Bezittelijk voornaamwoord
Het bezittelijk voornaamwoord (afgekort: bez.vnw. ook wel het Pronomen possessivum of possessief pronomen) is het voornaamwoord dat de relatie tussen de persoon en een zelfstandig naamwoord aangeeft.
Traditioneel verstaat men onder de term "bezittelijk voornaamwoord" in het Nederlands zowel bijvoeglijke ("mijn", "uw") als zelfstandige vormen ("de mijne", "het uwe"). In de grammatica van sommige talen wordt dat niet altijd meer zo gezien. In het Frans en Engels worden pronom possessif en possessive pronoun soms gereserveerd voor de zelfstandige vormen ("le mien", "mine"). De bijvoeglijke vormen heten dan bijvoorbeeld adjectif possessif of possessive determiner.
De vorm van de bijvoeglijke voornaamwoord is afhankelijk van de persoon en het aantal. Bijna alle vormen kennen een gereduceerde vorm, dat wil zeggen een vorm die dichter bij de spreektaal ligt. De gereduceerde vorm staat hieronder tussen haakjes.
Inhoud |
[bewerken] 1e persoon enkelvoud
[bewerken] Bijvoeglijk
- mijn (m'n)
- me wordt alleen in sommige spreektaal dialecten gebruikt.
[bewerken] Zelfstandig
- de/het mijne
[bewerken] 2e persoon enkelvoud
[bewerken] Bijvoeglijk
- jouw (je)
- uw
- uw is de beleefdheidsvorm. Dit wordt soms ook (binnen een zin) met een hoofdletter geschreven. Dit gebeurt echter alleen als het om een 'persoon' als God of Jezus gaat. In alle andere gevallen behoort het met een kleine letter te worden geschreven. Het is te ouderwets om het met een hoofdletter te schrijven. Enige uitzondering is uiteraard aan het begin van een zin.
In Vlaanderen wordt in de spreektaal echter vrijwel altijd uw (of uwe(n) voor mannelijke woorden) gebruikt, ook in familiaire context. Dit betreft dan de bezittelijke vorm van "gij", niet die van "u".
[bewerken] Zelfstandig
- de/het jouwe
- de/het uwe
[bewerken] 3e persoon enkelvoud
[bewerken] Bijvoeglijk
- zijn (z'n, ze)
- De mannelijke en onzijdige vorm. Ze komt alleen in de spreektaal voor.
- haar ('r, d'r)
- De vrouwelijke vorm. In archaïsch Nederlands komt ook de vorm heur voor.
[bewerken] Zelfstandig
- de/het zijne
- de/het hare
[bewerken] 1e persoon meervoud
[bewerken] Bijvoeglijk
- ons, onze
- Het gebruik van ons of onze is afhankelijk van het bijbehorend zelfstandig naamwoord:
- ons huis (een onzijdig zelfstandig naamwoord)
- onze kat (een mannelijk of vrouwelijk zelfstandig naamwoord)
- Het gebruik van ons of onze is afhankelijk van het bijbehorend zelfstandig naamwoord:
[bewerken] Zelfstandig
- de/het onze
[bewerken] 2e persoon meervoud
[bewerken] Bijvoeglijk
- jullie
- uw
- uw is de beleefdheidsvorm. Dit wordt soms ook (binnen een zin) met een hoofdletter geschreven. Dit gebeurt echter alleen als het om 'personen' zoals God of Jezus gaat. In alle andere gevallen behoort het met een kleine letter te worden geschreven. Het is te ouderwets om het met een hoofdletter te schrijven. Enige uitzondering is uiteraard aan het begin van een zin.
[bewerken] Zelfstandig
[bewerken] Bijvoeglijk
- jullie heeft geen zelfstandige vorm: "die van jullie"
- de/het uwe
[bewerken] 3e persoon meervoud
- hun ('r, d'r)
- In archaïsch Nederlands komt haar (of heur) ook voor als vrouwelijke vorm.
[bewerken] Zelfstandig
- de/het hunne
[bewerken] Zie ook
| Woordsoorten |
|---|
|
achterzetsel · bijvoeglijk naamwoord · bijwoord · eigennaam · lidwoord · telwoord (hoofdtelwoord · rangtelwoord · telbijwoord) · tussenwerpsel · voegwoord · voornaamwoord (aanwijzend · betrekkelijk · bezittelijk · onbepaald · persoonlijk · temporeel · uitroepend · vragend · wederkerend · wederkerig) · voorzetsel · werkwoord · zelfstandig naamwoord |