar ook als namens de gemeente stukken moeten worden ondertekend.

De burgemeesters van Alkmaar, Amsterdam, Almere, Apeldoorn, Arnhem, Assen, Den Haag, Dordrecht, Eindhoven, Enschede, Groningen, Haarlem, 's-Hertogenbosch, Hilversum, Leeuwarden, Leiden, Maastricht, Middelburg, Nijmegen, Rotterdam, Tilburg, Utrecht, Venlo, Zaanstad en Zwolle zijn ook korpsbeheerder van de politie.

Elk jaar brengt de burgemeester het burgerjaarverslag uit. Daarin wordt verslag uitgebracht onder andere over de kwaliteit van de gemeentelijke dienstverlening richting de burger, inspraak en burgerparticipatie.

Loco- en waarnemend burgemeester[bewerken]

Als de burgemeester verhinderd is zijn ambt uit te oefenen of als er geen burgemeester is, dan wordt het ambt waargenomen door een door het college van burgemeester en wethouders aangewezen wethouder. De wethouder die het burgemeestersambt waarneemt wordt locoburgemeester genoemd. Wanneer alle leden van het college van burgemeester en wethouders afwezig zijn wordt de nestor van de Gemeenteraad, en daarna de in anciënniteit tweede enzovoort, locoburgemeester. De Gemeentesecretaris komt als ambtenaar niet in aanmerking voor de tijdelijke vervulling van dit ambt.

Een waarnemend burgemeester is een door de commissaris van de Koning tijdelijk aangestelde vervanger als er langere tijd geen gewone burgemeester in functie is in een gemeente.

Historisch[bewerken]

Het ambt van burgemeester komt reeds voor in de Nederlandse steden in de middeleeuwen. Zo komen de eerste burgemeesters van Groningen en van Dordrecht voor in de 13e eeuw en de eerste burgemeesters van Amsterdam in de 14e eeuw.

Aan het begin van de 15e eeuw verleende graaf Albrecht van Beieren aan Amsterdam een privilege waarbij de hoofdmacht van de stad in handen werd gelegd van burgemeesteren, gekozen door de oud-raad. Dit college, bestaande uit schepenen, oud-schepenen, burgemeesteren en oud-burgemeesteren, koos op Vrouwendag (2 februari) drie burgemeesters, die uit de aftredende functionarissen een vierde benoemden. Bijna vier eeuwen lang, tot de omwenteling van 1795 bleef die unieke macht van burgemeesters van de stad op deze wijze geregeld.

De schepenen van Antwerpen stelden in 1409 twee borchmaistres aan, zonder toestemming van de hertog, een binnenburgemeester en een buitenburgemeester. Ook deze bijzondere macht bleef er tot 1794 zo geregeld.

In onder meer Noord-Brabant was de functie van de burgemeester vóór 1795 een heel andere; de burgemeesters of borgemeesters beheerden de dorpskas. In Venlo (toentertijd onderdeel van het Hertogdom Gelre) kwamen vanaf 1348 twee burgemeesters voor (tot 1679, toen het één functie werd), namelijk de regerend burgemeester en de paijburgemeester (beide functies bestonden overigens ook in Roermond), waarbij paij betekent "betaal", dus wat we nu een wethouder van financiën zouden noemen.

Ook op Schokland (een voormalig eiland in de voormalige Zuiderzee) kent men voor 1795 'burgemeesters'. Hun functie is min of meer te vergelijken met die van de tegenwoordige wethouder. In 1767 bestaat het gerecht van Emmeloord (het noordelijke deel van Schokland) - op dat moment eigendom van Amsterdam - uit een schout, die tegelijk secretaris is, en vijf burgemeesters, die ook schepen zijn. Zij leggen een schepeneed af en blijven twee jaar in functie. Rond Pasen worden het ene jaar drie burgemeesters vervangen, het andere jaar twee.

Tot ruim in de twintigste eeuw was het burgemeestersambt in Nederland in de praktijk voorbehouden aan mannen. In 1946 kwam met de benoeming van Truus Smulders-Beliën hierin echter verandering. Maar na haar benoeming bleef zij nog lang de enige vrouwelijke burgemeester van Nederland. Pas op 16 oktober 1964 werden twee andere vrouwen tot burgemeester benoemd: M. van der Wall-Duyvendak (Geldermalsen) en mr. C.M. s'Jacob-des Bouvrie (Leersum).[3] Daarna kwamen er langzamerhand meer zoals: H.L.M. van Hangest barones d'Yvoy (Rozendaal, 1968), J.M. Corver-van Haaften (Heiloo, 1968), G.J. van den Bosch-Brethouwer (Puttershoek, 1972) en A.J. le Coultre-Foest (Blaricum, 1973).

Crisissituaties[bewerken]

Evenals de wethouders van een gemeente zijn burgemeesters steeds meer afhankelijk geworden van het vertrouwen van de gemeenteraad. Uit een onderzoek naar bestuurlijke probleemsituaties rond burgemeesters, dat in 2006 in opdracht van de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken Remkes en het Nederlands Genootschap van Burgemeesters werd verricht door de Open Universiteit en een particulier adviesbureau, bleek het belang van persoonlijke eigenschappen om crisissituaties het hoofd te kunnen bieden, om het vertrouwen van de gemeenteraad te kunnen blijven genieten.

Het onderzoek werd uitgevoerd door een team onder leiding van prof. dr. A.F.A. Korsten en prof. dr. H. Aardema en richtte zich op het gedwongen vertrek van burgemeesters in Nederlandse gemeenten in de periode 2000 tot en met 2005. In deze periode werden 36 ‘gevallen’ burgemeesters getraceerd (op een totaal aantal van ca. 460 gemeenten).

Het moeilijkst bleek het voor burgemeesters te overleven in "bestuurlijk risicovolle" gemeenten, dat wil zeggen gemeenten die worden gekenmerkt door een optelsom van factoren zoals een instabiel college, een in kleine fracties opgedeelde gemeenteraad en wat genoemd werd een "negatieve bestuurscultuur".[4]

Burgemeester in oorlogstijd[bewerken]

De positie van een (niet fascistische) "burgemeester in oorlogstijd" is spreekwoordelijk moeilijk. Op grond van het landoorlogreglement, een internationaal verdrag, moesten zij tijdens de Tweede Wereldoorlog de bezetter bijstaan maar deze moest op zijn beurt de Nederlandse en Belgische wet en rechtsorde respecteren. Van dat laatste kwam niets terecht. De burgemeesters stonden zo voor een dilemma; aftreden en worden vervangen door een fascist die nog meer schade aan zou richten of aanblijven en gecompromitteerd raken door het ingaan op de Duitse eisen.

Afgezien van de door Rijkscommissaris Seyss-Inquart benoemde burgemeesters die lid van de N.S.B. waren, zijn na de oorlog als resultaat van de zuivering 700 Nederlandse burgemeesters ontslagen. Hun gedrag was volgens het Centraal Orgaan voor de Zuivering van Overheidspersoneel niet in overeenstemming met de door de Nederlandse regering in 1937 gegeven richtlijn. Vriendschappelijke contacten met Duitsers telden zwaar maar vooral het meewerken aan verdedigingsmaatregelen dan wel het (gedwongen) rekruteren van arbeiders die die stellingen aanlegden werd de burgemeesters zwaar aangerekend.

Verenigd Koninkrijk[bewerken]

Elders[bewerken]

  • In Denemarken bestaat de titel Overborgmester, een functie die alleen in de hoofdstad Kopenhagen voorkomt.
  • In Duitsland wordt de titel Oberbürgermeister in enkele grote steden gebruikt. Een Oberbürgermeister heeft Bürgermeister onder zich. De invulling verschilt van deelstaat tot deelstaat. In de steden Bremen, Hamburg en Berlijn, die zelf een deelstaat vormen, bestaat de titel niet. Bremen heeft de titel Bürgermeister und Präsident des Senats, Hamburg de titel Erster Bürgermeister en Berlijn de titel Regierender Bürgermeister.
  • In Finland bestaat de titel ylipormestari voor de burgemeester van de hoofdstad Helsinki.
  • In Ierland is Lord Mayor ook een ceremoniële functie die bestaat in Dublin en Cork.
  • In Tsjechië bestaat de titel Primátor, waarmee de burgemeester wordt aangeduid van een van de 23 statutaire steden (Tsjechisch: statutární město), de grotere Tsjechische steden.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Noten