Noors

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Noors (norsk)
Gesproken in Noorwegen
Sprekers 4,66 miljoen
Rang 108
Taalfamilie

Indo-Europees

Alfabet Latijns
Officiële status
Officieel in
Taalorganisatie Språkrådet
Taalcodes
ISO 639-1 no (Noors), nb (Bokmål), nn (Nynorsk)
ISO 639-2 nor (Noors), nob (Bokmål), nno (Nynorsk)
ISO 639-3 nor (Noors), nob (Bokmål), nno (Nynorsk)
Portaal  Portaalicoon   Taal

Het Noors (norsk) is een Noord-Germaanse of Scandinavische taal met ongeveer 4,5 miljoen sprekers. Het is een officiële taal in Noorwegen.

Het Noors is nauw verwant aan de andere twee vasteland-Scandinavische talen, het Deens en het Zweeds. Deze drie talen zijn onderling redelijk verstaanbaar. Twee andere Scandinavische talen, het IJslands en het Faeröers, vertonen echter sterkere afwijkingen tegenover deze drie talen.

Het Noors heeft twee officiële schrijftalen: Bokmål en Nynorsk. Naast de officiële schrijftalen zijn er veel dialecten. Hoewel de meeste dialecten meer op Nynorsk dan op Bokmål lijken, wordt Nynorsk slechts door 10 tot 15 procent van de Noren als schrijftaal gebruikt, de rest gebruikt Bokmål.

Anders dan in veel andere landen is het in Noorwegen sociaal geaccepteerd om dialect te spreken. Er is niet zoiets als een "algemeen beschaafd Noors", met uitzondering van het Standard Østnorsk ("standaard oostnoors"), dat echter maar door een zeer beperkt aantal Noren wordt gebruikt. Op televisie en radio wordt vaak een gesproken vorm van een van de twee schrijftalen gehanteerd.

Het Noors wordt geschreven met het Latijnse alfabet, waaraan na de z drie tekens zijn toegevoegd: æ, ø en å. Deze worden gezien als aparte letters. De letters c, q, w, x en z worden, net als in het Deens, nauwelijks gebruikt.

Kenmerkend voor het Noors is de prosodie: het is een toontaal. Er bestaan twee verschillende tonen, en deze kunnen betekenisonderscheidend zijn. De zelfstandige naamwoorden bønder en bønner (het verschil in uitspraak is nauwelijks hoorbaar, op de toon of liever het accent na) betekenen respectievelijk "boeren" en "bonen" (het tweede woord kan overigens ook "gebeden" betekenen, afhankelijk van de context).

Geschiedenis van het Noors[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Geschiedenis van het Noors voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Oorspronkelijk werd in alle Scandinavische landen dezelfde taal gesproken: het Oernoords en (vanaf ca. 700) het Oudnoords. Rond 1350, nadat een groot deel van de Noorse bevolking aan een pestepidemie was bezweken, ontwikkelde zich een aparte Noorse taal, het Middelnoors. Deze taal ging in ca. 1525 over in modern Noors.

Het runenschrift werd gebruikt als schrijftaal tot in de middeleeuwen, toen het geleidelijk werd vervangen door het Latijnse alfabet.

In 1397 raakte Noorwegen zijn status als zelfstandig koninkrijk kwijt, en in 1536 werd Noorwegen een provincie van Denemarken. Het Deens werd de schrijftaal, de taal van de middenklasse, de ambtenarij, school en kerk. De Noorse taal handhaafde zich echter in de dialecten van het platteland. Vooral in West-Noorwegen behield het Noors zijn eigen karakter.

Nadat Noorwegen in 1814 onafhankelijk werd, ontwikkelden de twee aparte schrijftalen zich in de loop van de 19e eeuw. Het Riksmål ("rijkstaal"), later Bokmål ("boekentaal") genoemd, was gebaseerd op de "beschaafde", verdeenste uitspraak van de elite. Het Landsmål ("landtaal"), later Nynorsk ("nieuwnoors") genoemd, was gebaseerd op de dialecten van West-Noorwegen.

Er ontstond een beweging die één gezamenlijke Noorse taal, het Samnorsk, nastreefde, maar die beweging heeft nooit veel aanhangers gehad. Wel ondergingen beide schrijftalen veel spellingwijzigingen om ze dichter bij elkaar te brengen. De Noren hebben zich er voorlopig bij neergelegd dat er twee Noorse standaardtalen naast elkaar bestaan.

Externe link[bewerken]

Wikipedia-logo-v2.svg Zie de Noorse (bokmål) uitgave van Wikipedia.
Wikipedia-logo-v2.svg Zie de Noorse (nynorsk) uitgave van Wikipedia.