Brits-Indië

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
British India
Indian Empire
Kolonie van het Verenigd Koninkrijk
 Britse Oost-Indische Compagnie
 Mogolrijk
 Koninkrijk Mysore
 Maratharijk
 Sikhrijk
1858–1947 Dominion India 
Dominion Pakistan 
Myanmar 
Straits Settlements 
British Raj Red Ensign.svg Star-of-India-gold-centre.svg
(Details)
Kaart
Brits-Indië in 1860
Brits-Indië in 1860
Algemene gegevens
Hoofdstad Calcutta (1858-1912)
Delhi (1912 en 1931)
New Delhi (1931-1947)
Oppervlakte 4.235.530 km²
Talen Engels, Hindi
Religie(s) Hindoeïsme, islam
Volkslied God Save the Queen of God Save the King
Regering
Regeringsvorm Britse kolonie, keizerrijk
Dynastie Huis Saksen-Coburg en Gotha
Huis Windsor
Staatshoofd Koning(in) van het VK (1858-1876)
Keizer(in) van Indië (1876-1947)
Vertegenwoordigd door een onderkoning

Brits-Indië was de naam van een gebied dat de huidige landen India, Sri Lanka, Pakistan, Bangladesh en delen van Myanmar (Birma) omvat. Het was tot 1947 een Britse kolonie.

Het gebied werd tot 1858 onder een handvest bestuurd door de Britse Oost-Indische Compagnie.

Vanaf 1876 regeerde de Britse koningin Victoria deze kolonie niet meer als koningin van het Verenigd Koninkrijk en het Britse Rijk, maar nam zij ook de titel keizerin van India aan. Men spreekt van 1876 tot 1947 dan ook wel van het Keizerrijk India. Victoria regeerde overigens niet zelf; een onderkoning trad op als haar plaatsvervanger. Deze maakte op zijn beurt weer gebruik van de macht van Indiase adel (Radja's en Maharadja's). Mede door deze afgedwongen samenwerking lukte het de Britten India, waarvan de bevolking vele malen groter was dan die van het 'moederland', onder controle te krijgen.

Een groot deel van Brits-Indië bleef dus door inheemse vorsten bestuurd worden. Zij werden bijgestaan en in de gaten gehouden door Britse bestuursambtenaren. Hoewel de vorsten soms zelfs een eigen leger en luchtmacht bezaten, was hun onafhankelijkheid door verdragen en de dominante positie van de Britten sterk ingeperkt.

Komst van de Europeanen[bewerken]

Portugal was het eerste Europese land dat om Kaap de Goede Hoop zeilde en India bereikte. Zij vestigden daar de kolonies Bon Bahia en Goa. Vanaf de 17e eeuw begon Engeland de situatie in India te beïnvloeden. In 1676 vestigden ook de Fransen zich aan de oostkust van India bij Pondicherry, ten zuiden van Madras. Ook de Nederlandse Vereenigde Oostindische Compagnie vestigde zich in India, in Malabar aan de zuidwestelijke kust en in de Bengalen, hedendaags Bangladesh.

Britse Periode[bewerken]

Vanaf 1858, nadat de Muiterij van Sepoy was neergeslagen, beheersten de Britten met uitzondering van het huidige Afghanistan heel het voormalige Mogolrijk. Rond die tijd werd er ook een begin gemaakt met de bouw van een spoorwegnet door het subcontinent, dat nog altijd een van de meest zichtbare erfenissen van het Britse bewind is. In de loop van de 19e eeuw hebben zij hun Aziatische bezittingen zelfs nog uitgebreid met Opper- en Neder-Birma, (het zuidelijke deel van het huidige Myanmar), Noordoost-India, de door Tamils beheerste Zuidpunt van India en het eiland Sri Lanka, wat de Mogols nooit gelukt was. Sri Lanka viel overigens onder een afzonderlijk Brits koloniaal bewind, vanaf 1937 ook de Birmese delen. Tot 1947 werd India geregeerd als een onderdeel van het Britse rijk. In deze periode was Brits-Indië een land waar grote verdeeldheid heerste. Dat kwam mede doordat de Britten de gebruiken van de Indiërs niet altijd eerbiedigden. De Britten veroorzaakten veel onrust door bijvoorbeeld heilige koeien te slachten en onreine dieren te eten. Daardoor ontstond er bij veel Indiërs onvrede met de aanwezigheid van de Britten.

Ten behoeve van hun Indische vazallen en het bestuursapparaat stichtte de Britse koningin een aantal Koloniale ridderorden.

Omdat in de periode van de Britse overheersing van India elders in de wereld de slavernij werd afgeschaft, werden er veel Indiërs geronseld om te gaan werken als contractarbeider in plaats van de Afrikaanse slaven op de plantages in andere Britse koloniën, maar ook in de Nederlandse kolonie Suriname. In 1872 werd een tractaat gesloten door de Nederlandse regering met de Britse regering. Dit werd door koningin Victoria ondertekend op 10 februari 1872; koning Willem III der Nederlanden bekrachtigde het zes dagen later. Op 5 juni 1873 arriveerde het eerste schip met Brits-Indische contractanten, de Lalla Rookh, in Suriname.[bron?]

Dekolonisatie[bewerken]

Na de Tweede Wereldoorlog was het Britse Rijk vooral geconcentreerd op zaken die zich dichter bij huis afspeelden. Daarom was het Rijk niet voorbereid op de opkomst van antikoloniale nationalistische bewegingen in hun kolonies. Een voornamelijk geweldloze opstand onder Mahatma Gandhi en Jawaharlal Nehru vormde een onderdeel van de weg naar de onafhankelijkheid van Brits-Indië. Hoewel zij in het westen als de grote helden van de onafhankelijkheid worden gezien waren Chandu SkeQar Azad en zijn groep volgens de Indiërs zelf de echte helden. Uddam Singh, Chandu SkeQar Azad en Bhagat Singh leidden met hun groep de onafhankelijkheid van Brits-Indië in 1947. Het Indische subcontinent werd door de Britten verdeeld in de seculiere staat India en de kleinere moslimstaat Pakistan. Bangladesh, voorheen Oost-Pakistan, werd in 1971 onafhankelijk van Pakistan.

Na 1947[bewerken]

De onafhankelijkheid van Brits-Indië in 1947 betekende het einde van een 40 jaar durende nationalistische strijd. Het land deelde zich uiteindelijk wel in India en Pakistan, nadat burgeroorlogen naar aanleiding van de Deling van Brits-Indië minstens een half miljoen levens hadden gekost en in totaal circa 7 miljoen vluchtelingen in beide richtingen. De heftige religieuze spanningen leidden in januari 1948 tot de moord op de grote inspirator van deze strijd, Mahatma Gandhi, omdat die te toegeeflijk zou zijn geweest tegen de moslims. Het door de Britten aanvaarden van India als een republiek in 1949 wordt gezien als het begin van het moderne, postkoloniale Gemenebest.

Provincies van Brits-Indië[bewerken]

Brits-Indië had vlak voor de onafhankelijkheid in 1947 zeventien provincies:

Zie ook[bewerken]