Soedan
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
| جمهورية السودان Jumhūriyyat as-Sūdān |
|||
|
|||
| Basisgegevens | |||
| Officiële landstaal: | Arabisch | ||
| Hoofdstad: | Khartoem | ||
| Regeringsvorm: | Republiek | ||
| Religie: | Islam, animisme, christendom | ||
| Oppervlakte: | 2.505.813 km² [1] (5,2% water) | ||
| Inwoners: | 24.940.683 (1993)[2] 40.218.455 (2008)[3] (16,1/km² (2008)) |
||
| Overige | |||
| Volkslied: | Nahnu Djundulla Djundulwatan | ||
| Munteenheid: | Soedanese pond (SDG) |
||
| UTC: | +2 | ||
| Nationale feestdag: | 1 januari - Onafhankelijkheidsdag | ||
| Web | Code | Tel. | .sd | SDN | 249 | ||
| Topografie | |||
| Zie ook | |||
|
|||
|
|||
Soedan of Sudan is het grootste land van Afrika. Het grenst aan Egypte en Libië in het noorden, Tsjaad en de Centraal-Afrikaanse Republiek in het westen, Congo-Kinshasa, Uganda en Kenia in het zuiden, Ethiopië en Eritrea in het oosten, en de Rode Zee in het noordoosten.
Inhoud |
[bewerken] Geografie
Soedan wordt van zuid naar noord doorsneden door de rivier de Nijl, de Witte Nijl en de Blauwe Nijl. In de hoofdstad Khartoem vloeien de Witte Nijl en de Blauwe Nijl samen in de eigenlijke Nijl, die daarvandaan verder stroomt via Egypte naar de Middellandse Zee. Soedan valt grofweg in twee geografische eenheden te verdelen:
- In het noorden en midden van Soedan bevinden zich, van noord naar zuid, de oostelijke uitlopers van de Sahara (woestijn), de oostelijke uitlopers van de Sahel (woestijnsteppe) en de De Soedan (grassteppe). Deze droge gebieden worden doorsneden door de Witte Nijl, De Blauwe Nijl en de Nijl. Langs deze rivieren bevinden zich de vruchtbaarste gebieden van het land en hier bevindt zich dan ook de grootste bevolkingsconcentratie. Hier bevinden zich ook de Arabieren, die sinds de onafhankelijkheid de macht hebben in Soedan. De islam is hier de overheersende religie en het noorden wordt daarom ook gerekend tot de islamitische wereld.
- In het zuiden van Soedan bevindt zich in hoofdzaak een vochtige savanne, met in het midden het uitgestrekte Soeddmoeras. Onder dit moeras bevinden zich de grootste olievoorraden van Soedan. De bevolking in het zuiden, in tegenstelling tot het noorden, behoort in etniciteit en religie tot sub-Sahara Afrika. Er worden hier talen gesproken die verwant zijn aan die van Kenia en Uganda. Als religie kent men hier een mengeling van traditionele godsdiensten en het christendom. Economisch is het zuiden veel slechter ontwikkeld dan het noorden.
Soedan is lid van de Arabische Liga.
[bewerken] Bestuurlijke indeling
Soedan werd in 1972 ingedeeld in 9 verschillende regio's (mudiriyas); 6 Noordelijke en 3 Zuidelijke.
Noordelijke:
- Ash-Shamallyah (Noord; lag voor een klein deel in Egypte)
- Ash-Sharqlyah (Oost)
- Al-Awsat (Centraal)
- Darfur (of Darfoer)
- Khartoem
- Kordofan
Zuidelijke:
- Bahr-El-Ghazal
- Equatoria
- A'ali an-Nil (Opper Nijl)
Deze 9 regio's zijn na een aantal hervormingen in 1994 hervormd tot 26 Staten (wilayat):
A'ali an-Nil, Al-Bahr-al-Ahmar, Al-Boehayrat, Al-Jazirah, Al-Qadarif, Al-Wahdah, An-Nil-al-Abyad, An-Nil-al-Azraq, Ash-Shamaliyah, Bahr-al-Jabal, Gharb-al-Istiwa'iyah, Gharb-Bahr-al-Ghazal, Gharb-Darfur, Gharb-Kordofan, Janub-Darfur, Janub-Kordofan, Junqali, Khartoem, Kassala, Nahr-an-Nil, Shamal-Bahr-al-Ghazal, Shamal-Darfur, Shamal-Kordofan, Sharq-al-Istiwa'iyah, Sinnar en Warab.
De tien zuidelijke deelstaten vormen sinds 2005 Zuid-Soedan, een autonoom gebied.
[bewerken] Geschiedenis
[bewerken] 1898-heden
In 1898 wisten de Britten (onder Lord Kitchener) de Soedanese Mahdi-staat te koloniseren en een einde te maken aan het bewind van de (sjiitische) Mohammed Ahmad ibn Abd Allah. Deze had zich tot Mahdi of 'verlosser' verklaard. In 1899 sloten het Verenigd Koninkrijk en Egypte, dat praktisch door de Britten bestuurd werd, een verdrag. Besloten werd dat de twee landen Soedan gezamenlijk zouden besturen. Soedan heette sindsdien Anglo-Egyptisch Soedan (1899-1956). Het is niet verwonderlijk dat het vooral de Britten waren die de scepter zwaaiden in Soedan.
Reeds in de jaren dertig van de twintigste eeuw ontstonden er twee varianten van het Soedanese nationalisme. De eerste groep streefde een onafhankelijk Soedan onder de Egyptische kroon na (Egypte was tot 1952 een koninkrijk), terwijl de tweede groep de banden met Egypte wilde verbreken.
In 1952 verleenden de Engelsen en de Egyptenaren Soedan een zekere mate van autonomie en stelden de Soedanese onafhankelijkheid in het vooruitzicht. Premier werd Sayyid Abdel Rahman al-Mahdi van de islamitisch-democratische UMMA Partij, een afstammeling van de vorige Mahdi. President Mohammed Naguib van Egypte, die zelf half-Soedanees was, hoopte dat de Soedanezen na de onafhankelijkheid zouden kiezen voor een unie met Egypte. Het liep echter anders. Premier Ismail al-Azhari van de NUP (Nationale Uniepartij; federalistisch), premier sinds 1954, riep op 1 januari 1956 de onafhankelijkheid uit van de Republiek Soedan. Als collectief staatshoofd werd een Soevereiniteitsraad ingesteld. De regering (een coalitie van de UMMA, de NUP en de conservatieve Socialistische Republikeinse Partij) bleek niet degelijk genoeg om het land te besturen. Het christelijke en animistische (natuurgodsdienstige) Zuiden kwam reeds in 1954 in opstand tegen de (overheersend) Arabische (Noordelijke) regering in Khartoem. Deze toestand leidde tot de staatsgreep van 1958 door generaal Ibrahim Abboud. Abboud werd president en trachtte (overigens zonder succes) de zuidelijke opstand te breken. In 1964 gaf de regering het bestuur in handen van de burgerlijke partijen. De linkse Sirr al-Khatim al-Khalifah werd president en na een overgangsregering onder Sadiq al-Mahdi (afstammeling van de negentiende eeuwse Mahdi) werd Azhari opnieuw premier.
Weer bleek het parlementaire stelsel niet bij machte de orde en de rust in Soedan te herstellen. Ontevredenheid over het functioneren van de democratie en over het centralisme van de regerende UMMA Partij van Sadiq al-Mahdi, leidde op 25 mei 1969 tot een staatsgreep onder leiding van kolonel Jafaar Mohammed Numeiri. De activiteiten van de politieke partijen werden verboden en er werd een Revolutionaire Commandoraad opgericht waarvan de meeste leden linkse sympathieën hadden. Ook in het kabinet zaten veel linkse figuren. Numeiri nam het voorzitterschap van de Revolutionaire Commando Raad op zich. Soedan heette voortaan de Democratische Republiek Soedan. De nieuwe regering knoopte goede betrekkingen aan met de Oostblok-landen en de Sovjet-Unie, maar ook met de Arabische Staten.
Op 19 juli 1971 pleegde de communistisch gezinde generaal Babiker al-Nur Osman - een lid van de Revolutionaire Commandoraad - een staatsgreep en installeerde een communistisch georiënteerde regeringsraad. Numeiri werd door de coupplegers gevangengezet, maar wist spoedig te ontsnappen en met hulp van loyale legereenheden wist hij de coupplegers uit Khartoem te verdrijven (22 juli 1971). Deze couppoging gaf Numeiri de gelegenheid om de communistische sympathisanten uit de regering te ontslaan en de Soedanese Communistische Partij (SCP) te verbieden. Numeiri liet een nieuwe grondwet opstellen, om de oude te vervangen. Volgens de grondwet was Soedan een democratische republiek met een voor zeven jaar gekozen president (die telkens herkozen kon worden), de islam als staatsgodsdienst en de in 1972 door Numeiri opgerichte Soedanese Socialistische Unie (SSU) als enige toegestane partij. In het politbureau van de SSU (waarvan Numeiri de voorzitter was) nam Numeiri de voornaamste religieuze leiders (waaronder Sadiq al-Mahdi) en enkele zuiderlingen op. Numeiri voerde sindsdien een politiek van verzoening met het zuiden, dat een grote mate van autonomie verkreeg en een op islamitische landen gericht buitenlands beleid. Pogingen van Numeiri, Gaddaffi (Libië) en Sadat (Egypte) om tot een Arabische Unie te komen, mislukten evenwel.
De buitenlandse politiek van Numeiri was er ook één van toenadering tot het westen en in het speciaal tot de Verenigde Staten van Amerika. Soedan werd in de jaren zeventig en tachtig economisch en militair steeds afhankelijker van de VS. Numeiri was een van de weinige Arabische leiders die de Egyptische politiek van toenadering tot Israël steunde. Numeiri werd daarom ook een goede vriend en bondgenoot van de Egyptische president Sadat.
Vanaf het einde van de jaren zeventig kreeg het regime van Numeiri een sterk islamitisch karakter. Leden van de (officieel verboden) UMMA Partij en de NUP kregen meer zeggenschap binnen de Soedanese Socialistische Unie. Hasan al-Turabi, een islamist, werd openbaar aanklager. Bij de verkiezingen van 1978 behaalden de 'onafhankelijken' (in feite de kandidaten van de voormalige politieke partijen) een verkiezingsoverwinning. In 1983 werd de sharia, de islamitische wet, ingevoerd. Dit stuitte op weerstand van het christelijke en animistische zuiden, maar ook op dat van het reformistisch-islamitische Republikeinse Broederschap (RBH). President Numeiri liet zich steeds meer adviseren door geestelijk leiders en traditionele sjeiks. De (officieel illegale) Moslimbroederschap (MBH), waarbinnen zich naast democraten, ook fundamentalisten bevonden, werd de voornaamste bondgenoot van Numeiri's islamitische politiek. In januari 1985 werd de leider van de RBH, Mahmoed Mohammad Taha, gearresteerd en geëxecuteerd wegens zijn kritiek op de sharia-interpretatie van het regime.
In 1983 nam Numeiri de titel imam aan. Tegelijkertijd nam hij echter maatregelen tegen zijn voornaamste bondgenoot, de MBH, die naar de mening van Numeiri te veel invloed had gekregen. Deze openlijke aanval op de MBH zorgde voor toenemende onrust en in 1984 werd Soedan geteisterd door stakingen uit onvrede over het dictatoriale regime van president Numeiri. Toen Numeiri in april 1985 terugkeerde van een bezoek aan de VS, pleegden officieren onder leiding van generaal Abdel Rahman Mohammed Siwar al-Dahab een staatsgreep. De SSU werd verboden en Numeiri ging in ballingschap in Egypte.
De nieuwe regering richtte de Voorlopige Militaire Raad op met Siwar al-Dahab als voorzitter. Hoewel de coup een zuiver militaire aangelegenheid was, werd hij gesteund door een politiek platform dat bestond uit de Moslimbroederschap, de Republikeinse Broederschap, de Socialistische Partij, de Democratische Unie Partij, de Baathpartij, de UMMA en de NUP, de Soedanese Communistische Partij en het nieuwe Nationaal Islamitisch Front (NIF). In mei 1986 werd Ahmad Ali al-Mirghani van de Democratische Unie Partij (DUP) president. De gematigde Mahdi-leider Sadiq alMahdi werd opnieuw premier. In 1988 werd een akkoord bereikt met de Zuid-Soedanese onafhankelijkheidsbeweging (SPLM).
Dit korte democratische experiment kwam echter 30 juni 1989 abrupt tot een einde toen het leger een coup pleegde en een einde maakte aan het bewind van Sadiq al-Mahdi, die gevangengezet werd. Er kwam een vijftienkoppige Revolutionaire Commando Raad voor de Nationale Redding (sinds 1993 gewoon Revolutionaire Commandoraad geheten). Voorzitter van de Raad werd generaal Omar al-Bashir, die tevens president van de republiek werd en opperbevelhebber van het leger. De post van premier werd opgeheven, waardoor vrijwel alle macht in handen van de Revolutionaire Commandoraad kwam. Politieke partijen werden niet verboden, maar het werd de partijen niet toegestaan om mee te doen aan verkiezingen. Onder president al-Bashir nam niet alleen de rol van het leger toe, maar ook die van het islamitische NIF. Het NIF - men mag zelf beoordelen of deze organisatie fundamentalistisch is - was actief betrokken bij de coup en voorstander van de invoering van de sharia. De sharia was reeds onder president Numeiri ingevoerd, maar nooit in haar geheel. Bovendien was de uitvoering van de sharia in Zuid-Soedan door premier al-Mahdi in 1988 opgeschort in het kader van de onderhandelingen met de SPLM. Toch waren de betrekkingen tussen de Revolutionaire Commandoraad en het NIF in begin nog niet zo hecht. Toch zocht president al-Bashir in de loop van 1990 contact met het NIF, wat het begin van de machtsinvloed van het NIF op het staatsbestel werd. In 1991 werd de sharia opnieuw van kracht, behalve in Zuid-Soedan. NIF-voorzitter Hasan al-Turabi, de voormalige algemeen aanklager onder Numeiri (hij is overigens ook familie van Sadiq al-Mahdi en afstammeling van een andere Mahdi dan de negentiende eeuwse Mahdi), werd een van de sleutelfiguren van het nieuwe regime, ofschoon hij tot 1996 niet eens tot de regering behoorde. In 1992, na de oprichting van een parlement (Nationale Assemblee), werden alle parlementszetels gevuld met leden van de Nationaal Democratische Alliantie (NDA). In werkelijkheid waren/zijn bijna alle leden van de NDA aanhangers en/of leden van het NIF.
De burgeroorlog in het zuiden ging gewoon door (sindsdien ook voorgesteld als een jihad). De SPLM en Sadiq al-Mahdi (inmiddels vrijgelaten) probeerden in 1993 gezamenlijk een staatsgreep te plegen, die echter stuk liep. Hierna verhevigde de burgeroorlog zich en bereikte daarna een piek. (Zie voorts, hieronder; Conflict in Darfur)
[bewerken] Burgeroorlog in Zuid-Soedan van 1954 tot 2005
De tegenstellingen tussen het noorden en het zuiden zijn dus groot te noemen. Dit wordt nog eens verergerd door de al sinds 1954 woedende burgeroorlog (met een pauze van 1972 tot 1983), tussen het autoritair islamitische bewind in het noorden en verschillende rebellenlegers in het zuiden. Volgens Amnesty International[4] zijn tijdens de burgeroorlog continu, op grote schaal, mensenrechten geschonden. De strijd om de nieuwe olievelden in het zuiden heeft dit verergerd. Sinds juli 2002 is er, onder internationale druk, geprobeerd een vredesregeling te treffen.
Op 9 januari 2005 hebben de twee belangrijkste strijdende partijen, de SPLA en de regering in Khartoem, een vredesovereenkomst getekend. Dit akkoord staat bekend als "the Comprehensive Peace Agreement"(CPA). Het akkoord bestaat uit 6 protocollen:
- Machakos Protocol, 20 juli 2002;
- Agreement on Security Arrangements During the Interim Period, 25 september 2003;
- the Agreement on Wealth Sharing During the Pre-Interim and Interim Period, 7 januari 2004;
- Protocol Between the Government of Sudan and the Sudan People’s Liberation Movement on Power Sharing, 26 mei 2004;
- Protocol Between the Government of Sudan and the Sudan People’s Liberation Movement on the Resolution of Conflict In Southern Kordofan/Nuba Mountains and Blue Nile States, 26 mei 2004;
- Protocol Between the Government of Sudan and the Sudan People's Liberation Movement on the Resolution of the Conflict in Abyei Area, 26 mei 2004.
Binnen drie jaar dienen er verkiezingen gehouden te worden en na zes jaar heeft er een referendum plaats waarbij de bevolking van Zuid-Soedan zich mag uitspreken of Zuid-Soedan als een onafhankelijk staat, of als deel van Soedan wil voortbestaan.
[bewerken] Burgeroorlog in de regio Darfur van 2003 tot heden
In de regio Darfur (of Darfoer) kwam men na het staakt-het-vuren in Zuid-Soedan in opstand tegen de centrale regering. Dit heeft tot een burgeroorlog geleid waarbij er sprake is van etnische zuiveringen en vermeende genocide. In 2008 schatten de Verenigde Naties(VN) het aantal doden in Darfur op 300.000. De Soedanese regering ontkent dit en spreekt over 10.000 doden. Miljoenen mensen zijn op de vlucht en wonen in kampen. De Afrikaanse Unie(AU)en de VN zijn in Soedan/Darfur aanwezig met een vredesmacht.
De huidige president is Omar al-Bashir.
[bewerken] Demografie
De laatste door de Soedanese regering uitgevoerde volkstelling dateert uit 1993, de census kwam toen uit op 25 miljoen inwoners. Sindsdien is er door burgeroorlogen geen volkstelling meer geweest. In 2006 schatte de Verenigde Naties het aantal inwoners van Soedan op ongeveer 37 miljoen, in 2008 schatte de CIA het aantal inwoners op 40 miljoen. Vooral de bevolking in de regio Khartoum nam toe, het aantal inwoners van die regio werd in 2006 geschat op rond de 7 miljoen mensen, waaronder 2 miljoen vluchtelingen uit het door oorlog getroffen zuiden van Soedan. Wegens aanhoudende droogte trokken ook mensen uit het westen en oosten van Soedan naar de regio Khartoem. Zoals in de meeste Afrikaanse landen leven de mensen in Soedan in stammen. Soedan telt 597 stammen die 400 verschillende talen en/of dialecten spreken. Het land kent twee belangrijke culturen: Arabieren met een Nubische achtergrond in het noorden en niet-Arabische zwarte Afrikanen in het zuiden.
In het noorden van Soedan - waar de meeste stedelijke gebieden te vinden zijn inclusief de hoofdstad Khartoem - wonen circa 22 miljoen mensen. De meeste noorderlingen zijn Arabisch sprekende moslims, zij zijn weer verdeeld in stammen, ieder met hun eigen dialect. Omdat het onderwijs in het noorden in het Arabisch gegeven wordt, spreekt vrijwel iedereen ook die taal naast zijn eigen dialect. De noord-Soedanezen zijn alleen Arabisch te noemen door hun cultuur en taal en niet door hun raciale afkomst. De Soedanezen in het noorden stammen af van de Nubiërs net als de Ethiopiërs en Eritreërs. Noord-Soedan had al voor de Westerse jaartelling sterke banden met de Arabische wereld, vanaf 600 na Chr. is die invloed toegenomen tegelijk met de opkomst van de Islam. In die periode verhuisden er ook veel Arabieren van het Arabisch Schiereiland naar Soedan. Hierdoor werd de Arabische cultuur, religie en taal dominant in Noord-Soedan. Een overgrote meerderheid van de inwoners van Noord-Soedan definieert zichzelf inmiddels als Arabier.
In het zuiden van Soedan wonen ongeveer 6 miljoen mensen. Deze regio bestaat voornamelijk uit landelijk gebied, met landbouw en veeteelt als voornaamste inkomstenbron. In het zuiden van Soedan wonen voornamelijk zwarte Afrikanen, zij leven in stamverband. De grootste stam is de Dinka met ongeveer één miljoen mensen. Er zijn in het zuiden veel meer verschillende stammen dan in het noorden, ook ieder weer met een eigen taal of dialect. De lingua franca in het zuiden is een variant van het Arabisch en wordt 'Juba-Arabisch' genoemd, veel mensen spreken ook Engels. De Arabische cultuur, taal en religie is niet doorgedrongen tot het zuiden van Soedan. De meeste Zuid-Soedanezen hangen natuurgodsdiensten aan, ook het Christendom komt voor in het zuiden. De zuidelijke regio van Soedan heeft zwaar geleden onder de burgeroorlogen hierdoor is het zuiden verwaarloosd en is de infrastructuur beperkt. In het zuiden zijn sinds de onafhankelijkheid van Soedan in 1956 zeker twee miljoen mensen om het leven gekomen door oorlogen en andere onlusten, er zijn door de jaren heen zo'n vier miljoen mensen op de vlucht geslagen.
In het noord-westen van Soedan ligt de regio Darfur, de inwoners leven net als elders in stamverband. Er wonen Arabieren met een Nubische achtergrond en zwarte Afrikanen. Beiden groepen hebben de Arabische taal en cultuur overgenomen en hangen de Islam aan. De conflicten in Darfur hebben dan ook geen religieuze achtergrond, zoals dat wel het geval was en is tussen Noord- en Zuid-Soedan. Het conflict in Darfur heeft een etnische basis.
[bewerken] Zie ook
- Monumenten op de Werelderfgoedlijst
- Lid van de Organisatie van de Islamitische Conferentie (OIC) sinds 1969 (oprichting).
Bronnen, noten en/of referenties:
| Meer afbeeldingen die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden in de categorie Sudan van Wikimedia Commons. |
| Arabische Liga |
|---|
|
Algerije · Bahrein · Comoren · Djibouti · Egypte · Irak · Jemen · Jordanië · Koeweit · Libanon · Libië · Marokko · Mauritanië · Oman · Palestijnse Autoriteit · Qatar · Saoedi-Arabië · Somalië · Soedan · Syrië · Tunesië · Verenigde Arabische Emiraten |
| Landen in Afrika |
|---|
|
Algerije · Angola · Benin · Botswana · Burkina Faso · Burundi · Centraal-Afrikaanse Republiek · Comoren · Congo-Brazzaville · Congo-Kinshasa · Djibouti · Egypte · Equatoriaal-Guinea · Eritrea · Ethiopië · Gabon · Gambia · Ghana · Guinee · Guinee-Bissau · Ivoorkust · Kaapverdië · Kameroen · Kenia · Lesotho · Liberia · Libië · Madagaskar · Malawi · Mali · Mauritanië · Mauritius · Marokko · Mozambique · Namibië · Niger · Nigeria · Rwanda · Sao Tomé en Principe · Senegal · Seychellen · Sierra Leone · Somalië · Soedan · Swaziland · Tanzania · Tsjaad · Togo · Tunesië · Uganda · Zambia · Zimbabwe · Zuid-Afrika Overige gebieden: Mayotte · Réunion · Sint Helena · Westelijke Sahara |

