Bijzin

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een bijzin is in de redekundige ontleding een zin die deel uitmaakt van een samengestelde zin, maar die niet de hoofdzin is. Een bijzin kan soms zelf weer worden opgedeeld in nog kleinere bijzinnen, en wordt vaak maar niet altijd ingeleid door een voegwoord.

Inhoud

Woordvolgorde [bewerken]

In het Nederlands, Afrikaans en Duits staat in een bijzin meestal het onderwerp vooraan en de persoonsvorm achteraan (SOV-woordvolgorde). Dit is in deze twee talen het belangrijkste verschil tussen een bijzin en een hoofdzin, waar de SVO-woordvolgorde als de standaardnorm geldt:

Ik weet (hoofdzin) dat hij dat gedaan heeft (bijzin).

Vergelijken we het Duits en Nederlands met het Engels, dan valt op dat in de laatste taal de SVO-woordvolgorde ook in bijzinnen de standaardnorm is:

You see (hoofdzin) that I have done this for you (bijzin).

Soorten bijzinnen [bewerken]

Bijzinnen worden op twee manieren ingedeeld:

  1. al dan niet met een persoonsvorm; zie beknopte bijzin.
  2. naar grammaticale functie:

Verwante begrippen [bewerken]

Een bijzin (met name een bijvoeglijke/betrekkelijke bijzin) moet worden onderscheiden van een bijstelling.

Zie ook [bewerken]