Lidwoord

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken

Een lidwoord (of artikel) is een woord dat kan geplaatst worden voor zelfstandige naamwoorden en een enkele keer ook voor bezittelijke voornaamwoorden. Het heeft als voornaamste functie om de bepaaldheid ervan aan te duiden. Daarnaast kan een lidwoord ook andere informatie over het naamwoord verschaffen, in het Nederlands bijvoorbeeld over het woordgeslacht ervan (mannelijk, vrouwelijk of onzijdig).

Inhoud

[bewerken] Nederlands

Het Nederlands kent in de nominatief twee bepaalde (of bepalende) lidwoorden:

  • de, mannelijk of vrouwelijk (overkoepelend ook wel "zijdig" genoemd)
  • het, onzijdig

De lidwoorden van andere naamvallen (des, der, den) zijn in onbruik geraakt (zie: Verbuiging van het lidwoord).

Het wordt enkel gebruikt vóór een enkelvoudig onzijdig woord. Om een meervoud aan te duiden wordt altijd de gebruikt. Verkleinwoorden zijn in het Nederlands altijd onzijdig en worden in het enkelvoud dus met "het" aangeduid. Voorbeeld:

  • de sleutel (mannelijk of vrouwelijk enkelvoud, dus de)
  • het sleuteltje (verkleinwoord, dus het)
  • de sleuteltjes (meervoud, dus de)
  • het huis (onzijdig enkelvoud, dus het)
  • de huizen (meervoud, dus de)

[bewerken] Generiek en categoraal

Men spreekt in het Nederlands ook nog van generische en categoriale lidwoorden.

Een generisch lidwoord ziet eruit als een gewoon bepaald lidwoord, maar het is niet specifiek voor het woord waar het bij staat.

  • De mens is sterfelijk
  • De olifant is een zoogdier

Het spreekt vanzelf dat we hier niet een specifiek iemand op het oog hebben, maar bedoelen dat sterfelijkheid een kenmerk van alle mensen is.

Een categoriaal lidwoord ziet eruit al een onbepaald lidwoord, maar slaat eigenlijk op een hele categorie. Een meervoud heeft dit lidwoord net als haar onbepaalde zuster niet.

  • Een olifant is een planteneter
  • De jongen is bang van een slang

Uiteraard is de jongen niet bang van één enkele slang, maar van alle soorten. Dit lidwoord slaat op de hele slangencategorie.

[bewerken] Lidwoord voor een bezittelijk voornaamwoord

Bij een aantal (zelfstandig gebruikte) bezittelijke voornaamwoorden, waaronder mijne, jouwe, zijne, hare, onze, hunne, kunnen ook lidwoorden staan.

1. Dat huis is het mijne.
2. Mijn uitstraling is groter dan de jouwe.

[bewerken] Voornaamwoord

Het woordje het kan soms ook een persoonlijk voornaamwoord zijn. Het wordt uitsluitend gebruikt voor een onzijdig onderwerp of voorwerp en kan niet worden voorafgegaan door een voorzetsel.

  • Ik weet het echt niet.
  • Waar is het paard? Ik heb het naar de wei gebracht.

Oorspronkelijk was dit alleen t, maar onder invloed van het lidwoord is het veranderd in 't (met een apostrof ervoor) of het.

Ook kan het voorkomen als een onbepaald voornaamwoord.

  • Voorbeeld: Het sneeuwt.

Het Nederlands kent in de nominatief slechts één onbepaald (of onbepalend) lidwoord:

Het onbepaald lidwoord een wordt in het Nederlands enkel gebruikt vóór een enkelvoud, om een onbepaald meervoud aan te duiden wordt simpelweg géén lidwoord gebruikt. Voorbeeld:

  • Daar is een huis (onbepaald enkelvoud, dus een)
  • Daar zijn huizen (onbepaald meervoud, dus geen lidwoord)

De zuidelijke dialecten van het Nederlands, kennen nog een tweede onbepaald lidwoord, namelijk ne of nen, dat gebruikt wordt vóór een onbepaald mannelijk enkelvoud, bijvoorbeeld "ne stier", "nen auto".

Daarnaast kent het Nederlands nog enkele oudere verbuigingsvormen, zie hiervoor verbuiging van het lidwoord.

[bewerken] Andere talen

Andere talen hebben aangehechte lidwoorden: dit zijn elementen die achter het naamwoord worden geplaatst.

  • in het Zweeds: Svenska Dagbladethet Zweedse Dagblad
  • in het Roemeens: bunicul - de opa.

Andere talen hebben een lidwoord waar in het Nederlands geen lidwoord is, zoals in het Frans.

  • le pain - het brood (het ding)
  • du pain - brood (als stofnaam)
  • des maisons - huizen (om een onbepaald meervoud aan te duiden)

Lang niet alle talen hebben lidwoorden. Voorbeelden van talen zonder lidwoorden zijn het Latijn, het Russisch en het Fins. Andere talen zoals Iers en Grieks kennen alleen een bepaald lidwoord. Het Frans daarentegen heeft een derde soort lidwoord ontwikkeld, het article partitif:

  • il mange du fromage - hij eet kaas

Ook het Nederlands kende oorspronkelijk geen lidwoorden; in het Oudnederlands ontbraken ze nog. Het Middelnederlands kende ze echter al wel. Ze zijn ontstaan uit verzwakte vormen van het aanwijzend voornaamwoord die en het telwoord één.


 
Persoonlijke instellingen
Boek maken