Bijvoeglijk naamwoord

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een bijvoeglijk naamwoord (of adjectief) is een woord dat wordt gebruikt om een eigenschap van een zelfstandig naamwoord te benoemen.

Soorten en gebruik[bewerken]

Een bijvoeglijk naamwoord kan in een zin op twee manieren gebruikt worden: attributief en niet-attributief. Niet-attributief gebruik kan weer worden onderverdeeld in predicatief en bijwoordelijk gebruik.

Attributief
Van een attributief bijvoeglijk naamwoord is sprake wanneer het bijvoeglijk naamwoord geplaatst wordt voor een zelfstandig naamwoord
  • Het groene handvat — De intelligente vrouw — De lange man
  • Een groen handvat — Een intelligente vrouw — Een lange man
Predicatief
Van een predicatief bijvoeglijk naamwoord is sprake wanneer het hoofd is van een naamwoordelijk gezegde, predicatief complement of bepaling van gesteldheid
  • Het handvat is groen – De vrouw is intelligent – De man is lang
  • Een handvat is groen — Een vrouw is intelligent — Een man is lang
    Er zijn ook bijvoeglijk naamwoorden die alleen predicatief kunnen worden gebruikt, zoals aan[1][2]
  • Het lampje is aan — Een lampje is aan (correct)
  • Het ane lampje — Een aan lampje (foutief)
Bijwoordelijk
Het bijvoeglijk naamwoord wordt als bijwoord gebruikt
  • hij tuiniert groen
Partitief
Het bijvoeglijk naamwoord wordt geplaatst na een woord van kwantiteit met als suffix -s
  • dat is niets nieuws
Zelfstandig
Het bijvoeglijk naamwoord wordt zelfstandig gebruikt waarbij verwezen wordt naar een bekend begrip.
  • Wilt U een rode stoel of liever een groene? Het liefst heb ik die blauwe.
  • Ik heb gestemd op de Groenen.

Verbuiging[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Bijvoeglijk naamwoord met of zonder buigings-e voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Bijvoeglijke naamwoorden krijgen vaak een uitgang. In het Nederlands onderscheidt men daarbij vier varianten:

Stoffelijk bijvoeglijk naamwoord
-en
gouden ring — houten tafel
Uitgezonderd predicatieve bijvoeglijke naamwoorden
Dit is goud — Dat is hout
attributief
met achtervoegsel -e
Het groene handvat — De intelligente vrouw — De lange man
Een intelligente vrouw — Een lange man
uitgezonderd zijn bijvoeglijke naamwoorden bij een onzijdig zelfstandig naamwoord zonder een lidwoord of met een onbepaald lidwoord
Een groen handvat — Klein kind is spoorloos verdwenen
predicatief
zonder uitgang
Een handvat is groen — Een vrouw is intelligent — Een man is lang
Versteende taalvormen
In tal van versteende taalvormen zijn oude naamvalsuitgangen van toepassing gebleven[3]
met voorbedachten rade — in levenden lijve

Andere van het adjectief afgeleide woorden en woordsoorten[bewerken]

Van veel bijvoeglijke naamwoorden kunnen een vergrotende trap en overtreffende trap afgeleid worden. Het oorspronkelijke bijvoeglijk naamwoord is de stellende trap. Samen heten ze de trappen van vergelijking.

  • hoog – hoger – hoogst (meest voorkomen door suffixen -er en -st)
  • goed – beter – best (onregelmatige uitzondering)

Vrijwel alle bijvoeglijke naamwoorden kunnen worden gesubstantiveerd door middel van de uitgang -e, zodat ze zelf de syntactische eigenschappen van zelfstandige naamwoorden krijgen en met adjectieven kunnen worden gecomplementeerd. Op semantisch niveau is het onderscheid bijvoeglijk/zelfstandig naamwoord dientengevolge van ondergeschikt belang.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Woordenlijst Nederlandse Taal lemma aan1
  2. Geïntegreede Taal- Bank/Woordenboek der Nederlandsche Taal lemma aan26
  3. Een uitgebreide lijst van meer dan 370 voorbeelden vindt u op de site van de Taalunie hier


Icoontje WikiWoordenboek Zoek bijvoeglijk naamwoord op in het WikiWoordenboek.