Wilfried Martens

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Wilfried Martens
Vlag van België België
EPP President Wilfried Martens.jpg
Geboren Sleidinge, 19 april 1936
Overleden Lokeren, 9 oktober 2013
Partij CD&V
Religie Rooms-katholiek
Vlag van België 60ste Premier van België Vlag van België
Aangetreden 3 april 1979
Einde termijn 6 april 1981
Regering Martens I
Martens II
Martens III
Martens IV
Monarch Boudewijn
Voorganger Paul Vanden Boeynants
Opvolger Mark Eyskens
Vlag van België 62ste Premier van België Vlag van België
Aangetreden 17 december 1981
Einde termijn 7 maart 1992
Regering Martens V
Martens VI
Martens VII
Martens VIII
Martens IX
Monarch Boudewijn
Voorganger Mark Eyskens
Opvolger Jean-Luc Dehaene
Minister van Staat
Aangetreden 7 maart 1992
Portaal  Portaalicoon   België
Politiek

Wilfried Achiel Emma Martens Geluidsfragment uitspraak (info / uitleg) (Sleidinge, 19 april 1936Lokeren, 9 oktober 2013) was een Belgisch politicus voor de CD&V (vroeger CVP) en was van april 1979 tot maart 1992 (met een korte onderbreking) eerste minister van België.

Biografie[bewerken]

Jeugd[bewerken]

Wilfried Martens werd geboren in 1936 in het landelijke Sleidinge nabij Eeklo, hoofdstad van het Meetjesland. Als kind van een bescheiden, overtuigd katholiek landbouwersgezin maakte hij de oorlogsjaren mee. De (na)oorlogse schaarste, de afwezigheid van een vroeg gestorven vader (en stiefvader) en een zwakke gezondheid tekenden de eerder sombere jeugd van de introverte jongeman. En hoewel hij wegens ziekte vaak het bed moest houden, slaagde de leergierige scholier er toch in om de primus van zijn klas te zijn.

Studies[bewerken]

In 1949 belandde Martens door toedoen van de pastoor van zijn parochie (die zorgde voor een studiebeurs van het Fonds voor de meestbegaafden) in het internaat van het Sint-Vincentiuscollege van Eeklo en blonk er uit in de Grieks-Latijnse Humaniora. Hier kwam hij voor het eerst in contact met het flamingantisme dat de rode draad doorheen zijn latere politieke carrière vormde. Hij werd een enthousiast promotor van het ABN dat hij had aangeleerd door veelvuldig naar de radio te luisteren. In de Retorica zal hij voor het examen in welsprekendheid een, naar eigen zeggen, 'formidabel pleidooi' houden voor het federalisme in België. En hoewel zijn leraar het fundamenteel oneens was met de inhoud loofde hij Martens toch om zijn redenaarstalent.[1]

In 1955 vatte hij aan de Katholieke Universiteit Leuven de studies rechten en wijsbegeerte aan. Uit vrees zijn studiebeurs te verliezen concentreerde hij zich het eerste jaar uitsluitend op zijn studies. Na de eerste kandidatuur verhuisde hij naar het hoofdkwartier van het Hoogstudentenverbond voor Katholieke Aktie, beter bekend onder de naam Universitas (verwijzend naar het tijdschrift van het verbond) waar hij samenwoonde met een tiental studenten.[2] Daar leerde hij niet alleen zijn latere partijgenoot Gaston Geens kennen maar ook de visionaire Prof. filosoof-theoloog Albert Dondeyne. Als mentor van de groep rond Martens zal Dondeyne het gedachtegoed van de jonge student verder verdiepen en inspireren. Zo bracht hij Martens al de ideeën van een verenigd, federaal Europa aan. In deze tijd werd Martens ook preses van KVHV Leuven, en was hij actief in tal van politieke en studentikoze verenigingen, zoals K.V.H.C. Meetjesland en de Vlaamse Vereniging van Studenten.

In oktober 1960 behaalde Martens met onderscheiding zijn doctoraat in de rechten alsook de graad van baccalaureus in de Thomistische wijsbegeerte. Kort daarna richtte hij samen met zijn studievriend Lode Verhaegen een advocatenkantoor op in Gent.

Politieke carrière[bewerken]

Militant[bewerken]

Reeds als scholier sloot Wilfried aan bij de KSA (Katholieke Studenten Aktie) waarvan hij later gewestleider (afdeling Meetjesland) werd. Deze katholieke, Vlaamsgezinde jeugdbeweging zal het flamingantisme in Martens nog verder aanwakkeren. Zo liet de adolescent zich op de Jongvlaamse Dagen van 1954 opmerken door in een begeesterde maar rationeel onderbouwde toespraak de ABN-beweging als een belangrijke pijler van de Vlaamse ontvoogding te verdedigen.

In 1957 werd Martens voorzitter van het Vlaams Jeugdkomitee voor de Wereldtentoonstelling, een koepelorganisatie van Vlaamsgezinde jeugd- en studentenverenigingen. Dat comité ijverde voor de erkenning van het Nederlands op de Wereldtentoonstelling van 1958 en schopte daarmee tegen de schenen van de Franstalige, francofiele liberale minister Roger Motz en de al even anti-Vlaamse Expo-commissaris Baron (later Graaf) Georges Moens de Fernig die bleven zweren bij het oude 'La Belgique à papa'. Om zijn eisen kracht bij te zetten voerde Martens met zijn strijdmakkers een protestactie in de Kamer van Volksvertegenwoordigers. Het leverde hem een dagvaarding voor de Correctionele rechtbank en een geldboete op. Toch haalde het Jeugdkomitee zijn slag thuis en werd er tijdens de Expo op 6 juli 1958 een Vlaamse Dag georganiseerd.

Op de IJzerbedevaart van 1958 pleitte Martens voor de democratische noodzaak van een federale staat op basis van een Vlaamse en Waalse volksgemeenschap. Na zijn studies werd Wilfried hoofdbestuurslid van de Vlaamse Volksbeweging (VVB) waaraan hij bijna al zijn vrije tijd opofferde. Hij leerde er voorzitter Maurits Coppieters kennen die hem ook het progressieve gedachtegoed (inzake ecologie, vrouwenrechten, actief pluralisme e.d.m.) aanreikte. Als VVB-bestuurslid hielp Martens ook de twee Marsen op Brussel (in 1961 en 1962) organiseren. Op één van de vele Vlaamse congressen leerde Martens ook zijn toekomstige echtgenote Lieve Verschroeve kennen.

Als rapporteur op het VVB-congres van 4 februari 1962 hield Martens in een historische toespraak een vurig pleidooi voor diepgaande, structurele hervormingen van de Belgische eenheidsstaat, het zgn. unionistisch federalisme. Hij baseerde zich daarvoor op het boek 'Etudes sur le Féderalisme' van de Amerikaan Carl Friedrich. Hiermee ging hij een stap verder dan de oude generatie VVB-ers die zich liever beperkten tot een louter taal- en cultuurflamingantisme en bovendien wilden vermijden dat de VVB een spreekbuis van de Volksunie zou worden. Toch kon Martens de menigte overtuigen en het federalisme als programmapunt introduceren.

Partijpolitiek[bewerken]

Om zijn Vlaamse idealen in beleid te kunnen omzetten engageerde hij zich in 1965 in de partijpolitiek. Om strategische redenen sloot hij zich aan bij de Christelijke Volkspartij (CVP) en niet, zoals door velen werd verwacht, bij de Volksunie . In 1967 werd hij (tot 1971) voorzitter van de CVP-Jongeren waarin hij samen met o.a. Miet Smet en Jean-Luc Dehaene het bestuur vormde, het zgn. 'Wonderbureau'.[3] Onder zijn voorzitterschap werkten de CVP-Jongeren een drietal geruchtmakende manifesten uit. Het eerste zgn. Autonomiemanifest[4] beoogde de federalisering van het unitaire België. Het tweede manifest[5] streefde naar een samenwerking (zelfs samensmelting) van de linkse en de progressieve, katholieke krachten, de zgn. 'progressieve frontvorming'. Het derde manifest[6] betrof de democratisering en modernisering van het onderwijs door de katholieke en de rijksscholen te integreren in pluralistische, gemengde 'gemeenschapsscholen'. De manifesten illustreren perfect de dadendrang en rebelse ingesteldheid van de jonge Martens die dan ook in aanvaring kwam met enkele conservatieve oudgedienden in de partij.

Van 1972 tot 1979 was Martens CVP-voorzitter. In die periode wilde hij werken aan het zgn. unionistisch federalisme, dat de Vlaamse autonomie uitdrukkelijk situeerde binnen het Belgische staatsverband. Hij zocht steun bij de Volksunie-voorman Hugo Schiltz en de FDF'er Lucien Outers, maar ook bij jonge socialisten als Karel Van Miert, Willy Claes en André Cools. Zij werkten samen aan het Egmontpact (1978).

Wilfried Martens in 1982.

Premier[bewerken]

Dit Egmontpact werd niet door iedereen in de Belgische politiek goed verteerd, waardoor België in de jaren tachtig tien regeringen kende. Negen van deze regeringen waren onder leiding van Martens, eerst in coalitie met de liberalen, later met de socialisten. Martens werd voor het eerst premier van België in 1979, zonder ministeriële ervaring. Martens' premierschap stond vooral in het teken van het economisch herstelbeleid en de staatshervorming.

Begin jaren '80 was België nog 'de zieke, oude man van Europa' met een exploderende staatsschuld, hyperinflatie en een extreem hoge werkloosheid. Dieptepunt van de economische crisis was de devaluatie van de Belgische frank op 22 februari 1982 met 8,5%. Daartoe werd besloten onder druk van het IMF[7] en na heimelijk, informeel overleg tussen Martens en enkele vertrouwelingen (Fons Verplaetse, Jef Houthuys en Hubert Detremmerie) in het afgelegen Waalse dorpje Poupehan. Om de economische recessie sneller en efficiënter aan te pakken maakte Martens gebruik van de beruchte 'volmachten' (bijzondere machtenwetten) waardoor de parlementaire werking tijdelijk buiten spel werd gezet. Op die manier kwamen o.a. de wet Cooreman-De Clercq (het fiscaal stimuleren van het beleggen van spaargeld in aandelen) van 1982 en het Sint-Annaplan van mei 1986 (terugdringen van het begrotingstekort door harde besparingsmaatregelen) tot stand. Daarenboven kreeg Martens in zijn regeringsjaren ook nog eens af te rekenen met een aantal dramatische gebeurtenissen zoals het Heizeldrama en de terreurcampagnes van de CCC en de Bende van Nijvel.

Om de weer opflakkerende communautaire koorts met o.a. de kwestie Voeren de kop in te drukken werd in 1988 de ingrijpende Derde Staatshervorming goedgekeurd. De gemeenschaps-en gewestvorming kreeg nu vaste vorm. Brussel wordt een Hoofdstedelijk Gewest en de faciliteiten (hoewel oorspronkelijk bedoeld als uitdovend) werden vast verankerd. Bevoegdheden inzake onderwijs, cultuur en persoonsgebonden materies (zoals gezondheidsbeleid, welzijnszorg) werden overgeheveld van de federale overheid naar de Gemeenschappen. De gewesten werden bevoegd voor grondgebonden materies zoals leefmilieu, huisvesting en ruimtelijke ordening.

Op 20 oktober 1988 kwam Martens nog even in het nieuws toen bekend werd dat "piraten" (nu zou men spreken van hackers) zijn Bistel-computer hadden gekraakt. Een koud kunstje aangezien het wachtwoord van Martens nog steeds "Tindemans1" was, naar zijn voorganger van bijna 10 jaar tevoren, Leo Tindemans. Martens koos ook voor een makkelijk te achterhalen wachtwoord namelijk, Martens8.

Een ander heikel thema was het abortus-vraagstuk. Tijdens de mini-Koningskwestie weigerde Koning Boudewijn op grond van gewetensbezwaren het abortus-wetsvoorstel (dat tot stand was gekomen na een wisselmeerderheid van socialisten en liberalen) te ondertekenen. Daardoor verkeerde het staatshoofd in de zgn. 'morele onmogelijkheid' om het land te regeren.[8] Om dit korte machtsvacuüm op te vullen ging Martens samen met de in raad verenigde Ministers op 3 april 1990 zelf over tot de bekrachtiging en afkondiging van de abortuswet (waar hij nota bene als parlementslid eerder nog had tegen gestemd). België kreeg daarmee één van de meest liberale abortuswetgevingen ter wereld.

Wilfried Martens mag samen met Jean-Luc Dehaene en Hugo Schiltz beschouwd worden als een van de vaders van het zogenaamde unionistisch federalisme, een van de meerdere vormen van het federalisme die België kende.

Europa[bewerken]

Vanaf 1990 was Martens voorzitter van de Europese Volkspartij (EVP). Vanaf 1992 was hij geen eerste minister meer. Op dat moment werd hij wegens zijn verdiensten benoemd tot Minister van Staat.

In 1994 was Martens lijsttrekker en werd verkozen in het Europees Parlement. Toen Miet Smet, en niet hij, bij de verkiezingen van 1999 de eerste plaats op de Europese lijst kreeg, weigerde Martens nog op de lijst te staan op aansporing van zijn tweede vrouw Ilse Schouteden.[9][10] Martens bleef wel voorzitter van de EVP, die onder hem de socialistische groepering onttroonde als grootste politiek formatie in het Europees Parlement.[11]

In 2006 verscheen bij Lannoo zijn boek Luctor et emergo. De memoires waarin hij uitgebreid schreef over zijn politieke carrière. Martens was voorstander van de invoering van art. 35 van de Grondwet, wat betekent: alleen afgesproken bevoegdheden voor het federale niveau. Tegelijkertijd verklaarde hij zich een uitgesproken tegenstander van confederalisme en separatisme. Op 17 juni 2006 ontving hij hiervoor de eerste prijs voor politieke moed van B Plus, een belgischgezinde denktank en drukkingsgroep die opkomt voor de eenheid van België als federale staat. Uit dankbaarheid sloot Martens zich tien dagen later aan bij B Plus.[12]

Begin oktober 2013 gaf Martens wegens ernstige gezondheidsproblemen het voorzitterschap van de Europese Volkspartij (EVP) door aan Joseph Daul, de fractieleider van de EVP in het Europees Parlement. Aanvankelijk was het de bedoeling dat hij het voorzitterschap slechts tijdelijk uit handen gaf, maar enkele dagen later, op 9 oktober, overleed hij. Zijn uitvaartplechtigheid vond plaats in de Sint-Baafskathedraal in Gent.

Rol bij de federale regeringscrisis eind 2008 en de premierwissel eind 2009[bewerken]

Op 22 december 2008 kreeg Martens onverwacht weer een rol toebedeeld in de nationale politiek. Hij werd dan door koning Albert II aangesteld als koninklijk verkenner, nadat deze het ontslag van de regering Leterme I had aanvaard. Voor en na Kerstmis 2008 verkende hij het politieke landschap, had hij persoonlijke, informele en telefonische contacten met de voorzitters van Kamer en Senaat, de aftredende premier Yves Leterme, de voorzitters van de meerderheidspartijen, de meeste vicepremiers en de voorzitters van de oppositiepartijen met uitzondering van het VB teneinde de violen gelijk te stemmen om een nieuwe regering te vormen.
Op 28 december 2008 rondde Martens zijn verkenningsopdracht af en bracht een eindverslag uit bij de koning Albert II. Herman Van Rompuy werd aangesteld als formateur.

Nog geen jaar later herhaalde de geschiedenis zich: koning Albert II riep de hulp van Martens in om de premierwissel in goede banen te leiden. Premier Van Rompuy werd op 19 november 2009 verkozen tot permanente voorzitter van de Europese Raad en moest dus opgevolgd worden. Martens werd verzocht een methode te zoeken om de communautaire twistpunten en de kwestie-BHV aan te pakken.

Onderscheidingen en ereambten[bewerken]

Privéleven[bewerken]

Martens had vijf kinderen: twee bij zijn eerste vrouw, Lieve Verschroeven (1937-2013),[14] met wie hij dertig jaar getrouwd was,[10] en drie bij Ilse Schouteden, die hij in 1988 op zijn kabinet als kabinetsmedewerkster leerde kennen en met wie hij, na de geboorte van een tweeling in 1997, op 13 november 1998 een burgerlijk huwelijk aanging. Ilse Schouteden heeft verder nog een zoon uit haar eerste huwelijk. In 2007 gingen Martens en Schouteden uit elkaar en scheidden. Op 27 september 2008 hertrouwde hij met CD&V-collega Miet Smet in het stadhuis van Lokeren, de stad waar het paar ook woonde. Beiden voerden de titel van Minister van Staat. Toen ze samen actief waren bij de CVP-Jongeren, waren er al geruchten over een relatie tussen beiden. Van 1985 tot 1992 maakten ze samen deel uit van dezelfde regering.[15]

Martens overleed in oktober 2013 in Lokeren aan de gevolgen van alvleesklierkanker.[16] Op 19 oktober 2013 kreeg hij een staatsbegrafenis in Gent.[17]

Trivia[bewerken]

Publicaties[bewerken]

  • Een gegeven woord, Wilfried Martens, Lannoo, Tielt, 1985.
  • Europa voorbij Oost en West, Lannoo, Tielt, 1995.
  • De Memoires, Luctor et Emergo, Lannoo, Tielt, 2006.

Literatuur[bewerken]

  • Helmut GAUS (dir.), Politiek Biografisch Lexicon, Gand, 1989.
  • Hugo DE RIDDER, Omtrent Wilfried Martens, Lannoo, Tielt, 1991.
  • Hugo DE RIDDER, De Strijd om de 16, Lannoo, Tielt, 1993.
  • Manu RUYS, Wilfried Martens, in: Nieuwe encyclopedie van de Vlaamse Beweging, Tielt, 1998.

Externe link[bewerken]

Noten[bewerken]

  1. Histories: Wilfried Martens, Canvas, 4 juli 2001
  2. Martens, W., Luctor et emergo, pag. 33, Lannoo, Tielt, 2006.
  3. De titel 'wonderbureau' werd bedacht door politiek journalist en essayist Hugo De Ridder. (Zie Martens, W., Luctor et emergo, pag. 80)
  4. van 10 juni 1967
  5. De partijvorming in België en de rol van de CVP van 11 januari 1969
  6. Creatieve aanpak bij de herziening van het Schoolpact van 11 april 1970
  7. Devaluatie, toen en nu; Johan Van Overtveldt, Columns, Trends.be[1]
  8. Deze ruime, creatieve interpretatie van de Grondwet werd bedacht door Martens' toenmalige kabinetchef en grondwetspecialist André Alen.
  9. Martens refuses to run, HighBeam Encyclopedia, 1 mei 1999
  10. a b (en) Love tangle is final undoing of former Belgian PM, The Guardian, 7 maart 1999
  11. Wilfried Martens (77) overleden. hln.be (10 oktober 2013) Geraadpleegd op 30 oktober 2013
  12. B Plus-Action
  13. Lijst
  14. Jörgen Oosterwaal, Afscheid van Lieve Verschroeven, in: Knack, 9 januari 2013, blz. 40-43.
  15. Huwelijk Martens-Smet is 'nieuw en beter kartel', De Morgen, 27 september 2008
  16. Oud-premier Wilfried Martens overleden, NOS, 10 oktober 2013
  17. Staatsbegrafenis Belgische oud-premier Wilfried Martens, NOS, 19 oktober 2013
Voorganger:
Paul Vanden Boeynants
Premier van België
1979-1981
Opvolger:
Mark Eyskens
Voorganger:
Mark Eyskens
Premier van België
1981-1992
Opvolger:
Jean-Luc Dehaene
Voorganger:
Robert Houben
Partijvoorzitter van de CVP
1972-1979
Opvolger:
Leo Tindemans
Voorganger:
Jacques Santer
Partijvoorzitter van de Europese Volkspartij
1990-2013
Opvolger:
Joseph Daul