Maaseik

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Maaseik
Stad in België Vlag van België
Vlag van Maaseik Wapen van Maaseik
Maaseik
Maaseik
Geografie
Gewest Flag of Flanders.svg Vlaanderen
Provincie Flag of Limburg (Belgium).svg Limburg
Arrondissement Maaseik
Oppervlakte
– Onbebouwd
– Woongebied
– Andere
76,91 km² (2011)
77,87%
9,84%
12,29%
Coördinaten 51° 6' NB, 5° 49' OL
Bevolking (Bron: ADSEI)
Inwoners
– Mannen
– Vrouwen
– Bevolkingsdichtheid
24.969 (01/01/2014)
50,05%
49,95%
324,64 inw./km²
Leeftijdsopbouw
0-17 jaar
18-64 jaar
65 jaar en ouder
(01/01/2008)
19,26%
64,49%
16,25%
Buitenlanders 13,70% (01/01/2010)
Politiek en bestuur
Burgemeester Jan Creemers (CD&V)
Bestuur CD&V, sp.a-Groen, Voluit
Zetels
CD&V
N-VA
sp.a-Groen
Open Vld
Voluit
Vlaams Belang
27
8
6
4
4
3
2
Economie
Gemiddeld inkomen 15.757 euro/inw. (2011)
Werkloosheidsgraad 6,43% (jan. 2009)
Overige informatie
Postcode
3680
3680
3680
Deelgemeente
Maaseik
Neeroeteren
Opoeteren
Zonenummer 089
NIS-code 72021
Politiezone Maasland
Website www.maaseik.be
Detailkaart
MaaseikLocation.png
ligging binnen het arrondissement Maaseik
in de provincie Limburg
Portaal  Portaalicoon   België

Maaseik is een stad en gemeente in de Belgische provincie Limburg. Zowel qua oppervlakte (76,91 km²) als qua inwonertal (25.000 inwoners, waarvan ca. 3.000 niet-Belgen) is Maaseik de achtste gemeente van Limburg. De inwoners van Maaseik worden Maaseikenaars genoemd.[1] Sint-Catharina is de patroonheilige van Maaseik. De stad is de hoofdplaats van het kieskanton en het gerechtelijk kanton Maaseik. Maaseik is internationaal vooral bekend als de vermoedelijke geboorteplaats van de gebroeders Jan en Hubert van Eyck.

Geografische ligging[bewerken]

Natuur en landschap[bewerken]

De Maas bij Maaseik

Maaseik ligt aan de linkeroever van de rivier de Maas, tegenover het Nederlands-Limburgse dorp Roosteren. De Maas, hier ook wel Grensmaas genoemd, vormt de Belgisch-Nederlandse grens. De gemeente Maaseik maakt deel uit van het Limburgse Maasland, dat bestaat uit de eigenlijke Maasvallei, die ongeveer 4 km breed is, en de aan weerszijden daarvan gelegen Maasterrassen. In de loop der eeuwen is de Maasbedding steeds verder naar het oosten verschoven, waardoor diverse oude meanders in het landschap zijn achtergebleven. Zowel in de huidige als in de voormalige Maasbeddingen vindt men grind, dat hier op grote schaal gedolven wordt, Bij hoog water wordt in de uiterwaarden zand, leem en klei afgezet. Omdat ook kalk afkomstig uit de Ardennen wordt aangevoerd, is de bodem hier erg vruchtbaar.

De stad Maaseik ligt op een uitloper van het middenterras van de Maas, waardoor ze relatief veilig is voor overstromingen. De rivierbedding en het middenterras worden van elkaar gescheiden door een steilrand van ongeveer 3 meter hoogte, het Maastalud. Het noordwesten van de gemeente sluit aan op de Vlakte van Bocholt. De bodem is hier relatief onvruchtbaar en drassig, en ontginningen vonden hier veel later plaats dan in het Maasland.

Naast de Maas stromen er twee beken door de gemeente, en wel:

  • De Bosbeek of Oeterbeek, die de as vormt waarlangs de gemeente zich uitstrekt. De Bosbeek stroomt bij Aldeneik in de Maas.
  • De Zanderbeek of Diepbeek, die ontspringt in de moerassige gebieden tussen Maaseik en Neeroeteren. De Zanderbeek mondt ten zuiden van Maaseik uit in de Maas.

Woonkernen[bewerken]

De gemeente Maaseik omvat de volgende deelgemeenten met bijhorende woonkernen:

# Naam Oppervlakte
(km²)
Bevolking
(2008)
I Maaseik
- Aldeneik
- Heppeneert (incl. Siemkensheuvel)
- 't Ven (incl. Gremelslo)
- Wurfeld
10.632
245
357
520
453
II Neeroeteren
- Berg
- Schootsheide
- Voorshoven
- Waterloos
9.290
414
1.809
1.185
950
III Opoeteren
- De Riet
- Dorne
4.217
297
1.329

Nabijgelegen kernen zijn: Neeroeteren, Kinrooi, Aldeneik, Roosteren, Ophoven, Heppeneert, Elen

Geschiedenis[bewerken]

Romeins glas uit Maaseik en omgeving

De oudste sporen van bewoning stammen uit het neolithicum en omvatten onder meer strijdhamers uit het laat-neolithicum. Ook uit de bronstijd zijn archeologische vondsten aangetroffen, waaronder een bronzen beeldje van Epona te paard. Het beeldje werd in 1896 gevonden bij baggerwerkzaamheden in de Maas. Uit de ijzertijd stammen diverse urnen, terwijl in Maaseik ook Romeinse potten en glaswerk zijn aangetroffen. De belangrijke heirbaan Maastricht-Nijmegen liep iets ten westen van de huidige stad. Permanente bewoning over een langere periode was er echter niet. Het zwaartepunt van de nederzettingen in de Merovingische en Karolingische tijd lag bij Kessenich en later bij Geistingen.

De eigenlijke geschiedenis van Maaseik begint met de stichting van het klooster van Aldeneik, letterlijk "Oude Eik". Hier werd volgens de legende een klooster gesticht door Harlindis en Relindis (circa 700). Hoger en dus veiliger, langs de heerbaan (nu bekend als "Heirweg" en "Oude Ophoverbaan") ontstond een nieuwe nederzetting. De eerste schriftelijke vermelding daarvan stamt uit 1139, als Eche. Oorspronkelijk hoorde dit gebied tot de Maasgouw, dat in 1008 door de Duitse keizer in leen werd gegeven aan de Graaf van Loon. Geleidelijk aan stagneerde Aldeneik en kwam Maaseik op, mogelijk op de plaats waar de Romeinen al een versterking, Cassallum, hadden opgericht.

In 1244 kreeg dit "Nova Eycke" stadsrechten van de graaf van Loon, vooral vanwege zijn strategische ligging langs de grenzen van het graafschap en langs de Maas, die toen nog een belangrijke vaarroute was. Het is niet bekend of er al een kern bestond binnen de toen aangelegde wallen van Maaseik, maar het stadje groeide snel uit en overvleugelde Aldeneik, ook al doordat de Maas bij Aldeneik geleidelijk aan oostwaarts verschoof. Dit was ook de reden dat de benaming van het "Nieuwe Eik" veranderde tot "Maaseik", oftewel "het Eik dat (wel nog) langs de Maas ligt". Maaseik werd een welvarende stad en een van de Goede Steden van het prinsbisdom Luik. Graaf Arnold IV van Loon bouwde er een verblijfplaats, die waarschijnlijk geen militair doel diende, doch pas na 1366 tot een burcht werd uitgebouwd. In 1373 was reeds sprake van een castrum de Eyke, dat in 1469 op last van Karel de Stoute weer werd gesloopt. Maaseik ontwikkelde zich tot handelscentrum met markten (vanaf 1265) en een lakenhal (vanaf 1347), Er ontwikkelde zich lakennijverheid en de stad beschikte over een haven.

De stad had echter ook met krijgsverrichtingen te maken, en dat begon al tijdens de Luikse Oorlogen, waarbij de Luikenaren in opstand kwamen tegen het Bourgondisch gezag, terwijl daarna ook Willem I van der Marck Lumey strijd voerde tegen de prinsbisschoppen. In 1467 werd Maaseik ingenomen door Karel de Stoute en in 1481 nog eens, ditmaal door Van der Marck. Mede door de steun van Maximiliaan van Oostenrijk, die de prinsbisschop Johan van Horne steunde, wist men Van der Marck te verslaan en in 1492 kwam Maaseik weer in handen van de Prinsbisschop, nadat zeer veel schade was aangericht. In 1501 werden de versterkingen weer hersteld en kreeg de stad een garnizoen. Ook economisch volgde er een periode van bloei. Reeds in 1476 vestigden zich de Kruisheren in Maaseik. De lakenhandel bloeide, mede door de huisnijverheid, weer op.

De tweede helft van de 16e eeuw bracht weer troebelen. In 1541 raakte Maaseik betrokken bij de Gelderse Oorlogen en er vonden regelmatig dreigingen plaats van de Gelderse kant, vooral in 1543. De reformatie begon voor Maaseik met het anabaptisme, waarin twee Maaseikenaren een belangrijke rol speelden: Dionysius Vinne (of: Vinnius), die in 1534 te Osnabrück werd onthoofd, en Jan van Kempen (of: Campanus). Vooral in het naburige Vissersweert leefden veel anabaptisten. Het Calvinisme werd gemarkeerd door het optreden van de prediker Herman Moded in 1566. In steden als Hasselt (België), Maastricht en Maaseik vond de Calvinistische leer veel aanhang en brak een opstand uit. In Hasselt en Maaseik koos men gereformeerde burgemeesters. In 1567 werden door Prinsbisschop Gerard van Groesbeek troepen verzameld om de opstandige steden weer onder zijn gezag te brengen. Maaseik was de laatste stad die zich overgaf, en wel op 26 april 1567. Er werd geen vervolging ingesteld: nog tot 1596 bleef een gereformeerde gemeenschap in Maaseik bestaan. Toen moesten ze de stad verlaten.

Boeien en brandijzers uit de tijd van de Bokkenrijders

Ondertussen was de Tachtigjarige Oorlog begonnen. Weliswaar lieten de troepen van Willem van Oranje het Prinsbisdom Luik met rust, maar in 1584 waren het Staatse troepen onder bevel van Adolf van Nieuwenaar, die de omgeving van Maaseik plunderden. Regelmatig brak dan ook de pest uit, waardoor het inwonersaantal sterk terugliep. Ook na de Vrede van Münster (1648) had Maaseik nog te maken met de troepen van Karel IV van Lotharingen, die pas in 1654 vertrokken. Op 15 mei 1672 kwamen Franse troepen, onder leiding van Turenne, in de stad. Deze werd versterkt en bleef, toen de Fransen in 1675 weer vertrokken, verarmd achter. In 1677 trokken Staatse troepen en hun bondgenoten, onder leiding van Keizer Leopold I van het Heilige Roomse Rijk, Maaseik binnen en hielden de stad bezet tot 1681. Daarna werd de stad het slachtoffer van plunderende en brandstichtende troepen tijdens de Negenjarige Oorlog. Daarbij werd de stad ook nog geteisterd door epidemieën en stadsbranden, waarvan die van 6 mei 1684 de grootste was: bijna een derde van de woningen van de stad werd vernield.

Ook de 18e eeuw bracht weer strijd, beginnend met de Spaanse Successieoorlog, waarbij Maaseik door de Staats-Engelse troepen van Marlborough werd bezet, welke pas in 1712 vertrokken. In 1734 en in 1740 waren het dan weer Duitse troepen die Maaseik bezetten. Daarna werd het rustiger, maar de armoede was nu, mede door misoogsten, groot. Zo ontstonden de Bokkenrijdersbenden. De eerste bende (1780-1785) stond onder leiding van de Maaseikenaar Henricus Houben, schoenmaker van beroep en bewoner van het huis Markt/Boomgaardstraat. De bende omvatte een 40-tal leden, onder andere afkomstig uit Ophoven. In 1785 werd Houben gevangen genomen en pleegde vermoedelijk zelfmoord in de gevangenis. Van 1790-1794 opereerde de tweede bende, welke door drossaard Jan Matthijs Clerckx op wrede wijze werd opgerold. Meer dan dertig mensen, waaronder een groot aantal bewoners van Maaseik, werd terechtgesteld en opgehangen. De oud-burgemeester van Maaseik, Dionysius van Carlo werd eveneens beschuldigd, gevangengenomen en gefolterd, waarop hij bekend heeft. Later herriep hij deze bekentenis en pleegde in de gevangenis zelfmoord.

Voor de Franse Revolutie kende Maaseik vele kloosters, waaronder het Agnetenklooster, voortgekomen uit een begijnhof (vanaf 1429), het Kruisherenklooster (vanaf 1476), het Sepulchrijnenklooster (vanaf 1495), het Minderbroedersklooster (vanaf 1626) en het Capucijnenklooster (vanaf 1626). Al deze kloosters werden omstreeks 1797 op last van de Fransen opgeheven.

Op 17 september 1794 werd het Maasland veroverd door de Franse troepen onder leiding van Boisset. Later leed Maaseik economische schade, toen na de Belgische afscheiding in 1839 het achterland, ten oosten van de Maas, wegviel. Vanaf 1895 klaarde de economische toestand voor Maaseik weer op. Op 1 januari 1977 fuseerde Maaseik met de gemeenten Neeroeteren en Opoeteren. Zoals overal in het Maasland speelde de ontginning van grind een grote rol in Maaseik. Tot na de Tweede Wereldoorlog gebeurde dit door middel van baggerschepen in het rivierbed van de Maas - waardoor deze veel dieper en breder werd - en vervolgens in de uiterwaarden, hetgeen resulteerde in de uitgestrekte Maasplassen. De grindwinning werd in Maaseik stopgezet aan het begin van de 21e eeuw, waarna de Maasplassen werden heringericht voor waterrecreatie.

Toerisme en bezienswaardigheden[bewerken]

Restant van de wallen van Maaseik bij de Walstraat

Het typische, planmatige stratenpatroon uit de tijd van de stichting van de stad is nog steeds duidelijk herkenbaar: vanaf de centraal gelegen Markt vertrekt een noord-zuid- en een oost-westas. De poorten op deze assen waren de Eikerpoort (naar Aldeneik), de Bleumerpoort (naar Bleumerhof, langs de Maas), de Hepperpoort (naar Heppeneert) en de Bospoort (naar Neeroeteren). De wallen moesten plaats ruimen voor de Burgemeester Philipslaan (begin 20e eeuw) en de ringweg (jaren 1980). Tussen de Bospoort en de Hepperpoort is de aarden wal deels bewaard gebleven. Bij de heraanleg van de Burgemeester Philipslaan (2012) werden de fundamenten van de Eikerpoort ontdekt.[2] Enkele jaren eerder (2009) werden aan de Bospoort ook al de fundamenten van de grafelijke burcht blootgelegd; deze zijn te bezichtigen in de parkeergarage onder het Kolonel Aertsplein.[3]

In Maaseik bevinden zich een groot aantal gebouwen en objecten, die tot het cultureel erfgoed in België behoren.

Nuvola single chevron right.svg Zie ook: Lijst van onroerend erfgoed in Maaseik

Kerken en kloosters[bewerken]

Wereldlijke gebouwen en andere bezienswaardigheden[bewerken]

  • Het 18e-eeuwse stadhuis op de Markt.
  • De Luikse peroen op de Markt, symbool van Luikse vrijheid.
  • Standbeeld van de Gebroeders Van Eyck, op de Markt, ingehuldigd op 5 september 1864. Vervaardigd door Leopold Wiener. De stadseik (Vast als Eyck by der Mase) moest gekapt worden om het beeld een centrale plaats op de Markt te geven. Uit het hout van de eik werden stoelen voor de raadszaal vervaardigd.
  • Een beeldengroep in de Bosstraat die de kwaliteiten van de Maaseikenaren verbeeldt: "kaal (=verwaand), lui, lekker en hovaardig".
  • Een groot aantal Maaslandse renaissancegevels, onder meer aan de Markt en de Bosstraat.
  • Overblijfselen van de wallen van Maaseik.

Musea[bewerken]

Maaseiks carnaval (2013)

Cultuur en voorzieningen[bewerken]

In 1976 werd het Cultuurcentrum Achterolmen opengesteld voor het publiek. Terwijl het oorspronkelijk een polyvalente zaal omvatte, werd het in 2004 verbouwd tot een volwaardige schouwburg met 518 plaatsen.

Maaseik is een regionaal koopcentrum. De verkeersvrije Bosstraat is de belangrijkste winkelstraat. In 2006 werd winkelcentrum "Kloosterbempden" geopend.

Evenementen[bewerken]

  • Tweede zondag van juli: bakken van de reuzenknapkoek
  • Hartbufkes Preuve: culinair evenement in het tweede weekend van augustus. Begon in 1988 en liep tot 2011 na teruglopende belangstelling. In 2012 kwam vervangend evenement KiMaZo, maar dit liep slechts één seizoen.
  • De Halfvastenstoet. In Maaseik wordt uitbundig carnaval gevierd. Het seizoen begint op 11 november en eindigt met halfvasten. De Internationale Maaseiker Halfvastenstoet trekt al door de Maaseiker binnenstad sinds 1865.

Culinaire specialiteiten[bewerken]

Maaseik staat bekend om zijn knapkoek, een krokante koek. Andere lokale specialiteiten zijn dikke koek, moppen, krollemol en crèmetaart. Bekend in de regio, maar niet uniek voor Maaseik is ook knubbelkesvlaai, ook wel greumelevlaai genoemd (Limburgse vlaai bedekt met koekkruimels).

Economie[bewerken]

Grensmaas en Maasplassen

Maaseik kende vanouds weinig industrie, zelfs binnen de omwalling waren veel landbouwbedrijven. Wel kende Maaseik economische activiteit in de vorm van markten en lakennijverheid. Ook de handel via scheepvaart over de Maas was een bron van inkomsten, doch reeds in de 15e eeuw nam het belang ervan af. Maaseik vormde aanvankelijk een schakel tussen Luik en de stapelplaats Venlo, maar uiteindelijk werden vooral nog steenkolen, mergelblokken en Naamse steen naar het noorden vervoerd. In de 19e eeuw werden de schepen zo groot dat Maaseik ongeschikt bleek. Vanaf 1822 was de Maas niet meer bevaarbaar en uiteindelijk werd de Zuid-Willemsvaart de belangrijkste waterweg.

Eind 18e eeuw werd de weg van Maaseik naar Weert aangelegd, welke verhard werd in 1872. In 1812 kwam de Napoleonsweg die Parijs en Hamburg met elkaar moest verbinden via onder meer Maastricht, Maaseik en Venlo, tot stand. In 1846 kwam er een nieuwe weg naar Bree, en in 1874 volgde een spoorlijn naar Hasselt, die in 1959 voor reizigers werd gesloten en later geheel werd opgeheven. Een tramlijn vanaf Leopoldsburg werd in 1890 doorgetrokken tot Maaseik. Verdere tramlijnen volgden naar Maastricht (1898), Kessenich (1900) en Weert (1910). Kort na 1945 werden de tramlijnen opgeheven.

De landbouw betrof voornamelijk graanverbouw, maar vanaf einde 19e eeuw schakelde men meer en meer over naar veeteelt. In 1904 kwam er een boterfabriek te Heppeneert en in 1911 de Coöperatieve Melkerij Sint-Cornelis te Neersolt. Vanaf 1900 ontstonden een viertal steenfabrieken te Aldeneik.

Van 1930-1960 waren veel inwoners, soms wel 30%, werkzaam in de Kempense steenkoolmijnen.

De grindwinning, ten behoeve van de betonindustrie, begon eind 19e eeuw in de bedding van de rivier, en na 1945 ook in de uiterwaarden. Aldus ontstonden grote waterplassen, zoals Heerenlaak, welke recreatiebedrijven (camping, watersport) aantrokken. Ook de bezienswaardige binnenstad met haar monumenten en musea trekt toeristen aan.

Onderwijs[bewerken]

De stad is ook een regionaal onderwijscentrum met een uitgebreid aanbod aan secundaire scholen, waaronder het Koninklijk Atheneum, het College Heilige Kruis - Sint-Ursula 2 en het Technisch Instituut Sint-Jansberg. Ook vanuit Nederland worden deze scholen druk bezocht. Het College en het Technisch Instituut zijn sinds 1999 ook verenigd in de scholengemeenschap Harlindis en Relindis.

Politiek[bewerken]

Lijst van burgemeesters (sinds 1830)[bewerken]

  • Maximiliaan Vlecken (1830-1842)
  • Louis Nyssens (1842-1848)
  • Jean Jacques Wouters (1848-1854)
  • Herman Simon Jacques Schoolmeesters (1854-1872) (liberaal)
  • Pierre Nicolas Schoolmeesters (1876-1879) (1884-1888) (katholiek)
  • Henri Schoolmeesters (1879-1881) (liberaal)
  • Ferdinand Verkissen (1888-1912) (katholiek later liberaal)
  • Louis Driessen (1912-1921) (katholiek)
  • Timmermans (katholiek)
  • Fernand Philips (liberaal)
  • Eugène Stiels (katholiek)
  • Henri Vanderdonck (katholiek)
  • Mathieu Claessens (liberaal)
  • Jules Gutshoven (katholiek)
  • Mathieu Segers (katholiek)
  • Hubert Rubens (1983) (SP)
  • Ghislain Vermassen (1984-2000) (SP)
  • Jan Creemers (CD&V) (2001-heden)

Resultaten gemeenteraadsverkiezingen sinds 1976[bewerken]

Partij 10-10-1976[4] 10-10-1982 9-10-1988 9-10-1994 8-10-2000 8-10-2006[5] 14-10-2012[6]
Stemmen / Zetels % 25 % 27 % 27 % 27 % 27 % 27 % 27
CVP1/CD&V2 44,731 13 34,071 10 33,781 10 23,11 7 30,441 9 - 26,102 8
CD&V+N-VA - - - - - 33,32 9 -
N-VA - - - - - - 20,04 6
VU 13 3 - 17,97 4 - - - -
PVV1/VLD2/Open Vld3 17,171 4 - 12,311 3 15,312 4 24,542 7 - 15,863 4
VIVANT - - - - 5,77 1 - -
VLD-Plus - - - - - 26,86 7 -
SP 10,65 2 17,38 4 35,94 10 32,64 11 26,4 8 - -
sp.a-spirit - - - - - 21,49 6 -
AGALEV - - - 4,36 0 2,57 0 - -
Vlaams Blok1/Vlaams Belang2 - - - 3,871 0 10,271 2 18,322 5 9,292 2
OETER 14,45 3 - - - - - -
OVB - 21,23 5 - - - - -
ZO - 27,31 8 - - - - -
EV - - - 17,18 5 - - -
VVB - - - 3,53 0 - - -
VOLU!T - - - - - - 12,69 3
Vooruit! - - - - - - 16,03 4
Totaal stemmen 11848 13292 14409 14938 15703 16414 16421
Opkomst % 96,98 96,08 95,22 95,96 92,81
Blanco en ongeldig % 3,23 5,69 4,97 4,12 4,39 4,53 6,52

De zetels van de gevormde coalitie staan vetjes afgedrukt

Huidige politieke situatie (2013-2018)[bewerken]

Burgemeester is Johannes Creemers (CD&V). Hij leidt een coalitie bestaande uit CD&V, VOLUIT en VOORUIT. Samen vormen ze de meerderheid met 15 op 27 zetels.

Verkeer en vervoer[bewerken]

Wegen[bewerken]

De volgende gewestwegen passeren in Maaseik:

Dit zijn alleen de gewestwegen die in Maaseik-centrum komen. Voor de deelgemeenten Neeroeteren en Opoeteren: zie de desbetreffende artikels.

Waterwegen[bewerken]

Voormalige Maashaven van Maaseik
Gerenoveerde loskade

De Grensmaas is ter hoogte van Maaseik niet bevaarbaar. Iets ten noorden van Maaseik, in de buurt van de gemeentegrens met Ophoven (Kinrooi) is dat wel het geval.[7] In het verleden (tot aan de 20de eeuw) was de Maas ook ter hoogte van Maaseik bevaarbaar doordat ze minder breed was (zodat het water hoger stond) was en dankzij de geringere diepgang van de schepen. Bovendien namen de Zuid-Willemsvaart en het Julianakanaal het belang van de Maas over. De Maashaven van Maaseik lag langs de Heppersteenweg, langs een oude Maasarm die nu enkel bij hoogwater gevuld is. De huidige haven ligt nu bij Heerenlaak, langs een voormalige grindgroeve die in verbinding staat met de Maas; deze haven is enkel voor pleziervaart.

Openbaar vervoer[bewerken]

Trein[bewerken]

In 1874 werd spoorlijn 21A Hasselt - Maaseik geopend. Het eindstation lag op het huidige Stationsplein, maar het spoor liep verder tot aan de Maas (via de Van Eycklaan en de Maasweg) naar de loodsen van de grindnijverheid. Er is ooit sprake geweest om de lijn te verlengen tot in Nederland, doch dit werd nooit uitgevoerd. Het reizigersverkeer op het baanvak As - Maaseik werd opgeheven op 4 oktober 1959. Het goederenverkeer naar Maaseik werd stopgezet op 15 maart 1979. In 1988 werd de spoorlijn tussen As en Maaseik opgebroken, er kwam een fietspad in de plaats.

Bus[bewerken]

Tegenwoordig doen diverse buslijnen van De Lijn Maaseik aan. Een overzicht (zie ook website van De Lijn[8]):

  • Lijn 11: Genk - As - Neeroeteren - Maaseik (met talloze varianten)
  • Lijn 11 (sneldienst): Hasselt - Genk - Maaseik
  • Lijn 14: Leopoldsburg - Bree - Maaseik
  • Lijn 15: Molenbeersel - Kinrooi - Maaseik
  • Lijn 16: Hasselt - Helchteren - Meeuwen-Gruitrode - Bree - Kinrooi - Maaseik
  • Lijn 40: Opglabbeek - Opitter - Kinrooi - Maaseik
  • Lijn 45: Hasselt - Genk - Maaseik/Maastricht.
  • Lijn 61: Tongeren - Vroenhoven - Maaseik (met diverse varianten en/of ingekorte ritten)
  • Lijn 178 (sneldienst): Brussel - Leuven - Houthalen - Maaseik
  • Lijn 302: Geel - Leopoldsburg - Bree - Maaseik
  • Lijn 720 (belbus): Maaseik - Kinrooi
  • Lijn 721 (belbus): Maaseik - Dilsen

Tot begin november 2009 deden ook twee lijnen van de Nederlandse vervoersmaatschappij Veolia Transport Maaseik aan, namelijk lijn 70 (naar Sittard) en scholierenlijn 187 (naar Weert).

Tot in het begin van de 21e eeuw lag de hoofdhalte van de lijnbussen op het Kolonel Aertsplein. Omdat dit plein helemaal heringericht werd, werd ze verplaatst naar de Van Eycklaan. In de toekomst zou er een nieuw hoofdstation komen bij de gemeenschapsscholen.[9]

Tram[bewerken]

Maaseik was vroeger een knooppunt van tramlijnen. De volgende tramlijnen deden Maaseik aan:

De grensoverschrijdende verbindingen werden al opgeheven voor de Tweede Wereldoorlog, de andere lijnen werden geschrapt in de jaren 1950. De tramlijnen kwamen de ommuurde binnenstad niet binnen. De tramlijn naar Kessenich reed langs de stadswallen. De stelplaats/station lag bij de huidige Prinsenhoflaan buiten de stadsmuren.

Bekende Maaseikenaars[bewerken]

Nabijgelegen kernen[bewerken]

Aldeneik, Roosteren, Heppeneert, Ophoven, Kinrooi, Neeroeteren

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties