Zoutleeuw

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zoutleeuw
Stad in België Vlag van België
Vlag van Zoutleeuw Wapen van Zoutleeuw
Zoutleeuw
Zoutleeuw
Geografie
Gewest Flag of Flanders.svg Vlaanderen
Provincie Flag of Flemish-Brabant.svg Vlaams-Brabant
Arrondissement Leuven
Oppervlakte
– Onbebouwd
– Woongebied
– Andere
46,73 km² (2011)
87,5%
6,72%
5,78%
Coördinaten 50° 50' NB, 5° 6' OL
Bevolking (Bron: ADSEI)
Inwoners
– Mannen
– Vrouwen
– Bevolkingsdichtheid
8.278 (01/01/2013)
49,03%
50,97%
177,13 inw./km²
Leeftijdsopbouw
0–17 jaar
18–64 jaar
65 jaar en ouder
(01/01/2008)
18,04%
63,48%
18,48%
Buitenlanders 1,73% (01/01/2010)
Politiek en bestuur
Burgemeester Jos Ceyssens (CD&V)
Bestuur CD&V, Open Vld
Zetels
CD&V
Open Vld
sp.a
N-VA
19
8
4
4
3
Economie
Gemiddeld inkomen 17.279 euro/inw. (2011)
Werkloosheidsgraad 5,39% (jan. 2009)
Overige informatie
Postcode
3440
3440
3440
3440
3440
Deelgemeente
Zoutleeuw
Budingen
Dormaal
Halle-Booienhoven
Helen-Bos
Zonenummer 011
NIS-code 24130
Politiezone Lan
Website www.zoutleeuw.be
Detailkaart
ZoutleeuwLocatie.png
ligging binnen het arrondissement Leuven
in de provincie Vlaams-Brabant
Portaal  Portaalicoon   België
Centrum van Zoutleeuw met stadhuis en Sint-Leonarduskerk
De kruisingstoren van de Sint-Leonarduskerk
Het stadhuis (links) en het vleeshuis
De pastorie
De Kleine Gete

Zoutleeuw (Frans: Léau) is een stad in de Belgische provincie Vlaams-Brabant. De stad ligt op de grens van het Hageland, Vochtig-Haspengouw en Haspengouw, in het oosten van de provincie, en telt ruim 8000 inwoners. De inwoners worden Leeuwenaars genoemd. Sint-Leonardus is de patroonheilige.

Geschiedenis[bewerken]

Tot in de 16e eeuw heette de stad eenvoudigweg Leeuw. De oudst overgeleverde vorm uit 980 luidt leuua. Hij komt uit het Germaans hlaiwa, een accusatief meervoud. Hlaiwa of Leeuw betekent "bij de grafheuvels". De tot heden oudst gevonden vorm met "zout" dateert van 1533. In dit jaar werd Guilelmus van Ottenborch van Soutleu ingeschreven aan de universiteit te Leuven. Zoutleeuw was een havenstad, waar zout werd ingevoerd. Zoutleeuw ligt aan de rivier de Kleine Gete.

De stad lag langs de belangrijke handelsweg die in het midden van de 12e eeuw werd voltooid en die Keulen met Brugge verbond. Een eerste verdedigingsmuur werd rond 1130 gebouwd. In 1312 werd Zoutleeuw een van de zeven vrije steden van het hertogdom Brabant en was bekend om zijn lakenindustrie. Het Leeuwse laken werd in het Maas- en Rijnland en in Engeland en Frankrijk verhandeld. De stad ontving belangrijke privileges van de hertogen van Brabant maar moest in ruil het grondgebied verdedigen tegen invallen van het nabijgelegen prinsbisdom Luik. Om die reden werd volgens geschiedschrijver Gramaye rond 1330 een tweede ringmuur gebouwd.

Venetiaanse en Genuese handelaars, op weg naar Brugge, openden er een bank.

Concurrentie van laken uit Engeland zorgde in de 15e eeuw voor de neergang van het Leeuwse laken. Die neergang werd versterkt door de opkomst van Tienen als handelscentrum toen de Gete in 1525 tot in die stad bevaarbaar werd.

De stad ontsnapte zowel aan de beeldenstorm in de 16e eeuw als aan de godsdiensthaat van de Franse Revolutie. Een overstroming (1573) bracht niet alleen de pest in de stad maar berokkende ook veel materiële schade. De inwoners hadden te lijden van een groot Spaans garnizoen dat in 1578 in de stad was gelegerd.

De aan de zuidzijde van de stad gebouwde citadel kon de stad niet vrijwaren van krijgsgeweld. Men ging gebieden onder water zetten om ze te beschermen maar het verlies van weilanden en pachthoven bracht alleen maar armoede en ziekte. In de 17e eeuw kreeg men te maken met drie brandrampen waarbij die van 1676 meer dan honderd huizen in de as legde.

Het stadje werd in 1678 en 1701 door de troepen van Lodewijk XIV geplunderd en bezet. Na herovering door middel van zware beschietingen door de geallieerden in 1705 vond Zoutleeuw rust en vrede onder het Oostenrijks bewind alhoewel Jozef II de talrijke kloosterorden die er zich gevestigd hadden niet spaarde.

Zoutleeuw verloor zijn betekenis als voorpost tegen de bedreiging van het prinsbisdom Luik toen de Fransen Brabant en Luik annexeerden. De tijd onder het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden bracht opnieuw welvaart. Zoutleeuw verloor dan wel zijn stadstitel bij de onafhankelijkheid van België en kreeg die pas in 1985 terug.

Zoutleeuw is een kleine stad in oppervlakte maar haar bouwkundig erfgoed verraadt haar verleden als belangrijk centrum. Haar ligging op de grens tussen Haspengouw en het Hageland maakt haar nu tot een druk bezochte plaats voor toeristen.

Bezienswaardigheden[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Lijst van onroerend erfgoed in Zoutleeuw voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
  • de Sint-Leonarduskerk op de Grote Markt, zowat de enige kerk in België met een intact gebleven laat-gotisch interieur. Deze kerk met haar torens behoort sinds 1999 tot het Werelderfgoed van de UNESCO.
  • het Stadhuis, gebouwd door Rombout II Keldermans vanaf 1529. Het werd ingewijd in 1538 .
  • het Vleeshuis van Zoutleeuw, ten onrechte de Lakenhalle genoemd. Het Vleeshuis bestond al in de 13de eeuw. In het Vleeshuis bevonden zich vleesbanken, die erfelijk waren. Ze werden net als onroerend goed beschreven met reengenoten. Over de bouwgeschiedenis is nog weinig geweten. Waarschijnlijk werd het Vleeshuis herbouwd in de tijd dat het schitterende stadhuis tot stand kwam. De 3 gilden en de Tafel van de H. Geest maakten van het Vleeshuis gebruik.
  • het Lakenhuis, in het archief zelden Lakenhalle genoemd, grensde aan de Spiegel en lag dus in de Bogaardenstraat. De naam Lakenhuis verdwijnt uit het archief in de 17de eeuw. Het woord Lakenhalle duikt opnieuw op rond 1890 en duidt dan verkeerdelijk het Vleeshuis aan naast het stadhuis. Op de plaats van het voormalige Lakenhuis staat heden een grote boerderij.
  • restanten in het landschap achter het voetbalveld van de Spaanse citadel, een complex dat in de 18de eeuw 20 hectare in beslag nam.
  • de Bethaniënschuur, enig overblijfsel van het klooster van Bethaniën of Sint-Maria-Magdalena. Dit klooster van de reguliere kanunnikessen van Sint-Augustinus werd gesticht in 1478. In 1796 werd de priorij opgeheven. Op 26 september 1798 gingen de goederen van Bethania over naar Arnoldus Leonardus Coenen. Enkel de ingevallen schuur blijft van het klooster over.
  • De Rode Leeuw, voormalige herberg naast het Stadhuis. De naam komt voor in 1528. Dit huis had een lubbe, dit is een vooruitstekende verdieping, waarvoor aan de hertog belasting moest worden betaald. In 1879 verdween de bouwvallige hoekwoning, die zijn naam toen al lang had verloren.
  • De Spiegel, op de Grote Markt 23, ten onrechte Spiegelhuis genoemd. De bouwdatum is onbekend. Oude prentkaarten geven 1471. Recente publicaties houden het op 1571, maar met voorbehoud. De oudst bekende eigenares van het hoekhuis was Hildegund van Linter. In april 1358 droeg zij het vruchtgebruik op het huis naast het Lakenhuis over aan haar kinderen. In 1600 komt de eerste keer de naam Spiegel voor. De woning in bak- en zandsteenbouw met renaissance-elementen werd in 1962 gerestaureerd. Boven een klein venster in het midden van de gevel bestaat de versiering uit lelietjes van dalen. Om dit bloemmotief met de Leeuwse Rederijkers te associëren, bestaat eigenlijk geen bewijsgrond.

Fout is zeker om de Spiegel te verbinden met de familie Helspieghel die een lid van de rederijkerskamer "De Leliekens uit den Dael" was. Uit het archief blijkt dat deze familie nooit in de Spiegel heeft gewoond. De Spiegel is trouwens een huisnaam die in heel de Nederlanden en ver daarbuiten bekend was. De spiegel werd algemeen als een afweringsmiddel beschouwd: boze geesten die in een spiegel keken, doodden zichzelf. Huizen met de naam Spiegel waren meestal herbergen. Zo ook in Zoutleeuw.

  • Huisnamen. Zoals elke stad had Zoutleeuw kleurrijke huisnamen. Veel huizen in de Truderstraat werden afgebroken voor de bouw van de Citadel. Maar in het centrum bestaan nog heel wat huizen die vroeger een eigen naam hadden. Op de Grote Markt stonden: Prins van Luik (1), Drie Koningen (4), Huis van Santerein of Walsbergehuis (Grote Markt 5-6-7 en Ridderstraat 2-4), Wildeman (8-9), Drie Haringen (10), Wijnhuis of Stadswijnhuis (12), Klein Antwerpen (13-14), Spiegel (23), Valk (26-27), Drie Kronen (28), Keizer of Ooievaar (29).
  • Het Wijnhuis is het hoekhuis op de Grote Markt 12. In de week van Sinksen in 1526 vierden de burgemeester en de schepenen feest int wynhuys om de bouw van het stadhuis te vieren. Het Wijnhuis was eigendom van de stad en heette daarom in 1507 ook der stad wynhuys (Stadswijnhuis). Dit hoekhuis is heden het KBC-hoofdkantoor. Het werd voorheen verkeerdelijk vereenzelvigd met de Rode Leeuw. Bij de restauratie in 1974-1976 werden vier houten kuipen ontdekt, met een doormeter van twee meter. Al in de 16de eeuw ging het Wijnhuis in particuliere handen over. In 1787 was de eigenaar Jan Stiers, die het "vermangeld" had met Jacobus Pluymers. Wellicht had deze, met een woordspeling, het vroegere Wijnhuis bedacht met de naam Witte Pluim.
  • De kapel Onze-Lieve Vrouw van de Osseweg van 1538, een eeuwenoud bedevaartsoord aan de Ossenwegstraat. In 1538 werd Gilis vander Hoeven, alferis of vaandeldrager uit Antwerpen, van zijn krukken verlost. Onze-Lieve-Vrouw van de Osseweg werd vooral vereerd om van breuken te genezen. Er is een lange legende over het ontstaan van de kerk, maar dit is een korte samenvatting: op een dag is een boer in zijn weide aan 't ploegen. Opeens graaft hij een oud Maria-beeld op en zet hem aan de voet van een grote boom, ergens ver daarvandaan. Maar de boer vindt het Maria-beeld later terug op zijn wei. Een tweede maal zet het hij het aan de voet van die zelfde grote boom, en weer vindt hij het terug op zijn weiland. Daarom besluit de boer om het beeld daar te laten staan en zo is de kerk op de Osseweg ontstaan. 1538 is dan ook de datum van de stichting.
  • provinciedomein Het Vinne, een uitgestrekt natuurgebied en enig natuurlijke meer in Vlaanderen. Het Vinne ontstond door het uitsteken van turf door de monniken van de Parkabdij. De eigenaar Henri de Pitteurs kreeg in 1841 de toestemming om het meer droog te leggen. Sedert 1844 was het Vinne veranderd in weiland. De Provincie Vlaams-Brabant besliste in 1999 om het Vinne gecontroleerd voor de helft opnieuw te laten vollopen. In 2006 is een goed deel van deze opdracht uitgevoerd. Als in de wijde omgeving de lichten uitgaan, staan sterrenkijkers in het Vinne klaar.
  • acht bewegwijzerde wandelwegen en vier fietsroutes waarvan de Bietenroute over de oude spoorweglijn Zoutleeuw-Tienen loopt.
  • het Heksenkot, een vervallen gebouw achter het nieuwe stadhuis, wordt weldra gerestaureerd. Het is een restant van de tweede toren boven de oude Sint-Truidensepoort, te zien op het plan van Jacob van Deventer uit circa 1550. Hij werd rond 1330 gebouwd. In 1889 verhoogde notaris Gustave Fineau de restanten met een bouwsel, louter bedoeld als amusementsruimte. Als men rond het gebouw loopt, ziet men inderdaad de initialen G en F, en de getallen 1, 8, 8 en 9, die samen het jaartal 1889 vormen.[1]

Archeologen aan het werk in de stad[bewerken]

Bij de kanalisering van de rivier in 1994 werd interessant archeologisch materiaal aangetroffen. In de vroegere binnenhaven werden restanten van zeevissen zoals schelvis, pladijs en haring gevonden en schelpen van oester, kokkel en mossel. Archeologen vonden grote hoeveelheden schoenzolen, ceramiek en aardewerk uit vroegere tijden. Men kwam meer te weten over de constructie en het traject van de twee verdedigingsmuren en over de ingeplante verdedigingstorens. Men stootte op resten van een waterpoort die op dezelfde plaats werd gereconstrueerd. Meer details hierover vindt men via de externe link beneden op deze pagina.

Evenementen[bewerken]

  • Stak-het-Oep, een folkloristisch Driekoningenfeest op 6 januari. 'Stak-het-Oep’ is Leeuws dialect voor 'Steek-het-Op'. Kinderen gaan dan door de donkere straten (voor dit feest worden de lichten in en rond het centrum van Zoutleeuw voor bepaalde tijd gedoofd en vervangen door kaarsen) al zingend van deur tot deur, verkleed als de "Drie Koningen" (beter bekend als de Drie Wijzen). Op het oude stadhuis op de markt worden dan verkiezingen georganiseerd voor o.a.: De mooiste groep, de mooiste biet en voor de groep die "van verre kwamen".
  • De Sint-Leonardusprocessie, een sacramentsprocessie op Pinkstermaandag. Deze traditie gaat terug tot 1274.
  • Processie Lieve-Vrouw van de Osseweg (zondag na 8 september)

Gastronomie[bewerken]

Zoutleeuw is bekend door zijn Leeuwse kaastaart, Leeuws drupke, vlamkoekjes, speculaas en boerenworst.

Politiek[bewerken]

2013-2018[bewerken]

Burgemeester is Jos Ceyssens (CD&V). Hij leidt een coalitie bestaande uit CD&V en Open Vld. Samen vormen ze de meerderheid met 12 op 19 zetels.

Resultaten gemeenteraadsverkiezingen sinds 1976[bewerken]

Partij 10-10-1976[2] 10-10-1982 9-10-1988 9-10-1994 8-10-2000 8-10-2006[3] 14-10-2012[4]
Stemmen / Zetels % 19 % 19 % 19 % 19 % 19 % 19 % 19
CVP1/CD&V2 32,981 7 28,21 5 33,821 6 37,341 7 35,71 8 35,882 8 38,382 8
N-VA - - - - - 3,22 0 16,13 3
VU 4,82 0 - - - - - -
PVV1/VLD2/Open Vld3 41,321 9 45,661 10 43,461 9 32,892 6 30,732 7 24,612 5 21,613 4
SP1/sp.a2 19,21 3 17,221 3 22,161 4 29,761 6 21,971 4 22,902 4 21,362 4
AGALEV - - - - 2,93 0 - -
Vlaams Blok1/Vlaams Belang2 - - - - 6,441 0 13,402 2 -
GMB - 8,92 1 - - - - -
V.D. - - - - 2,23 0 - -
Lijst Stads Belang - - - - - - 2,53 0
Anderen(*) 1,68 0 - 0,55 0 - - - -
Totaal stemmen 5626 5810 5991 6070 6020 colspan="2" colspan="2"|
Opkomst % 97,84 96,7 94,89 colspan="2" colspan="2"|
Blanco en ongeldig % 1,58 2,22 3,22 4,84 3,77 colspan="2" colspan="2"|

De zetels van de gevormde coalitie staan vetjes afgedrukt
(*)1976: RK1988: ANDERS

Bekende Leeuwenaars[bewerken]

Partnersteden[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties