Socialisme

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Socialisme
Portret van Karl Marx omstreeks 1875
Portret van Karl Marx omstreeks 1875
Algemene info
Grondlegger(s) Saint-Simon
Karl Marx
Friedrich Engels
(diverse anderen, afhankelijk van afbakening van het begrip socialisme, dat per tijd verschilt)
Ontstaan 18de / 19de eeuw
Locatie Parijs / Brussel / Londen
Ideologen Robert Owen
Ferdinand Lassalle
William Morris
John Dewey
Edvard Kardelj
Robin Hahnel
Michael Albert
Politiek Spectrum
Links
Stromingen
Communisme
Democratisch socialisme
Libertarisch socialisme
Marktsocialisme
Marxisme
Sociaal-anarchisme
Sociaaldemocratie
Syndicalisme
Revolutionair socialisme
Symbolen
Charter van Quaregnon
Internationale
Dag van de Arbeid
Rode roos
Organisaties
Politieke partijen België:
sp.a / PS /SP
PVDA-PTB
LSP-PSL
SAP-LCR
Rood!
Nederland:
PvdA
SP
NCPN
VCP
Vakbonden België: ABVV
Nederland: FNV
Mutualiteiten België: Soc.mut
Portaal  Portaalicoon   Politiek

Socialisme is een politieke maatschappijvorm gebaseerd op gelijkheid, sociale rechtvaardigheid en solidariteit, of de verzamelnaam voor een verscheidenheid aan politieke en ideologische stromingen die naar een dergelijke maatschappij streven. Kerngedachte binnen deze stromingen is dat het collectief, al dan niet belichaamd door de overheid/staat, de hoogste beslissingsbevoegdheid heeft over de verdeling van macht en goederen. Arbeiderszelfbestuur staat centraal bij verscheidene socialistische theorieën.

Traditioneel wordt hiermee bedoeld dat de staat het verschil in economische macht, dat samenvalt met het verschil tussen arm en rijk, nivelleert en zo een einde maakt aan de klassenmaatschappij. Een wat modernere interpretatie is dat volledige nivellering niet noodzakelijk is voor het verwezenlijken van een eerlijke samenleving, maar vrijwel elke socialistische theorie gaat uit van een sterk overheidsingrijpen om sociale en maatschappelijke problemen op te lossen en kenmerkt zich door een sterke antipathie versus een (te) vrije markt. In dat opzicht staat het socialisme van oudsher lijnrecht tegenover kapitalisme en liberalisme. Het idee van een maakbare samenleving staat centraal in het socialisme.

Of de samenleving gevormd moet worden door overheidsingrijpen of door individueel initiatief is van oudsher strijdpunt binnen de socialistische beweging. Een meerderheid van sociaaldemocraten, marxisten en anderen zien heil in ingrijpen in economie en maatschappij door politieke partijen en regeringsdeelname, terwijl anarchistisch georiënteerde socialisten doorgaans fel gekant zijn geweest tegen staatsmacht, vooral waar die als ondemocratisch wordt ervaren.

Theorieën[bewerken]

Politiek-theoretisch valt het socialisme te herleiden tot de negentiende eeuw en dan met name tot de werken van Karl Marx (marxisme). Marx herinterpreteerde de filosofie van Hegel en Fichte en herformuleerde hun idealistisch stelsel op basis van zijn eigen historisch materialisme dat grofweg samengevat kan worden tot de theorie dat elk maatschappelijk systeem zich door een aantal stadia, waaronder socialisme, heen ontwikkelt om uiteindelijk op het communisme uit te komen, een maatschappij zonder privaat eigendom en leiderschap.

Latere politicologen en socialisten hebben ook in gebeurtenissen als de Franse Revolutie, de Griekse democratie of het anabaptisme socialistische kenmerken gezocht. Het magnum opus 'De Socialisten' van H.P.G. Quack is daar een goed voorbeeld van.

Tijdens de 19e en 20e eeuw zijn er veel verschillende socialistische stromingen ontstaan. Het orthodoxe marxisme wordt, behalve door kleine 'extreemlinkse' organisaties, tegenwoordig zelden meer aangehangen. Mede door de ervaring met de communistische Sovjet-Unie is het socialisme in zijn extremere vorm niet zo populair meer. Veel van de gedachten zijn thans echter wel geïncorporeerd in modernere politieke stromingen en er bestaat een aantal grote gematigd socialistische partijen. Deze kenmerken zich veelal door een sceptische houding ten opzichte van deregulering en een terugtredende overheid en het streven naar een sterke welvaartsstaat.

Het christensocialisme en het religieus-socialisme rekent men eveneens tot het socialisme. Het nationaalsocialisme wordt niet algemeen als een socialistische stroming beschouwd. Volgens sommigen, voornamelijk zij die actief overheidsingrijpen in de economie als 'socialistisch' beschouwen, komt het nationaalsocialisme hiervoor wel in aanmerking.

Geschiedenis van het socialisme[bewerken]

Hoewel sommige socialistische en communistische ideeën al terug zijn te vinden in Plato's Politeia, komt het socialisme pas werkelijk op in de tijd van de Franse Revolutie en de daarop volgende industriële revolutie (eind 18de, begin 19de eeuw). Ook het verwante anarchisme kent zijn oorsprong in deze tijd.

De eerste aanzetten tot socialistische theorievorming worden tegenwoordig onder de noemer utopisch socialisme geschaard. François Noël Babeuf (1760-1797) was waarschijnlijk de eerste auteur die het socialisme als staatsvorm wilde; hij stichtte tijdens de Franse Revolutie een conspiratieve vereniging. Pas de opkomst van het marxisme, eind 19e eeuw, zorgt voor een verenigde arbeidersbeweging met een gemeenschappelijke ideologie.

Aan het einde van de 19e eeuw begint zich binnen de socialistische beweging een scheiding af te tekenen tussen reformisten en revolutionairen. De Eerste Wereldoorlog verscherpt de tegenstellingen: de reformisten steunen over het algemeen hun nationale legers, terwijl de revolutionairen de oorlog in het geheel verwerpen. De Eerste Wereldoorlog leidt uiteindelijk tot de eerste socialistische revolutie, de Russische Oktoberrevolutie. Het oude keizerrijk Rusland wordt omgevormd tot de Russische Socialistische Federatieve Sovjetrepubliek (vanaf 1922 de Sovjet-Unie of USSR). In navolging van de Russische revolutionairen noemen de revolutionairen zich voortaan geen sociaaldemocraten of socialisten meer, maar communisten. De reformisten blijven zich sociaaldemocraten noemen. Via de Communistische Internationale probeert Moskou de revolutie te exporteren, met weinig succes.

Na 1927 ontaardt het Russische communisme in een bloedige dictatuur onder Stalin. Na de Tweede Wereldoorlog, waarin de Sovjet-Unie aanvankelijk als uitvloeisel van het Molotov-Ribbentroppact met nazi-Duitsland samenwerkt en later met de geallieerden, staan het kapitalistische westen en het communistische Oostblok tegenover elkaar in de Koude Oorlog. Deze eindigt rond 1990, met het ineenstorten van de Sovjet-Unie en de communistische regeringen in Oost-Europa. Het Chinese regime viel niet, maar is wel sinds ongeveer dezelfde tijd bezig met kapitalistische experimenten, waarbij de Communistische Partij overigens wel de macht over het land in handen houdt. Tegenwoordig zijn er nog maar een handjevol communistische landen over.

In reactie op het vrijwel verdwijnen van het communisme vond binnen een deel van de Europese sociaaldemocratie een ideologische omslag plaats, waarbij liberale en sociaaldemocratische waarden werden gecombineerd in de zogenoemde Derde Weg.

Socialisme en communisme in de marxistische theorie[bewerken]

De rode ster, traditioneel symbool van het communisme

In het marxisme wordt het woord socialisme ook speciaal gebruikt ter aanduiding voor de maatschappijvorm (economische orde) die de overgang tussen kapitalisme en communisme vormt. De staatsvorm van deze maatschappij is de dictatuur van het proletariaat (proletariaat is een gangbare marxistische term voor arbeidersklasse). Met communisme wordt hier een staatloze, klasseloze maatschappij bedoeld, gebaseerd op gemeenschappelijk eigendom. De termen worden evenwel niet altijd zo strikt gescheiden.

De communistische landen in Oost-Europa, China, Cuba enz., heetten officieel ook socialistisch (bijvoorbeeld Unie van Socialistische Sovjet-Republieken) en niet communistisch. De regerende partijen van deze landen meenden als overgangsfase een dictatuur uit naam van de arbeidersklasse in de socialistische staat te moeten voeren, totdat de kapitalistische staatsstructuren verweerd waren en er een communistische maatschappij zou ontstaan. Om deze reden ook noemden de regerende partijen in deze landen zich wel communistisch (met uitzondering van de Socialistische Eenheidspartij van Duitsland in de DDR).

Socialisme in Nederland[bewerken]

Standbeeld van Ferdinand Domela Nieuwenhuis in Amsterdam

De eerste socialistische partij in Nederland is de Sociaal-Democratische Bond (SDB), opgericht in 1881. SDB'er Domela Nieuwenhuis is de eerste socialist in de Tweede Kamer. Vanwege de slechte verstandhouding met zijn collega's wordt Domela Nieuwenhuis echter anarchist en wendt hij zich af van de parlementaire politiek.

In 1894 vindt een scheuring in de SDB plaats en wordt de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij (SDAP) opgericht. Deze blijft tot de Tweede Wereldoorlog de grootste socialistische partij in Nederland. De SDAP voert een reformistische koers, waardoor de revolutionairen in 1909 de partij verlaten en de Sociaal-Democratische Partij oprichten. Deze wordt in 1918, na de Oktoberrevolutie, hernoemd tot Communistische Partij Holland en in 1935 tot Communistische Partij van Nederland. De CPH/CPN loopt aan de leiband van de Sovjet-Unie via de Comintern.

Ook in de vakbeweging vindt een splitsing tussen reformisten en revolutionairen plaats. In 1893 wordt het Nationaal Arbeids-Secretariaat opgericht, de eerste Nederlandse vakcentrale, die sterk op de revolutionaire partijen gericht is (de CPH en kleinere partijen). In 1906 krijgt het NAS concurrentie van het gematigder NVV.

Na de Tweede Wereldoorlog fuseren de SDAP, de links-liberale Vrijzinnig Democratische Bond (VDB) en de Christelijk Democratische Unie tot de Partij van de Arbeid (PvdA). De PvdA is bedoeld als brede, progressieve doorbraakpartij. In het verzet was gebleken dat samenwerking tussen liberalen, christenen en sociaaldemocraten mogelijk was. Al snel blijkt de PvdA echter te links voor veel ex-VDB'ers, die zich bij de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie (VVD) aansluiten.

De PvdA is echter al snel electoraal succesvol, en leidt tot de rooms-rode coalities van PvdA en KVP. Vanaf 1948 is PvdA'er Willem Drees premier. Deze coalities bouwen voor het eerst een uitgebreid stelsel van sociale zekerheid op.

Ook de CPN is korte tijd zeer succesvol, dankzij de rol die communisten in het verzet hadden gespeeld. De CPN haalt bij de eerste naoorlogse verkiezingen ruim 10% van de stemmen, en het CPN-blad De Waarheid is de meest gelezen krant. De steun kalft echter spoedig af onder invloed van de Koude Oorlog.

Meningsverschillen binnen links leiden tot de vorming van nieuwe partijen. In 1957 wordt de Pacifistisch Socialistische Partij (PSP) opgericht, die Washington noch Moskou steunde en streefde naar ontwapening. In 1968 verschijnt de Politieke Partij Radikalen (PPR) ten tonele, een groene en progressieve, aanvankelijk christelijk georiënteerde partij.

In de jaren 60 en 70 radicaliseert de PvdA. Vanaf 1970 werkt de partij samen met de PPR en de nieuwe links-liberale partij D'66, wat in 1973 leidt tot het Kabinet-Den Uyl. De PSP weigert deelname omdat het regeringsprogramma niet radicaal genoeg is, de CPN wordt niet gevraagd.

In 1991, na de val van het Oost-Europese communisme, gaan de noodlijdende CPN, PSP PPR en EVP samen in GroenLinks. CPN-hardliners richten de NCPN op, die geen Kamerzetel weet te verwerven.

In 1994 gebeurt wat lang onmogelijk had geleken: de PvdA gaat regeren met de liberale VVD en stapt in het eerste paarse kabinet, het kabinet-Kok I.

Eveneens in 1994 komt de Socialistische Partij, die voortkomt uit de maoïstische beweging van de jaren zeventig, voor het eerst in de kamer. In 2005 wordt deze partij de op twee na grootste partij van het land qua ledental, en bij de Tweede-Kamerverkiezingen op 22 november 2006 stijgt deze partij van 9 zetels (2003-2006) naar 25 zetels, waarmee de SP de grote winnaar wordt van de verkiezingen.

Huidige socialistische organisaties in Nederland[bewerken]

Historische socialistische partijen[bewerken]

(Behalve de genoemde:)

Socialistische organisaties in België[bewerken]

Politieke partijen:

Politieke jongerenorganisaties:

Socialisme in de Verenigde Staten[bewerken]

In de Verenigde Staten van Amerika geldt socialist als een scheldwoord. Dit onder het daar levende idee dat het socialisme de wereld niets goeds gebracht heeft. Desondanks werd in de VS als een van de eerste mogendheden een socialistische partij opgericht, de American Socialist Party. Tijdens de crisisjaren (jaren 1930) steunde de American Socialist Party de Democratische Partij van president Franklin Roosevelt en diens New Deal. De meeste Amerikanen zien het socialisme vandaag de dag als een ideologie die problemen wil oplossen op een manier die strijdig is met hun ideologie. Zo zou het socialisme volgens de Democratische Partij een sociaal stelsel invoeren dat de vraag en aanbod naar arbeid verstoort, en zo juist de inkomensverschillen vergroot in plaats van verkleint.


Wikiquote Wikiquote heeft een of meer citaten gerelateerd aan Socialisme.