Frans-Vlaanderen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Frans-Vlaanderen (lichtrood) en het gedeelte dat tot in de 20e eeuw voornamelijk Nederlandstalig was (donkerrood)
Het graafschap Vlaanderen voordat de oorlogen van Lodewijk XIV begonnen
Franse gebiedswinst en gebiedsafstand in de periode 1659-1713
Franse uitbreiding tijdens de heerschappij van Lodewijk XIV
Frans-Vlaanderen omvat de arrondissementen Duinkerke, Rijsel en Dowaai plus delen van Béthune en Lens
Frans-Vlaamse heraldiek
Het belfort, typisch gebouw voor de Vlaamse steden, van Duinkerke
Taalverhoudingen in de historische provincie Frans-Vlaanderen
Verfransing van Noord-Frankrijk sinds de 7e eeuw

Frans-Vlaanderen (ook: Zuid-Vlaanderen, Fransch-Vlaenderen, of Vlaenderen, of Flandre(s) française(s) in Rijsel en Dowaai) is het gedeelte van het historische graafschap Vlaanderen dat in de periode 1659-1713 werd afgestaan aan het koninkrijk Frankrijk, ten gevolge van de oorlogen van koning Lodewijk XIV.

Afbakening[bewerken]

Frans-Vlaanderen wordt grosso modo begrensd door de Noordzee, de "Schreve", de rivier Skarpe en een denkbeeldige lijn van Grevelingen naar Dowaai. Afhankelijk van de context duidt "Frans-Vlaanderen" soms ook andere gebieden aan.

1rightarrow blue.svg Voor het deel van het graafschap Vlaanderen dat al voor de 17e eeuw Franstalig was, zie Romaans-Vlaanderen
1rightarrow blue.svg Voor het deel van het West-Vlaamse taalgebied dat in de 17e eeuw bij Frankrijk ging horen, zie Franse Westhoek
1rightarrow blue.svg Voor de historische provincie la Flandre française, zie Vlaanderen (Franse provincie)

In engere zin heeft Frans-Vlaanderen slechts betrekking op dat deel van het historische graafschap waar van oudsher Nederlandse (Vlaamse) dialecten gesproken worden. Dit gebied komt overeen met het huidige arrondissement Duinkerke, oftewel het deel van het Franse Noorderdepartement ten noorden van de rivier de Leie. Dit is de meest gebruikelijke afbakening, maar deze is niet helemaal juist. Hiermee wordt namelijk het zuidelijkste deel van het historische graafschap vergeten - het gebied rond Rijsel (Lille) ten zuiden van de Leie, dat van oudsher Romaanstalig is.[1] Een passende term voor het historisch Nederlandstalige gebied (arrondissement Duinkerke) is er niet. Dit gebied bestond uit het noordelijk deel van het graafschap Artesië en uit de Westhoek die bij het graafschap Vlaanderen hoorde. Na de inlijving van het grootste deel van deze gebieden door Frankrijk, even na het midden van de 17de eeuw, ging het Franse deel ook wel de Franse Westhoek (Westhoek français) heten, niet omdat er Frans werd gesproken maar ter onderscheiden van dat deel van de Westhoek dat bij de zuidelijke (inmiddels Oostenrijkse) Nederlanden bleef. De Westhoek is nu dus de naam van een grensoverschrijdende streek die ook het zuidwestelijk deel van de provincie West-Vlaanderen omvat. Het gebied rond Rijsel wordt omschreven als Rijsels-Vlaanderen (Flandre lilloise), dat samen met het Doornikse als Romaans-Vlaanderen werd aangeduid.

De door Frankrijk geannexeerde delen zouden tot aan de Franse Revolutie in 1789 samen een zelfstandige Franse provincie vormen.

In zeer ruime zin wordt de aanduiding Frans-Vlaanderen ook wel gebruikt voor alle gebieden die nu in Frankrijk liggen maar historisch bij Vlaanderen hoorden. Nog ruimer is de aanduiding Franse Nederlanden voor alle gebieden - het graafschap Artois, en delen van de graafschappen Henegouwen en Vlaanderen - die ooit door Frankrijk werden ingelijfd en waar toen al Frans werd gesproken of waar de bevolking sindsdien op het Frans is overgegaan (Pays-bas français).

Begripsverwarring[bewerken]

Er bestaat ook een begripsverwarring tussen Romaans-Vlaanderen (la Flandre romane of Flandre gallicante) en Frans-Vlaanderen. Romaans-Vlaanderen slaat op het Romaanstalige deel van het graafschap Vlaanderen (Rijsel, Dowaai, Orchies en Doornik), als tegengestelde van Germaanstalig Vlaanderen (la Flandre germanique of Flandre flamingante), waar men tot in recente tijd Germaanse dialecten sprak. La Flandre flamingante is de meest gebruikelijke term van deze laatste twee. Frans-Vlaanderen slaat op de staatkundige betekenis: het deel van Vlaanderen dat in Frankrijk ligt. De twee begrippen kunnen dus niet als synoniemen beschouwd worden: "Frans-Vlaanderen" is een politiek begrip terwijl "Romaans-Vlaanderen" een taalkundig begrip is. Bovendien ligt een deel van Romaans-Vlaanderen niet in Frankrijk: het Doornikse is nu een deel van de provincie Henegouwen in België.

Omdat in de Franse Westhoek echter van oudsher, maar tegenwoordig nog slechts door enkele tienduizenden vooral oudere mensen, Frans-Vlaams gesproken wordt, vormt dit gebied het Vlaamssprekend Vlaanderen binnen Frankrijk.

1rightarrow blue.svg Zie Frans-Vlaams voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Een andere term, "Waals-Vlaanderen" is ook een staatkundig begrip. Waals-Vlaanderen (la Flandre wallonne) is het zuidelijk deel van de provincie Vlaanderen in het Koninkrijk Frankrijk voor 1789. Het is dus een synoniem voor Rijsels-Vlaanderen. Het noordelijk deel werd Zee-Vlaanderen (La Flandre maritime) genoemd.

Geschiedenis[bewerken]

Door de expansiepolitiek kwamen deze Spaanse bezittingen in de 17e eeuw geleidelijk onder heerschappij van Frankrijk onder Lodewijk XIV, hoewel het graafschap Vlaanderen sinds de verdragen van Madrid (1526) en Kamerijk (1529) niet meer onder Frans leenverband viel, maar deel uitmaakte van het Heilige Roomse Rijk. Van de Spaanse Habsburgers zou de soevereiniteit overgaan op de Oostenrijkse Habsburgers.

In de 17e eeuw verloren de Zuidelijke Nederlanden zowel Artesië als Frans-Vlaanderen in de nasleep van het Traité de Partage tussen de Republiek en het koninkrijk. Lodewijk XIV trachtte met alle mogelijke middelen de invloed van zijn vijanden in Europa in te dijken door de Franse grenzen te verschuiven naar gemakkelijker te verdedigen posities. Ten noorden van Frankrijk vormde Vlaanderen, door een gebrek aan natuurlijke hindernissen en duidelijke grenzen, het ideale gebied om terreinwinst te boeken. In 1677 bestond de strategie van Lodewijk XIV erin drie Spaanse versterkte vestingen ten val te brengen: Kamerijk, Valencijn en Sint-Omaars. Naar Sint-Omaars stuurde de koning zijn broer Monsieur, de hertog van Orléans. De Nederlanders besloten te reageren en Willem III voerde een leger van 32.000 manschappen aan dat Sint-Omaars te hulp snelde. Vanuit Ieper wisten zijn troepen door te dringen tot Noordpene (tussen Kassel en Sint-Omaars). De Slag bij Kassel of Slag aan de Penebeek draaide uit op een Franse overwinning (11 april 1677). Gevolgen van de veldslag: een gedeelte van Vlaanderen werd aan Frankrijk aangehecht (Sint-Omaars, Kassel, Belle, Ieper).

Hierna werd la Flandre flamingante binnen Frans-Vlaanderen langzaam verfranst, als gevolg van het Franse taalimperialisme met een beleid dat geen talen van historische minderheden, maar enkel het Frans toestaat in het openbare leven (onderwijs, gerecht, bestuur, enzovoort).[2]

Flandre als Franse provincie[bewerken]

In de tweede helft van de 17e eeuw werden grote delen van de Zuidelijke Nederlanden door Frankrijk geannexeerd. Met de vrede van de Pyreneeën in 1659 werd de Nederlandse provincie Artesië in haar geheel een Franse provincie. Ook delen van Vlaanderen en Henegouwen kwamen in Franse handen. Met de vrede van Nijmegen in 1678 werden het sticht Kamerijk van het Heilige Roomse Rijk overgeheveld naar Frankrijk, opnieuw met een bijkomend stuk van Vlaanderen. Dit Frans geworden Vlaanderen ging samen met Kamerijk en Frans-Henegouwen de Franse provincie Flandre vormen, met als hoofdstad Rijsel. Met de Franse Revolutie werd deze omschrijving het Noorderdepartement. Na de nederlaag van Napoleon werden de grenzen weer gedeeltelijk hersteld. De Westhoek bleef echter Frans.

Cultuur en Taal[bewerken]

Bestuur en onderwijs waren in Frans-Vlaanderen tot aan de Franse Revolutie Vlaams in een steeds meer afwijkende regionale vorm. Daarnaast nam het gebruik van het Frans toen al sterk toe, totdat de revolutionairen die taal als enig toegestane voorschreven en tegelijk aan de kerk het verbod oplegden om onderwijs te verstrekken. Het was vanouds juist de dorpsgeestelijkheid die les had gegeven in de regionale Vlaams. Na het herstel van de monarchie en daarmee van de oude orde, in 1815, kregen de dorpsgeestelijken weer het recht om onderwijs te verzorgen. In 1833 echter, werden de scholen gedisciplineerd als staatsonderwijs met uitsluitend Franstalige onderwijzers die in nationale instituten waren opgeleid. Catechisusonderwijs bleef een kerkelijke zaak en het Vlaams speelde daarin rol, zij het afnemende, tot ca. 1870. Sindsdien werden de jonge generaties Franstalig alfabeet en gingen velen ook onderling over op het Frans. Na de Eerste Wereldoorlog gold het Vlaams als een nationaal vijandige taal. Een positie die door de Tweede Wereldoorlog nog eens werd versterkt. Het gevolg was dat sinds 1945 er geen moedertaal Vlaamstaligen meer zijn bijgekomen. De inwoners zelf van Frans-Vlaanderen koesteren meestal hun Vlaamse wortels, maar dan voornamelijk in culturele en historische zin. Organisaties als de Michiel de Swaenkring of Yser houck hebben grotendeels een culturele invulling. De meeste Frans-Vlamingen spreken inmiddels immers het Frans als hun eerste taal en voelen zich loyale Franse staatsburgers, maar zijn zich nog wel bewust van hun Vlaamse achtergrond. Een politieke invulling van deze achtergrond was er wel sinds 1984, toen de Vlaemsche Federalistische Party - Parti Fédéraliste Flamand (VFP-PFF) werd opgericht, maar deze raakte niet van de grond.

Sedert enige jaren is er echter op taalkundig vlak sprake van een voorzichtige heropleving van het Frans-Vlaams en is er eveneens sprake van een toenemende belangstelling voor het Nederlands. Er zouden volgens recent onderzoek nog 20.000 inwoners zijn die in kleine kring het Vlaams dagelijks gebruiken. Dit aantal neemt echter af omdat de jongste generaties de streektaal niet meer van hun ouders of grootouders leren. Hier en daar worden taalcursussen Frans-Vlaams en Nederlands georganiseerd door de verenigingen de "Akademie voor Nuuze Vlaemsche Taele" en respectievelijk "Komitee voor Frans-Vlaanderen". In Belle is er eveneens een "Huis van het Nederlands" dat onder meer taalcursussen Nederlands verzorgt en zich verder bezig houdt met promotie van het Nederlands. Sinds begin 2008 is er ook een discussieforum (zie externe links) op het internet waar (Frans-)Vlamingen in het Nederlands kunnen discussiëren over de toekomst van Frans-Vlaanderen.

In 2008 ontstond er in Frankrijk een hoop ophef rond de film Bienvenue chez les Ch'tis, die zich afspeelt in Bergues (Sint-Winoksbergen), en waarin de streekbewoners worden afgeschilderd als wat simpele, maar toch sympathieke zielen. De cineast Dany Boon droeg de film op aan zijn moeder, die hij een echte Ch'ti noemt. Sommige Frans-Vlamingen voelen zich gekrenkt omdat in die film ten onrechte de indruk wordt gewekt dat in de streek van Sint-Winoksbergen een Frans (Picardisch) dialect wordt gesproken.

Bij velen onbekend is het carnaval van Duinkerke dat gezien haar massaliteit en de uitzonderlijke uitbundigheid waarmee het door de Frans-Vlaamse bevolking wordt gevierd tot de grootste carnavalsfeesten van Europa behoort. De bijzondere tradities van het Duinkerks carnaval gaan terug tot in de zeventiende eeuw en zijn niet gebaseerd op het katholieke Vastenavondfeest maar op het afscheidsfeest van de IJslandvaarders, vissers uit Duinkerke en omgeving die vroeger jaarlijks met hun vloot vanuit de Vlaamse kapersstad naar de wateren bij IJsland vertrokken om daar op haring en kabeljauw te vissen.

Plaatsnamen[bewerken]

Talrijke plaatsnamen in Frans-Vlaanderen hebben een benaming die verwijst naar de oorspronkelijke Vlaamse naam, zoals Dunkerque, dat van Duinkerke komt. In Frans-Vlaanderen wordt nog wel Nederlands gesproken, maar niet meer zo veel. Bourbourg is het verfranste Broekburg of Burburg. Bergues is het oude Sint-Winoksbergen dat in het West-Vlaams als Bergen werd aangeduid en verfranst werd tot Bergues.

Lille is afgeleid van l'Île, Het Eiland. Rijsel is afgeleid van Ter IJsel, Op Het Eiland. De Nederlandse en Franse benaming hebben dus dezelfde betekenis. IJsel en île (zelf afgeleid van het Latijnse insula) hebben een betekenis die nog veel langer geleden dezelfde oorsprong hadden.

Enkele Vlaamse plaatsnamen in Frans-Vlaanderen, met de Franse naam erbij:

Rijsel (Lille), Duinkerke (Dunkerque), Hazebroek (Hazebrouck), Belle (Bailleul), Hondschote (Hondschoote), Steenvoorde, Kassel (Cassel), Sint-Winoksbergen (Bergues), Kales (Calais), Broekburg (Bourbourg), Sint-Omaars (Saint-Omer), Atrecht (Arras), Boeschepe, Witzand (Wissant), Grevelingen (Gravelines), Meregem (Merville), Robaais (ook wel Roebeke - Roubaix), Bonen (Boulogne sur Mer), Dowaai (Douai), Heusden (Hesdin)

Uit de plaatsnamen blijkt de invloed van een Germaanse taal (die toen nog niet Vlaams of Nederlands genoemd werd) in een nog verder verleden tot Stapel (Étaples) aan de rivier de Kwinte (zie kaartje).

Voor een volledig overzicht:

Achternamen[bewerken]

Minstens zo Vlaams als de plaatsnamen zijn nog steeds de achternamen van een belangrijk deel van de bevolking in Frans-Vlaanderen. Deze achternamen komen met exact dezelfde schrijfwijze (zie met name de weggelaten spaties na van en de) ook voor in België, omdat zij in de tijd (na 1879 tot 1813) dat geheel België door Frankrijk was geannexeerd eveneens door Franse ambtenaren werden vastgesteld.

Hieronder een greep uit de vele Vlaamse familienamen op een herdenkingsmonument van gevallen soldaten uit de Eerste Wereldoorlog en op de begraafplaats in Steenvoorde:

Camerlynck, Cleenewerck, Decoster, Decreus, Degrave, Deheegher, Dejonghe, Delbaere, Demol, Dequeker, Dereeper, Devey, Huyghe, Plaetevoet, Ryckewaert, Sansen, Spetebroot, Vanderlynden, Vannobel, Vannoorenberghe, Vanpeene, Vantorre, Verhille, Weillaert.[3]

Vrijwel zonder uitzondering hebben deze naamdragers Franse voornamen. Dat is voorgeschreven door de Franse burgerlijke stand. De teksten op de grafstenen overigens zijn Franstalig. Dat geldt ook voor de oudste, dat wil zeggen een eeuw oude, nog aanwezige graven. [bron?]

Zie ook[bewerken]

Noten[bewerken]

  1. Zie Ryckeboer, H. 2002 (zie literatuuropgave), kaartje op p. 23.
  2. Overigens bleef het Vlaams in Frankrijk tot ver in de 19e eeuw de algemene omgangstaal naast het officiële Frans.
  3. Afbeelding van het monument te Steenvoorde

Literatuur[bewerken]

  • Ryckeboer, H. 2002. 'Dutch/Flemish in the North of France'. In: J. Treffers-Daller & R. Willemyns, Language Contact at the Romance-Germanic Language Border, Clevedon: Multilingual Matters, pp. 22-35. Gedeeltelijk online: [1]

Externe links[bewerken]