Kolonie (staatkundig)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zie het artikel Voor de Griekse en Romeinse koloniën, zie kolonisatie
Kolonisatie en imperialisme in 1898

Een kolonie (meervoud: koloniën, kolonies) betekende oorspronkelijk (zie kolonisatie): een vestiging van een deel van een bevolking, buiten het eigenlijke territorium van dat volk.

Geschiedenis Europese kolonies[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Europese kolonisatie voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Vanaf de veroveringen in de 16e eeuw door West-Europese landen in Amerika worden ook overzees veroverde gebieden doorgaans aangeduid als koloniën. Naast de meeste West-Europese landen stichtten tussen de 16e en 19e eeuw ook Rusland en Japan koloniën. Tot in de twintigste eeuw was het bezit van koloniën voor West-Europese landen tamelijk algemeen geaccepteerd, niet alleen uit economische overwegingen; ook nationaal prestige speelde mee, naast culturele en godsdienstige zendingsdrang.

De meeste van de in de loop der eeuwen gestichte koloniën zijn inmiddels onafhankelijke staten. Vooral in de eerste decennia na de Tweede Wereldoorlog werden veel koloniën onafhankelijk (zie dekolonisatie). Niettemin wordt er nog gesproken van neokolonialisme om de economische afhankelijkheid van de Derde Wereld (meest voormalige koloniën) van het Westen aan te duiden.

Twee fasen van kolonialisme zijn in de geschiedenis te onderscheiden. In de eerste fase bezetten Europese mogendheden slechts de kuststroken en kuststeden op andere continenten. Tropische ziekten, onbekend en moeilijk begaanbaar terrein en een vijandige bevolking eisten gewoon een te hoge tol. Ook de Spanjaarden en de Portugezen, die als eersten begonnen met ontdekkingsreizen en kolonisatie, drongen maar langzaam in de Zuid-Amerikaanse binnenlanden door. Slechts in de gebieden waar het klimaat gunstig voor Europeanen was (Noord-Amerika), vestigden Europeanen zich diep in de binnenlanden. In de tweede fase, die ruwweg halverwege de 19e eeuw begon, konden de Europese mogendheden dankzij verbeterde bewapening, communicatie, transport en gezondheidszorg, enorme gebieden opeisen, en deden dat ook. Japan maakte zich in de Meiji-periode als enig niet-westerse land zelfstandig een aantal westerse verworvenheden eigen en bouwde een koloniaal rijk op in China en op het Koreaanse schiereiland; in 1905 verbaasde het de wereld door de Russisch-Japanse Oorlog te winnen. China was nog een zelfstandig rijk, maar had veel territoriale en commerciële concessies moeten doen aan Japan en aan diverse Europese mogendheden. Europese mogendheden verdeelden vrijwel heel Afrika onder elkaar. Rond 1900 was een kwart van de totale bevolking Brits onderdaan. De wereld was toen grotendeels in de macht en onder invloed van Europese koloniale mogendheden of was een ex-Europese kolonie (dat laatste vooral in Noord- en Zuid-Amerika). Dat zou pas werkelijk veranderen na de Tweede Wereldoorlog.

Koloniale mogendheden waren Nederland, Verenigd Koninkrijk, Portugal, Frankrijk, Spanje, Duitsland, Rusland (in Siberië, Centraal-Azië en Alaska), België, Italië, Japan, de Verenigde Staten en - minder bekend - zelfs de Scandinavische landen Denemarken (Groenland, de Faeröer, de huidige Amerikaanse Maagdeneilanden en Tranquebar in India), Zweden (het latere Delaware en Saint-Barthélemy) en Noorwegen (Spitsbergen, Jan Mayen en Bouveteiland). Zelfs het kleine hertogdom Koerland verwierf twee koloniën (Tobago en Gambia).

Nederlandse koloniën[bewerken]

kaart met alle gebieden die ooit Nederlands zijn geweest
1rightarrow blue.svg Zie Nederlandse koloniën voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Koloniën van Nederland waren Nederlands-Indië, Suriname, Nederlandse Antillen, Nederlands-Nieuw-Guinea. In eerdere tijden had Nederland ook koloniale bezittingen in New York, Brazilië, langs de kust van Guinee, de Kaapkolonie (Zuid-Afrika), een aantal Nederlandse factorijen aan de Goudkust, Sri Lanka en Formosa, Bovendien was de kolonie in de Guiana's tot 1815 groter (zie Nederlands-Guiana). Voor een compleet overzicht en geschiedenis zie: Nederlandse koloniën

Belgische koloniën[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Belgische koloniën voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Koloniën van België waren Belgisch-Congo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi (het huidige Rwanda en Burundi) en de Lado-enclave in Soedan. Dit was hoofdzakelijk te wijten aan koning Leopold II (1835 - 1909), die graag een kolonie voor zijn land wilde vestigen. Op de Conferentie van Berlijn werd de Congo aan hem toegewezen. De aldus ontstane Congo-Vrijstaat werd door de koning als privébezit persoonlijk geëxploiteerd als een wingewest met een humanitaire ramp tot gevolg. In 1908 nam België Congo over.

In de jaren veertig van de negentiende eeuw kende de Compagnie belge de colonisation een kort koloniaal avontuur in Santo Tomas aan de kust van Guatemala.

Tussen 1880 en 1940 trokken meerdere landbouwfamilies naar Argentinië. De Colonia Belga te Villaguay in de provincie Entre Ríos, gesticht op 13 januari 1882 door Eugeen Schepers, had relatief veel succes. In de buurt bevond zich ook een kolonie Esperanza.

Van 1902 tot 1932 had België ook een terrein in Tien-Tsin (China) in eeuwigdurende concessie.

Franse koloniën[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Franse koloniën voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De Franse koningen organiseerden ontdekkingsreizen naar Amerika en richtten naar Brits-Nederlands voorbeeld compagnieën op. De Fransen manifesteerden zich in Noord-Amerika, West-Indië en India, maar verloren hun rijk na de val van Napoleon. Het tweede Franse koloniale rijk was enorm, maar omvatte vooral oerwoud en woestijn in Afrika. Dit was begonnen met de bezetting van piratennest Algiers, maar onder Duitse goedkeuring volgde Tunis. De Fransen verbonden hun gebieden in Afrika tot een groot rijk, en voegden hier Frans-Indochina aan toe. Na de bloederige bevrijdingsoorlogen in Algerije en Vietnam lieten de Fransen hun overige koloniën makkelijk onafhankelijk worden.

Duitse koloniën[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Duitse koloniën voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Duitsland was een relatieve laatkomer. Vóór de Duitse eenwording in 1871 had Brandenburg-Pruisen een kleine kolonie gehad, maar deze al vrij snel verkocht aan Nederland. Bismarck was ook helemaal geen voorstander van kolonialisme: het zou Engeland in de wielen rijden. Bovendien wilde hij nu juist Frankrijk aanmoedigen tot kolonialisme, om dit land het verlies van Elzas-Lotharingen te doen vergeten. De bevolking, legerstaf en keizer dachten hier echter anders over. Een actieve kolonisatiepolitiek was het gevolg, waarbij Duitsland echter genoegen moest nemen met de overgebleven resten: Namibië, Togo, Tanganyika, Kameroen, en een aantal Pacifische eilanden. De oude koloniale machten waren daar niet gelukkig mee; zo waren de Britten woedend over Duits-Oost-Afrika, dat hun plannen doorkruiste om van Alexandrië tot Kaapstad een continentale spoorlijn aan te leggen die al haar Afrikaanse koloniën verbond. Dit voedde weer de gedachte dat andere landen Duitsland zijn "plek onder de zon" misgunden. Na de Eerste Wereldoorlog verloor Duitsland zijn koloniale rijk, en werden zijn koloniën tot geallieerde mandaatgebieden verklaard.

Italiaanse koloniën[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Italiaanse koloniën voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Ook Italië was een laatkomer omdat het land, net als Duitsland, pas laat verenigd werd. Het veroverde Italiaans-Somaliland, maar werd in 1896 bij Adowa door de Ethiopische keizer Menelik II verslagen. Dit was de eerste overwinning van een "gekleurd" land op een "blank" land, nog voor de Russisch-Japanse Oorlog. In een korte oorlog werd vervolgens in 1912 het Ottomaanse Rijk gedwongen Libië en een aantal eilanden af te staan. Na de Eerste Wereldoorlog trachtte Italië een koloniaal rijk in Turkije op te bouwen, maar liet dit land al vrij snel aan Mustafa Kemal Atatürk. In 1936 besloot Mussolini Adowa te wreken en heel Ethiopië te bezetten. Dit ging gepaard met een zeer smerige oorlog, waarin Ethiopiërs Rode Kruis-gebouwen bombardeerden en Italianen mosterdgas gebruikten. In de Tweede Wereldoorlog bereikte het Italiaanse koloniale rijk met de bezetting van Brits-Somaliland zijn grootste omvang, maar ging vervolgens geheel verloren.

Britse koloniën[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Britse koloniën voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Groot-Brittannië speelde allereerst een marginale rol naast Spanje, Portugal en Nederland. De Britse activiteiten beperkten zich hoofdzakelijk tot piraterij. In de 17e en 18e eeuw manifesteerden de Britten zich echter in Amerika, India en Brits-West-Indië. Delen van het huidige Canada werd op de Fransen veroverd. De Kaap en de Franse gebieden in India kwamen aan Engeland na 1815. In het Victoriaanse Tijdperk bereikte het Britse Rijk (British Empire) zijn hoogtepunt met de consolidatie van macht in India. In Afrika trachtte Cecil Rhodes zijn droom te verwezenlijken om van Caïro tot Kaapstad Britse koloniën te vestigen. Australië werd gekoloniseerd, hoewel het oorspronkelijk een strafkolonie was (waar de meeste Australiërs zich nog voor schamen). Na de Tweede Wereldoorlog ging het Empire echter verloren, en werd het Commonwealth ervoor in de plaats gesteld.

De Britten zijn wel de laatste kolonisatoren op het Europese vasteland te Gibraltar.

Russische koloniën[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Russische koloniën voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

In 1581 veroverde de Kozakkenhoofdman Jermak het kanaat Sibir, en bood de tsaar deze verovering aan. Dit maakte de weg vrij voor een Russische penetratie tot aan de Stille Oceaan. In de 18e eeuw werd zelfs Alaska gekoloniseerd, en zakten de Russen af tot in Californië, waar ze de Spanjaarden ontmoetten. Na de Krimoorlog werd Alaska aan de Verenigde Staten verkocht, maar breidde Rusland sterk uit in Centraal-Azië. In de Russisch-Japanse Oorlog (1904-1905) leed Rusland echter een nederlaag tegen Japan, en bereikte zijn maximale omvang. Ruwweg dit gebied zou de uiteindelijke Sovjet-Unie worden, die in 1991 uiteenviel.

Spaanse en Portugese koloniën[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Spaanse koloniën en Portugese koloniën voor de hoofdartikelen over dit onderwerp.

Spanje en Portugal waren de eerste koloniale machten. Na de Reconquista zaten zij met enorme aantallen werkloze soldaten, die als conquistador hun geluk in de Nieuwe Wereld zochten. Bij het Verdrag van Tordesillas verdeelde de paus de niet-Europese gebieden tussen Spanje en Portugal. In de Tachtigjarige Oorlog verschenen echter twee rivalen ten tonele: Groot-Brittannië en Nederland. Deze landen wisten met name in Azië de Spanjaarden en Portugezen weg te concurreren, waarop deze landen hun koloniale rijken in Zuid-Amerika consolideerden. Na de bezetting door Napoleon ging heel Zuid-Amerika in een reeks bevrijdingsoorlogen en coups verloren. Na de verloren oorlog tegen de Amerikanen in 1898 restte Spanje slechts Spaans-Marokko. Portugal speelde een belangrijker rol in de 19e eeuw, en breidde uit in Angola en Mozambique. De Britten verhinderden echter de eenwording van beide gebieden. Na de Tweede Wereldoorlog bleef Portugal in Afrika als laatste koloniale mogendheid over: pas in 1975 werden Angola en Mozambique onafhankelijk.

Amerikaanse koloniën[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Amerikaanse koloniën voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De Verenigde Staten waren vroeger een kolonie geweest, en keken met minachting neer op de Europese "hebzucht". Ondertussen breidden de VS zichzelf wel in de 19e eeuw in hoog tempo uit. Na de oorlogen met Mexico was een enorm gebied beschikbaar, dat voortvarend door de Amerikanen bevolkt werd. In 1867 volgde de aankoop van Alaska, dat zeer waardevolle hulpbronnen bleek te hebben. De Amerikaanse marine breidde zich uit tot zij de omvang van de Britse naderde. Militaire steunpunten werden ingericht: in de Stille Oceaan zelfs bijna tot de kust van Japan. Na de oorlog met Spanje van 1898 werden de Filipijnen een Amerikaanse kolonie, die echter na de Tweede Wereldoorlog de onafhankelijkheid verkreeg.