Cohesie (taalkunde)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Met cohesie wordt in de taalkunde vooral de syntactische samenhang van zinnen in geschreven en gesproken tekst bedoeld. Hierbij gaat het dus om bepaalde uiterlijke elementen van de tekst (zaken als tempi, voornaamwoorden en deixis), en niet of althans niet in de eerste plaats om de inhoud, zoals wel het geval is bij coherentie.

Cohesie kan verder worden onderverdeeld in grammaticale cohesie - die alles omvat wat met zinsbouw, fonologie, fonetiek, morfologie, semantiek en pragmatiek te maken heeft - en lexicale cohesie.

Cohesie is als onderdeel van de tekstlinguïstiek met name onderzocht door Wolfram Bublitz. Volgens taalkundigen M.A.K. Halliday en Ruqaiya Hasan berust cohesie binnen teksten niet alleen op syntactische maar ook op semantische relaties. Ze onderscheiden vijf talige elementen met behulp waarvan cohesie kan worden gecreëerd:

  • Verwijselementen naar iets wat elders in de tekst genoemd wordt ofwel endoforen, die verder worden onderverdeeld in anaforen en kataforen, of naar iets buiten de tekst wat niet nader geïdentificeerd wordt. Deze laatste verwijselementen komen minder vaak voor en worden exoforen genoemd.
  • Substitutie: het vervangen van een woord door een speciaal verwijzend element zoals die/dat (daar). Dergelijke vervangende elementen onderscheiden zich van gewone anaforen doordat ze meer dan alleen een verwijsfunctie hebben.
  • Lexicale cohesie: het in elkaars verband gebruiken van woorden die geheel of gedeeltelijk naar hetzelfde verwijzen (synoniemen, metaforen, hyperoniemen en hyponiemen), of anderszins door hun betekenis met elkaar te maken hebben (tot een zelfde woordveld behoren). In Lexicale cohesie is voor een deel hetzelfde als substitutie.

Zie ook[bewerken]