Spaanse Successieoorlog

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Spaanse Successieoorlog
Onderdeel van de oorlogen van koning Lodewijk XIV van Frankrijk
De Zilvervloot valt in Brits-Staatse handen na de Slag bij Vigo
De Zilvervloot valt in Brits-Staatse handen na de Slag bij Vigo
Datum 17021713
Locatie Europa en Noord-Amerika
Resultaat Vrede van Utrecht (1713)
Vrede van Rastatt (1714)
Casus belli vereniging van Franse en Spaanse bezittingen, Franse streven naar natuurlijke oostgrens (Rijn en Alpen)
Strijdende partijen
Flag of the Habsburg Monarchy.svg Habsburgse rijk

Flag of England.svg Engeland (1701-06)
Union flag 1606 (Kings Colors).svg Groot-Brittannië (1707-14)
Prinsenvlag.svg Republiek
Flag of the Kingdom of Prussia (1701-1750).svg Pruisen
Flag Portugal (1707).svg Portugal
Estandarte de la Corona de Aragon.png Aragón
Savoie flag.svg Savooie
etc.

Flag of Royalist France.svg Frankrijk

Bandera de España 1701-1760.svg Spanje
Electoral Standard of Bavaria (1623-1806).svg Beieren
Flag of Hungary.svg Kuruc
etc.

Commandanten
Banner of the Holy Roman Emperor (after 1400).svg Prins Eugène van Savooie

Banner of the Holy Roman Emperor (after 1400).svg Markgraaf van Baden
Banner of the Holy Roman Emperor (after 1400).svg Graaf van Starhemberg
Union flag 1606 (Kings Colors).svg Hertog van Marlborough
Union flag 1606 (Kings Colors).svg Markies van Ruvigny
Prinsenvlag.svg Nassau-Ouwerkerk
Flag Portugal (1707).svg Markies das Minas
Savoie flag.svg Victor Amadeus II van Sardinië

Pavillon royal de France.svg Hertog van Villars

Pavillon royal de France.svg Hertog van Vendôme
Pavillon royal de France.svg Hertog van Boufflers
Pavillon royal de France.svg Hertog van Villeroi
Pavillon royal de France.svg Graaf van Tessé
Pavillon royal de France.svg Hertog van Berwick
Electoral Standard of Bavaria (1623-1806).svg Maximilian II Emanuel
Bandera de España 1701-1760.svg Markies van Villadarias
Flag of Hungary.svg Frans II Rákóczi

Troepensterkte
232.000[1] Frankrijk 373.000[2]

De Spaanse Successieoorlog (17021713) was een oorlog van verschillende Europese mogendheden ("de Grote Alliantie") tegen o.a. het koninkrijk Frankrijk en het Spaanse Rijk. Door deze oorlog verhinderden de Geallieerden dat deze twee rijken geregeerd werden door Lodewijk XIV van Frankrijk. Daarenboven wisten ze hun eigen gebieden uit te breiden. In tegenstelling tot voorgaande Europese conflicten bestond hier geen godsdienstige dimensie; tot de Alliantie behoorden zowel katholieke als protestantse staten.

Algemeen[bewerken]

De oorlog was de eerste van vele pogingen om de groeiende dominantie van Frankrijk, toen reeds verreweg de machtigste Europese mogendheid, te stuiten. Zijn rivalen Groot-Brittannië en Pruisen toonden grote militaire capaciteiten. Aan beide zijden deden briljante veldheren zich opmerken, zoals de Geallieerde aanvoerder hertog van Marlborough (wiens illegitieme neef, de hertog van Berwick, aan Franse zijde streed). De hertogen Villars, Vendôme en Boufflers zijn vermeldenswaardige maréchaux de France.

Tijdens deze oorlog bereikte het Staatse leger met 120.000 man zijn grootste omvang ooit. Met de dood van Willem III van Oranje (1702) was een einde gekomen aan de personele unie tussen Engeland en de Republiek. Meer dan voor de andere oorlogvoerende mogendheden draaide deze oorlog voor de Republiek uit op een uitputtende en kostbare oorlog vanwege de beperkte gebiedswinst (Staats-Opper-Gelre). Nog steeds wenste de Republiek geen gemeenschappelijke grens met Frankrijk, maar ze versterkte wel haar militaire steunpunten in het Zuiden door de uitbreiding van het Barrièretractaat.

Aanleiding[bewerken]

De Spaanse koning Karel II stierf kinderloos. Zijn bezittingen zouden bijgevolg verdeeld worden door zijn schoonbroers, de Franse koning Lodewijk en de Duitse keizer Leopold. Deze hadden al voor Karels dood verdragen gesloten om de bezittingen te verdelen (Partitieverdragen van Den Haag en Londen), zodat geen van hen te machtig werd. Karels testament bepaalde echter dat het Spaanse Rijk integraal aan Lodewijks kleinzoontje Filips van Anjou moest vallen. Aanvankelijk werd dit ook erkend (Verdrag van Den Haag).

Lodewijk heerste nu, namens zijn kleinzoontje, over het Spaanse Rijk en voelde zich ongenaakbaar. In 1701 liet hij de Franse troepen de Spaanse Nederlanden in bezit nemen en de Staatse troepen (aldaar gelegerd krachtens het Barrièreverdrag) verdrijven. Zijn grootste blunder was de erkenning van Jacobus III, een katholieke telg uit het koningshuis van het protestantse Engeland, als opvolger van Jacobus II (september 1701). Dit haalde ook Willem III over tegen Lodewijk te vechten. Een andere misstap van Lodewijk was de bevoordeling van de Frans-Spaanse handel, ten nadele van Britse en Nederlandse handelaars.

Leopold besefte dat Spanje en Frankrijk feitelijk verenigd waren en eiste Karels erfenis op voor zijn familie, de Oostenrijkse tak van de Habsburgers. Al in 1701 had hij tevergeefs bondgenoten gezocht onder de Italiaanse vorsten. Hij werd vervoegd door de Republiek, Engeland en Pruisen, die ook geducht waren voor Franse expansie. Later sloten zich nog enkele Duitse vorsten bij de "Grote Alliantie" aan. De Alliantie eiste dat Filips het Spaanse Rijk afstond, maar dat deed deze niet. De Geallieerden gingen dus over tot geweld.

Chronologie van de oorlog[bewerken]

1702[bewerken]

De troepenopstelling zag er in 1702 als volgt uit: de Franse en Spaanse legers stonden op hun eigen grondgebied en dat van hun bondgenoten. Dit betekende dat het Heilige Roomse Rijk vanuit Italië en vanuit het Rijnland bedreigd werd. De meest oostelijke Franse troepen waren gelegerd in het keurvorstendom Keulen, een extra gevaarlijke positie omdat ze ofwel de hand konden reiken aan nieuwe Duitse bondgenoten ofwel rechtstreeks de Republiek konden binnenvallen. Het Staatse strijdplan voor 1702 was dan ook gericht op de verovering van dit gebied, in het bijzonder van de Keulse vesting Keizersweerd.

Voor dit doel werd de maarschalk van Nassau-Saarbrücken met een leger naar Keizersweerd gezonden. Menno van Coehoorn, expert in vestingbouw en -belegering, en veldheer Godard van Reede (beter bekend als burggraaf van Athlone) zouden in respectievelijk Staats-Vlaanderen en Staats-Brabant afleidingsmanoeuvres uitvoeren, maar daarvan kwam niets terecht. Omdat de Fransen ook de linkeroever van de Rijn beheersten, sleepte het beleg van Kaiserswerth zich eindeloos voort. Uiteindelijk probeerde de Franse maarschalk Boufflers het beleg te breken door Nijmegen aan te vallen, maar met het afslaan van die aanval lag de weg tot Keizersweerd open; de stad werd ingenomen.

Hierna nam de Britse generaal John Churchill, de latere hertog van Marlborough, de leiding van de Brits-Staatse troepen over. Het leger trok de Spaanse Nederlanden binnen en nam langs de Maas de vestingen Venlo, Roermond en Stevensweert in. De succesvolle campagne van dat jaar werd afgesloten met de verovering van Luik.

De Brits-Staatse vloot had tevergeefs gepoogd het Spaanse Cádiz, de thuishaven van de waardevolle Zilvervloot, te veroveren. Kort daarna vernamen de commandanten van deze vloot dat de Zilvervloot in Vigo was aangekomen. Hierop zette de vloot koers naar Vigo, alwaar bij de Slag bij Vigo de fortificaties rond de stad veroverd werden. De vijftien Franse schepen die de Zilvervloot escorteerden werden vernietigd of buitgemaakt; de Zilvervloot, met aan boord een waarde van 1 miljoen pond viel in Brits-Staatse handen.

1703[bewerken]

De Republiek richtte zich nu op Bonn. De voorgenoemde Menno van Coehoorn dwong de stad tot overgave, en nu sloot de Keulse keurvorst vrede. Hierop gaf Marlborough aan Coehoorn het bevel Antwerpen in te nemen. De geplande schijnaanvallen rond deze stad werden echter matig uitgevoerd. In de Slag bij Ekeren troffen Zuidelijke troepen onder Frans bevel de Staatse troepen. De Fransen pakten de slag strategisch beter aan, maar door de vuurkracht en discipline van de Staatse troepen eindigde de slag onbetwist.

Ondertussen behaalden de Franse legers in Zuid-Duitsland grote successen omdat het keurvorstendom Beieren partij gekozen had voor de Fransen; de keurvorst van Beieren Maximiliaan II Emanuel van Beieren had namelijk zijn eigen redenen om zich tegen de Oostenrijkse Habsburgers te keren. Dit werd voor de Alliantie gecompenseerd doordat op het Italiaanse oorlogstoneel Victor Amadeus II van Sardinië (toen slechts hertog van Savooie) overliep naar de Geallieerden.

1704[bewerken]

Reeds in 1703 had de Republiek een aanzienlijke strijdmacht naar de Boven-Rijn gestuurd om de Duitsers te helpen de Franse opmars naar Wenen tegen te houden. Marlborough, de Hollandse raadspensionaris Anthonie Heinsius en de gezant van het Duitse rijk kwamen vervolgens op het idee deze troepen samen te trekken met in Zuid-Duitsland om in Beieren het overwicht te hebben. Marlborough marcheerde dus met zijn Britse troepen naar de Donau en kreeg versterking van Deense en Staatse troepen.

De eerste krachtmeting vond plaats bij Donauwerth, waar de Geallieerden de Beierse stellingen bestormde. Een Frans hulpleger onder leiding van maarschalk Tallard schoot te hulp. De troepen voerden verschillende manoeuvres uit en leverden uiteindelijk strijd bij de Slag bij Blenheim, waarbij Tallards leger bijna volledig vernietigd werd en een ander Frans leger genoodzaakt was zich uit het Duitse rijk terug te trekken. Het was de zwaarste Franse nederlaag in decennia. Heel Zuid-Duitsland was nu bevrijd en Beieren had geen strijdmacht meer.

In de Middellandse Zee veroverden Brits-Staatse troepen de rots van Gibraltar, het strategische punt waar de Middellandse Zee op haar smalst is en de scheepvaart dus gecontroleerd kan worden. Later zouden hier voorzieningen worden aangelegd waardoor de Britse vloot ook 's winters deze doorgang zou beheersen. De Franse vloot trachtte het tij te keren, maar de Slag van Málaga tegen de Brits-Staatse vloot eindigde onbeslist; de Geallieerden behielden Gibraltar dus. Tot op de dag van vandaag is het in Britse handen, al heeft Spanje de aanspraak op het herstel van haar territoriale integriteit nooit opgegeven.

1705[bewerken]

Reeds tegen het einde van de campagne van 1704 werden in het dal van de Moezel troepen achtergelaten en voorraden opgebouwd om het daaropvolgende voorjaar via de Moezel Frankrijk binnen te dringen. Dat voorjaar kwamen de keizerlijke troepen echter niet volgens afspraak in het veld en dus startte Marlborough zijn opmars pas begin juni 1705. Hij stuitte echter spoedig op Villars, die een veldslag handig uit de weg ging. Van het Moezelplan kwam daarom niets terecht.

Ondertussen stonden de Fransen na de inname van Hoei op het punt om Luik te belegeren. Marlborough moest daarom naar de Zuidelijke Nederlanden terugkeren. Opnieuw probeerde hij de Brabantse linies te forceren, wat hem na enkele zeer geslaagde manoeuvres lukte (juli). Daarbij behaalden de Geallieerden een overwinning in een klein gevecht bij Eliksem. Die overwinning werd geconsolideerd door de inname van de vesting Zoutleeuw.

1706[bewerken]

Frankrijk begon in 1706 met hernieuwd moreel. Koning Lodewijk gaf aan de hertog van Villeroy de opdracht krachtdadiger op te treden in de Zuidelijke Nederlanden en een veldslag niet per se uit de weg te gaan. Met dit beleid moest een begin gemaakt worden door Zoutleeuw te veroveren. Villeroy marcheerde in mei dus met een groot Frans-Beiers leger in de richting van Zoutleeuw. Prompt marcheerde Marlborough naar de Mehaigne, waardoor Villeroy naar het zuiden gedreven werd. Bij de Ramillies bleek het Frans-Beiers leger in aantallen wel gelijk aan het Geallieerde leger, maar niet in kwaliteit en bevelvoering. Na een aan beide zijden bloedige strijd blies het Frans-Beierse leger de aftocht en trok zich terug in Frankrijk. Dit leidde ertoe dat vrijwel heel Brabant en Vlaanderen de kant van de Geallieerden kozen.

In Italië verliep de strijd van Frankrijk en Spanje niet beter. Ze liepen Savooie en Piëmont onder de voet, met uitzondering van Turijn. Tijdens de belegering van Turijn voerden Victor Emanuel en gouverneur Daun echter een vakkundige en hardnekkige verdediging. Hierdoor slaagde prins Eugène van Savooie erin om op 7 september 1706 de stad e ontzetten. Het gevolg was dat Savooie zichzelf bevrijdde en dat voor Frankrijk en Spanje de kans om Noord-Italië te behouden verloren ging.

1707[bewerken]

Voor het jaar 1707 hadden Marlborough en Heinsius gepland om het zuiden van Frankrijk binnen te dringen terwijl ze in Vlaanderen in het defensief zouden blijven. Dit lukte in zoverre dat ze erin slaagden om Noord-Italië en het koninkrijk Napels te veroveren. De operatie tegen Toulon onder Eugenius eindigde echter in een mislukking. Het enige pluspunt voor de Geallieerden was dat circa 15 Franse linieschepen buiten gevecht werden gesteld.

In Spanje kreeg de Alliantie echter een zware tegenslag te verduren toen een gezamenlijk leger van Groot-Brittannië, de Republiek en Portugal bij Slag van Almansa een zware nederlaag leed. Het koninkrijk Valencia verloor hierdoor haar laatste autonomie aan de Bourbons.

1708[bewerken]

Begin 1708 slaagde het Franse leger erin om, middels een samenzwering van de graaf van Bergheyck, Brugge en Gent te veroveren. Om de controle over deze plaatsen zeker te stellen marcheerden de Fransen vervolgens naar Oudenaarde, maar stuitten daar op het Brits-Staatse leger onder Marlborough, hetgeen leidde tot Slag bij Oudenaarde. Het Franse leger leed een verpletterende nederlaag, waardoor afgezien moest worden van de bezetting van Oudenaarde en Marlborough het beleg rond Rijsel kon slaan. Deze stad capituleerde kort daarna. De Brits-Staatse troepen trokken vervolgens noordwaarts om, na de Slag bij Wijnendale, ook Brugge en Gent in te nemen.

1709[bewerken]

In 1709 lanceerden de Geallieerden drie invasies in Frankrijk, maar twee daarvan waren zo klein dat ze als afleidingsmanoeuvres beschouwd kunnen worden. De meest serieuze was die van Marlborough en van Eugène van Savooie richting Parijs. Het kwam in Noord-Frankrijk tot een treffen in de Slag bij Malplaquet, de bloedigste slag van de hele oorlog. Hoewel de Fransen verslagen werden, verloren zij "slechts" 10.000 doden en gewonden, maar de Geallieerden wel 20.000, waardoor die niet tot een achtervolging in staat waren. Een zekere oorlogsmoeheid maakte zich van de Geallieerden meester. Wel konden ze Bergen nog innemen.

Ontknoping[bewerken]

In 1711 stierf keizer Jozef I; hij werd opgevolgd door zijn broer, Karel VI. Om te verhinderen dat, wanneer het Spaanse Rijk naar zijn familie overging, Karel er aanspraak op zou maken, begonnen de Britten te onderhandelen. De onderhandelingen leidden tot de Vrede van Utrecht (1713), de Vrede van Rastatt (1714) en de Vrede van Baden (1715). Hierbij werden ook de vijandigheden in Noord-Amerika (Oorlog van koningin Anna) beëindigd.

Frankrijk verloor een deel van haar Canadese kolonies aan Groot-Brittannië, Spanje verloor de meeste Italiaanse staten aan Oostenrijk. Spanje verloor daarenboven de Zuidelijke Nederlanden; ze werden grotendeels Oostenrijks (Opper-Gelre werd verdeeld in een Oostenrijks deel, een Staats deel, een Pruisisch deel en een Guliks deel). Dan was er ook nog het verlies van Gibraltar aan Groot-Brittannië, waarbij Spanje zich nog steeds niet bij neergelegd heeft. Spanje was gedegradeerd tot speelbal op het geo-politieke veld.

In de verdragen die de oorlog beëindigden deed de theorie van het machtsevenwicht voor het eerst opgeld. Filips V bleef koning van Spanje, maar hij werd als Franse troonopvolger geschrapt. Het hoofddoel van de anti-Franse coalitie was daarmee bereikt, namelijk het voorkomen van een personele unie tussen Frankrijk en Spanje. In 1715 overleed bovendien Lodewijk, en zijn opvolger voerde een minder expansionistisch beleid. Alle oorlogvoerenden waren uitgeput en voor de Republiek was het de laatste keer dat die een factor van belang was in de Europese machtsverhoudingen.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. het Heilige Roomse Rijk (90.000), Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden (60.000 + 42.000 garnizoentroepen) en Engeland (40.000). Kleinere Duitse bondgenoten niet meegerekend
  2. ±255.000 Franse soldaten. Beierse, Spaanse en Savooiaanse troepen niet meegeteld.