Dowaai

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Dowaai
Douai
Gemeente in Frankrijk Vlag van Frankrijk
Wapen van Dowaai
Dowaai
Dowaai
Situering
Regio Nord-Pas-de-Calais
Departement Noorderdepartement (59)
Arrondissement Dowaai
Kanton hoofdplaats van 4:
D.-Noord, D.-Noordoost,
D.-Zuid en D.-Zuidwest
Coördinaten 50° 22′ NB, 3° 5′ OL
Algemeen
Oppervlakte 16,88 km²
Inwoners (1 jan. 2011) 41.915 (2.483,1 inw/km²)
Hoogte gemiddeld: 27 m
laagste: 16 m
hoogste: 38 m
Burgemeester Frédéric Chéreau (PS)
2014-2020
Overig
Postcode 59500
INSEE-code 59178
Detailkaart
Detailkaart ligging Dowaai
Detailkaart ligging Dowaai
Foto's
Douai rue de la mairie.jpg
Portaal  Portaalicoon   Frankrijk

Dowaai[1] (Frans: Douai) is een stad in het Franse Noorderdepartement, zo'n 50 km ten zuiden van Kortrijk.

Geschiedenis[bewerken]

In de 16e eeuw was Dowaai een van de belangrijkste steden in de Nederlanden. In 1667 werd ze ingenomen door Frankrijk en in de 19e eeuw verloor ze haar belang ten voordele van het nabije Rijsel.

Vlaamse tijd[bewerken]

Dowaai werd voor het eerst vermeld in 930, als Duacum. Al omstreeks 950 lag er een grafelijke burcht. In deze tijd kwam het stadje te liggen aan de Skarpe, dankzij de verbinding van de Atrechter en de Dowaaise Skarpe. Dit vergrootte het debiet van de Dowaaise Skarpe enorm en dus werd Dowaai beter bereikbaar per boot, wat de economie bevorderde.

Dowaai werd tevens hoofdplaats van één der drie kasselrijen in Rijsels-Vlaanderen. Hoewel deze streek in de 12e eeuw Franstalig was, waren de inwoners Vlaamsgezind; in de aanloop van de Guldensporenslag riep men er "Tos Flamens, tos Flamens estons! Par Dieu, Fouquart, por nient en parleis, car tos summes et serons Flamens!" ("Wij zijn allen Vlamingen, Fouquaert, en wij zullen Vlamingen blijven ongeacht welke taal we spreken!")

Met het Verdrag van Pontoise (1312) stond Vlaanderen Rijsels-Vlaanderen af aan Frankrijk, maar het keerde al in 1369 terug naar Vlaanderen. De Vlaamse overwinning van 1479 werd er uitbundig gevierd; dit ligt aan de oorsprong van de jaarlijkse optocht van stadsreuzen, plaatselijk Gayants genoemd.

Koning Filips II van Spanje stichtte in 1562 de universiteit van Dowaai, de tweede in de Zeventien Provinciën na Leuven. Ze werd een bolwerk van de contrareformatie. Dowaai nam dan ook deel aan de Unie van Atrecht (1579), die gedurende de Tachtigjarige Oorlog de partij van de koning koos. In Dowaai lag ook een abdij voor Schotse jezuïten.

De Dowaaise jezuïten brachten in 1573 de Congregatie der Heilige Maagd (gesticht te Rome in 1563) naar Dowaai over. De Mariaverering verspreidde zich weldra over alle colleges en via oud-studenten ook onder de bevolking. In 1614 stichtten de Dowaaise jezuïten een college in Namen. Een ander belangrijk klooster was dat van Engelse benedictijnse nonnen. Het werd opgericht in 1607 door de abt van de abdij van Sint-Vaast. In 1613 ontving het, op aanbeveling van het aartshertogelijk hof, de Engelse recollecten. Verder trof men er Britse kloosters aan zoals te Rijsel.

Franse tijd[bewerken]

Tijdens de Devolutieoorlog werd Dowaai ingenomen door Lodewijk XIV (6 juli 1667). De Vrede van Aken (1668) liet de stad aan Frankrijk. Onder leiding van Vauban werd ze uitgebouwd tot vestingstad, met onder meer een arsenaal, kazernes en een kanonnengieterij. Spoedig werd een nieuw hooggerechtshof opgericht, het Parlement de Flandre(s), dat vanaf 1713 in Dowaai zetelde. Nog altijd bevindt er zich een hof van beroep.

Gedurende de Spaanse Successieoorlog bereikten Brits-Staatse troepen Dowaai (1710). De stad werd ingesloten op 4 mei en gaf zich op 25 juni over. Ook Betun, Ariën-aan-de-Leie en Papingem werden ingenomen. Al deze plaatsen werden bij de Vrede van Rastatt (1714) echter weer afgestaan aan Frankrijk.

Bij de oprichting van het Noorderdepartement werd Dowaai hoofdplaats (1790), maar deze functie moest het al snel afstaan aan Rijsel (1803). Wel behield het zijn hof van beroep. Ook de universiteit verhuisde naar Rijsel (1887). Tijdens de 19e eeuw vestigden zich er belangrijke industrieën waaronder de steenkoolwinning. De wereldoorlogen vernielden veel gebouwen.

De stad[bewerken]

De oude gebouwen in het centrum (belfort van Dowaai, kerken, herenhuizen) staan in contrast met arbeiderswijken. In het Musée de la Chartreuse wordt het Jacobus en Stefanusaltaarstuk bewaard, een groot veelluik dat Jan van Scorel in 1540 schilderde in opdracht van de abdij van Masenne.

De stad ligt o.a. aan de snelweg Lens-Valencijn en de waterweg liaison Dunkerque-Escaut.

Het wapen van de stad is volledig keel; het bevat geen stukken.

Demografie[bewerken]

Onderstaande figuur toont het verloop van het inwonertal (bron: INSEE-tellingen).

Grafiek inwonertal gemeente

Geboren[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Referenties[bewerken]

  1. Buitenlandse Aardrijkskundige Namen, Nederlandse Taalunie