Fins-Oegrische talen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Verspreiding van de Fins-Oegrische talen. Selkoeps, Nenets, Enets en Nganasaans zijn geen Finoegrische, maar Samojeedse talen.

De Finoegrische (of Fins-Oegrische) talen vormen een taalfamilie met twee belangrijke takken, de Fins-Permische en de Oegrische.

Taxonomie[bewerken]

Indeling van de Oeraalse talen:

Kenmerken[bewerken]

  • Het gebruik van suffixen, zoals in het Finse autoissanikokin (ook in mijn auto's?), wat onder te verdelen in de suffixen auto|i|ssa|ni|ko|kin (-i- = meervoud, -ssa- = in, -ni- = mijn -ko- = vraagpartikel, -kin = ook).
  • Naamvallensysteem. In de Finoegrische talen worden naamvallen gebruikt om onder andere plaatsbepalingen, bezitsrelaties, en verandering uit te drukken. Het aantal naamvallen verschilt per taal.
    • Erzja: 12 naamvallen
    • Estisch: 14 naamvallen
    • Fins: 15 naamvallen
    • Inari-Samisch: 9 naamvallen
    • Moksja: 13 naamvallen
    • Noord-Samisch: 6 naamvallen
    • Wepsisch: 23 + 1 naamvallen
  • Geen grammaticaal geslacht en maar één woord voor zowel hij als zij. Bijvoorbeeld hän in het Fins, tema in het Estisch, sijö in het Komi en ő in het Hongaars.
  • Ontkenningswerkwoord. Met uitzondering van het Hongaars hebben alle Finoegrische talen een ontkenningswerkwoord. Dit houdt in dat in een ontkennende zin niet het werkwoord vervoegd wordt, maar het woord niet.
  • Possessiefsuffixen worden in Finoegrische talen gebruikt om bezit aan te geven.
  • Het ontbreken van het werkwoord hebben. In het Fins bijvoorbeeld zegt men niet Ik heb een zus, maar letterlijk Bij mij is een zus (Minulla on sisko), met de naamval adessief.
  • Klinkerharmonie vindt plaats in enkele Finoegrische talen, maar niet in allemaal. Klinkerharmonie houdt in dat sommige klinkers niet samen in een woord kunnen staan. In het Fins mogen bijvoorbeeld de klinkers u, a en o niet in hetzelfde woord staan als de klinkers y, ä en ö. De klinkers i en e zijn neutraal en mogen met alle klinkers in één woord.

Sprekers[bewerken]

De grootste talen van deze familie zijn het Hongaars en het Fins, gevolgd door het Estisch en het Mordwiens. Sommige van de overige talen worden als minderheidstalen in een overwegend anderstalige omgeving (met name Russisch) ernstig in hun voortbestaan bedreigd. De laatste moedertaalspreker van het Lijfs overleed op 2 juli 2013[1]

Taal 1959[2] 1989[3] 2002[4] 2009[5]
Hongaars - ca. 15.000.000 - 14.020.000
Fins - ca. 5.000.000 - 5.000.000
Estisch 988.616 ca. 1.100.000 - 1.000.000
Mari 504.205 542.160 451.033 500.000
Oedmoerts 624.794 520.101 463.837 450.000
Mordwiens 1.285.116 773.827 614.260 600.000
Komi-Zurjeens 287.027 242.515 217.316 220.000
Komi-Permjaaks 143.901 106.531 94.328 80.000
Karelisch 167.278 65.542 52.880 30.000
Samisch - ca.21.350 34.050
Chantisch - 13.615 13.568 13.000
Wepsisch - 4.800 5.753 5.000
Mansisch - 3.140 2.746 2.510
Ingrisch - 302 - 200
Wotisch - 31 774 20
Lijfs - 15-31 1 1


Woordenschat[bewerken]

Numeralen[bewerken]

In onderstaande tabel staan de getallen 1 tot en met 10 in een aantal Finoegrische talen. De woorden die schuingedrukt zijn, zijn niet afgeleid van de gereconstructeerde vorm die in de laatste kolom staat.

Getal Oostzeefins Samisch Mordwiens Mari Fins-Permisch Ob-Oegrisch Proto Finoegrisch
Fins Estisch Võro Lijfs Noord-Samisch Inari-Samisch Erzja Moksja Mari Komi Mansisch Chantisch Hongaars
1 yksi üks ütś ikš okta ohta vejke fkä ikte ətik äkwa ĭt egy[6] *ükte
2 kaksi kaks katś kakš guokte kyeh´ti kavto kaftə kokət kɨk kityg kät kettő/két *kakta
3 kolme kolm kolm kuolm golbma kulma kolmo kolmə kumət kuim hurum koləm három, harm- *kolme
4 neljä neli nelli nēļa njeallje nelji ńiľe nilä nələt nəľ nila ńelä négy *neljä
5 viisi viis viiś vīž vihtta vitta veƭe vetä wizət vit ät wet öt *viite
6 kuusi kuus kuuś kūž guhtta kutta koto kotə kuðət kvajt hot kut hat *kuute
7 seitsemän seitse säidse seis čieža čiččam śiśem sisäm šəmət sizim sat tapət hét NB
8 kahdeksan kaheksa katõsa kōdõks gávcci käävci kavkso kafksə kandaš(e) kəkjamɨs ńololow nəvət nyolc NB
9 yhdeksän üheksa ütesä īdõks ovcci oovce vejkse veçksə indeš(e) əkmɨs ontolow yaryaŋ kilenc NB
10 kymmenen kümme kümme kim logi love kemeń keməń lu das low loŋət tíz *luke

Substantieven[bewerken]

Nederlands Fins Estisch Sami Mordwiens Mari Oedmoerts Komi Chantisch Mansisch Hongaars
bloedvat suoni soon suodma san šün sen sen jan tεn ín
oog silmä silm čalbme sel'me činca śin sin sem šäm szem
hart sydän süda tšade sedej šüm sulem selem šem šäm szív
hand käsi käsi gietta ked kit ki ki köt, ket kät kéz
bloed veri veri varra ver wər ver vir wer wür vér
schoot syli süli salla säl šəl sul syl jöl täl öl
vis kala kala guolle kal kol tśoryg čeri kul kol hal
luis täi täi dik'ke ti tej toj tögtəm täkəm tetü
muis hiiri hiir čejer šir šyr jönkər täŋker egér
boom puu puu pu pu pu -pe fa
ijs jää jää jieegŋa ej ij je ji jöŋk jöŋk jég
water vesi vesi ved wət vu va wit víz
huis, hut kota koda goatte kudo kuδə ka, ko ka, ko kat ház

Literatuur[bewerken]

  • Abondolo, Daniel (ed.)1998: The Uralic languages. Londen, New York: Routledge. 619 p.
  • Anttila, Raimo 1989: Historical and Comparative linguistics. Second Revised Edition. Amsterdam, Philadelphia: John Benjamins. 462 p.
  • Bartens, Hans-Hermann 1998: Die finnisch-ugrischen Minoritätsvölker in Europa. Hamburg: Societas Uralo-Altaica. 62 p. In: Mitteilungen der Societas Uralo-Altaica 19, 2000)
  • Blokland, Rogier/Hasselblatt, Cornelius 2003: The endangered Uralic languages. -Mark Janse/Sijmen tol (eds.): Language Death and Language Maintenance. Theoratical, practical and descriptive approaches. Amsterdam/Philadelphia: John Benjamins, 107-141. In: Amsterdam Studies in the Theory and History of Linguistic Science. Series IV - Current Issues in Linguistic Theory 240.
  • Collinder, Björn 1957: Survey of the Uralic Languages. Stockholm: Almqvist&Wicksell. 539 p.
  • Collinder, Björn 1960: Comparative grammar of the Uralic Languages. Stockholm: Almqvist&Wicksell. 416 p.
  • Collinder, Björn 1965: An Introduction to the Uralic Languages. Berkeley, Los Angeles: University of California Press. 167 p.
  • Décsy, Gyula 1965: Einführung in die finnisch-ugrische Sprachwissenschaft. Wiesbaden: Harrassowitz. 251 p.
  • Haarmann, Harald 1974 (in samenwerking met Anna-Liisa Värri Haarmann): Die finnisch-ugrischen Sprachen, Soziologische und politische Aspekte ihrer Entwicklung. Hamburg: Buske. In: Fenno-Ugrica 1. 307 p.
  • Hadjú, Peter 1975: Finno-Ugrian Languages and Peoples. Londen: Deutsch. 254 p.
  • Hadjú, Peter/Domokos, Péter 1987: Die uralischen Sprachen und Literaturen. Hamburg: Buske. 608 p.
  • Hasseblatt, Cornelius 2000: De boom van de Finoegristiek. Shaker, Maastricht. In: Studia Fenno-Ugrica Groningensia 1. 34 p.
  • Kappeler, Andreas 2001: Rußland als Vielvölkerreich. In: Beck'sche Reihe 1447. München: Beck. 400 p.
  • Laakso, Johanna (red.) 1991: Uraliset kansat. Porvoo, Helsinki, Juva: WSOY. 329 p.
  • Sinor, Denis (ed) 1988: The Uralic Languages. Description, History and the Foreign Influences. In: Handbuch des Orientalistik. Achte Abteilung, 1. Leiden et al.: Brill. 841 p.
  • Stipa, Günter Johannes 1990: Finnisch-Ugrische Sprachforschung. Von der Renaissance bis zum Neupositivismus. In: Mémoires de la Société Finno-Ougrienne 206. Helsinki: Suomalais-ugrilainen Seura. 429 p.
  • Taagepera, Rein 1999: The Finno-Ugric Republics and the Russian State. Londen: Hurst&Company. 449 p.
  • Uibopuu, Valev 1988: Finnougrierna och deras språk. Lund: Studentlitteratur. 335 p.
  • Vuorela, Toivo 1964: The Finno-Ugric Peoples. Bloomington: Indiana University, The Hague: Mouton. 392 p.
  • Zsirai, Milkós 1937/1994: Finnugor rokonságunk. Jegyzetek: Zaicz Gábor. Budapest: Trezor Kiadó. 696 p.


Bronnen, noten en/of referenties
  1. Laatste spreker van het Lijfs overleden
  2. http://demoscope.ru/weekly/ssp/sng_nac_59.php
  3. Hasselblatt, Cornelius 2000: De boom van de Finoegristiek. In: Studia Fenno-Ugrica Groningensia 1, Shaker, Maastricht
  4. Russische volkstelling 2002
  5. Classificatie van de Uralische talen, laatst bewerkt op 2 juli 2009
  6. Volgens (hu) Zaich, Gábor, Etimológiai szótár, 2006, p. 167 ISBN 978-963-7094-01-9. is het Hongaarse woord voor "één" niet afgeleid van het proto Finoegrische *ükte