Christendemocratie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Politieke ideologieën
Dit artikel is een deel van

de reeks over politiek

Ideologie

Anarchisme
Christendemocratie
Communisme
Communitarisme
Conservatief-liberalisme
Conservatisme
Ecologisme
Fascisme
Franquisme
Feminisme
Islamisme
Klassiek-liberalisme
Liberalisme
Libertarisme
Linksnationalisme
Nationalisme
Pan-nationalisme
Progressief liberalisme
Nationaalsocialisme
Neoliberalisme
Sociaaldemocratie
Socialisme

Portaal  Portaalicoon  Politiek

Christendemocratie is een politieke stroming. Ze baseert zich op de Bijbel en de christelijke traditie. Samen met de liberaal-democratie en de sociaaldemocratie behoort de christendemocratie in veel Europese landen het tot de voornaamste politieke richtingen. De naam werd tijdens de Franse Revolutie bedacht door Antoine-Adrien Lamourette.

Aanvankelijk was de christendemocratie een strekking binnen het conservatisme (katholicisme), maar op het einde van de 19de eeuw positioneerden zij zich als een linkse vleugel van de katholieke partijen en verschoven die in het politiek spectrum naar links, en werden zo centrum.

De christendemocratie in Nederland en België houdt sociaal-economisch een middenpositie in tussen het liberalisme (laissez faire) en het socialisme (planeconomie). De laatste jaren ziet men echter een verschuiving naar het liberalisme, met name op economisch gebied. Opvallend is echter ook het verzet tegen de groeiende individualisering in onze huidige postindustriële samenleving.
Van de drie leuzen (vrijheid, gelijkheid, broederschap) van de Franse Revolutie kan broederschap worden genoemd als waarde van de Christendemocratie.

Geschiedenis van de christendemocratie[bewerken]

De christendemocratie komt voort uit de sociale leer van de rooms-katholieke Kerk en de diverse protestantse Kerken. In de negentiende eeuw schreef Paus Leo XIII een encycliek met de naam Rerum Novarum ('Over nieuwe dingen'). In deze encycliek stelde de Paus de onderdrukking van de arbeiders aan de kaak en riep hij katholieken op om zich in te zetten voor hun welzijn. De Paus riep ook op tot de vorming van vakbonden en standenorganisaties voor katholieken. Rond 1900 gaf de Paus zijn toestemming aan de naam christendemocratie. In met name Duitsland (Zentrumspartei) en België ontstonden christendemocratische partijen. Na de Eerste Wereldoorlog ontstonden er in Europa christendemocratische partijen. Bekende voorbeelden waren de Partito Popolare van Don Luigi Sturzo in Italië en de tot een christendemocratische partij omgevormde Katholieke Partij in België. Van 1926 was er democratische tendens zichtbaar in de RKSP (Roomsch-katholieke Staatspartij) in Nederland. In de jaren dertig was er sprake van een ruk naar rechts binnen de christendemocratie. Na de Tweede Wereldoorlog ontstonden er ook in Zuid-Amerikaanse landen christendemocratische partijen. In Italië ontstond de Democrazia Cristiana, de grootste christendemocratische partij van Europa.

In Zuid-Amerika zijn de Christendemocratische Partij van Chili, die een markante invloed heeft gehad op de Chileense politiek, en de Venezolaanse COPEI invloedrijke christendemocratische partijen. Ook de Nationale Actiepartij in Mexico telt christendemocraten onder haar leden.

Na de Tweede Wereldoorlog werd in Duitsland de CDU opgericht. Veel oprichters waren voorheen lid van de katholieke Zentrumspartei, maar de nieuwe partij wist ook protestanten aan zich te binden. De eerste bondskanselier van de Bondsrepubliek Duitsland (BRD), Konrad Adenauer, was lid van de CDU. De krachtige progressieve stroming van Jakob Kaiser, Ernst Lemmer en Andreas Hermes moest het onderspit delven. Sinds de oprichting is de Duitse CDU (met uitzondering van de Oost-Duitse CDU) tot een conservatieve partij geworden.

De Italiaanse Democrazia Christiana bleef gedurende de Koude Oorlog de dominante partij van Italië en werd aldaar als bastion tegen het communisme beschouwd. Het Vaticaan gebruikte haar maatschappelijke invloed om DC een steun in de rug te geven en hierdoor wist DC steevast 40% van het electoraat in handen te houden. Vanaf de jaren zeventig werd DC echter geteisterd door corruptie en banden met de maffia. DC was niet alleen de partij voor katholieken, maar ook veel anticommunisten stemden op de partij. Toen de Koude Oorlog ten einde liep, begon de partij stemmen te verliezen en braken er interne ruzies uit. In 1994 viel DC uiteen. Hoewel DC niet meer bestaat zijn er nog veel christendemocratische partijen die zich zowel links (aangesloten bij de Unie) en rechts (aangesloten bij het Huis van Vrijheden) van het centrum bevinden. Bekende Italiaanse politici met een achtergrond in DC zijn Romano Prodi, DC-minister van Industrie in de jaren zeventig, en zijn rivaal Silvio Berlusconi, die in de jaren vijftig campagne voerde voor DC.

Doordat het Iberisch schiereiland van de jaren dertig tot aan de jaren zeventig gebukt ging onder dictatuur, werden er in Spanje en Portugal na de Tweede Wereldoorlog geen christendemocratische partijen opgericht. Dit veranderde na de val van deze dictaturen. In Portugal ontstonden na de Anjerrevolutie de Sociaaldemocratische Partij, anders dan de naam doet vermoeden een christendemocratische partij, en het Democratisch Sociaal Centrum. In Spanje vormden falangisten die de democratie accepteerden de Allianza Popular, thans de Partido Popular. Deze conservatieve partij is op katholieke waarden gestoeld.

Ook in Scandinavië zijn er christendemocratische partijen, zoals de Christelijke Volkspartij van Noorwegen. Deze partijen hebben vooral veel aanhang onder de pinkstergemeenten, maar hun invloed in de politiek is vergeleken met de christendemocraten elders gering. In Zweden maken de christendemocraten deel uit van de alliantieregering van Fredrik Reinfeldt.

In de Angelsaksische wereld is de christendemocratie nagenoeg afwezig. Religieuze waarden worden daar doorgaans verdedigd door grote conservatieve partijen zoals de Conservatieve Partij in het Verenigd Koninkrijk, de Republikeinse Partij in de Verenigde Staten en de Nationale Partij in Australië. Een uitzondering op deze regel is Ierland, dat een christendemocratische partij kent, Fine Gael.

De Italiaanse DC en de Zuid-Amerikaanse (met name de Chileense) christendemocratische partijen verschoven in de jaren zestig naar links en verkozen sociaaldemocratische en links-liberale regeringspartners boven rechtse liberalen en conservatieven.

De christendemocratie in Nederland[bewerken]

De protestanten volgden ook spoedig met de oprichting van christendemocratische partijen, waaronder de ARP (Anti-Revolutionaire Partij) in Nederland. Deze partij zette zich (vooral onder het voorzitterschap van Abraham Kuyper in voor de emancipatie van de gereformeerde "Kleine luyden", d.i. de kleine man). De Nederlandse CDU sloot qua economisch gedachtegoed sterk aan bij de SDAP en was pacifistisch.

In het naoorlogse Nederland herleefden de ARP, de CHU en werd de Katholieke Volkspartij (KVP) opgericht. Zeker in de eerste jaren van haar bestaan en tijdens de latere jaren zestig was de KVP een tamelijk progressieve partij die meehielp in de totstandkoming van de verzorgingsstaat.

Ontzuilingperiode[bewerken]

Eind jaren zestig ontstond in Nederland de Politieke Partij Radikalen (PPR). De PPR was weliswaar geen confessionele partij, maar stond zeker in haar beginjaren onder invloed van de "Christen-Radikalen", een linkse stroming die zich had afgescheiden van de KVP, de ARP en de Christelijk Historische Unie (CHU).

In de jaren tachtig werd in Nederland de Christen-Radikale Evangelische Volkspartij (EVP) opgericht. Desondanks was er toen sprake van een ruk naar rechts binnen de christendemocratische partijen van Europa. De in 1980 in Nederland uit een fusie van de KVP, CHU en ARP voortgekomen CDA was volgens de oorspronkelijke bedoelingen een sociale partij, o.a,. gebaseerd op de Sociale Leer van de Rooms-Katholieke Kerk.

Aan het eind van de twintigste eeuw kwam er een fusie tussen de RPF en de GPV tot de ChristenUnie. Bij de verkiezingen in 2006 behaalde de CU het aantal zetels dat de twee voormalige christelijke partijen los van elkaar haalden. Net als bij het CDA heeft deze fusie een vorm van stabiliteit veroorzaakt.

De christendemocratie in België[bewerken]

In 1869 werd er in België, met de oprichting van de Katholieke Partij, de eerste aanzet gegeven voor confessionele politiek. De partij was echter geen voorstander van staatsingrijpen en echt christendemocratisch was ze nog niet. In 1884 veroverden de katholieken onder hun voorman Charles Woeste de absolute meerderheid in het Belgische parlement. Veel katholieken hadden kennis genomen van de enorme armoede die aanwezig was in het zich snel industrialiserende België en maakten zich zorgen over het socialisme dat om zich heen greep. Onder aanvoering van de priester Adolf Daens werd er in 1893 de eerste zuiver christendemocratische partij van België opgericht, de Christene Volkspartij. Ze was gericht op sociale hervormingen en haar aanhang groeide door de invoering van het algemeen meervoudig kiesrecht in 1893. Charles Woeste verzette zich tegen deze solidaristische en democratische tendenzen, maar hij kon de democratisering van de Katholieke Partij zelf niet het hoofd bieden en vanaf het begin van de twintigste eeuw begon de Katholieke Partij een transformatie naar een christendemocratische partij. Na de dood van Daens liep de grotendeels Vlaamsgezinde Christene Volkspartij langzaam leeg en sloten veel leden zich (weer) aan bij de nu hervormende Katholieke Partij. De achterblijvers werden een van de drijvende krachten achter de Vlaamse Beweging. De Katholieke Partij wijzigde in 1921 haar naam in de Katholieke Unie en na een verkiezingsnederlaag in 1936 in Katholiek Blok.

Christendemocratie na WOII[bewerken]

Net als in Nederland vormde de Tweede Wereldoorlog een breuk. De Christelijke Volkspartij werd opgericht en sloeg een progressieve weg in. Van 1947 tot aan 1999 zaten de christendemocraten vrijwel onafgebroken in de regering (met uitzondering van de jaren 1954-1958). Van 1950 tot 1954 had de CVP een absolute meerderheid in het parlement en kon ze in haar eentje de regering vormen. In die tijd werd de koningskwestie opgelost. Aan het einde van de jaren vijftig werd de Belgische schoolstrijd definitief beslecht. In 1961 verloor de CVP veel aanhang door de door haar gevoerde economische politiek, met name door de Eenheidswet.

De taalstrijd leidde ook tot spanning binnen de CVP en in 1972 besloten de Nederlandstaligen en de Franstaligen uit elkaar te gaan. De Vlaamse groep ging verder onder de oude naam, terwijl de Franstalige groep werd omgedoopt tot Christelijk Sociale Partij (PSC). In 1976 behaalde de CVP onder leiding van Leo Tindemans een eclatante verkiezingsoverwinning en de jaren tachtig leidde de christendemocraat Wilfried Martens maar liefst negen kabinetten. Het regeren was erg moeilijk door de onenigheid die was ontstaan rondom het Egmontpact, dat de federalisering van België in goede banen moest leiden. Aan het begin van de jaren negentig hield de abortuskwestie het land in haar greep en moest Martens koning Boudewijn voor 24 uur ongeschikt tot regeren verklaren om de abortuswet in werking te laten treden. In 1998 stond België in het teken van de dioxinecrisis en in de verkiezingen van 1999 leed de CVP een gevoelige nederlaag. De partij begon met een innerlijke herbronning en wijzige haar naam in Christen-Democratisch en Vlaams (CD&V) om haar banden met Vlaanderen aan te duiden. In 2004 werden de verkiezingen voor het Vlaamse parlement door de CD&V gewonnen en de nieuwe leider, Yves Leterme, werd Vlaams minister-president. Voor de federale verkiezingen van 2007 vormde de CD&V een kartel met de Vlaams-nationalistische Nieuw-Vlaamse Alliantie (N-VA). De verkiezingen van 2007 leverde een overwinning op voor de CD&V.

In Wallonië, waar de PSC actief was, was de christendemocratie minder sterk dan in Vlaanderen en de partij verloor langzaam steeds meer terrein. Om het tij te keren veranderde PSC in 2002 haar naam in Humanistisch Democratisch Centrum (cdH), waardoor naast het christendom ook het humanisme als inspiratiebron werd aangenomen. Enkele christelijke leden scheidden zich af en vormden de Franstalige Christendemocraten, thans Federale Christen Democraten.

Bij de regionale en Europese verkiezingen van 2009 won CD&V de vierde verkiezingen op rij.

Zie ook[bewerken]