Frans-Vlaams
Frans-Vlaams of Vlaemsch (vroeger soms ook Westhoek-Vlaams[1] genoemd) is het West-Vlaamse dialect dat van oudsher wordt gesproken in een gebied in Noord-Frankrijk (regio Nord-Pas-de-Calais), dat thans als Frans-Vlaanderen bekendstaat. Dit gebied loopt even ten oosten en zuiden van Duinkerke met een boog tot aan Hazebroek (Hazebrouck), en verder oostwaarts tot aan de Belgisch-Vlaamse grens. Het wordt in Belgisch-Vlaanderen aangeduid als de Franse Westhoek.
Slechts een klein en sterk slinkend deel van de plaatselijke bevolking gebruikt thans nog deze variëteit van het West-Vlaams als moedertaal. Wel is de Franse regering er onlangs toe overgegaan in het Noorderdepartement het Nederlands als taal te onderwijzen op de scholen, zoals dat ook met Duits en Engels het geval is. De authentieke en autochtone vorm, het eigen Frans-Vlaemsch, verliest daarmee eigenlijk nog meer aan status.
Inhoud |
De Franse Nederlanden[bewerken]
Tezamen met een aansluitend deel van Noord-Frankrijk dat gedeeltelijk aan het Waals-Belgische Henegouwen grenst (la Flandre gallicante, inclusief Frans Henegouwen), wordt de Westhoek (la Flandre flamingante) tegenwoordig door de Fransen in zijn geheel weer Flandre genoemd, inclusief het van oudsher sterk en al eeuwenlang geheel Franstalige Rijsel (Lille) als regionaal-'Vlaamse' metropool van Rijsels-Vlaanderen.
Anders dan in het verleden wordt het Vlaamse karakter van dit gebied thans dus ook in Frankrijk zelf wat meer geafficheerd, ironisch genoeg juist op het tijdstip waarop het Vlaams nagenoeg geheel uit deze streek is verdwenen. Dit ruimer genomen Frans-Vlaanderen (het departement du Nord met Duinkerke en Rijsel) plus Artesië, de regio tussen Calais en Atrecht (Arras), het huidige departement Pas-de-Calais, hoorde historisch bij de Nederlanden en wordt wel de Franse Nederlanden genoemd. Het aansluitende, nog wat zuidelijker en noordoostelijk van Normandië gelegen Picardië, de regio met als hoofdstad Amiens, heeft zelfs ook nog, zij het voor kortere tijd, tot de Nederlanden gehoord, maar dit gebied wordt niet meer tot de Franse Nederlanden gerekend.
Historische taalgrenzen[bewerken]
In al deze gewesten, dus nog ver voorbij Calais (oorspronkelijk: Kales), is in het verleden in meerdere of mindere mate Vlaams gesproken. Dit komt ook tot uiting in een plaatsnaam als Wissant, waarin het Vlaamse Witsant is te herkennen. Het oorspronkelijk Vlaamse karakter is hier echter geheel of grotendeels uit de omgangstaal verdwenen.
Het is opmerkelijk dat de oudste taaldocumenten in het Oud- en Middelnederlands juist in dit gebied zijn geproduceerd. Waarschijnlijk heeft de vroege bloei van de nabij gesproken Franse taal in haar Picardische variant ook die van het regionale Nederlands (Zuid-Vlaams/ West-Vlaams) gestimuleerd. (Frans-Vlaams is thans alleen de authentieke variant van het West-Vlaams in het arrondissement Duinkerke van het departement Noord (du Nord). Ze wordt thans nog maar door weinig Frans-Vlamingen gesproken. Vlak voor de Tweede Wereldoorlog is het verspreidingsgebied vastgelegd door Willem Pée, die daartoe opnamen heeft gemaakt ten behoeve van de Reeks Nederlandse Dialectatlassen.
Op het nevenstaande kaartje is de taalgrens anno 1937 met een rode lijn weergegeven. Ze omsluit met een ruime boog een negentigtal dorpen en gehuchten in het grensgebied van Frankrijk en Belgisch-Vlaanderen, tussen Duinkerke, Sint-Omaars (Saint-Omer) en Belle (Bailleul). Het Frans-Vlaams is een Vlaams dialect dat is overgebleven in een aanzienlijk deel van de gehele oorspronkelijke Vlaamse Westhoek, die in de tweede helft van de zeventiende eeuw op de Zuidelijke Nederlanden werd veroverd en bij Frankrijk werd aangehecht.
Als reactie op de dramatische achteruitgang van het Frans-Vlaams spande een lokale vereniging, de "Akademie voor Nuuze Vlaemsche Taele" zich in om het onderwijs in het Frans-Vlaams in de regio te bevorderen. In de jaren zeventig en tachtig voerde zij nog strijd om het authentieke Frans-Vlaams en niet het 'vreemde' Standaardnederlands te doceren. Als moedertaal is het Frans-Vlaams echter in de jongere generatie bewust uitgewist in overeenstemming met de Franse onderwijspolitiek, en paradoxaal genoeg geeft dat nu wel ruimte voor het leren van Nederlands als tweede taal. De strijders voor de taal hebben zich erbij neergelegd dat het leren van Nederlands als tweede taal aan Frans-Vlamingen met Frans als moedertaal die enige haalbare optie is geworden, functioneel in de contacten met de Vlamingen in België en de Nederlanders. Aan het Frans-Vlaams als historisch taalmonument kan alleen in dat kader enige aandacht besteed blijven worden. Een eerste succes is behaald doordat het Franse Ministerie van Onderwijs bekend heeft gemaakt dat er een 5-jarig experiment komt in een vijftal lagere en middelbare scholen (collèges).
Regressie van het Vlaams[bewerken]
In de vroege middeleeuwen liep de Germaans-Romaanse taalgrens zuidelijker, zoals de blauwe lijn in het bovenstaande kaartje laat zien, namelijk vanaf de monding van de Canche tot net boven Rijsel.[2] Dit gebied omvatte ongeveer ook het huidige departement Nauw van Calais (Pas-de-Calais). In een proces van vele eeuwen is het Nederlands (Vlaams) in deze streken teruggedrongen ten gunste van de regionale variëteit van het Romaans, het Picardisch. Ook het resterende Frans-Vlaams vertoont heel wat Picardische invloeden. Vanaf de twintigste eeuw is het vooral de Franse standaardtaal die haar invloed sterk doet gelden. Op de kaarten hieronder is te zien hoe dit proces is verlopen. Aan de periferie ontstonden de eerste eentalig-Franse terreinwinsten, door de ontsluiting van het platteland via de havenaanleg in het noordwesten bij Duinkerke en langs de spoorlijn in het zuidoosten bij de kleine industriestad Armentiers (Armentières). Vanuit deze twee economische polen rukt de tweetaligheid op, waarbij de balans geleidelijk ten gunste van het Frans gaat doorslaan, zodat anno 1972 geen enkel gebied nog eentalig Vlaams is.
Woordenboek van het Frans-Vlaams[bewerken]
Alle Vlaamse dialecten staan onder druk van de standaardtaal. Dat is ook het geval met het Frans-Vlaams, waar de Franse inslag erg sterk is. Maar door zijn staatkundig isolement sedert meer dan twee eeuwen heeft het Frans-Vlaams een woordenschat bewaard die elders al lang verdwenen is. In de laatste decennia echter is de overdracht van de oudere naar jongere sprekers bijna tot stilstand gekomen en dreigt het Frans-Vlaams geheel te verdwijnen.
Gedreven door zijn liefde voor de Frans-Vlamingen en hun taal heeft Cyriel Moeyaert jarenlang geijverd voor de opwaardering van hun taalpatrimonium. Dat deze woordenschat nu opgetekend is, is van onschatbare waarde voor de Nederlandse taalwetenschap en het Nederlands cultuurbezit. Voor deze woordverzameling heeft Cyriel Moeyaert een kleine halve eeuw taal beluisterd en opgeschreven. Vele jaren bleef zijn werk versnipperd, maar in 2005 is dit monnikenwerk eindelijk ondergebracht in het Woordenboek van het Frans-Vlaams /Dictionnaire du Flamand de France, 340 pagina's groot. Dick Wortel, medewerker aan het Instituut voor Nederlandse Lexicologie te Leiden, verzorgde de redactie, samen met Frans Debrabandere, Hugo Ryckeboer en Eric Duvoskeldt.
Woordenlijst[bewerken]
Hieronder volgt een kleine proeve van de Frans-Vlaamse woordenschat:
- een lytje = een beetje
- d'elde = het tijdperk
- beien = wachten
- zeuren = vals spelen
- een lofting = een tuin
- 't kolhof = de groentetuin
- een aendeloebe = een eend
- een dam = een kleine brug tussen de baan en het veld
- een rik = een rug
- bezien = trachten
- vry = mooi
- boos = slim
- droef = boos
- een kokkemaere = een nachtmerrie (Picardisch: cauquemar; Frans: cauchemar)
- een klinkebelle = een belletje
- de leuringe van den avend = avondschemering
- zoeteboomtei = zoethoutthee
- kavermyne = kamille
- tullepooize = tulp
- kaffiemuuzel = stoffen koffiefilterzak
- versprinkelen = nieuwe laddersporten aanbrengen
- pylepoelepantjes = paarden in een raadsel
- kanneboetaaie = fles van een liter
- piepebontje = lieveheersbeestje
- een klinkegat = gat waardoor het klinksnoer komt
- een pit = een (graf)put
- een poelkot = een kippenhok (Frans: poule = kip)
- sjoers = schouders
- verkeien = keihard worden
- voorste plekke = (mooiste) voorkamer van een huis
- zwak = flink
Voetnoot[bewerken]
- ↑ Heinz Kloss: Die Entwicklung neuer germanischer Kultursprachen seit 1800, Pädagogischer Verlag Schwann Düsseldorf 1978, 2. erweiterte Auflage (ISBN 3-590-15637-6), p. 201ff
- ↑ Zie Ryckeboer, H. 2002 (zie literatuuropgave), kaartje op p. 23.
Literatuur[bewerken]
- Ryckeboer, H. 2002. 'Dutch/Flemish in the North of France'. In: J. Treffers-Daller & R. Willemyns, Language Contact at the Romance-Germanic Language Border, Clevedon: Multilingual Matters, pp. 22-35. Gedeeltelijk online: [1]
Zie ook[bewerken]
| Portaal Nederlands |
- Frans-Vlaanderen
- Franse Westhoek
- Nederlands in Frankrijk, over het Nederlands als geheel in Frankrijk
- Talen in Frankrijk, over de regionale talen van Frankrijk
Externe links[bewerken]
- Akademie voor Nuuze Vlaemsche Taele Frans-Vlaams
- Comité Flamand de France Frans-Vlaams
- Woordenboek van het Frans-Vlaams, door Cyriel Moeyaert (uitgeverij Davidsfonds)
- (en) (fr) Rapport van Euromosaic over het Frans-Vlaams