Naamval

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Naamvallen
Abessief
Ablatief (zesde naamval)
Absolute naamval
Absolutief
Accusatief (vierde naamval)
Adessief
Adverbialis
Algemene Latijnse vervoegingen en verbuigingen
Allatief
Apudessief
Associatief
Aversief
Benefactief
Causalis-finalis
Causatief
Comitatief
Datief (derde naamval)
Delatief
Dieptecasus
Distributief (taalkunde)
Elatief
Ergatief
Essief
Exessief
Factitief
Genitief (tweede naamval)
Illatief
Inessief
Instructief
Instrumentalis (achtste naamval)
Intratief
Locatief (zevende naamval)
Multiplicatief
Nominatief (eerste naamval)
Objectief (taalkunde)
Obliquus (Hindi)
Obliquus
Partitief
Pegatief
Pertingent
Prepositionalis
Prolatief
Sublatief
Superessief
Temporalis
Terminatief
Translatief
Vocatief (vijfde naamval)

Een naamval of casus is een middel waarmee de grammaticale functie van een lidwoord, naamwoord, voornaamwoord of woordgroep in het grotere verband van de zin wordt aangegeven. Meer in het bijzonder wordt meestal gedoeld op bepaalde morfologische kenmerken waardoor het betrokken woord wijzigingen ondergaat, meestal in de vorm van een naamvalsuitgang. Daarnaast wordt soms ook gesproken van "onzichtbare" (abstracte) naamvallen.[1]

Gebruik van naamvallen[bewerken]

Sommige talen, zoals het Nieuwgrieks en het Arabisch, hebben slechts een paar naamvallen. Andere niet-Indo-Europese talen zoals het Fins en het Hongaars[2] hebben er veel meer of juist helemaal geen, zoals in de Chinese talen. Het volledig ontbreken van een naamvallensysteem is kenmerkend voor een isolerende taal.

Naamvallen vs. voorzetsels[bewerken]

Talen waarin naamvallen niet of nauwelijks een rol spelen - van het type analytische taal - bedienen zich in plaats daarvan op uitgebreide schaal van voorzetsels. Een voorbeeld van een naamvallen- versus voorzetselsysteem aan de hand van het Duits en het Nederlands:

Voorbeeld van een naamvallen-
versus voorzetselsysteem
Duits Nederlands
Das Auto meines Bruders  De auto van mijn broer 
Tod den Spammern!  Dood aan de spammers! 

Het Duits bezigt hier aparte naamvalsvormen om de functie van mein Bruder (genitief) en die Spammer (datief) aan te geven. Het Nederlands bezigt in plaats daarvan voorzetsels: in de eerste zin van, in de tweede aan. Echter kan het Duits in de eerstgenoemde zin alternatief ook een voorzetsel gebruiken, wat de in de spreektaal gangbare manier van uitdrukken is: das Auto von meinem Bruder. Na von staat dan de datief. In de tweede voorbeeldzin is het gebruik van een voorzetsel in het Duits uitgesloten.

In veel talen worden naamvallen en voorzetsel ook in combinatie gebruikt. Het Nederlandse voorzetsel met had bijvoorbeeld in het verleden de datief, in het Duits is dat voor het overeenkomstige mit nog steeds het geval.[noten 1]

Er zijn echter ook voorzetsels die in combinatie met meer dan één naamval kunnen voorkomen, en meestal is er dan ook verschil in betekenis:

  • In het Russisch betekent het voorzetsel s bijvoorbeeld ofwel met ofwel vanaf. In het eerste geval gaat het gepaard met de instrumentalis in het tweede met de genitief.
  • In het Duits en Latijn kan het voorzetsel in met twee verschillende naamvallen worden gecombineerd, waarmee wordt uitgedrukt of er al dan niet sprake is van een ruimtelijke beweging.

Naamval vs. woordvolgorde[bewerken]

Het gebruik van naamvallen in een taal hangt tot op zekere hoogte samen met de mate waarin de woordvolgorde vastligt. Een voorbeeld aan de hand van het Nederlands en het Latijn:

  • Cornelia slaat Marcus

Het Nederlands kent in dit geval geen naamvalsonderscheid (meer). In plaats daarvan wordt hier een vaste woordvolgorde gebruikt. Aan Cornelia en Marcus is niet te zien welke functie ze hebben in de zin. Je kan niet zeggen Marcus slaat Cornelia als je bedoelt dat Marcus geslagen wordt door Cornelia. In het Latijn - waar de zelfstandige naamwoorden uitgangen kregen - is het anders. De volgende twee zinnen betekenen hetzelfde:

  • Cornelia Marcum castigat (Cornelia slaat Marcus)
  • Marcum Cornelia castigat (Cornelia slaat Marcus)

Dit kan omdat in het Latijn de functie van woorden uit de naamvalsvorm ervan blijkt. De nominatief-uitgang -a bij Cornelia wijst er in dit geval op dat Cornelia onderwerp is in deze zin. De accusatief-uitgang -um bij Marcum wijst erop dat dit woord lijdend voorwerp is. Hierdoor is de woordvolgorde dus niet meer van belang. Zou je willen zeggen dat Marcus Cornelia slaat, dan wordt het:

  • Marcus Corneliam castigat (Marcus slaat Cornelia)
  • Corneliam Marcus castigat (Marcus slaat Cornelia)

Dit werkt ook bij gecompliceerdere zinnen:

  • Cornelia Marco librum antiquum dat (Cornelia geeft Marcus een oud boek)
  • Marco dat librum Cornelia antiquum
  • Antiquum Cornelia dat librum Marco
  • Librum Marco Cornelia antiquum dat
  • Enzovoorts...

Alle mogelijke woordvolgordes (in dit geval 120) zijn in deze zin mogelijk, zonder dat de betekenis verandert. De nadruk in de zin kan echter wel verschillend zijn. De nominatief-uitgang -a geeft aan dat Cornelia onderwerp is, -um (accusatief) dat librum (boek) en antiquum (oud) lijdend voorwerp zijn en -o (datief) dat Marco meewerkend voorwerp is. Hierdoor maakt de volgorde waarin ze staan niet meer uit. [noten 2]

Indo-Europese naamvallen[bewerken]

Achtergrond[bewerken]

Voorbeelden van Indo-Europese talen met morfologische naamvallen zijn het Latijn, Russisch en Duits. In al deze talen gaat het naamvallensysteem terug op dat van het Proto-Indo-Europees, dat vermoedelijk acht naamvallen kende (zie hieronder). Het merendeel van de historisch-taalkundigen is van mening dat dit naamvallensysteem zich heeft ontwikkeld uit eerdere zelfstandige elementen die tot suffix werden. In de meeste Indo-Europese talen is het aantal naamvallen verminderd of zijn de naamvallen zelfs nagenoeg helemaal verdwenen, behoudens de verbogen vormen van het persoonlijk voornaamwoord.[3] Het naamvallensysteem op zich is echter zeker niet iets specifieks voor de Indo-Europese taalfamilie.

De term naamval wordt vaak in engere zin gebruikt voor vormen die afstammen van deze oorspronkelijke acht, maar kan ook in breder verband toegepast worden in de analyse van andere taalgroepen.

Benamingen[bewerken]

De acht Indo-Europese naamvallen hebben verschillende namen: aangegeven met de rangtelwoorden eerste t/m achtste, en de vernederlandsing van de Latijnse namen. Het onderscheid tussen de locatief en de instrumentalis bestaat tegenwoordig nog in veel Slavische talen.

Rangtelwoord Vernederlandsing
Eerste naamval Nominatief
Tweede naamval Genitief
Derde naamval Datief
Vierde naamval Accusatief
Vijfde naamval Vocatief
Zesde naamval Ablatief
Zevende naamval Locatief
Achtste naamval Instrumentalis

Naamvallen in het Nederlands[bewerken]

Het Nederlands is in de eerste plaats een analytische taal, en heeft het stelselmatige gebruik van naamvallen dus grotendeels verloren. Persoonlijke voornaamwoorden vormen de enige uitzondering:

Ik zie hem.
Hij ziet mij.

Hem en mij zijn de accusatiefvormen van hij en ik.

Het enige verschil tussen accusatief en datief in het modern Nederlands, buiten de standaard uitdrukkingen, vindt men in het onderscheid tussen hen en hun. Hen is de accusatief van het persoonlijk voornaamwoord in de derde persoon meervoud en hun is de datief. Dit onderscheid is echter min of meer kunstmatig; het is in de 17e eeuw bedacht door Christiaen van Heule. Daarom worden deze vormen in de praktijk meestal niet onderscheiden, en zijn ze uitwisselbaar.[noten 3].

Voor de rest moeten we het vooral van de volgorde en de voorzetsels hebben. Toch is er nog een aanzienlijk aantal overblijfselen van de stelselmatige verbuiging van het zelfstandig naamwoord in het Nederlands:

  • De heer des huizes = de heer van het huis
  • Het jaar der jaren = het jaar van de jaren
  • Het beste lied aller tijden = het beste lied van alle tijden
  • 's Morgens ga ik naar school = Des morgens ga ik naar school = In de morgen ga ik naar school
  • U bent één mijner vrienden. = U bent één van mijn vrienden.
  • Woordenboek der Nederlandsche taal = Woordenboek van de Nederlandse taal

De genitief komt nog het meeste voor in het Nederlands, maar er zijn ook voorbeelden van de datief en de accusatief te vinden in wat vaste of staande uitdrukkingen genoemd worden.

  • Van harte!
  • Op den duur
  • Dat doet niet ter zake
  • Iemand in koelen bloede vermoorden

Ook in (achter)namen komen we naamvallen nog wel eens tegen:

  • Peter van den Berg
  • Wilko ter Witte
  • Jan den Appel

Overzicht van naamvallen[bewerken]

Naamval Betekenis Voorbeeld Talen (bijvoorbeeld)
Abessief afwezigheid van iets zonder het huis Fins, Estisch, Hongaars
Ablatief (1) indirect het huis betreffend Latijn, Sanskriet, Hongaars
Ablatief (2) beweging ergens vandaan van het huis weg Fins, Estisch, Latijn, Turks, Tamil, Hongaars
Ablatief (3) handelend voorwerp door het huis Latijn, Hongaars
Absolutief subject van onovergankelijke werkwoorden;
object van overgankelijke werkwoorden
het huis Baskisch
Accusatief direct object het huis Arabisch, Esperanto, Latijn, Grieks, Oudiers, Duits, Engels, Russisch, Tsjechisch, Slowaaks, Pools, Roemeens, Hongaars
Adessief dichtbij / op / om...heen bij het huis Fins, Estisch, Hongaars
Adverbialis bijwoord (afgeleid van bijvoeglijk naamwoord) ... Abchazisch, Georgisch, Hongaars
Allatief beweging ergens heen naar het huis, tot bij het huis Fins, Estisch, Hongaars
Antessief voorafgaand aan voorafgaand aan het concert Dravidische talen
Apudessief naast naast het huis Tsezisch, Bezjta
Aversief (evitatief) vermijdend/vrezend het huis vermijdend/vrezend Australische talen
Causatief reden of oorzaak voor iets wegens het huis Hongaars
Comitatief samen met met het huis Estisch, Hongaars
Comparatief (Equatief) (net) als net als het huis Mari, Ossetisch, Fins, Sumerisch, Hongaars
Datief richting, ontvanger;
indirect object
aan het huis, ten huize Duits, (oud-)Latijn, Russisch, Hindi, Oudiers, Pools, Roemeens, Tsjechisch, Slowaaks, Nederlands, Grieks, Hongaars
Delatief van...af, van...uit, over van het huis af Hongaars
Elatief beweging ergens uit het huis uit Fins, Estisch, Hongaars
Ergatief subject dat een overgankelijk werkwoord uitvoert het huis Baskisch, Inuktitut
Essief kenmerk zoals het huis Fins, Estisch, Middel-Egyptisch
Exessief van...in (toestand) van een huis tot... Savo-Fins
Finalis voor een huis, met een huis als einddoel ... Semitische talen (vroeger)
Genitief bezit, betrekking des huizes Fins, Estisch, Arabisch, Nederlands, Duits, Hebreeuws, Oudiers, Modern-Iers, Latijn, Grieks, Pools, Roemeens, Tsjechisch, Slowaaks, Engels, Russisch
Illatief beweging naar binnen het huis in Fins, Estisch, Hongaars
Inessief binnenin in het huis Fins, Estisch, Hongaars, Erzja, Ossetisch, Tsezisch, Hongaars
Instrumentalis / Instructief benutten van iets door het huis Russisch, Sanskriet, Pools, Tsjechisch, Fins, Hongaars
Intratief tussen tussen de huizen Limbu
Latief naar...toe naar het huis toe Fins, Erzja, Moksja, Mari, Hongaars
Locatief plaats in / bij het huis, ten huize Sanskriet, Lets, Pools, Turks, Xhosa, (oud-)Latijn, Russisch, Tsjechisch, (Nederlands zie locatief), Hongaars
Multiplicatief aantal drie huizen Hongaars
Nominatief onderwerp het huis vrijwel elke taal
Obliquus omvattend/betreffend, ofwel elke andere naamval dan het onderwerp Hindi, Kirmanci, Zazaki, Adyghe, Kabardisch, Oebychs, Bulgaars (alleen bij voornaamwoorden)
Partitief enkele / aantal / deel van deel van huis Fins, Estisch, Hongaars
Pegatief agens met datief ... Tlapaneeks
Pertingent in aanraking met in aanraking met het huis Tlingit
Postpositionalis voor bepaalde achterzetsels het huis aan ... Hindi
Prepositionalis na bepaalde voorzetsels ... aan het huis Russisch
Prolatief {Prosecutief, Vialis} medium: "door...heen, door middel van" door middel van het huis Fins, Estisch, Nenets, Baskisch, Inuktitut, Hongaars
Subessief onder, lager dan onder het huis Tsezisch
Sublatief naar het oppervlak/de bodem van naar de bodem van het huis Fins, Hongaars, Tsezisch
Superessief op het oppervlak van op het huis Hongaars, Ossetisch, Tsezisch
Temporalis tijdens, gedurende gedurende de maaltijd Hongaars
Terminatief einde van een beweging of tijd tot aan het huis Fins-Oegrische talen, Mongoolse talen, Sumerisch, Tibetaans
Translatief verandering naar iets verandert in het huis Fins, Hongaars, Estisch
Vocatief aanspreekvorm huis! Latijn, Grieks, Oudiers, Modern-Iers, Sanskriet, Pools, Bulgaars, Tsjechisch, Slowaaks Welsh

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties

Noten

  1. In zekere zin heeft dit gebruik iets tautologisch, want vaak is bij het weglaten van de naamvalsuitgang de betekenis nog steeds duidelijk. Dit is waarschijnlijk ook de reden of een van de redenen dat het Nederlands de overeenkomstige uitgangen gaandeweg verloren heeft.
  2. Overigens zijn niet alle mogelijke volgordes ook even gebruikelijk in het Latijn, al zijn ze in principe allemaal correct. Bij gecompliceerdere Latijnse zinnen kan de woordvolgorde echter wel degelijk van belang zijn, al blijft ze aanzienlijk vrijer dan in bijvoorbeeld het Nederlands. Daardoor kan het Latijn bijvoorbeeld ook veel meer met inversies werken dan het Nederlands.
  3. Hun wordt in informele spreektaal juist geregeld gebruikt als onderwerp; zie hun als onderwerp

Referenties

  1. http://www.let.rug.nl/zwart/college/sheets/nwontw/syn2h3a.pdf
  2. vooral achtervoegsels (suffixen) en achterzetsels (postposities) geven de 'naamvallen' aan.
  3. Joop van der Horst, Geschiedenis van de Nederlandse syntaxis, Deel 1, 2008: 144-148