Retorica

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nuvola single chevron right.svg Voor het gelijknamige werk van Aristoteles, zie Retorica (Aristoteles)
Nuvola single chevron right.svg Niet verwarren met Retoriek

Retorica (van het Griekse woord ῥήτωρ, rhêtôr, spreker, leraar; oude Nederlandse spelling rhetorica met -rh) is de uit de klassieken voortgekomen oudste westerse teksttheorie. De term staat voor welsprekendheid, maar in uitgebreide zin slaat het op effectief spreken en schrijven en de kunst van het overtuigen. Men gebruikt het begrip dus zowel voor de theorie – de leer van overtuigend spreken en schrijven of retorica – als voor de praktijk ervan. Men spreekt ook wel van ars rhetorica tegenover eloquentia.

Oorspronkelijk was deze kunst bittere noodzaak in de politiek en de rechtspraak. Vooral in het oude Griekenland was het voor politici belangrijk dat zij de retorica beheersten. De retorica stond dan ook centraal in het onderwijs aan zonen van welvarende families. De sofisten waren hierin gespecialiseerd.

Talrijke filosofen hebben er hun aandacht aan besteed, onder wie Aristoteles in zijn Ars rhetorica. Diens leermeester Plato hield zich in zijn werken ook bezig met de afbakening tussen de retorica en de filosofie, onder meer in de dialoog Gorgias. Daarin debatteert Socrates met onder meer de beroemde sofist Gorgias, die wordt beschouwd als de vader van de retorica. Socrates stelt zich hierin op het standpunt dat de retorica een kunst is zonder inhoud, waarbij niet uit het oog mag worden verloren dat welsprekendheid en deskundigheid twee verschillende zaken zijn: een gladde spreker zonder kennis van de geneeskunde kan er bijvoorbeeld wel in slagen een zieke ervan te overtuigen een bepaald medicijn in te nemen, terwijl diens arts dat niet kan.

Tijdens de Romeinse Republiek kreeg de retorica vooral aandacht van de bekende redenaar, jurist, filosoof en politicus Cicero, van wie vele redevoeringen bewaard zijn gebleven. Later in het Romeinse Keizerrijk was de noodzaak van de welsprekendheid voor de politiek van minder belang. Toch was het een belangrijk vak, vooral voor juristen. Het boek De opleiding tot Redenaar (de Institutio Oratoria) van Quintilianus (±40 – ±100 na Christus) wordt nog steeds gezien als een theoretisch standaardwerk op dit gebied. Belangrijke aandachtspunten in de retorica zijn de opbouw van het betoog en de stijlfiguren waarmee de spreker zich bedient om zijn gehoor voor zijn standpunten te winnen. In dit boek vindt concentratie plaats op de rechtspraak vanwege eerdergenoemde reden. Overigens definieert Quintilianus retorica als de kunst van het goede spreken en keert hij zich tegen bovengenoemde definities. Een redevoering die in de rechtszaal overtuigt, hoeft volgens hem niet goed te zijn en vice versa. Evenzo is er een scala aan argumenten die in een betogende tekst al dan niet terecht effect sorteren.

In Vlaanderen was Retorica vroeger (tot in de jaren 1980) de benaming voor het laatste leerjaar van de Latijnse humaniora in het Secundair onderwijs. Ook in Nederland is deze naam voor de 6e klas gymnasium gebruikt, minstens tot halverwege de jaren zestig van de 20e eeuw.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]