Germaanse talen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken
Germaanse talen in Europa
Groen: Landen met een Germaanse taal als officiële taal
Blauw: Landen, waar een of meer Germaanse talen naast een niet-Germaanse taal op nationaal niveau officieel zijn

Germaanse talen zijn een subgroep van de Indo-Europese talen. De grootste Germaanse taal is Engels, moedertaal van enkele honderden miljoenen mensen en de lingua franca van de wereld in het begin van de 21e eeuw. Duits is een taal die door meer dan honderd miljoen Europeanen wordt gesproken. Nederlands wordt gesproken door ongeveer 23 miljoen mensen en zijn dochtertaal Afrikaans door ca. 16 miljoen (waarvan het merendeel als tweede en derde taal). Kleinere Germaanse talen zijn Zweeds, Deens, Noors en Jiddisch. De Germaanse talen zijn afgeleid van een gemeenschappelijke brontaal, het Oergermaans.

Inhoud

[bewerken] Kenmerken

Een belangrijk kenmerk van de Germaanse talen dat ze onderscheidt van de andere Indo-Europese talen is een klankverschuiving die bekend staat als de Wet van Grimm. Deze verschuiving is deel van een vrij ingrijpend veranderingsproces dat leidde tot het ontstaan van het vroege Germaans. Een ander deel is het verdwijnen van ruwweg de helft van de acht naamvallen van het Proto-Indo-Europees, een systeem dat grotendeels wel bewaard is gebleven in bijv. de Baltische en de Slavische talen. Kenmerkend is verder het bestaan van sterke en zwakke vormen van het bijvoeglijk naamwoord.

Er wordt wel vermoed dat de wat afwijkende positie van het Germaans binnen de Indo-Europese talen verband houdt met het feit dat de sprekers van deze tak van het Indo-Europees in contact kwamen met een bevolking die een niet-Indo-Europese taal sprak; dit is de hypothese van een niet-Indo-Europees substraat van het Germaans. Er is in het Germaans een vrij groot aantal woorden dat niet gemakkelijk op Indo-Europese wortels is te herleiden. (Schattingen variëren van 10%-30% van de woordenschat). Sommige taalkundigen zien daarin de overblijfselen van een vroegere pre-Indo-Europese taal van noordwest Europa. Een vergelijkbaar proces van wisselwerking tussen de vroegste vormen van het Grieks en een pre-Griekse bevolking is echter historisch beter gedocumenteerd. Ook het Grieks verloor de helft van zijn naamvallen.

Germaanse talen hebben meer dan de meeste andere talen vastgehouden aan de ablaut bij het vormen van de verleden tijd van het werkwoord, de zgn. sterke werkwoorden (zwemzwom). Daarnaast ontstonden er vormen van de verleden tijd van werkwoorden met een dentaalsuffix, dus een achtervoegsel met d of t erin, bijvoorbeeld maakte.

[bewerken] Oudste bronnen

Een vroege beschrijving van de cultuur van de Germanen is te vinden in de Germania van Tacitus. De taal is echter slechts laat geattesteerd. De oudste inscriptie staat op een helm gevonden bij Negau (Stiermarken) en dateert wellicht uit de 1e eeuw na Chr.

Een andere bekende inscriptie is gevonden op een van de gouden Gallehus-hoorns:

ek hlewagastiR holtijaR horna tawido
"Ik Hlewagast, Holtz zoon, heb de hoorn vervaardigd"

De hoorns zijn echter op 4 mei 1802 gestolen en korte tijd later door de dief omgesmolten. Daarmee is de oorspronkelijke inscriptie verloren gegaan; er bestaan alleen nog tekeningen van.

[bewerken] Taal- en cultuurgebied in Europa

Verspreiding van Germaanse talen:

██ Engels

██ Nederlands (en Afrikaans)

██ Deens

██ Duits

██ Zweeds

██ Noors (Nynorsk) en (Bokmål)

██ IJslands

De Germaanse talen zijn een subgroep van de Indo-Europese talen.

De grootste Germaanse talen van Europa zijn het Duits (95 miljoen), Engels (63 miljoen), en Nederlands (23 miljoen). Andere talen zijn de Scandinavische talen: Zweeds (10 miljoen), Noors (5 miljoen) en het Deens (5 miljoen). Verder zijn er ook nog kleinere talen zoals het Fries (0,4 miljoen), Nedersaksisch (1,6 miljoen), IJslands (0,3 miljoen), Jiddisch (4 miljoen).

In het noorden en oosten van Frankrijk wonen ook Germaanstaligen: Frans-Vlamingen (Nederlands) en Elzassers (Duits). Tevens kan men het noorden en noordoosten van Frankrijk deels tot het Germaans-Europese cultuurgebied rekenen. Ook bestaat er nog enige Germaanse invloed in het noordoosten van Italië (Zuid-Tirol).

In het Verenigd Koninkrijk behoort alleen Engeland tot het Germaans-Europese cultuurgebied, ook al bestaat er wel invloed vanuit de Keltische delen van de Britse Eilanden. De invloed van de Germaanse cultuur op de Keltische cultuur is echter groter.

De (Noord-)Germaanse cultuur heeft grote invloed op de Finse cultuur, en de invloed op de cultuur van de Baltische landen en Noord-Polen moet ook niet onderschat worden.

Verspreid over Midden- en Oost-Europa leven ook kleine groepen Duitsers. Zo leven er bijvoorbeeld Transsylvanische Saksen in Transsylvanië (Roemenië) (nu een kleinere groep, maar vroeger speelden ze een belangrijke rol).

Een internationaal samenwerkingsverband (zoals de Latijnse Unie) tussen de Germaanse landen bestaat nog niet.

[bewerken] Indeling

[bewerken] Stamboomindeling

De traditionele indeling van de Germaanse talen berustte op het stamboom-model. Dit model ging ervan uit dat een taal uiteen kan vallen in twee dochtertalen die op hun beurt weer uiteen kunnen vallen in nieuwe talen.

Op die manier zou het Oergermaans (of Proto-Germaans) uiteen zijn gevallen in Oost-Germaans, Noord-Germaans en West-Germaans. Het West-Germaans zou dan twee talen hebben voortgebracht, het zgn. Anglo-Fries (de voorloper van het Fries en het Engels) en het zgn. Oer-Duits (dat bij sommige taalwetenschappers ook heel eenvoudig Duits werd genoemd). Door de Hoogduitse klankverschuiving zou dit Oer-Duits zich opgedeeld hebben in Hoogduits en Nederduits, en uit die twee talen zouden dan de dialecten voort zijn gekomen, zoals Frankisch, Saksisch enz. Volgens die opvatting is het Nederlands uit het Nederduits voortgekomen, d.w.z. uit de Nederduitse tak van het zgn. "Oer-Duits".

Deze indeling van de Germaanse talen wordt in de taalwetenschap sinds de jaren 50 van de 20e eeuw algemeen afgewezen. [1]

[bewerken] Alternatieve indeling

Een alternatieve indeling stelt dat het Oergermaans uiteenviel in Noord, West en Oost, die daarna weer verscheidene afsplitsingen hadden; echter deze is eveneens omstreden en wordt evenmin breed aanvaard.

IJzertijd
500 v.Chr.–n.Chr. 200
Oergermaans
Oost-Germaans West-Germaans Noord-Germaans
'Zuid-Germaans' Ingveoons
Grote Volksverhuizing
200–700
Gotisch, Lombardijns1   Oudnederfrankisch Oudsaksisch Oudfries Oudengels Oernoords
Vandaals, Bourgondisch, Oudhoogduits
Vrg. middlwn.
700–1100
Oudnederlands Runen-Oudwestnoords Runen-Oudoostnoords
Hoge middlwn.
1100–1350
Middelhoogduits Middelnederlands (Diets) Middelnederduits Middelengels Oudijslands Oudnoords Ouddeens Oudzweeds Oudgutnisch
Late middlwn.2
1350–1500
Vroeg Nieuwhoogduits Middelijslands Oudfaeröers Oudnorn Middelnoors Middeldeens Middelzweeds Middelgutnish
Nieuwe Tijd
1500–1700
Krim-Gotisch Nederlands (Nederfrankisch) Middelfries Engels IJslands Faeröers Norn Noors (Bokmål en Nynorsk) Deens Zweeds Gutnish
Moderne tijd
1700-nu
allen uitgestorven Hoogduits Nedersaksisch/
Nederduits
Friese talen uitgestorven3 uitgestorven3
Aantek. 1: Meningen verschillen over de indeling van het Lombardijns. In tegenstelling tot zijn afgezonderde plek in dit overzicht, wordt het ook ingedeeld als nauw verwant met het Opperduits ofwel het Oudsaksisch.
Aantek. 2: Late middeleeuwen verwijst naar het tijdperk na de Zwarte Dood. Vooral voor de taaltoestand in Noorwegen was deze gebeurtenis belangrijk.
Aantek. 3: De Norn-sprekers werd bevolen het Schots te spreken, en het Gutnish is tegenwoordig vrijwel een dialect van het Zweeds.

Er is tegenwoordig geen algemeen aanvaarde indeling van de Germaanse talen. [2]

[bewerken] Indeling van Maurer

Veel instemming heeft de theorie van de Duitse taalwetenschapper Friedrich Maurer gekregen. [3][4]

Maurer gaat niet van drie maar van vijf Germaanse taalgroepen uit:

Volgens hem zijn Nederduits en Hoogduits geen oeroude taaleenheden maar latere versmeltingsproducten. De begrippen Anglo-Fries en West-Germaans wijst hij af. [5]

[bewerken] Traditionele indeling

In het vervolg wordt echter de traditionele indeling weergegeven.

Het Oergermaans is een gereconstrueerde taal waar de andere Germaanse talen van afstammen.

Taal
Totaal aantal sprekers
Verspreiding
Noord-Germaanse talen:
Zweeds 9,3 miljoen Vlag van Zweden Zweden en Vlag van Finland Finland
Noors 4,7 miljoen Vlag van Noorwegen Noorwegen
Deens 5,5 miljoen Vlag van Denemarken Denemarken, Vlag van de Faeröer Faeröer, Vlag van Groenland Groenland
IJslands 300 000 Vlag van IJsland IJsland
Faeröers 70.000 Vlag van de Faeröer Faeröer
West-Germaanse talen:
Engels 350 miljoen Vlag van het Verenigd Koninkrijk Verenigd Koninkrijk,Vlag van de Verenigde Staten Verenigde Staten,Vlag van Canada Canada,Vlag van Ierland Ierland,Vlag van Zuid-Afrika Zuid-Afrika,Vlag van Australië Australië,Vlag van Nieuw-Zeeland Nieuw-Zeeland,Vlag van Guyana Guyana, Vlag van India India, Vlag van Nigeria Nigeria, Vlag van Kenia Kenia, Vlag van Tanzania Tanzania, Vlag van Namibië Namibië, Vlag van Ghana Ghana,
Duits 110 miljoen Vlag van Duitsland Duitsland, Vlag van Oostenrijk Oostenrijk, Vlag van Zwitserland Zwitserland, Vlag van Liechtenstein Liechtenstein, Vlag van Luxemburg Luxemburg, Vlag van Frankrijk Frankrijk, Vlag van België België, Vlag van Namibië Namibië
Nederlands 23 miljoen Vlag van Nederland Nederland, Vlag van België België, Vlag van Zuid-Afrika Zuid-Afrika, Vlag van Namibië Namibië, Vlag van Suriname Suriname, Vlag van Aruba Aruba, Vlag van Nederlandse Antillen Nederlandse Antillen, Vlag van Frankrijk Frankrijk, Vlag van Duitsland Duitsland
Jiddisch 3 miljoen Vlag van Duitsland Duitsland, Vlag van de Verenigde Staten Verenigde Staten, Vlag van Israël Israël
Luxemburgs 300 000 Vlag van Luxemburg Luxemburg, Vlag van België België
Fries 500 000 Vlag van Nederland Nederland, Vlag van Duitsland Duitsland, Vlag van Denemarken Denemarken

De Oost-Germaanse talen zijn uitgestorven. Zij bestonden uit:

[bewerken] Vergelijkingen tussen enkele Germaanse talen

Engels Scots Fries Afrikaans Nederlands Nedersaksisch Duits Gotisch IJslands Faeröers Zweeds Deens Bokmål (Noors) Nynorsk (Noors)
Apple Aiple Apel Appel Appel Appel Apfel Aplus Epli Epl(i) [6] Äpple Æble Eple Eple
Board Buird Board Bord Bord Boord/Bröt Brett Baúrd Borð Borð Bord Bræt Bord Bord
Beech Beech Boek Beuk Beuk Böke Buche Bōka [7]/ -bagms Bók Bók Bok Bøg Bøk Bøk, Bok
Book Beuk Boek Boek Boek Book Buch Bōka Bók Bók Bok Bog Bok Bok
Breast Breest Boarst Bors Borst Bost Brust Brusts Brjóst Bróst Bröst Bryst Bryst Brjost
Brown Broun Brún Bruin Bruin Bruun/Broen Braun Bruns Brúnn Brúnur Brun Brun Brun Brun
Day Day Dei Dag Dag Dag Tag Dags Dagur Dagur Dag Dag Dag Dag
Dead Deid Dea Dood Dood Dood Tot Dauþs Dauður Deyður Död Død Død Daud
Die/ Starve Dee Stjerre Sterf Sterven Döen/ Starven Sterben Diwan Deyja Doyggja Døy
Enough Eneuch Genôch Genoeg Genoeg Noog Genug Ganōhs Nóg Nóg/ Nógmikið Nog Nok Nok Nog [8]
Finger Finger Finger Vinger Vinger Finger Finger Figgrs Fingur Fingur Finger Finger Finger Finger
Give Gie Jaan Gee Geven Geven Geben Giban Gefa Geva Giva / Ge Give Gi Gje(va)
Glass Gless Glês Glas Glas Glas Glas Gler Glas Glas Glas Glass Glas
Gold Gowd Goud Goud Goud Gold Gold Gulþ Gull Gull Guld/ Gull Guld Gull Gull
Hand Haund Hân Hand Hand Hand Hand Handus Hönd Hond Hand Hånd Hånd Hand
Head Heid Holle Hoof [9]/ Kop Hoofd/ Kop Kopp Haupt/ Kopf Háubiþ Höfuð Høvd/ Høvur Huvud Hoved Hode Hovud
High Heich Heech Hoog Hoog Hoog Hoch Háuh Hár Høg/ur Hög Høj Høy Høg
Home Hame Hiem Heim [10]/ Tuis Heim [10]/Thuis Heim Heim Háimōþ Heim Heim Hem Hjem Hjem Heim
Hook Heuk Heak Haak Haak Haak/Hook Haken Krappa/ Krampa Krókur Krókur/ Ongul Hake/ Krok Hage/ Krog Hake/ Krok Hake/ Krok[11]
House Hoose Hûs Huis Huis Huus/Hoes Haus Hūs Hús Hús Hus Hus Hus Hus
Many Mony Mannich Menige Menige Mennig Manch Manags Margir Mangir/ Nógvir Många Mange Mange Mange
Moon Muin Moanne Maan Maan Maan/Moan Mond Mēna Tungl/ Máni Máni/ Tungl Måne Måne Måne Måne
Night Nicht Nacht Nag Nacht Natt/ Nacht Nacht Nótt Nótt Natt Natt Nat Natt Natt
No/ Nay Nae Nee Nee Nee(n) Nee Nein/ Nö/ Nee Nei Nei Nej Nej Nei Nei
Old Auld Âld Oud Oud, Gammel [12] Oll Alt Sineigs Gamall (maar: eldri, elstur) Gamal (maar: eldri, elstur) Gammal (maar: äldre, äldst) Gammel (maar: ældre, ældst) Gammel (maar: eldre, eldst) Gam(m)al (maar: eldre, eldst)
One Ane Ien Een Een Een(e) Eins Áins Einn Ein En En En Ein
Ounce Unce Ûns Ons Ons Ons Unze Unkja Únsa Únsa Uns Unse Unse Unse
Snow Snaw Snie Sneeu Sneeuw Snee Schnee Snáiws Snjór Kavi/ Snjógvur Snö Sne Snø Snø
Stone Stane Stien Steen Steen Steen Stein Stáins Steinn Steinur Sten Sten Sten Stein
That That Dat Dit Dat, Die Dat (Dit)/Det Das Þata Það Tað Det Det Det Det
Two/Twain Twa Twa Twee Twee Twee Zwei/ Zwo/ Zwan Twái Tveir/ Tvær/ Tvö Tveir (/Tvá) Två To To To [13]
Who Wha Wa Wie Wie Wokeen/Wel/Wee/Wei Wer Ƕas (Hwas) Hver Hvør Vem Hvem Hvem Kven
Worm Wirm Wjirm Wurm Wurm/ Worm Worm Wurm Maþa Maðkur, Ormur Maðkur/ Ormur Mask/ Orm [14] Orm Mark/ Orm Makk/ Orm [14]
Engels Scots Fries Afrikaans Nederlands Nedersaksisch Duits Gotisch IJslands Faeröers Zweeds Deens Bokmål (Noors) Nynorsk (Noors)

[bewerken] Zie ook

[bewerken] Externe links

[bewerken] Bronnen

  1. Herbert L. Kufner, The grouping and separation of the Germanic languages; in: Frans van Coetsem en Herbert L. Kufner, Toward a Grammar of Proto-Germanic, Tübingen 1972, Max Niemeyer Verlag, ISBN 3-484-10160-1; p. 72
  2. Ingerid Dal, Geschichte der niederdeutschen Sprache; in: Handbuch zur niederdeutschen Sprach- und Literaturwissenschaft, Gerhard Cordes en Dieter Möhn (red.), Berlin 1983, Erich Schmidt Verlag, ISBN 3-503-01645-7, p. 69-97; §2.1. = p. 72
  3. A. Quak and J. van der Horst, Inleiding Oudnederlands, Leuven 2002, Universitaire Pers Leuven, ISBN 90-5867-207-7; p. 13
  4. Hans Eggers, Deutsche Sprachgeschichte, Hamburg 1986, Bd. 1, p. 31-32, hoofdstuk "Vordeutsche Verkehrsgemeinschaften"
  5. Friedrich Maurer, Nordgermanen und Alemannen, 3e editie, Bern/München 1952
  6. Het cognaat betekent 'aardappel'. Het correcte woord is 'Súrepli'.
  7. Bewezen betekenis is 'brief', maar het betekent ook boek in andere germaanse talen, Russisch buk 'boek', bukva 'brief', komen misschien van het gotisch.
  8. The bokmål borrowing 'nok' is more commonly used.
  9. Tegenwoordig slechts gebruikt in samengevoegde woorden, zoals hoofpyn (hoofdpijn) en metaphorisch, zoals in hoofstad (hoofdstad).
  10. a b Archaisch: Tegenwoordig slechts gebruikt in samengevoegde woorden, zoals 'heimwee'.
  11. Ongel wordt ook gebruikt voor vishaak.
  12. oud en vervallen.
  13. Dialectally tvo/ två/ tvei (m), tvæ (f), tvau (n).
  14. a b Het cognaat betekent 'slang'.
 
Persoonlijke instellingen
Boek maken