Parti Socialiste (Frankrijk)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Parti Socialiste
Afbeelding gewenst
Functiehouders
Partijvoorzitter Jean-Christophe Cambadélis
Mandaten
Zetels in de Assemblée Nationale
Zetels in de Sénat
Zetels in het Europees Parlement
Algemene gegevens
Opgericht 1905 (SFIO)
1969 (PS)
Actief in Frankrijk
Richting Links
Ideologie democratisch socialisme, sociaaldemocratie
Kleuren Rood, roze
Internationale organisatie Socialist International
Europese fractie Partij van de Europese Sociaaldemocraten - PES
Website www.parti-socialiste.fr
Portaal  Portaalicoon   Politiek
Frankrijk

De Parti Socialiste (PS, Nederlands: Socialistische Partij) is de grootste Franse regeringspartij. Hoewel gekwalificeerd als democratisch socialistische partij, kan men vandaag de dag zeggen dat het een sociaaldemocratische partij is geworden.

Geschiedenis[bewerken]

Sinds de jaren 80 van de negentiende eeuw is er een socialistische partij in Frankrijk, zij dat zij steeds onder een andere naam heeft bestaan.

In 1880 werd de Parti Ouvrier Français (Franse Arbeiderspartij) opgericht door Jules Guesde en Paul Lafague (schoonzoon van Karl Marx). In 1882 viel de partij uiteen in een marxistische partij onder Guesde en een gematigde onder Paul Brousse. De twee partijen probeerden beide controle te krijgen over de arbeidersklasse en stonden links van de burgerlijke Radicaal-Socialistische Partij (ondanks dat de naam doet vermoeden, geen socialistische partij) en rechts van de revolutionaire syndicalisten, die de vakbeweging controleerden. Erg succesvol waren de partijen van Guesde en Brousse niet.

In 1899 kreeg het socialisme in Frankrijk een nieuwe impuls door de oprichting van de linkse Parti Socialiste de France (Socialistische Partij van Frankrijk) en de reformistische Parti Socialiste Français (Franse Socialistische Partij). Deze laatste partij stond onder leiding van Alexandre Millerand, die later president van Frankrijk zou worden (hij was toen inmiddels conservatief geworden). In 1905 werden beide partijen dankzij de inspanningen van Jean Jaurès verenigd in de Parti Socialiste Unifié (Verenigde Socialistische Partij). De nieuwe partij stelde zich niet alleen socialistisch op, maar ook pacifistisch. Jaurès, een pacifist en één van de leiders van de PSU stelde zich aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog antimilitaristisch op, wat uiteindelijk leidde tot een moordaanslag op zijn leven (31 juli 1914). De nationalistische stemming in Frankrijk had uiteindelijk ook invloed op PSU en met name de reformisten in de partij stelden zich patriottistisch op (vergelijkbare situaties deden zich voor in andere Europese landen).

Bij de verkiezingen van 1919 leden de anti-oorlogssocialisten een nederlaag en wonnen de patriottische socialisten zetels. De linkervleugel van de partij scheidde zich daarna als Parti Communiste Français (PCF) af en het restant der partij werd door Léon Blum omgevormd tot de Section Française l'International Ouvrière (SFIO). Net als de communistische partij was de SFIO dogmatisch marxistisch, maar wel democratisch en wees zij de retoriek van de communisten af.

In 1924 en in 1932 maakte de SFIO deel uit van de centrumlinkse regeringen met de Radicaal-Socialistische Partij (Cartels des Gauches). Samenwerking met de radicalen bleek moeilijk, speciaal op economisch vlak, maar ook door de onwil van PCF om de centrumlinkse regeringen te steunen of zelfs te gedogen. De PCF volgde nauwgezet de Comintern-politiek om niet samen te werken met sociaaldemocraten en burgerlijke partijen. In de jaren 30 met de opkomst van het fascisme in Duitsland wijzigde de Comintern haar politiek radicaal en riep zij de communistische leiders in Europa op om deel te gaan nemen in centrumlinkse coalitieregeringen. In 1934 sloten de SFIO, de PCF en de radicalen (RRRS) een akkoord waaruit het Volksfront voortkwam, dat de verkiezingen van 1936 won en er een Volksfrontregering werd gevormd. Binnen een jaar stortte de regering onder SFIO-voorzitter Léon Blum in omdat de drie partijen onderling het niet eens konden worden over de economische politiek en het beleid ten aanzien van de Spaanse Burgeroorlog.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de SFIO door de Duitse bezetter verboden. Léon Blum, een Jood, werd opgesloten in een concentratiekamp, maar overleefde de oorlog wel. Hij was zelfs nog even premier na de Tweede Wereldoorlog.

Na de bevrijding (1944) herleefde de SFIO met Guy Mollet als voorzitter. In 1957 was Mollet premier van een minderheidsregering. De partij takelde langzaam maar zeker af. In de jaren 60, onder het leiderschap van voorzitter Gaston Defferre, bereikte de partij haar dieptepunt en in 1969 werd de SFIO opgeheven.

Periode-Mitterrand[bewerken]

François Mitterrand, een onafhankelijk links kamerlid, en Alain Savary namen het voortouw bij de vorming van de Parti Socialiste in 1969 (Congrès d'Alfortville, Congrès d'Issy-les-Moulineaux). In juli 1969 fuseerden de SFIO en de Parti Radical Socialiste tot de Parti Socialiste en werd dit door een partijcongres bekrachtigd. Mitterand en zijn Convention des Institutions Républicaines (CIR, Conventie van Republikeinse Conventies) bleven echter na een conflict met de partijleiding van de SFIO voorlopig buiten de nieuwe partij. In 1971 sloten Mitterand en zijn aanhangers zich uiteindelijk toch aan bij de PS (Congres van Épinay) en werd Mitterand zelfs tot secretaris-generaal van de PS gekozen. Uiteindelijk wist Mitterrand samenwerking vooral elkaar te krijgen met de PCF (1972), die langzaam in Eurocommunistische richting opschoof.

In 1974 behaalde Mitterrand tijdens de tweede ronde van de presidentsverkiezingen 49,19% van de stemmen tegen 50,80% voor Valéry Giscard d'Estaing. Mitterrand had de socialisten weer op de kaart gezet.

In 1981 sloot Mitterrand een verkiezingsovereenkomst met de PCF en de Parti Radical de Gauche en werd haar gezamenlijke presidentskandidaat. In datzelfde jaar behaalde Mitterrand in de tweede ronde van de presidentsverkiezingen 51,75% van de stemmen tegen 48,24% van de stemmen voor Giscard d'Estaing. In 1988 werd Mitterrand herkozen. Tijdens zijn bewind waren er, met uitzondering van 1986-1988 en 1993-1995, socialistische premiers. De premiers waren respectievelijk: Pierre Mauroy (1981-1984), Laurent Fabius (1984-1986), Michel Rocard (1988-1991), (de eerste vrouwelijke premier) Édith Cresson (1991-1992) en Pierre Bérégovoy (1992-1993).

Mitterrand voerde een strikt socialistisch bewind en nationaliseerde de banken, het verzekeringswezen en de militaire industrie. De lonen van de arbeiders gingen omhoog en hun werkuren omlaag. De rijke Fransen zetten als gevolg hiervan hun geld en kapitaal op buitenlandse rekeningen en dit leidde mede tot een economische crisis.

Na Mitterrand[bewerken]

In 1984 besloten Mitterrand en zijn premier Laurent Fabius om het socialistisch experiment een halt toe te roepen. Sindsdien omhelsde de PS de markteconomie en de sociaaldemocratie. De partij werd hierna wel fel bekritiseerd door extreemlinks, de Lutte Ouvrière (Klassenstrijd der Arbeiders) en de Ligue Communiste Révolutionnaire (Revolutionair-Communistische Liga), die de PS sindsdien niet meer zien als een "ware" socialistische partij.

In 1995 stopte Mitterrand als president en bij de nieuwe presidentsverkiezingen versloeg de Gaullistische Jacques Chirac de socialist Lionel Jospin. In 1997 won de PS echter de verkiezingen voor de Assemblée Nationale en werd Jospin premier. Zijn beleid was progressief, maar was weinig traditioneel socialistisch. Bij de presidentsverkiezingen in 2002 werd Jospin opnieuw verslagen door Chirac, waarna hij aftrad af, en als premier werd opgevolgd door de liberaal Jean-Pierre Raffarin. Bij de parlementsverkiezingen leed de PS eveneens een nederlaag. Bij de regionale verkiezingen won de partij in 20 van de 22 stedelijke gebieden (met uitzondering van Corsica en Elzas).

De huidige PS-secretaris-generaal is Martine Aubry.

Op 1 december 2004 stemden 59% van de PS-leden vóór de Europese Grondwet. Desondanks raadden een aantal prominenten zoals Laurent Fabius, Henri Emmanuelli en Jean-Luc Mélenchon de kiezer aan om bij het referendum tegen de grondwet te stemmen. Op 29 mei 2005 stemden de meeste Fransen tegen de grondwet.

Sinds de verkiezingsnederlaag van Jospin bij de presidentsverkiezingen van 2002 is er onrust binnen de PS.[bron?] Een aantal PS'ers bepleitte een rechtsere koers, terwijl anderen een linksere koers nastreefden.
In november 2005 werd François Hollande als kandidaat voorgesteld, de partner van Ségolène Royal, oud-minister van onderwijs en arbeid. Uiteindelijk werd in 2007 Royal presidentskandidate; zij verloor de verkiezingen van Nicolas Sarkozy.

Na dertig jaar ging het koppel Ségolène en Hollande uit elkaar, en op 24 mei 2007 maakte Hollande bekend dat hij opstapte als hoofd van de Parti Socialiste. Hij steunde Martine Aubry als kandidate en niet Royale.

In oktober 2011 versloeg hij Martine Aubry in de tweede ronde van de socialistische voorverkiezingen van de Franse presidentsverkiezingen van 2012, en werd daarmee de socialistische tegenstrever van Nicolas Sarkozy. Tijdens de eerste ronde van de presidentsverkiezingen haalde Hollande 10.273.480 stemmen, 28,63% van het totale aantal stemmen. Hij won hiermee van zittend president Sarkozy. Beiden gingen door naar de tweede ronde. Op 6 mei 2012 werd bekendgemaakt dat Hollande de tweede ronde had gewonnen met 51,90% van de stemmen.

Opnieuw leverde de Parti Socialiste zowel de president als de premier.

Congressen[bewerken]

  • Congrès d'Alfortville (4 mei 1969)
  • Congrès d'Issy-les-Moulineaux (11-13 juli 1969)
  • Congrès d'Épinay (11-13 juni 1971)
  • Congrès de Grenoble (22-24 juni 1973)
  • Congrès de Pau (31 januari-12 februari 1975)
  • Congrès de Nantes (17-18 juni 1977)
  • Congrès de Metz (6-8 april 1979)
  • Congrès de Créteil (24 januari 1981)
  • Congrès de Valence (23-25 oktober 1981)
  • Congrès de Bourg-en-Bresse (28-30 oktober 1983)
  • Congrès de Toulouse (11-13 oktober 1985)
  • Congrès de Lille (3-5 april 1987)
  • Congrès de Rennes (15-18 maart 1990)
  • Congrès de l'Arche (13-15 december 1991)
  • Congrès de Bordeaux (10-12 juli 1992)
  • Congrès du Bourget (22-24 oktober 1993)
  • Congrès de Liévin (18-20 november 1994)
  • Congrès de Brest (21-23 november 1997)
  • Second Congrès de Grenoble (24-26 november 2000)
  • Congrès de Dijon (16-18 maart 2003)
  • Congrès du Mans (18-20 november 2005)
  • Congrès de Reims (14-16 november 2008)

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]

Bronnen[bewerken]


leden (32): Vlag van BelgiëVlag van VlaanderenSocialistische Partij Anders (sp.a) · Vlag van BelgiëVlag van WalloniëParti Socialiste (PS) · Vlag van BulgarijeBǎlgarska Socialističeska Partija (BSP) · Vlag van CyprusΚίνημα Σοσιαλδημοκρατών (EDEK) · Vlag van DenemarkenSocialdemokraterne (SD) · Vlag van EstlandSotsiaaldemokraatlik Erakond (SDE) · Vlag van FinlandSuomen Sosialidemokraattisen Puolue (SDP) · Vlag van FrankrijkParti Socialiste (PS) · Vlag van DuitslandSozialdemokratische Partei Deutschlands (SPD) · Vlag van GriekenlandPanellinio Sokialistiko Kinima (PASOK) · Vlag van HongarijeMagyar Szocialista Párt (MSZDP) · Vlag van IerlandLabour Party (PLO) · Vlag van ItaliëPartito Socialista Italiano (PSI) · Vlag van LetlandLatvijas Sociāldemokrātiskā Strādnieku Partija (LSDSP) · Vlag van LitouwenLietuvos Socialdemokratu Partija (LSDP) · Vlag van LuxemburgLetzeburger Socialistesch Arbechterpartei (LSAP) · Vlag van MaltaPartit Laburista (PL) · Vlag van NederlandPartij van de Arbeid (PvdA) · Vlag van NoorwegenDet Norske Arbeiderpartiet · Vlag van OostenrijkSozialdemokratische Partei Österreichs (SPÖ) · Vlag van PolenSojusz Lewicy Demokratycznej-Unia Pracy (SLD-UP) · Vlag van PortugalPartido Socialista · Vlag van RoemeniëPartidul Social Democrat (PSD) · Vlag van SloveniëSocialni Demokrati (SD) · Vlag van SlowakijeStrana SMER - Sociálna Demokracia (Smer) · Vlag van SpanjePartido Socialista Obrero Español (PSOE) · Vlag van TsjechiëČeská Strana Sociálně Demokratická (ČSSD) · Vlag van ZwedenSveriges socialdemokratiska arbetareparti · Vlag van Verenigd KoninkrijkLabour Party (LP) · Vlag van Verenigd KoninkrijkVlag van Noord-IerlandPáirtí Sóisialta Daonlathach an Lucht Oibre (SDLP) · Vlag van Verenigd KoninkrijkVlag van SchotlandPàrtaidh Làbarach na h-Alba (PLA) · Vlag van Verenigd KoninkrijkVlag van WalesLlafur Cymru (LC)
Partijvoorzitters: Wilhelm Dröscher · Robert Pontillon · Joop den Uyl · Vítor Constâncio · Guy Spitaels · Willy Claes · Rudolf Scharping · Robin Cook · Poul Nyrup Rasmussen
Fractievoorzitters EP: Guy Mollet · Hendrik Fayat · Pierre Lapie · Willi Birkelbach · Käte Strobel · Francis Vals · Georges Spénale · Ludwig Spénale · Ernest Glinne · Rudi Arndt · Jean-Pierre Cot · Pauline Green · Enrique Baron Crespo · Martin Schulz
Fracties EP: Fractie van de Socialisten (S) ('53-'58) · Socialistische Fractie (SOC) ('58-'93) · PES ('93-'09) · Socialisten en Democraten (S&D) ('09)
Voorloper: Confederatie van Socialistische Partijen van de Europese Gemeenschap (CSPEG)
Commissarissen Barroso II: Catherine Ashton · Joaquín Almunia · Maroš Šefčovič · María Damanáki · Štefan Füle · László Andor
Leden Europese Raad: Werner Faymann · Helle Thorning-Schmidt · François Hollande · Robert Fico · Matteo Renzi · Joseph Muscat · Zoran Milanović · Stefan Löfven · Bohuslav Sobotka