Algemeen secundair onderwijs

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het algemeen secundair onderwijs (aso of a.s.o.) is een onderwijsvorm in Vlaanderen. Het aso volgt op de eerste graad (de observatiegraad) van het secundair onderwijs en wordt ingedeeld in een tweede (de oriëntatiegraad) en derde graad (de determinatiegraad). Een graad bestaat uit twee leerjaren.

Een vergelijkbare onderwijsvorm in Nederland is het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs (vwo).

Finaliteit[bewerken]

De term Algemeen wijst op de algemene vorming via vakken als Nederlands, Frans, Engels, Duits, geschiedenis, aardrijkskunde, wiskunde en wetenschappen. Algemeen wordt hier ook gezien als het tegenovergestelde van gespecialiseerd. De gemeenschappelijkheid van de studierichtingen binnen het aso is groter dan de verschillen. Deze vorming bereidt voor om verder te studeren aan een universiteit of een hogeschool. Ze is niet gericht op concrete vaardigheden of beroepsbekwaamheid die onmiddellijk op de arbeidsmarkt kunnen worden gebruikt. Een kleine 40% van de Vlaamse jongeren behaalt een diploma secundair onderwijs in het aso (Cijfers van het departement 2006-2007).

Studierichtingen[bewerken]

De studierichtingen verschillen slechts voor 5 à 8 uur van elkaar. Het gemeenschappelijk deel blijft dus groot.

  • Tweede graad
    • Economie (in combinatie met moderne talen of wiskunde)
    • Grieks
    • Latijn-Grieks
    • Humane wetenschappen, voorheen menswetenschappen genoemd; werd later toegevoegd, als omvorming van de normaalschool.
    • Latijn (in combinatie met moderne talen of wiskunde)
    • Sportwetenschappen
    • Wetenschappen (in combinatie met wiskunde of topsport)
  • Derde graad = verdere uitsplitsing
    • Economie-moderne talen
    • Economie-sport
    • Economie-wetenschappen
    • Economie-wiskunde
    • Grieks-Latijn
    • Grieks-moderne talen
    • Grieks-wetenschappen
    • Grieks-wiskunde
    • Humane wetenschappen
    • Latijn-moderne talen
    • Latijn-wetenschappen
    • Latijn-wiskunde
    • Moderne talen-topsport
    • Moderne talen-wetenschappen
    • Moderne talen-wiskunde
    • Wetenschappen-sport
    • Wetenschappen-topsport
    • Wetenschappen-wiskunde
    • Wiskunde-topsport
  • bijzondere pedagogie in tweede en derde graad:

Een schoolweek in het aso duurt 32 tot 34 lesuren (van 50 minuten).

In de derde graad richt men sinds 2004-2005 ook een vrije ruimte van 1 à 4 lesuren in, de zogenaamde "seminaries", waarin scholen en leerlingen in beperkte mate zelf hun vakkenpakket kunnen kiezen. Sommige scholen vullen deze tijd ook zonder keuze in door bijvoorbeeld een extra uur Duits, Spaans of Engels te geven. In deze "vrije ruimte" kan het pedagogisch project van de school gestalte krijgen.

Na het behalen van het diploma secundair onderwijs kan er eventueel nog een voorbereidend leerjaar op het hoger onderwijs bijzondere wetenschappelijke vorming gevolgd worden.

Historisch[bewerken]

Het aso werd vroeger de humaniora genoemd en bestond uit de klassieke of oude humaniora, met Latijn, en de moderne of nieuwe humaniora, zonder Latijn in het vakkenpakket. Deze term wordt nog vaak in het dagelijks woordgebruik aangewend. Zes schooljaren werden verdeeld in de eerste drie (lager secundair onderwijs) en de laatste drie (hoger secundair onderwijs). Het voorlaatste jaar van de humaniora was de poësis-klas, het laatste jaar de retorica-klas. Het aantal studierichtingen was beperkter. In het hoger secundair onderwijs bestond deze uit:

  • De Latijnse
    • Latijn-Wiskunde
    • Latijn-Grieks
    • Latijn-Wetenschappen
  • De Moderne
    • Wetenschappen A (meer Wiskunde)
    • Wetenschappen B (meer Wetenschappen)
    • Economische
    • Humane wetenschappen

Een merkwaardig feit was dat in dit systeem de leerjaren terugtelden. Zo begon men bv. in de zesde Latijnse en studeerde men af na de eerste Latijnse.

Spelling in AN[bewerken]

De afkorting van "algemeen secundair onderwijs" wordt sinds 2007 in de algemene, officiële Nederlandse spelling (AN) met kleine letters geschreven én eventueel met puntjes: dus a.s.o. De puntjes worden louter gebruikt ter onderscheiding van een gelijkluidend letterwoord.[1] De Nederlandse Taalunie adviseert evenwel aso.[2]

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen
  1. ASO / A.S.O. / aso / a.s.o.. Taaltelefoon (26 maart 2007) Geraadpleegd op 1 juli 2012
  2. Onderwijstermenlijst. Nederlandse Taalunie Geraadpleegd op 1 juli 2012