Volkenbond

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Kaart van de wereld waarbij met kleuren de relatie tussen de landen en de Volkenbond wordt aangegeven

De Volkenbond of Volkerenbond (in het Engels: League of Nations) werd op 25 januari 1919[1] opgericht (eerste algemene vergadering op 10 januari 1920[2]) op basis van het Verdrag van Versailles en gevestigd in Genève, met de intentie om via een supranationale organisatie 'een einde aan alle oorlogen' te maken. In zijn grootste vorm (1934-1935) kende de Volkenbond 58 aangesloten landen als leden. De Volkenbond werd opgeheven op 20 april 1946, één dag na zijn laatste vergadering.[3] De Verenigde Naties, die werden opgericht in 1945, kunnen worden beschouwd als de opvolger van de Volkenbond.

Net als de Volkenbond heeft ook de VN geen eigen staand leger: voor levering van zogenoemde blauwhelmen is de VN afhankelijk van ad hoc troepenbijdrages van zijn lidstaten.

Geschiedenis[bewerken]

De Amerikaanse president Woodrow Wilson gaf aan het eind van de Eerste Wereldoorlog met zijn Veertien Punten de aanzet tot de vorming van de Volkenbond.[4] Na de oprichting van de Volkenbond in 1919 werden behalve de overwinnaars van de Eerste Wereldoorlog ook de neutrale mogendheden tot de organisatie toegelaten. Echter, omdat het Verdrag van Versailles niet geratificeerd werd door het Amerikaanse Congres, traden de Verenigde Staten van Amerika niet toe tot de Volkenbond. Duitsland en bolsjewistisch Rusland (later: de Sovjet-Unie) werden aanvankelijk geweerd, en pas na het Verdrag van Locarno toegelaten. Woodrow Wilson ontving voor zijn initiatief in 1919 de Nobelprijs voor de Vrede.

De Volkenbond kende drie hoofdorganen: de Algemene Vergadering, de Raad en het Permanent Secretariaat. Daarnaast werd er ook een Permanent Hof van Internationale Justitie opgericht.

In de Algemene Vergadering zetelden de vertegenwoordigers van alle lidstaten en beschikten ze over elk één stem. Hoewel alle voorgelegde kwesties werden besproken en erna aanbevelingen en resoluties werden goedgekeurd, hadden deze geen bindende kracht.

De Raad was het belangrijkste orgaan van de Volkenbond. Hij bestond uit permanente en niet-permanente leden. De permanente zetels werden bezet door Frankrijk, Verenigd Koninkrijk, Koninkrijk Italië (1861-1946) en Japan, in een later stadium werden Duitsland en de USSR aan dit rijtje toegevoegd. De niet-permanente leden werden verkozen door de Algemene Vergadering. De Raad verstrekte advies over situaties die een concrete bedreiging voor de vrede inhielden. Een eenparigheid van stemmen was vereist.

Het Permanent Secretariaat stond in voor de administratie, de voorbereiding van vergaderingen en de uitvoering van de resoluties.

Volledig onafhankelijk van de Volkenbond werd ook een Permanent Hof van Internationale Justitie opgericht. Alle lidstaten verplichten zichzelf ertoe om conflicten via dit Hof te beslechten.

Aanvankelijk boekte de organisatie enige successen. Het was bijvoorbeeld onder auspiciën van de Volkenbond dat de voormalige Duitse koloniën als mandaatgebieden aan het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, België en Japan werden overgedragen. Ook organiseerde de bond enige referenda in omstreden gebieden in Oost-Europa. Op 24 juli 1922 stelde de Volkenbond het Mandaat voor Palestina vast. Door dit mandaat werd destijds een gebied, Palestina, aangewezen voor het Joodse volk. De gehele Volkenbond – 51 landen – verklaarde unaniem op 24 juli 1922: Onder de overweging dat de historische band van het Joodse volk met Palestina wordt erkend, is er daarom reden voor het herstel van hun nationale tehuis in dat gebied. De Frans-Duitse toenadering, mede georkestreerd door de Franse politicus Aristide Briand en de Duitse politicus Gustav Stresemann kan tevens toegevoegd worden aan het palmares van de Volkenbond. Deze toenadering resulteerde o.a. in het Verdrag van Locarno (1925) en in het Pact van Parijs (1928).

Imperialistisch Japan viel in 1931 Mantsjoerije binnen, en stapte in 1933 na een veroordeling door de Volkenbond uit deze organisatie. Abessinië, het huidige Ethiopië en ook lid van de Volkenbond, werd in 1936 geannexeerd door het Italië van de fascist Benito Mussolini, waarna ook dat, als tweede permanent raadslid, uit de Volkenbond stapte. Hitlers Duitsland volgde in 1936 al snel dat voorbeeld, gesteund door 90% van de bevolking. De weg lag open voor de bezetting van het Ruhrgebied, de Anschluss en de inval in Polen. Telkenmale bleek de Volkenbond te zwak om de vrede te bewaren. Ingestelde sancties, zoals een verbod van olieleveranties aan de verdragsschender, bereikten niet de gewenste gehoorzaamheid. De landen konden namelijk nog steeds rekenen op olie uit de Verenigde Staten, dat geen lid was van de bond.

De geloofwaardigheid van de Volkenbond werd door de uitstap van drie permanente raadsleden gevoelig aangetast. Het leidde ertoe dat steeds meer mensen de bond zagen als een verkapt machtsmiddel van Groot-Brittannië en Frankrijk, die uiteindelijk inderdaad als enige permanente raadsleden zouden overblijven. De Sovjet-Unie werd in 1939 naar aanleiding van de oorlog tegen Finland op initiatief van Argentinië uit de Volkenbond gestoten. Tegen deze tijd was de Tweede Wereldoorlog al begonnen en werd de Volkenbond nauwelijks nog serieus genomen. De organisatie werd nooit echt ontbonden.

Met de komst van Hitler en Mussolini werd de onmacht maar al te duidelijk. Met het uittreden van Duitsland verloor de bond zijn betekenis. Al tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de opvolger ervan, de Verenigde Naties, in de steigers gezet. De Volkenbond werd uiteindelijk opgeheven op 20 april 1946.[3]

Organen van de Volkenbond[bewerken]

Successen van de Volkenbond[bewerken]

Niet-succesvolle pogingen en oplossingen van de Volkenbond[bewerken]

Secretaris generaal en voorzitters[bewerken]

Noten[bewerken]

  1. K.D. Magliveras, Exclusion from Participation in International Organisations: The Law and Practice behind Member States' Expulsion and Suspension of Membership, Den Haag - Boston, 1999, p. 8.
  2. G. Scott, The Rise and Fall of the League of Nations, Londen, 1973, p. 51.
  3. a b The end of the League of Nations, unog.ch Cf. League of Nations Ends, Gives Way to New U.N., in Syracuse Herald-American (20 april 1946), p. 12
  4. N. Kawamura, Turbulence in the Pacific: Japanese-U.S. Relations During World War I, Westport, 2000, p.135.
  5. G. Scott, The Rise and Fall of the League of Nations, Londen, 1973, p. 60, F.S. Northedge, The League of Nations: Its Life and Times, 1920–1946, New York, 1986, pp. 77(a, b, c)-78 (a, b, c, d, e).

Bronnen[bewerken]

Referenties[bewerken]

  • N. Kawamura, Turbulence in the Pacific: Japanese-U.S. Relations During World War I, Westport, 2000. ISBN 9780275968533
  • K.D. Magliveras, Exclusion from Participation in International Organisations: The Law and Practice behind Member States' Expulsion and Suspension of Membership, Den Haag - Boston, 1999. ISBN 9041112391
  • F.S. Northedge, The League of Nations: Its Life and Times, 1920–1946, New York, 1986. ISBN 0718513169
  • G. Scott, The Rise and Fall of the League of Nations, Londen, 1973. ISBN 0091170400