Voeren

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken
Voeren
Gemeente in België
Wapen van Voeren

ligging binnen het arrondissement Tongeren
in de provincie Limburg
Geografie
Gewest Vlaanderen
Provincie Limburg
Arrondissement Tongeren
Coördinaten 50°45′N, 5°45′E
Oppervlakte
– Landbouwgronden
– Bossen
– Bebouwde gronden
– Andere
50,63 km² (2005)
73,74%
17,60%
7,89%
0,77%
Bevolking (Bron: NIS)
Inwoners
– Mannen
– Vrouwen
– Bevolkingsdichtheid
4.207 (01/01/2008)
50,61%
49,39%
83 inw./km²
Leeftijdsopbouw
0–17 jaar
18–64 jaar
65 jaar en ouder
(01/01/2008)
19,97%
62,13%
17,90%
Buitenlanders 25,65% (01/01/2008)
Politiek en bestuur
Burgemeester Huub Broers
Bestuur Voerbelangen
Zetels
Voerbelangen
Retour @ Libertés
15
9
6
Economie
Gemiddeld inkomen 12.099 euro/inw. (2005)
Werkloosheidsgraad 5,36% ( jan. 2009)
Overige informatie
Postcode
3790
3790
3791
3792
3793
3798
Deelgemeente
Moelingen
Sint-Martens-Voeren
Remersdaal
Sint-Pieters-Voeren
Teuven
's-Gravenvoeren
Zonenummer 04
NIS-code 73109
Politiezone Voeren
Website www.voeren.be
Portaalicoon   België
Blik op Sint-Martens-Voeren
Kerk van Sint-Pieters-Voeren
Taalstrijd in 's-Gravenvoeren

Voeren (Frans: Fourons) is een faciliteitengemeente in de Vlaamse provincie Limburg. De gemeente grenst in het noorden aan Nederland en in het zuiden aan de Waalse provincie Luik, maar nergens aan de rest van Vlaanderen. Het gebied dat deze gemeente omvat is in het Nederlandse taalgebied beter bekend onder de naam Voerstreek.

De gemeente Voeren is in 1977 door de gemeentelijke herindeling ontstaan. Ze telt ruim 4000 inwoners, waarvan ruim 25% buitenlanders, bijna allemaal mensen met de Nederlandse nationaliteit. De naam is ontleend aan de Voer, een zijriviertje van de Maas dat door de gemeente stroomt.

Inhoud

[bewerken] Geografie

[bewerken] Dorpen en gehuchten

Deelgemeenten:

Overige kernen:

[bewerken] Taalstrijd

Zie Historisch-politieke achtergronden van de Voerstreek voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

[bewerken] Voorgeschiedenis

Voor de officiële vaststelling van de taalgrens (1963) hoorde de Voerstreek bij de Waalse provincie Luik. Deze provincie is in de Franse tijd (1795) ontstaan als het departement Ourte, waarin ook delen van het voorheen met het Brabant verbonden Land van Dalhem, alsmede het gehele oude hertogdom Limburg, werden opgenomen. De Voerstreek is aldus samengesteld uit de voorheen Dalhemse dorpen Moelingen, 's-Gravenvoeren en Sint-Martensvoeren, uit het voorheen oud-Limburgse Teuven (Remersdaal inbegrepen), alsmede de voorheen vrije rijksheerlijkheid Sint-Pietersvoeren (sinds de kruisridders apart van Sint-Martensvoeren). De provinciegrenzen komen niet overeen met de taalgrenzen: in het noordoosten spreekt men Limburgse en Ripuarische dialecten. De Voerstreek behoort tot dit noordoostelijke gebied, waar de lokale bevolking een Limburgs dialect spreekt, het Voerens. Vanwege de ligging op de grens van het Nederlandse, Duitse en Franse taalgebied beheerst de bevolking vaak zowel Nederlands, Frans als Duits. De ligging in de provincie Luik, die in het Frans bestuurd wordt, zorgt er echter voor dat de invloed van het Frans in het dagelijks leven steeds groter wordt.

Bij de eerste talentelling in 1846 is de Voerstreek nog haast volledig Nederlandstalig: in vier van de zes dorpen geeft ongeveer 95% van de bevolking aan Nederlands te spreken en alleen in Moelingen is er een grote Franstalige minderheid (40%). Remersdaal hoort op dat moment nog bij de gemeente Homburg, waar 90% aangeeft Nederlands te spreken (tegenover 8% Frans en 2% Duits). Remersdaal wordt in 1851 een onafhankelijke gemeente, mede omdat de kerktaal in Homburg Duits en in Remersdaal Nederlands is. Bij de talentelling van 1930 heeft het Frans weliswaar aan terrein gewonnen, maar nog steeds is er overal een Nederlandstalige meerderheid, die uiteenloopt van 73% in Moelingen tot 91% in Teuven. Zeventien jaar later, bij de omstreden talentelling van 1947, waarvan bekend is dat de resultaten op verschillende plaatsen gemanipuleerd werden, blijkt plotseling in vijf van de zes dorpen sprake van een Franstalige meerderheid. Aan deze resultaten wordt dan ook weinig waarde gehecht door de deskundigen die in opdracht van de Belgische regering advies moeten uitbrengen over de definitieve vastlegging van de taalgrens. Het Centrum Harmel adviseert dat de zes gemeenten in de Voerstreek Nederlandstalig blijven, maar wel met een speciaal taalregime, dat in overleg met de gemeentebesturen nog verder uitgewerkt zal moeten worden.

Uitkomsten van drie talentellingen in de Voerense gemeenten
Gemeente Telling 1846 Telling 1930 Telling 1947
NL FR NL FR NL FR
Moelingen 317
59%
219
41%
469
73%
177
27%
182
27%
487
73%
's-Gravenvoeren 1.320
94%
79
6%
922
75%
307
25%
521
44%
672
56%
Sint-Martens-Voeren 1.120
96%
42
4%
805
90%
88
10%
480
58%
348
42%
Sint-Pieters-Voeren 467
96%
19
4%
249
87%
38
13%
163
50%
164
50%
Teuven 512
95%
28
5%
538
91%
54
9%
283
47%
324
53%
Remersdaal
±92%

±8%
316
76%
102
24%
92
24%
294
76%
VOERSTREEK
± 91%

± 9%
3.299
81%
766
19%
1.721
43%
2.289
57%

Zie Resultaten van de talentelling per faciliteitengemeente

Overigens moet aan de uitkomsten van de talentellingen geen absolute waarde worden gehecht. In de oostelijke buurgemeenten van Voeren (Sippenaeken, Gemmenich, Montzen, Moresnet en het al genoemde Homburg) valt op dat men grote moeite had zich in te delen in een van de standaardtalen, waardoor bij opeenvolgende tellingen steeds weer andere uitkomsten zichtbaar zijn, hoewel de gehele bevolking hetzelfde plaatselijke dialect is blijven spreken. De talentellingen zeggen daardoor soms meer over taalvoorkeur dan over de daadwerkelijk gesproken taal.

[bewerken] Eerste fase: 1962-1979

Bij het vastleggen van de taalgrens in 1962 worden de gemeenten in de Voerstreek op basis van het principe 'volkstaal = standaardtaal' bij het Nederlands taalgebied ingedeeld. De Limburgse volkstaal geldt hierbij als Nederlands dialect. Net als in veel andere taalgrensgemeenten worden er wel taalfaciliteiten ingesteld, als tegemoetkoming aan de anderstalige minderheid, in Voeren de bij de talentellingen geregistreerde Franstaligen.

De Belgische politiek kiest er bij de vastlegging van de taalgrens om praktische redenen voor taalhomogene provincies te vormen en anderstalige gemeenten over te hevelen naar een buurprovincie waar dezelfde taal gesproken wordt. Een gevolg hiervan is, dat Voeren verhuist van de provincie Luik naar de provincie Limburg. Een meerderheid van de Voerense bevolking voelt zich echter cultuurhistorisch en economisch vooral verbonden met de rest van de Overmaas en een deel van het Land van Herve. Hier worden gelijkaardige dialecten gesproken, maar is de kerk- en schooltaal Frans of Duits en niet Nederlands, zoals in Voeren. Slechts enkelingen hebben daadwerkelijk een band met veel verder gelegen plaatsen als Tongeren of Hasselt in Limburg. Er ontstaat dan ook verzet tegen de overheveling naar Limburg en er vormt zich een Luiksgezinde groep, die ijvert voor behoud van het gebied bij de provincie Luik. Tegelijkertijd vormt zich ook een Vlaamsgezinde groep, die de overheveling naar Limburg steunt. De Luiksgezinde groep lijkt vlak voor de zomer van 1962 een overwinning te behalen, als de Senaat het wetsvoorstel om de Voerstreek bij Limburg te voegen verwerpt, evenals het voorstel om het bij Luik te laten overigens. Veel tot dan neutrale Voerenaars sluiten zich deze zomer aan bij de vermeende overwinnaars van het Luiksgezinde kamp, dat daardoor de meerderheid verwerft in de dorpsgemeenschappen. Groot is dan ook de verontwaardiging als na het zomerreces alsnog besloten wordt tot overheveling naar Limburg per 1 september 1963.

Het is derhalve niet de indeling van de Voerstreek bij het Nederlands taalgebied, maar juist het politieke gevolg daarvan - de overheveling naar Limburg - dat de aanleiding vormt voor de tegenstellingen in de Voerense gemeenschap. De latere taalstrijd vloeit vooral voort uit de politieke keuze voor het Luiksgezinde kamp met Frans dan wel het Vlaamsgezinde kamp met Nederlands als voorkeurtaal. Onderling blijft men Voerens dialect spreken en beheerst men doorgaans zowel Frans als Nederlands en Duits. Tekenend hiervoor is, dat Luiksgezinden die uit protest tegen de overheveling niet langer naar hun eigen Nederlandstalige parochie willen, in plaats daarvan niet alleen in Waalse maar ook in een Nederlandse buurgemeente ter kerke gaan. Alleen in Remersdaal gaat men ertoe over de kerktaal zelf te wijzigen van Nederlands in Frans.

[bewerken] Sociaal-culturele gevolgen

Na verloop van tijd komen de twee groepen steeds meer tegenover elkaar te staan, vooral nadat in 1977 de zes gemeenten in de Voerstreek, in het kader van de gemeentelijke herindelingen in België, worden samengevoegd tot één gemeente Voeren. In de nieuwe gemeenteraad worden eind 1976 slechts twee partijen gekozen: het Luiksgezinde Retour à Liège (RAL, 'Terug naar Luik') met 63% van de stemmen en het Vlaamsgezinde Voerbelangen met 37% van de stemmen.

Ook sociologisch en taalkundig voltrekt zich een scheiding: de Luiksgezinde jeugd gaat naar Franstalige scholen, wordt Franstalig en richt zich op Luik, terwijl de Vlaamsgezinde jeugd naar Nederlandstalige scholen gaat, Nederlandstalig wordt en zich op Limburg richt. Het Voerense dialect, nog altijd de lingua franca, wordt onder de jongere generaties steeds minder gesproken. Tegenwoordig spreken vooral autochtone bewoners ouder dan vijftig jaar nog Limburgs. De instroom van Nederlanders vanaf de jaren negentig heeft hierin enige verandering gebracht, daar zij doorgaans uit het zuiden van Nederlands Limburg komen, waar nog door het overgrote deel van de bevolking Limburgs wordt gesproken. De Nederlandse overheid heeft de Limburgse dialecten overigens als regionale taal erkend onder het Europees Handvest, in tegenstelling tot België, dat inzake erkenning een negatief advies van de Taalunie volgt.

[bewerken] Tweede fase :1980-1999

De gespannen verhoudingen tussen Vlaamsgezinden en Luiksgezinden leiden vanaf het einde van de jaren zeventig tot een aaneenschakeling van conflictsituaties. Diverse veldslagen worden uitgevochten tussen jongeren uit beide kampen, daarin gesteund door Vlamingen (vooral leden van de Vlaamse Militanten Orde en de Taal Aktie Komitee) en Walen (milities van José Happart) van buiten Voeren, en de politie. Nadat een Waalse herbergier een aantal Vlaamse demonstranten met een karabijn had beschoten, braken zware straatgevechten uit. Op op 21 oktober 1979 probeerden leden van de Vlaamse Militanten Orde opnieuw een 'wandeltocht' te organiseren, maar de politie joeg hen met traangas en wapenstok uiteen en pakte ongeveer 60 van hen op. De regionale regering reageerde met een samenscholingsverbod, de instelling van een avondklok en het tijdelijk uitroepen van de noodtoestand.[1]

De problemen escaleren in de jaren tachtig zelfs tot op nationaal niveau als de aanvoerder van de Luiksgezinde jongeren, de Waalse fruitteler José Happart, in 1982 de gemeenteraadsverkiezingen wint en als burgemeester voorgedragen wordt. Happart voldoet niet aan de wettelijke vereiste Nederlands te spreken, noodzakelijk om een Vlaamse gemeente te besturen, maar wordt toch benoemd, onder de belofte binnen een jaar Nederlands te zullen leren en een taalexamen af te leggen. Als een jaar later blijkt dat hij zich niet aan de afspraken heeft gehouden en blijft weigeren Nederlands te spreken, besluit het provinciebestuur hem af te zetten als burgemeester. Hiertegen worden jarenlange bezwaarprocedures gevoerd, die allemaal worden afgewezen. Ondertussen blijft Happart echter de facto burgemeester en ook als zodanig optreden in het openbaar. Hierdoor komt de kwestie-Happart uiteindelijk in 1987 bij de regering te liggen, die door interne tegenstellingen tussen Vlamingen en Walen geen overeenstemming weet te bereiken en ontslag moet nemen.

Na de gemeenteraadsverkiezingen van 1988 wordt de Luiksgezinde Nico Droeven, die als autochtone Voerenaar wel Nederlands spreekt, burgemeester van Voeren. In ruil voor het vertrek van Happart hebben de Voerenaars de mogelijkheid gekregen om bij federale en Europese verkiezingen hun stem uit te brengen in de Waalse buurgemeente Aubel, op Waalse lijsten. Na de verkiezingen van 1994 - de stemverhoudingen zijn intussen verschoven tot 55% voor Retour à Liège en 45% voor Voerbelangen - volgt de eveneens meertalige José Smeets Droeven op. Ditmaal wordt in ruil voor het wegblijven van Happart een Franstalig cultureel centrum opgericht. Tevens wordt de regel ingevoerd dat in de faciliteitengemeenten Voeren, Komen-Waasten en in de Brusselse rand het schepencollege een afspiegeling van de gemeenteraad moet vormen, waardoor Voerbelangen recht krijgt op een schepen. Deze krijgt echter door de RAL-meerderheid nauwelijks bevoegdheden toegewezen. De bestuursperioden van RAL kenmerken zich verder door onwil om met de Vlaamse overheid samen te werken. Tevens komt het gemeentebestuur telkens opnieuw in het nieuws door symbolische acties, zoals de weigering op de Vlaamse feestdag aan het gemeentehuis de Vlaamse vlag uit te hangen.

[bewerken] De omslag

De gemeenteraadsverkiezingen van 8 oktober 2000 betekenen een omslag in de Voerense politieke geschiedenis. Het Vlaamse Voerbelangen behaalt met 53% van de stemmen voor het eerst de meerderheid in de gemeenteraad. Dit heeft de partij te danken aan de steun van vele Nederlanders die woonachtig zijn in de gemeente (17% van de bevolking in 2000). Zij krijgen bij deze gemeenteraadsverkiezingen voor het eerst actief en passief stemrecht dankzij nieuwe Europese regelgeving, die bepaalt dat EU-burgers in elke lidstaat mee moeten kunnen stemmen bij de lokale verkiezingen. In Voeren betreft het vooral personen uit Nederland, die vanaf begin jaren negentig mede vanwege de lagere grond- en huizenprijzen in de gemeente zijn komen wonen. Zij stemmen als Nederlandstaligen in overgrote meerderheid op het Vlaamse Voerbelangen. Ook in de verhouding tussen Belgische Nederlands- en Franstaligen vindt er een verschuiving plaats. Voor de raad van het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn (OCMW), die in Voeren eveneens rechtstreeks wordt verkozen, blijft de meerderheid met 52% nipt in handen van Retour à Liège. Bij deze verkiezing mogen EU-burgers namelijk niet meestemmen.

Een half jaar na de verkiezingen wordt de lijsttrekker van Voerbelangen, Huub Broers, de eerste Vlaamsgezinde burgemeester van Voeren. Leden van de partij Retour à Liège willen de verkiezingen ongeldig laten verklaren omdat de Vlaamse vereniging Marnixring de verkiezingen zou hebben willen beïnvloeden door het uitdelen van cadeautjes aan Nederlanders, waaronder een gratis abonnement op het dagblad Het Belang van Limburg. De bezwaren worden echter verworpen.

[bewerken] Recente ontwikkelingen

Sinds het aantreden van de Vlaamsgezinde meerderheid blijft het opvallend rustig in Voeren. Het laatste grote incident dateert van 2001, toen de nieuwe Vlaamse meerderheid voorstelde sociale woningen te verkopen om de gemeentebegroting op orde te krijgen. Deze worden vooral bewoond door Walen, die in het verleden werden gestimuleerd in Voeren te komen wonen. Onder druk van de publieke opinie gaat de verkoop uiteindelijk niet door.

Het veranderde politieke klimaat blijkt ook uit het stemgedrag. Bij de federale en Europese verkiezingen (in 2003 en 2004) ligt de opkomst in Voeren voor het eerst boven de 50% en maken dus minder dan de helft van de Voerenaars gebruik van de mogelijkheid in de buurgemeente Aubel te stemmen. Ondertussen is ook het percentage Nederlanders verder gestegen, tot ruim 23% in 2006.

Dit vertaalt zich bij de gemeenteraadsverkiezingen van 8 oktober 2006: Voerbelangen behaalt wederom een grote overwinning met 60,8% van de stemmen. De Luiksgezinde lijst, omgedoopt tot Retour @ Libertés, behaalt slechts 39,2%. De zetelverdeling in de gemeenteraad verschuift daardoor van 8 tegen 7 naar 9 tegen 6. Voerbelangen komt zelfs maar twaalf stemmen tekort voor een tiende zetel. Bij de rechtstreekse OCMW-raadsverkiezing behaalt Voerbelangen voor het eerst de meerderheid: 51,4% en vijf zetels, tegenover 48,6% en vier zetels voor Retour @ Libertés. Voerbelangen behaalt nu dus ook een kleine meerderheid onder de Belgen die in Voeren wonen, een gevolg van de eerdergenoemde demografische ontwikkelingen.

Op 15 december 2006 stelt de Vlaamse Regering in een ontwerpbesluit voor de Franstalige benamingen van alle Vlaamse gemeenten en deelgemeenten af te schaffen. Hierdoor zouden, ook in de faciliteitengemeente Voeren, de Franse namen van de dorpen en de gemeente van de plaatsnaamborden, wegwijzers en gemeentelijke documenten verdwijnen. Op 14 februari 2007 geeft de Raad van State echter een negatief advies. Het is nog niet duidelijk wat de gevolgen hiervan zijn voor het besluitvormingsproces. Wel wordt de bestaande faciliteitenwetgeving door de Vlaamse overheden al steeds strikter toegepast, zoals blijkt uit de omzendbrieven-Peeters (1997) en -Keulen (2003).

In Voeren zelf zal het gemeentebestuur begin 2008 nieuwe straatnamen en huisnummers invoeren. Dit blijkt noodzakelijk vanwege de vele dorpsstraten, kerkpleinen en andere standaardnamen in de gemeente, een overblijfsel uit de tijd voor de herindeling, toen de verschillende dorpen nog onafhankelijk waren. In de huidige gemeente Voeren veroorzaken deze dubbele namen onnodig veel verwarring voor navigatiesystemen in het algemeen en post- en nooddiensten in het bijzonder. De nieuwe straatnamen grijpen zoveel mogelijk terug op oude veldnamen en namen die in de volksmond gebruikelijk zijn.

In oktober 2007 ontstond opnieuw beroering in de gemeenteraad toen R@L, in navolging van enkele Franstalige partijen in de Brusselse Rand, in een motie verzocht Frans te mogen spreken tijdens gemeenteraadsvergaderingen. De Belgische taalwetten schrijven echter voor dat de bestuurstaal gebruikt wordt, in Voeren het Nederlands. De Limburgse provinciegouverneur Steve Stevaert gaf later aan dat het spreken van het Plattdütsch wel toegestaan is voor zover het deel uitmaakt van de Nederlandse dialecten. In februari 2008 stelde Marino Keulen, de bevoegde minister, dat het Plattdütsch een dialect is en derhalve niet gesproken mag worden tijdens de gemeenteraadsvergaderingen.

[bewerken] Verkiezingen

[bewerken] Uitslagen van de Voerense gemeenteraadsverkiezingen sinds 1976

Op 1 januari 1977 werden de zes voormalige gemeenten 's-Gravenvoeren, Moelingen, Remersdaal, Sint-Martens-Voeren, Sint-Pieters-Voeren en Teuven tot de fusiegemeente Voeren samengevoegd.

Partij 11 oktober 1976

17 zetels

10 oktober 1982

15 zetels

9 oktober 1988

15 zetels

9 oktober 1994

15 zetels

8 oktober 2000

15 zetels

8 oktober 2006

15 zetels

Retour 11 10 9 8 7 6
Voerbelangen 6 5 6 7 8 9

[bewerken] Verkiezingen 2006

Zie Belgische gemeenteraadsverkiezingen 2006/Voeren voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Er waren in 2006 vijftien zetels te verdelen.

Plaats Naam Voorkeurstemmen
1 Huub Broers 1268
15 Jacky Herens 901
3 Jean Duijsens 627
5 William Nyssen 559
14 Victor Walpot 459
2 Anne-Mie Palmans-Casier 430
13 Erik Aussems 422
8 Marina Heusschen-Slootmaekers 399
4 Sandra Segers 346
Plaats Naam Voorkeurstemmen
1 José Smeets 815
3 Benoît Houbiers 517
7 Jean Levaux 511
5 Grégory Happart 427
15 Nico Droeven 423
8 Marie-Noëlle Curvers 416

[bewerken] Zie ook

[bewerken] Geschiedenis en geografie

[bewerken] Taal

[bewerken] Externe links

[bewerken] Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties:

  1. Jongma J., (1980) Het aanzien van 1979, p. 42, 202. Amsterdam: Het Spectrum BV.
 
Persoonlijke instellingen
Boek maken