Eurocommunisme

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
COMMUNISME

Communist star.svg

Concepten

Marxistische economie
Historisch materialisme
Meerwaarde
Klassenstrijd
Proletarisch internationalisme
Wereldrevolutie

Aspecten

Communistische partij
Communistische symboliek

Varianten

Marxisme
Leninisme
Trotskisme
Maoïsme
Luxemburgisme
Titoïsme
Stalinisme
Castroïsme
Guevarisme
Hoxhaïsme
Juche
Linkscommunisme
Radencommunisme
Anarchocommunisme
Christelijk communisme
Eurocommunisme
Oercommunisme
Wetenschappelijk communisme

Internationalen

Bond der Communisten
Eerste Internationale
Tweede Internationale
Derde Internationale
Vierde Internationale

Personen

Gracchus Babeuf
Karl Marx
Friedrich Engels
Rosa Luxemburg
Karl Liebknecht
Antonio Gramsci
Vladimir Lenin
Leon Trotski
Jozef Stalin
Kim Il-sung
Mao Zedong
Hồ Chí Minh
Josip Broz Tito

Che Guevara
Verwante onderwerpen

Anticommunisme
Koude Oorlog
Dictatuur van het proletariaat
Links
Socialisme

Portaal  Portaalicoon  Communisme

Het eurocommunisme was een stroming binnen het West-Europese marxisme-leninisme vanaf de jaren 70, die een koers onafhankelijk van de Sovjet-Unie voorstond. Buiten West-Europa wordt het soms aangeduid als "neocommunisme".

Gedachtegoed[bewerken]

Het eurocommunisme is ontstaan tijdens de gezamenlijke conferentie van de Franse Communistische Partij (PCF), de Italiaanse Communistische Partij (PCI) en de Communistische Partij van Spanje (PCE) in maart 1977. De grondleggers van het eurocommunisme waren Santiago Carrillo, Enrico Berlinguer en Georges Marchais. Later heeft de Franse communistische partij afstand genomen van het eurocommunisme.

Het eurocommunisme legde de klemtoon op een pluralistische visie van het communisme. Met pluralisme werd bedoeld dat iedere communistische partij onafhankelijk over haar eigen beleid moest kunnen beslissen, zonder ondergeschikt te zijn aan de Communistische Partij van de Sovjet-Unie of de Communistische Partij van China. Door het pluralisme waren de eurocommunisten ook tegenstanders van een partijdictatuur. Daarnaast uitte het pluralisme ook in het streven naar het vormen van coalities met sociaaldemocraten en christendemocraten. De eurocommunistische partijen waren kritisch op het beleid van de Sovjet-Unie, maar vonden wel dat het beleid van de Sovjet-Unie “globaal genomen positief” was.[1] Hiermee verschilt het eurocommunisme met het trotskisme. De eurocommunistische partijen hielden vast aan het democratisch centralisme.

Critici wezen op de contradictie dat de eurocommunistische partijen stelden dat socialisme altijd democratisch is, dat de Sovjet-Unie ondemocratisch geregeerd werd, maar dat tegelijkertijd de toenmalige Sovjet-Unie een socialistische staat zou zijn.[2]

Bibliografie[bewerken]

  • Carrillo, Santiago. 1977. Eurocomunismo y Estado. Editorial Crìtica. Madrid.
  • Claudín, Fernando. 1977. Eurocomunismo y socialismo. Siglo XXI Editores, México D.F. ISBN 968-23-0234-X.
  • Detlev Albers u.a. (Hg.), Otto Bauer und der "dritte" Weg. Die Wiederentdeckung des Austromarxismus durch Linkssozialisten und Eurokommunisten, Frankfurt/M 1979
Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen

  • Fernando Claudin: De toekomst van het eurocommunisme; 1978.
  • B.J. de Clercq: Eurocommunisme en Westers Marxisme; 1979.

Referenties

  1. B.J. de Clercq: Eurocommunisme en Westers Marxisme; 1979; bladzijde 21.
  2. Fernando Claudin: De toekomst van het eurocommunisme; 1978.