Lijdend voorwerp

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het lijdend voorwerp (afgekort lv) of direct object is in de redekundige ontleding het zinsdeel waarop de in dezelfde zin door middel van het gezegde beschreven handeling rechtstreeks betrekking heeft. Concreter betekent dit dat het lijdend voorwerp datgene in de zin is dat de uitgedrukte handeling rechtstreeks ondergaat en soms ook het onmiddellijke resultaat hiervan is.

Voorbeelden[bewerken]

In de volgende voorbeelden is het lijdend voorwerp onderstreept:

  • Anna slaat Piet (Piet ondergaat de handeling van het slaan)
  • Saskia leest een boek (een boek ondergaat de handeling van het lezen).
  • Hij bouwt een huis (een huis ondergaat de handeling van het bouwen en is het onmiddellijke resultaat hiervan).

Een zinsdeel met een voorzetsel heeft doorgaans niet de functie van lijdend voorwerp, tenzij dit voorzetsel zelf deel uitmaakt van een (vaak beknopte) bijvoeglijke bijzin binnen het betreffende zinsdeel:

  • Ik laad de op de markt gekochte spullen in.

Syntaxis[bewerken]

Het lijdend voorwerp fungeert normaal gesproken als tweede argument[noten 1] bij het hoofdwerkwoord. Een werkwoord dat een lijdend voorwerp als tweede argument heeft of kan krijgen heet transitief of overgankelijk. Werkwoorden die geen lijdend voorwerp als argument kunnen hebben heten intransitief of onovergankelijk.

Het lijdend voorwerp herkennen[bewerken]

Lijdende en bedrijvende vorm[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Actief/passief (taalkunde) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Wanneer een zin met een lijdend voorwerp (de bedrijvende vorm) wordt omgevormd tot een passieve zin, krijgt het zinsdeel dat in de bedrijvende zin het lijdend voorwerp was in de overeenkomende passieve zin de functie van onderwerp:

  • Saskia leest een boekHet boek wordt door Saskia gelezen.

Nominalisatie[bewerken]

Een andere manier om het lijdend voorwerp in de zin te vinden is door substantivering van het werkwoord waar het lijdend voorwerp een van de argumenten bij is. In het Nederlands levert dit constructies op waarin het lijdend voorwerp deel uitmaakt van een woordgroep beginnend met van: Het hebben/zien van..., etc.[1]

Geschiedenis[bewerken]

De Franse grammaticus Gabriel Girard gebruikte in zijn Les vrais principes de la langue françoise (1747) voor het eerst de term Objectif, dat hij onderscheidde van het Subjectif en het Attributif. Binnen het Nederlandse taalgebied werd het begrip lijdend voorwerp in de 19e eeuw verder uitgewerkt door met name Brill in zijn Hollandsche Spraakleer (1846) en A.J.J. de Witte en Dr. N.C.H. Wijngaards.[2]

Markeringen[bewerken]

In talen met naamvallen is de accusatief de naamval die primair de functie van lijdend voorwerp markeert. In talen zonder naamvalssysteem (analytische talen) wordt het lijdend voorwerp wanneer dit een zelfstandig naamwoord is meestal niet morfologisch onderscheiden van andere zinsdelen. Dit is bijvoorbeeld het geval in het Nederlands. De syntactische functie van lijdend voorwerp moet in dit geval middels andere aspecten van de zin tot uiting komen, zoals de woord- en zinsdeelvolgorde. Wanneer het persoonlijk voornaamwoord de functie heeft van lijdend voorwerp, neemt het in de meeste talen een andere vorm aan ten opzichte van het onderwerp. Dit levert verbuigingsparadigma's op zoals ik versus mij, hij/zij versus hem/haar, enz. in het Nederlands.

In ergatieve talen volgt de markering een ander systeem. Hier krijgen het lijdend voorwerp en het onderwerp van intransitieve zinnen dezelfde uitgang (vaak een nuluitgang), de zogeheten absolutieve naamval. Het onderwerp van transitieve zinnen staat in dit soort talen in een andere naamval, de ergatief.

1rightarrow blue.svg Zie Ergativiteit voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Verwante begrippen[bewerken]

Het indirect object wordt niet rechtstreeks getroffen door de door middel van het gezegde uitgedrukte handeling. Niettemin is ook hier sprake van een zekere betrokkenheid die grammaticaal tot uiting komt, bijvoorbeeld met een voorzetsel of markeerder.

In termen van thematische relaties komt het lijdend voorwerp min of meer overeen met de patiëns.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties

Referenties

Noten

  1. Het eerste argument is altijd het onderwerp.
Icoontje WikiWoordenboek Zoek lijdend voorwerp op in het WikiWoordenboek.