Tweede Internationale
De Tweede Internationale (ofwel "Socialistische Arbeiders-Internationale") werd in Parijs opgericht op 14 juli 1889 naar aanleiding van de honderdste verjaardag van de bestorming van de Bastille, dertien jaar na de opheffing van de eerste Internationale (1876).
Het eerste congres riep 1 mei uit tot internationale dag van de arbeid. Dit punt werd door Raymond Lavigne op de agenda gezet om de opstand in Chicago jaarlijks te herdenken. Op het tweede congres, te Brussel in 1891, werd het "Internationaal Socialistisch Bureau" gesticht. Later zou Emile Vandervelde er voorzitter van worden en Kamiel Huysmans secretaris. Na de congressen van Parijs en Brussel volgden Zürich (1893), Londen (1896), Parijs (1900), Amsterdam (1904), Stuttgart (1907), Kopenhagen (1910) en Bazel (1912). Op het congres van Londen werden de anarchisten uitgesloten.
Belangrijke discussies binnen de Tweede Internationale waren verder:
- het veroveren van de politieke macht, tegenover het sluiten van compromissen en het opzijschuiven van het einddoel.
- het evenwicht tussen vreedzame en niet vreedzame strijd
- de houding t.a.v. de koloniale politiek
- de houding t.a.v. oorlog.
Verdeeldheid binnen de Internationale [bewerken]
Deze twistpunten gaven aanleiding tot het ontstaan van een reformistische en een revolutionaire vleugel binnen de Internationale. Friedrich Engels, Rosa Luxemburg en Vladimir Iljitsj Lenin speelden een opvallende rol.
De houding in geval van oorlog leidde uiteindelijk tot de ontbinding van de Tweede Internationale. Het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog deed een ganse reeks partijen afstappen van hun anti-oorlogsstandpunt. Zo stemden de Belgische socialisten onder leiding van Emile Vandervelde voor de oorlogskredieten. Enkel de bolsjewieken, de Hongaarse, Bulgaarse, Italiaanse sociaaldemocraten en de Socialistische Partij van de Verenigde Staten hielden vast aan de anti-oorlogsresoluties. Zij riepen een aparte conferentie bijeen in het Zwitserse Zimmerwald.
Pas in 1923, op het congres van Hamburg, werd de eenheid tussen reformisten enigszins hersteld, onder de naam "Sozialistische Arbeiter Internationale" (S.A.I.). De revolutionaire vleugel hergroepeerde zich vanaf maart 1919 in de Derde Internationale.