Politie in België
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
De politie in België is een overheidsinstantie belast met het handhaven van de wetten van het land, het bewaren van de openbare orde en het verlenen van hulp. Ook vormt zij de opsporingsdienst voor het Openbaar Ministerie van de Rechterlijke Macht.
Inhoud |
[bewerken] Een geïntegreerde politie, gestructureerd op twee niveaus
De politiehervorming die in België werd doorgevoerd (organieke wet dd 07/12/1998, zie infra), herleidde alle bestaande politiediensten tot één enkele politiedienst: de geïntegreerde politie, gestructureerd op twee niveaus (kortweg: de geïntegreerde politie). Onder andere de gemeentepolitie en de rijkswacht werden afgeschaft.
De geïntegreerde politie is gestructureerd op twee niveaus: een federaal niveau (de federale politie) en een lokaal niveau (de lokale politie). Bij organieke wet is vastgelegd dat beide niveaus onderling moeten communiceren via welbepaalde kanalen en elkaar steun en bijstand moeten verlenen bij het uitoefenen van hun taken. Er is geen hiërarchisch verband tussen beiden. Beide takken (niveaus - zou kunnen geïnterpreteerd worden als een hiërarchische structuur) hangen af van verschillende administratieve autoriteiten. Zo hangt de federale politie af van de Minister van Binnenlandse Zaken en de Minister van Justitie en de lokale politie van het Politiecollege onder leiding van één van de burgemeesters van de gemeenten die deel uitmaken van de politiezone.
De geïntegreerde politie staat onder het gezag van:
- de Minister van Binnenlandse zaken (voor de uitvoering van opdrachten van bestuurlijke politie);
- de Minister van Justitie (voor de uitvoering van opdrachten van gerechtelijke politie);
Samen dragen beide ministers de verantwoordelijkheid voor de organisatie en het bestuur van de politie.
[bewerken] De federale politie
[bewerken] Organisatie
De federale politie is één organisatie[1], bestaande uit een commissariaat-generaal met bijhorende directies, en uit drie algemene directies:
- De algemene directie bestuurlijke politie (DGA)[2];
- De algemene directie gerechtelijke politie (DGJ)[3];
- De algemene directie ondersteuning en beheer (DGS)[4];
Op het terrein is de federale politie per gerechtelijk arrondissement gedeconcentreerd aanwezig:
- de gedeconcentreerde coördinatie- en steundirecties (CSD) onder leiding van een bestuurlijke directeur-coördinator (DirCo);
- de federale gerechtelijke politie (FGP), per gerechtelijk arrondissement onder leiding van een gerechtelijk directeur (DirJud);
Beide gedeconcentreerde diensten fungeren als draaischijf tussen de federale en lokale politie.
[bewerken] Taak
De federale politie heeft een dubbele taak:
- uitvoeren van gespecialiseerde en bovenlokale opdrachten van bestuurlijke en gerechtelijke politie over het ganse grondgebied van het Rijk,
- ondersteuning van de lokale politie en lokale overheden.
Dit volgens de principes van subsidiariteit en specialiteit.
[bewerken] De lokale politie
[bewerken] Organisatie
De lokale politie bestaat feitelijk uit 196 zones. Sommige politiezones omvatten slechts één gemeente, andere bestaan uit 2 of meer gemeenten. De structuur van een lokaal politiekorps is wettelijk niet vastgelegd. Wél is bij koninklijk besluit (dd 07/09/2001) vastgelegd dat elke lokale politiedienst, in de geest van een gemeenschapsgerichte politiezorg (community oriented policing), volgende 6 basisfunctionaliteiten moet aanbieden:
- wijkwerking,
- onthaal,
- interventie,
- slachtofferbejegening,
- lokale recherche,
- handhaving openbare orde.
De dagelijkse leiding van de lokale politie is in handen van de korpschef (ook zonechef genoemd). Hij is verantwoordelijk voor de uitvoering van het lokaal politiebeleid. Op zijn beurt staat de korpschef onder het gezag van een burgemeester of een politiecollege van burgemeesters, naargelang het een zone is die bestaat uit één of meer gemeenten.
De lokale politie wordt, als niveau binnen de geïntegreerde politie, vertegenwoordigd door de vaste commissie van de lokale politie (VCLP).
[bewerken] Taak
- verzekeren van de basispolitiezorg op het lokale niveau,
- instaan voor het vervullen van sommige opdrachten van federale aard.
[bewerken] Opdrachten
De opdrachten van de Belgische politiediensten zijn vastgelegd in hoofdstuk IV van de wet op het politieambt (dd 5/8/1992). Een algemeen onderscheid kan worden gemaakt tussen opdrachten van bestuurlijke politie en opdrachten van gerechtelijke politie. Ook de vorm waarin en de voorwaarden waaronder die opdrachten worden vervuld worden nauwgezet beschreven in de wet op het politieambt.
Bij het uitvoeren van opdrachten van bestuurlijke politie staat de politieambtenaar onder leiding en gezag van een bestuurlijke overheid (bv de burgemeester of de Minister van Binnenlandse Zaken). Bij het uitvoeren van opdrachten van gerechtelijke politie staat de politieambtenaar onder leiding en gezag van een gerechtelijke overheid (bv de procureur des Konings of de onderzoeksrechter).
[bewerken] Hiërarchie binnen de geïntegreerde politie
[bewerken] Graden
De federale politie heeft geen hiërarchische maar een functionele band met de lokale politie. Beide niveaus zijn hiërarchisch opgebouwd en bestaan uit verschillende kaders:
- een hulpkader:
-
- aspirant-agent van politie (AAP) (leerling)
- agent van politie (AP) (vroegere hulpagent)
- een basiskader:
-
- aspirant-inspecteur van politie (AINP) (leerling)
- inspecteur van politie (INP)
- een middenkader:
-
- aspirant-hoofdinspecteur van politie (AHINP) (leerling)
- hoofdinspecteur van politie (HINP)
- hoofdinspecteur van politie met bijzondere specialisatie (HINP BS)
- hoofdinspecteur van politie met specialiteit politieassistent (HINP PA)
- een officierenkader:
-
- aspirant-commissaris van politie (ACP) (leerling)
- commissaris van politie (CP)
- commissaris van politie eerste klasse (CP1)
- een hoofdofficierenkader
-
- hoofdcommissaris van politie (HCP)
[bewerken] Functionele titels
Naast de gradenstructuur bestaan ook zogenaamde 'functionele titels' binnen de gerechtelijke zuil van de federale politie en de lokale recherches:
- gerechtelijk commissaris (GCP)
- rechercheur (RCH)
Er worden ook twee titels gebruikt die op de bevoegdheid van de ambtenaar duiden, deze gaan gepaard met graad:
- De inspecteurs dragen de titel AGP (Agent Gerechtelijke Politie)
- Vanaf de graad hoofdinspecteur is men OGP (Officier Gerechtelijke Politie)
- Vanaf de graad commissaris is men OBP (Officier Bestuurlijke Politie)
Vanaf de graad commissaris is men dus OGP en OBP.
[bewerken] Geschiedenis
Tot 1998 bestond de politie in België uit verschillende delen: de rijkswacht, de gerechtelijke politie, de gemeentepolitie, de Bijzondere OpsporingsBrigade, de spoorwegpolitie en andere kleinere diensten.
In de jaren ’80 en begin jaren ’90 zijn er feiten gebeurd waardoor het vertrouwen in de Belgische politie en justitie ver te zoeken was. Deze feiten legden bovendien op een pijnlijke manier de wantrouwige en vaak vijandige houding tussen de politiediensten bloot. Een van de eerste gebeurtenissen die een debat over politie en politiewerk noodzakelijk maakte, was de Bende van Nijvel. Deze bende wordt verantwoordelijk geacht voor een aantal extreem gewelddadige overvallen. Daarnaast probeerden de Cellules Communistes Combattantes (C.C.C.) rond dezelfde periode eveneens het land te destabiliseren. Het was een organisatie die uit het niets tevoorschijn was gekomen. Tenslotte zorgde het Heizeldrama op 29 mei 1985 er voor dat het nog maar eens duidelijk werd dat de verschillende politiediensten totaal niet op elkaar waren afgestemd.
Na een beslissing van de ministerraad van 26 juli 1985 vond een eerste audit van de politiediensten plaats. In haar verslag stelde de groep Team Consult dat in België een coherent en geïntegreerd politie- en veiligheidsbeleid ontbrak. Bovendien waren de verantwoordelijkheden versnipperd en was er nauwelijks sprake van coördinatie. De regering formuleerde hierop een antwoord met het Pinksterplan van 5 juni 1990. De hervorming van de politiediensten bleef echter uit, maar er werd gekozen voor een geïntegreerde benadering van de politiefunctie. De verkiezingen van 24 november 1991 (de zogenaamde ‘zwarte zondag’) zorgden er voor dat de zaken in een stroomversnelling kwamen.
[bewerken] Politiehervorming
De Dutroux-affaire in 1996 betekende opnieuw een deuk in het vertrouwen in politie en gerecht. Het werd duidelijk dat de politie ernstig gefaald had in een eerder onderzoek naar Dutroux. Dit falen werd voor een groot deel toegeschreven aan de zogenaamde politieoorlog. Het schandaal shockeerde België. Bij het publiek heerste een fundamenteel wantrouwen in ‘het systeem’. De publieke verontwaardiging bereikte een hoogtepunt tijdens de 'Witte Mars' op 20 oktober 1996. Onmiddellijk na deze mars werden twee nieuwe parlementaire onderzoekscommissies geïnstalleerd. Ze moesten onder andere de ware toedracht van deze affaire achterhalen en onderzoeken wat de defecten waren en wie daar verantwoordelijk voor was.
Eén commissie (de zogenaamde commissie-Dutroux) presenteerde haar rapport in april 1997. Behalve een kritische analyse over de werking van de politiediensten, beval ze een politiehervorming aan waarbij er sprake zou zijn van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus. De conclusies van deze commissie maakte langzaamaan duidelijk dat het idee van ‘integratie’ aan belang won. De regering verwierp deze suggestie en kwam in oktober 1997 met een eigen plan op de proppen, waarbij ze niet had gekozen voor een eenheidspolitie maar voor een politiestructuur met twee politiediensten.
Met de ontsnapping van Dutroux in april 1998 was de tijd echter rijp voor een nog verdergaande hertekening van het politielandschap. Tussen de vier meerderheidspartijen en de vier oppositiepartijen werd uiteindelijk het ‘Octopusakkoord’ gesloten. Dit akkoord, geconcretiseerd met de wet van 7 december 1998, creëerde een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus. Op het federale niveau werden de voormalige centrale diensten van de rijkswacht en de voormalige gerechtelijke politie samengebracht. Op het lokaal niveau werden de voormalige territoriale brigades van de rijkswacht en de voormalige korpsen gemeentepolitie verenigd.
Ook visueel was het belangrijk de 'nieuwe' politie te kunnen onderscheiden van de 'oude': er werd daarom gekozen voor een nieuw logo voor gans de geïntegreerde politie en een eigen huisstijl voor de federale politie en de lokale politie (zie http://www.fedpol.be/ voor het verschil).
Tegen de politiehervorming bestaat nogal wat protest, zij het hoofdzakelijk via juridische procedures. Na een arrest van het Arbitragehof (nº102 van 22/07/2003) inzake het politiestatuut, werden een aantal bepalingen vernietigd. Het betreft onder meer enkele specifieke inschalingprincipes van bepaalde personeelscategorieën alsmede het feit dat bepaalde destijds verleende brevetten volgens het Hof niet afdoende werden gevaloriseerd in het raam van de politiehervorming.
Het antwoord hierop werd de zogenaamde Vesalius-wet van 03 juli 2005 (B.S. 29 juli 2005). Deze reparatiewet zorgt voor een "rode loper". Concreet betreft het de mogelijkheid voor de hoofdinspecteurs van politie die zijn ingeschaald in specifieke loonschalen om, op hun vraag en mits een niet-onvoldoende evaluatie, te worden bevorderd tot commissaris van politie en dit, gespreid over een periode van zeven jaar, zijnde van 2005 tot en met 2011. De wet Vesalius-bis van 2 juni 2006 (B.S. 8 september 2006) voorziet o.a. dat een aantal aanstellingen (zie hierboven) kunnen worden omgezet in vaste benoemingen.
[bewerken] Controverse
[bewerken] Zaak Koekelberg
In 2008 kwam de top van de Politie in opspraak in de zaak Koekelberg, in verband met vriendjespolitiek en fraude bij toppromoties.
Ook later dat jaar en in 2009 bleven en blijven er nieuwe feiten en/of vermoedens van gebrekkig beleid, vriendjespolitiek, en andere onregelmatigheden aan het licht komen. Zo werd begin april 2009 bekend gemaakt dat Commissaris-Generaal Koekelberg een klacht tegen minister van Binnenlandse Zaken Guido De Padt (betreffende het doorsluizen van OCMW geld naar de Open-VLD partijkas en het onder druk zetten van een Politie-inspecteur) niet meteen had overgemaakt aan de gerechtelijke instanties, maar eerst getoond had aan de minister in kwestie en pas na verschillende dagen én op advies van de minister de klacht had doorgespeeld aan Justitie. Diverse syndicaten van de politie menen dat er meer dan waarschijnlijk politieke spelletjes gespeeld worden bij deze zaken van onregelmatigheden aan de politietop, met als doel Koekelberg af te zetten en te laten opvolgen door iemand anders (die mogelijks een betere band zou kunnen hebben met de politiek). Zij zien het feit dat deze zaak opduikt nét nadat de CG positieve beoordelingen kreeg van het Comité P niet als toeval.
[bewerken] Toenemende kritiek en aanvallen
Naast de toenemende mondigheid en kritiek van burgers de laatste jaren, neemt ook de media-aandacht rond de politie toe. Naast de verslaggevingen rond serieuze kwesties, doen er soms ook aangedikte of overroepen nieuwsberichten de ronde. Deze vorm van (enkel negatieve) kritiek wordt door sommigen bestempeld als het viseren van de ordediensten, waarbij schade wordt toegebracht aan het vertrouwen in de politie.
[bewerken] Zie ook
[bewerken] Externe links
- http://www.polfed-fedpol.be/home_nl.php Federale politie in België
- http://www.police.be/index_nl.htm Lokale politie in België
- https://www.hbpf.be/ Het Belgische Politie Forum
- http://www.bestuurlijkepolitie.be
- http://www.politie.be Portaal van de Belgische geïntegreerde politie
- http://www.police.ac.be Directie van de opleiding binnen de Belgische politie
- http://www.ipa.be International Police Association Belgium
- http://www.polnet.be PoliceNet Belgium
- http://www.hekla.be Politiezone Hekla (Hove-Edegem-Kontich-Lint-Aartselaar)
Bronnen, noten en/of referenties:
- ↑ Organogram op de website van de Belgische federale politie
- ↑ Algemene directie bestuurlijke politie
- ↑ Algemene directie gerechtelijke politie
- ↑ Algemene directie ondersteuning en beheer
| Voor meer mediabestanden zie de categorie Police of Belgium van Wikimedia Commons. |