Benelux

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Benelux
Vlag van de Benelux

(Details)    

Europe location BENELUX.png
Bestuurscentrum Brussel
Werktaal Nederlands en Frans
Lidmaatschap België, Luxemburg en Nederland
Oppervlakte 74.657 km²
Inwoners 28,4 miljoen (2012)[1]
Dichtheid 367,30 inw/km²
Tijdzone +1
Munteenheid Euro
Kaart van de Benelux met de provincies en districten
Kaart van de Benelux met de NUTS-2-regio's
Detailkaart van de Benelux, met provincies/districten en alle gemeenten.

De Benelux, een samentrekking van België, Nederland en Luxemburg, is in september 1944 in Londen opgericht door de gevluchte regeringen van deze drie landen als douane-unie: een samenwerkingsverband tussen deze drie landen om onderling vrij goederen te kunnen transporteren en een uniform tarief te hanteren voor goederen van buiten de Benelux. Sinds het verdrag van 1958 is de Benelux een economische unie. Vanaf 2010, met de ingang van het nieuwe verdrag (zie hieronder), treedt de Benelux niet meer alleen op economisch gebied op maar ook bij duurzame ontwikkeling, justitie en binnenlandse zaken. De officiële benaming is dan ook in Benelux Unie veranderd. Het bestuurscentrum van de Benelux is Brussel. Het secretariaat is gevestigd in de Regentschapstraat.

Voorgeschiedenis[bewerken]

Traditioneel geldt de benaming de Lage Landen of de Nederlanden voor het deltagebied in West-Europa toen Nederland en België nog niet als aparte staten bestonden. In principe wordt ook Luxemburg bij de Lage Landen gerekend, maar dat is meer een projectie vanuit het heden, omdat Luxemburg nog slechts relatief kort als afzonderlijke staat bestaat. Sinds het einde van de zestiende eeuw kan men een scheiding maken tussen de Noordelijke en de Zuidelijke Nederlanden (deze laatste tot 1790 met inbegrip van Luxemburg). België werd in 1830 onafhankelijk van Nederland. In 1890 kwam het Groothertogdom Luxemburg definitief los van Nederland, toen koning Willem III overleed, en men in Luxemburg de erfopvolging volgens de Salische wet liet verlopen.

Nederland en België werden door de scheiding concurrenten van elkaar. België kreeg het zwaar te verduren, mede doordat het economisch geïsoleerd lag, met geen enkel buurland had het een handelsverdrag. Het is daarom niet verwonderlijk dat sinds de afscheiding toenadering werd gezocht met andere landen, dus ook met Nederland. In 1841 verzocht Luxemburg aan de koning-groothertog Willem I om een verdrag met België, aangevuld met een economische unie met Nederland. In feite was dat een eerste zet in de richting van wat later Benelux zou gaan heten. Maar een eerste vorm van samenwerking kwam ruim twintig jaar later toen België en Nederland op 12 mei 1863 het Handels en Scheepvaartverdrag sloten. Beide landen wensten een douane-unie. Het zou echter tot 1869 duren voordat hierover serieus gesproken werd, door de Belgische eerste minister Frère-Orban en de Nederlandse minister van Financiën Bosse. Deze plannen liepen op niets uit toen in 1870 een nieuw kabinet in België aantrad dat terughoudend stond tegenover een te vormen douane-unie met Nederland. In 1905 voerde een Belgische journalist, Eugène Baie, campagne voor een te vormen douane-unie met Nederland. Dit zou in 1907 leiden tot de instelling van een Nederlands-Belgische commissie van 58 parlementariërs. De commissie moest de economische verhouding tussen beide landen onderzoeken als noodzakelijk element voor toekomstige onderhandelingen. Deze commissie is driemaal bijeengekomen maar heeft niets opgeleverd. Het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog maakte economische samenwerking tussen beide landen onmogelijk.

Handelsconventie van Oslo en de overeenkomst van Ouchy[bewerken]

Voor het eerst weer in 1927 zochten de landen economische toenadering op de internationale economische conferentie te Genève. In 1929 deed België een voorstel aan de Volkenbond om een verdrag in studie te nemen dat moest leiden tot consolidatie en verlaging van de tarieven. Dit voorstel leidde op 24 maart 1930 tot het sluiten van een handelsconventie. Omdat ratificatie door het vereiste minimumaantal lidstaten uitbleef, trad het niet in werking. Hierop reageerden de landen België, Nederland, Luxemburg, Denemarken, Zweden en Noorwegen door zelf stappen te nemen. Op 22 december 1930 sloten zij de Conventie van Oslo. Hierin werd bepaald dat de bestaande tolrechten niet werden verhoogd, noch zouden er nieuwe worden uitgevaardigd zonder de andere partijen hiervan in kennis te stellen, waarbij die andere partijen dan de mogelijkheid kregen tegen nieuw uit te vaardigen tolrechten amendementen in te dienen.

Nederland, België en Luxemburg wilden nauwere economische samenwerking en dit resulteerde in het op 29 december 1931 getekende protocol wat zou leiden tot de op 18 juli 1932 afgesloten "Internationale overeenkomst tot verlaging der tollen". Omdat het verdrag in Ouchy is gesloten, staat het beter bekend onder de naam Overeenkomst van Ouchy. Het doel van de overeenkomst is een tariefbestand, gevolgd door trapsgewijze verlaging van de tarieven. Bovendien zouden bestaande invoerrechten niet worden verhoogd noch nieuwe worden ingevoerd. Het verdrag zou voor een duur van vijf jaar worden gesloten en stond open voor toetreding door andere landen op voet van volledige gelijkheid. Ongeveer gelijktijdig sloot Groot-Brittannië op 20 augustus 1932 te Ottawa een zevental bilaterale verdragen. Daar werd eveneens een resolutie aangenomen die regionale overeenkomsten van preferentiële aard afwees. Hoewel Groot-Brittannië daarmee Ouchy niet expliciet afwees, kwam dit de facto hier wel op neer. Behalve Groot-Brittannië maakten ook de Verenigde Staten bezwaar tegen de overeenkomst van Ouchy, zodat deze nimmer in werking is getreden.

De monetaire overeenkomst als basis voor de douane-unie[bewerken]

Het is uiteindelijk de Tweede Wereldoorlog geweest die België, Nederland en Luxemburg bij elkaar dreef. Op 21 oktober 1943 ondertekenden de drie regeringen in Londen, waar zij in ballingschap verbleven, de monetaire overeenkomst. Met de ondertekening van dit document werd het fundament voor een later te vormen douane-unie gelegd. De monetaire overeenkomst had als doel het betalingsverkeer te regelen en de economische verhoudingen te versterken. Om dit doel te verwezenlijken werd een vaste wisselkoers bepaald tussen de Belgische frank en de gulden, daarnaast verschaften de landen elkaar kredieten. Korte tijd later, op 5 september 1944 ondertekenden de drie regeringen wederom een overeenkomst, de Nederlands-Belgisch-Luxemburgse-Douaneovereenkomst. Omdat het vaststellen van een gemeenschappelijk tarief een moeilijke opgave bleek is besloten om zich tot de vorming van een tariefgemeenschap te beperken.

Kenmerken van de douane-overeenkomst[bewerken]

De douane-overeenkomst van 1944 is bilateraal omdat deze is afgesloten tussen de B.L.E.U. en Nederland. De overeenkomst stelt een drietal organen in, dit zijn achtereenvolgens:

  1. De Administratieve Raad voor de Douaneregelingen (art. 3 en 4). De Raad is belast met de unificatie van douanewetgeving en accijnzen.
  2. De Administratieve Raad voor de regeling van de buitenlandse handel (art. 5). Deze is op 17 april 1946 omgedoopt tot Raad van de Economische Unie. Het is de belangrijkste Raad. Zij is belast met de administratie en de uitvoering van de gemeenschappelijke regeling van de buitenlandse handel.
  3. De Raad voor de Handelsakkoorden (art. 6), die zo veel mogelijk overeenstemming tussen de bepalingen betreffende de betrekkingen overeengekomen met derde landen moet verzekeren.

De drie raden moeten hun maatregelen aan een uitvoerend orgaan, een interministeriële vergadering, waarin Nederlandse en B.L.E.U.-ministers zitting hebben voorleggen (art. 7). Uiteindelijk zal goedkeuring moeten worden verleend door de bevoegde besturende of wetgevende instanties. Er wordt dus geen soevereiniteit overgedragen aan het orgaan, zodat we hier van een intergouvernementele organisatie kunnen spreken. In artikel 9 ten slotte wordt bepaald wanneer de overeenkomst in werking zal treden. De overeenkomst zou voorlopig in werking treden op het moment dat de Nederlandse en Belgische regeringen weer op hun grondgebied zouden zijn teruggekeerd. Uiteindelijk werd de monetaire overeenkomst van 21 oktober 1943 tegen het eind van 1946 goedgekeurd door de drie parlementen.

De douaneovereenkomst werd echter minder snel toegepast. Oorzaak hiervan was dat België en Luxemburg eerder bevrijd waren dan Nederland. Terwijl België werkte aan de wederopbouw, verkeerde Nederland nog in een economische malaise. Toen de economische verhoudingen enigszins genivelleerd waren kon men overgaan tot de uitvoering van de douane-overeenkomst. De overeenkomst werd aangevuld en verduidelijkt op 14 maart 1947. Als datum voor de inwerkingtreding werd 1 januari 1948 vastgesteld. Vanaf die datum werden er, zonder overgangsperiode, geen invoerrechten meer geheven op het handelsverkeer binnen de Benelux. Daarnaast gold tegenover andere landen een gemeenschappelijk buitentarief, dat het laagste van Europa was.

Benelux Economische Unie[bewerken]

In de preambule bij de douaneovereenkomst staat dat de partijen de meest gunstige voorwaarde willen scheppen voor de uiteindelijke verwezenlijking van een economische unie. Bijna tien jaar na de inwerkingtreding van de douaneovereenkomst, op 3 februari 1958, ondertekenden België, Luxemburg en Nederland het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie. Dit verdrag is op 1 november 1960 in werking getreden. Was de douane-overeenkomst een bilateraal verdrag, de Economische Unie is door de drie landen zelfstandig gesloten en zodoende een multilateraal verdrag, dit blijkt uit artikel 1 van het Verdrag. Het hoofddoel van de Economische Unie, dat is vervat in de preambule, luidt: De economische vooruitgang, welke het hoofddoel van Hun Unie vormt, moet leiden tot het bevorderen van het persoonlijk en maatschappelijk welzijn van Hunne volkeren.”

In grote lijnen bestaat het verdrag uit vier delen, voorafgegaan door een preambule.

  • Deel 1 vermeldt de algemene beginselen die de doelstellingen omschrijven en de hoofdkenmerken van de Economische Unie bepalen. (art. 1-14)
  • Deel 2 hierin worden de instellingen van de Unie en hun organisatie behandeld (art. 15-54)
  • Deel 3 bevat nadere voorschriften ten aanzien van bepaalde economische sectoren (art. 55-92)
  • Deel 4 bevat een aantal slotbepalingen (art. 93-100)

Daarnaast maken een Overgangsovereenkomst en Uitvoeringsprotocol deel uit van het verdrag.

Met de ondertekening hebben de landen zich verbonden aan de realisering van vrij verkeer van: goederen, personen, kapitaal en diensten.

Benelux Economische Unie in verhouding tot de E.E.G.[bewerken]

Eén maand voor de inwerkingtreding van de Benelux Economische Unie is, op 1 januari 1958, het Verdrag van Rome in werking getreden. In het EEG-verdrag is bepaald (in art. 233) dat de bepalingen van dat verdrag geen beletsel mogen vormen voor het bestaan en de voltooiing van de regionale unies tussen België en Luxemburg en tussen België, Luxemburg en Nederland, voor zover de doelstellingen nog niet door toepassing van het verdrag bereikt zijn.

Verhouding tot de Europese Unie[bewerken]

In het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa is een uitzonderingsclausule opgenomen betreffende de samenwerking in Benelux-verband. Het beleid van de Europese Unie mag de werking van de Benelux niet frustreren en anderzijds aanvaardt de Benelux alle wetten en bepalingen van Europese zijde.

Officiële talen en verdeling[bewerken]

Sinds België het aantal van 11 miljoen inwoners bereikt heeft, vertegenwoordigt de Benelux een bevolking van naar schatting 28,2 miljoen inwoners. De Benelux koos het Nederlands en Frans als officiële talen voor zijn instellingen.

  • 82% van de bevolking woont in een gebied waar Nederlands de officiële taal is. Het gaat om circa 23 miljoen personen, verdeeld over afgerond 16,7 miljoen Nederlanders en 6,3 miljoen Vlamingen;
  • 14% van de bevolking woont in een gebied waar Frans de officiële taal is. Dat zijn ruim 4 miljoen personen, verdeeld over circa 3,5 miljoen Walen en circa 0,5 miljoen Luxemburgers.
  • bijna 4% van de bevolking woont in het tweetalige (Frans, Nederlands) gewest Brussel. Het gaat om 1,1 miljoen personen.

Andere officiële talen in Luxemburg zijn Duits en Luxemburgs. Ook in België is Duits een officiële taal (Duitstalige Gemeenschap).

Organisatorische structuur Benelux[bewerken]

Organisatorisch zit de Benelux Economische Unie als volgt in elkaar: Binnen de Benelux bestaan de volgende instellingen (art. 15).

  1. Het Comité van Ministers en Ministeriële Werkgroepen (art.16-22)
  2. De Raadgevende Interparlementaire Raad (art. 23-24)
  3. De Raad van de Economische Unie (art. 25-27)
  4. De Commissies en Bijzondere Commissies (art. 28-32)
  5. Het Secretariaat-Generaal (art.33-39)
  6. De Gemeenschappelijke Diensten (art. 40)
  7. Het College van Scheidsrechters (art. 41-53)
  8. De Economische en Sociale Raad van Advies (art. 54)

Het Comité voor Ministers[bewerken]

Het Comité voor Ministers is het hoogste beslisorgaan van de Benelux Economische Unie. Het Comité wordt voorgezeten door de ministers van Buitenlandse Zaken van de drie landen. Zij zijn belast met de uitvoering van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie en beschikt in dat kader over de volgende middelen: het sluiten van overeenkomsten, goedkeuren van (bindende) beschikkingen en het goedkeuren van beleidsaanbevelingen en interne richtlijnen. Het Comité kan taken aan ministeriële werkgroepen delegeren. Op dit moment zijn er werkgroepen voor personenvervoer, administratieve zaken, ruimtelijke ordening, verkeer en natuurbescherming.

Raad van de Economische Unie[bewerken]

Het hoogste ambtelijke orgaan van de Benelux is de Raad van de Economische Unie, samengesteld uit de voorzitters van de Commissie en Bijzondere commissies. De kerntaken bestaan uit het uitvoering geven aan de beslissingen van het Comité van Ministers en de voorbereiding van de dossiers van het Comité van Ministers.

De Commissies en Bijzondere Commissies[bewerken]

De Commissies en Bijzondere Commissies zijn ieder bevoegd op een bepaald beleidsterrein, dat veelal overeenkomt met dat van een ministerie van een bepaald land. Zij bestaat uit nationale ambtenaren die zich kunnen laten bijstaan door deskundigen. Zij moeten ervoor zorg dragen dat er uitvoering wordt gegeven aan de besluiten van het Comité van Ministers.

Het Secretariaat-Generaal[bewerken]

Het Secretariaat-Generaal is de centrale, gemeenschappelijke administratie van de Benelux Economische Unie. Hij is gevestigd in Brussel en wordt geleid door een secretaris-generaal van Nederlandse nationaliteit. Sinds 2007 wordt deze functie bekleed door dr. J.P.R.M. (Jan) van Laarhoven. De secretaris-generaal wordt bijgestaan door twee adjunct-secretarissen-generaal die de Luxemburgse respectievelijk de Belgische nationaliteit hebben. Tezamen vormen zij het College van Secretarissen-Generaal. De Belgische adjunct-SG is sinds 2009 Luc Willems; de Luxemburgse adjunct-SG is Alain de Muyser.[2]

De Economische en Sociale Raad van Advies[bewerken]

De Economische en Sociale Raad van Advies is een raadgevende instelling die is samengesteld uit de leden van de overkoepelende organen van de economische en sociale bedrijfsorganisaties van de drie landen. Zij kunnen uit eigen beweging of op verzoek van het Comité van Ministers adviseren over vragen met betrekking tot de werking van de Economische Unie.

Raadgevende Interparlementaire Raad[bewerken]

Bij afzonderlijk verdrag van 5 november 1955 is de Interparlementaire Raad (het Beneluxparlement) ingesteld, het verdrag is op 7 september 1959 in werking getreden. De Raad is samengesteld uit 21 Nederlandse, 21 Belgische en 7 Luxemburgse personen die allen zitting hebben in hun eigen nationale parlement. Hij beraadslaagt en adviseert aan de regeringen van de drie landen over problemen met betrekking tot de Economische Unie. Daarnaast worden ook verdragen, overeenkomsten en protocollen ter advies aan de Raad voorgelegd.

College van Scheidsrechters[bewerken]

Het College van Scheidsrechters beslecht geschillen die kunnen rijzen tussen de Partnerlanden over de uitleg van het Unieverdrag. Als een gewezen vonnis niet ten uitvoer wordt gelegd staat beroep open bij het Internationaal Gerechtshof in Den Haag.

Benelux-Gerechtshof[bewerken]

Wanneer men streeft naar unificatie van het recht, wordt ook unificatie van de rechtspraak verlangd. Het kan niet zo zijn dat een geschil over zaken die de Unie rechtstreeks raken in België anders worden beoordeeld dan in Nederland. Daarom is op 31 maart 1965 het verdrag betreffende de instelling en het statuut van een Benelux-Gerechtshof ondertekend. Op 11 mei 1974 is het Benelux-Gerechtshof geïnstalleerd te Brussel, dit is tevens de permanente vestigingsplaats.

De minimumsamenstelling van het Hof telt negen rechters, zes plaatsvervangende rechters en drie advocaten-generaal, deze achttien leden zijn gelijk verdeeld over de drie verschillende nationaliteiten. De leden van het Hof zijn afkomstig van de nationale hoogste rechtscolleges, voor Nederland dus de Hoge Raad der Nederlanden, voor België het Hof van Cassatie van België en ten slotte het Cour supérieure de Justice van Luxemburg. De rechters kunnen naast hun functie binnen het Benelux Gerechtshof gewoon werkzaam blijven voor hun nationale rechtscolleges.

Er zijn een tweetal taken te onderscheiden, allereerst een rechtsprekende taak, die uiteenvalt in het uitleggen van gemeenschappelijke rechtsregels en het beslechten van ambtenarengeschillen. Wanneer een nationale rechter op een vraag van Benelux-recht stuit, kan hij aan het Benelux-Gerechtshof een prejudiciële vraag stellen, als hij vervolgens antwoord heeft gekregen kan hij de zaak zelf afdoen. Daarnaast heeft het Hof een adviserende taak, de Regeringen kunnen het Hof om advies vragen omtrent de interpretatie van een rechtsregel, dit advies is niet bindend.

Economisch[bewerken]

Een gemeenschappelijke munt is er binnen de Benelux tot de komst van de euro nooit geweest. Wel waren de waarde en muntformaten van de Belgische en Luxemburgse frank aan elkaar gelijkgesteld. Belgische munten werden ook in Luxemburg geaccepteerd.

Grenzen[bewerken]

In 2004 is een nieuw verdrag (Verdrag van Senningen) inzake politiebevoegdheden bij grensoverschrijdende criminaliteitsbestrijding afgesloten. Nieuw is dat de politie onbeperkt en zonder voorafgaande toestemming mag reizen, arresteren en wapens dragen binnen de Benelux. Dat gaat verder dan de Verdragen van Schengen. Dit nieuwe verdrag is in 2006 goedgekeurd door de parlementen van de Benelux-landen.

Belux[bewerken]

De term Belux wordt vaak gebruikt om alleen België en Luxemburg aan te duiden. Beide landen vormen sinds 1921 samen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie (BLEU).

Benelux sinds 2010: Benelux Unie[bewerken]

Logo van de Benelux Unie.

Het verdrag van de Benelux Economische Unie is in 1960 in werking getreden voor een periode van vijftig jaar. In 2010 was die periode afgelopen. Het Benelux-verdrag blijft vervolgens voor achtereenvolgende tijdvakken van tien jaar van kracht (stilzwijgende verlenging), tenzij één der partijen het verdrag beëindigt.

  • Op 17 juni 2008 werd in Den Haag een nieuw verdrag ondertekend, dat in 2010 in werking trad. De landen werken samen op gebieden waar de EU nog niet in voorziet. Het verdrag is een raamverdrag waarbij, in tegenstelling tot het oude verdrag, niet alles vooraf in detail is geregeld. Het nieuwe verdrag is voor onbeperkte duur (oude verdrag is voor 50 jaar) en heeft in eerste instantie betrekking op de interne markt, duurzaamheid en justitie & binnenlandse zaken. Tevens worden overbodige commissies en slapende instituties opgeheven. Doordat de unie werd uitgebreid naar niet-economische zaken is de officiële naam Benelux Economische Unie vervangen door Benelux Unie. De Nederlandse politieke partijen, de PVV en de SP hebben zich onthouden bij de parlementaire goedkeuring van het nieuwe aangepaste Benelux-verdrag. De PVV maakte eerder bekend Groot-Nederlandse idealen te hebben, de Benelux wordt door deze partij niet geaccepteerd als samenwerkingsvorm.
  • Op haar zomerzitting van het Beneluxparlement op 12 en 13 juni 2009 heeft zij eenparig een voorstel tot aanbeveling aangenomen om de werking van het Beneluxparlement te moderniseren en de betreffende overeenkomst tussen de drie Beneluxlanden te herzien. Er wordt onder andere voorgesteld om het interpellatierecht te versterken en de werking van het parlement te verbeteren. Er wordt echter (nog) niet voorgesteld om de huidige adviserende bevoegdheid uit te breiden naar een (mede)-beslissingsrecht (ook niet op deelgebieden). De laatste tijd (einde 2009/ begin 2010) lijkt er zich echter een discussie te ontwikkelen over het recht tot (mede)-beslissing; waarbij wordt gerefereerd aan het subsidiariteitsbeginsel zoals dit eveneens wordt toegepast in de Europese Unie. De drie verdragslanden hebben positief gereageerd op de eerdere aanbeveling van het Beneluxparlement. In december 2009 is vervolgens door de regeringen van de verdragslanden de beslissing genomen om de officiële onderhandelingen over de aanpassing en vernieuwing van het Beneluxparlement-verdrag te openen. Deze onderhandelingen vinden plaats op basis van een concepttekst van een volledig nieuw Beneluxparlement-verdrag. Hierbij lijkt echter het (mede)-beslissingsrecht nog niet te worden opgenomen. In juni 2014 deelde het Comité van Ministers aan het parlement mee dat zij voorziet dat de onderhandelingen over de herzieningsovereenkomst van het Beneluxparlement nog dit jaar worden afgerond.
  • Het Beneluxparlement heeft in december 2007 een aanbeveling gedaan om de beroeps- en cassatiebevoegdheden ten aanzien van door het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom genomen weigerings- en oppositiebeslissingen bij het Benelux-Gerechtshof onder te brengen. Dit voorstel ter herziening van het Verdrag betreffende het Benelux-Gerechtshof is positief ontvangen door het Benelux Comité van Ministers en op 20-04-2010 zijn de onderhandelen hierover en over het toekomstige takenpakket van het Benelux-Gerechtshof officieel begonnen. Dit heeft geresulteerd in:
    • Protocol tot wijziging van het Verdrag betreffende de instelling en het statuut van een Benelux-Gerechtshof; getekend op 15-10-2012;
    • Protocol houdende wijziging van het Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom; getekend op 21-05-2014.

Beide protocolen doorlopen momenteel de parlementaire behandeling in de parlementen van de Benelux-landen.

In het voorjaar van 2013 kwam de Benelux Unie in het oog van een storm terecht naar aanleiding van een kritisch rapport van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken ten aanzien van de werking en nut van de Benelux Unie. Een van de conclusies uit het rapport genaamd 'Relaties, resultaten en rendement: evaluatie van de Benelux Unie-samenwerking vanuit Nederlands perspectief' luide: "de maatschappelijke effecten van de samenwerking zijn meestal indirect en bescheiden en het duurt vaak lang om resultaat te boeken." Ook is er sprake van "weinig beleidsinhoudelijke focus en samenhang". Verscheidene Nederlandse partijen, in het bijzonder VVD en SP, stelden daarop de Benelux openlijk in vraag alsook de Nederlandse bijdrage van 7 miljoen euro per jaar.

Benelux als naam[bewerken]

De naam wordt ook soms gebruikt om een samenwerking van alleen Nederlandstalig Benelux, Nederland en Vlaanderen, aan te duiden, zoals bij Benelux' Next Top Model.

Externe links[bewerken]


Bronnen, noten en/of referenties

Totale bevolkingsaantal Benelux afgeleid van: