Hongaars

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Hongaars (magyar, magyarul)
Gesproken in Hongarije en door de Hongaarse minderheden in Roemenië, Slowakije, Servië, Oekraïne, Kroatië, Oostenrijk en Slovenië
Sprekers 14,5 miljoen
Rang 57
Taalfamilie

Oeraalse talen

Alfabet Latijns (Hongaarse variant)
Officiële status
Officieel in
Taalorganisatie Magyar Tudományos Akadémia Nyelvtudományi Intézete
Taalcodes
ISO 639-1 hu
ISO 639-2 hun
ISO 639-3 hun
Hongaars als voertaal, gebaseerd op gegevens van het CIA World Factbook 2006
Hongaars als voertaal, gebaseerd op gegevens van het CIA World Factbook 2006
Portaal  Portaalicoon   Taal

Het Hongaars (magyar, magyarul, magyar nyelv) is de officiële taal van Hongarije en daarnaast de taal van de Hongaarse minderheden in de omringende landen. De taal heeft in totaal ongeveer 14,5 miljoen sprekers. Het is daarmee de grootste taal in Europa (buiten het Turks) die niet tot de Indo-Europese talen behoort. Het Hongaars is de grootste van de Finoegrische talen.

Het Hongaars is in het eerste millennium na Christus met de Hongaren uit het oosten naar Europa gekomen. Onderweg werd de woordenschat uitgebreid met veel woorden uit Turkse en Iraanse talen. Sinds de taal ruim duizend jaar geleden het Karpatenbekken bereikte, onderging de taal invloeden van de omringende Slavische en Germaanse talen en in mindere mate van het Latijn en het Italiaans. Tegenwoordig is het Engels de belangrijkste bron van nieuwe woorden.

Het Hongaars is altijd met het Latijnse schrift geschreven. De oudste Hongaarse tekst, de zogenaamde Lijkrede (Halotti beszéd) dateert van het einde van de twaalfde eeuw. Het is de oudste bewaard gebleven geschreven tekst in enige Finoegrische taal. Om de in het Latijnse alfabet ontbrekende klanken weer te geven worden digrafen en diakritische tekens gebruikt. Het volledige Hongaarse alfabet bevat 44 "letters".

De Hongaarse standaardtaal berust op het noordoostelijke dialect. De verschillen tussen de Hongaarse dialecten zijn overigens gering. Het meest verschillend is nog het Hongaars dat wordt gesproken door de Csángó's.

Het Nederlandse woord koets (en het Spaanse woord coche en het Engelse woord coach) komen uit het Hongaars, van het woord kocsi dat tegenwoordig auto betekent, naar de plaats Kocs waar koetsen gemaakt werden.

Plaats binnen de Fins-Oegrische talen[bewerken]

Oeraalse taalfamilie:

Binnen de Fins-Oegrische talen vertegenwoordigt het Hongaars, samen met het Wogoels en het Ostjaaks, de Oegrische tak. Geen enkele andere Finoegrische taal lijkt zoveel op het Hongaars dat er sprake zou kunnen zijn van onderlinge verstaanbaarheid. Verwante talen als het Fins en het Estisch zijn voor een Hongaar even onbegrijpelijk als voor iemand die alleen het Nederlands beheerst.

Het Hongaarse alfabet[bewerken]

De 44 grafemen ('letters') van het Hongaars alfabet
Klinkers
A a, Á á, E e, É é, I i, Í í, O o, Ó ó, Ö ö, Ő ő, U u, Ú ú, Ü ü, Ű ű
Medeklinkers
B b, C c, Cs cs, D d, Dz dz, Dzs dzs, F f, G g, Gy gy, H h, J j, K k, L l, Ly ly, M m, N n, Ny ny, P p, R r, S s, Sz sz, T t, Ty ty, V v, Z z, Zs zs
In leenwoorden en verouderd
Q q, W w, X x, Y y

Het Hongaars is altijd met het Latijnse schrift geschreven. De oudste Hongaarse tekst, de zogenaamde Lijkrede (Halotti beszéd) dateert van het einde van de twaalfde eeuw. Het is de oudste bewaard gebleven geschreven tekst in enige Finoegrische taal. Om de in het Latijnse alfabet ontbrekende klanken weer te geven worden digrafen, trigrafen en diakritische tekens gebruikt.

Het volledige Hongaarse alfabet bevat 44 "letters". De lengte wordt aangegeven door streepjes boven de letter (die dus geen accenttekens zijn!).
Voorbeelden: hat=zes vs. hát=rug. Zo heeft de plaatsnaam Kővágószőlős allemaal lange klinkers, en de plaatsnaam Magyarhertelend alleen maar korte klinkers.

Hoewel in woordenboeken de woorden alfabetisch gesorteerd staan, staan de woorden met korte en met lange klinker bij elkaar. Voorbeeld: woorden beginnend met a staan gemengd met de woorden beginnend met á, maar woorden beginnend met c staan apart van de woorden beginnend met cs.

Klanksysteem[bewerken]

Klemtoon en intonatie[bewerken]

  • De klemtoon ligt op de eerste lettergreep van een woord.
  • De intonatie van vragende zinnen met een gesloten vraag[1] wijkt af van die van de overige zinnen, inclusief de vraagzinnen met een vraagwoord (wie wat waar welke hoe)[2]. Deze hebben vaak een nauwelijks dalende intonatie, met een stijging bij de voorlaatste lettergreep (voor zover de zin meer dan twee lettergrepen telt, maar ook kortere vraagzinnen van dit type hebben een specifieke intonatie). Ontbreekt deze intonatie, dan wordt de zin niet als vraag opgevat. Overige vraagzinnen en stellende zinnen hebben over het algemeen een dalende intonatie.

Klinkers, klinkerharmonie en uitgangen[bewerken]

Klinkerharmonie en klinkertypen

Bij het gebruik van uitgangen worden worden achter- en vóór-klinkers onderscheiden; de voorklinkers kunnen weer gesplitst worden op grond van lipronding.

1. achterklinkers (lage klinkers)
kort: a, o, u,
lang: á, ó, ú
2. voorklinkers (hoge klinkers)
overige klinkers; in veel gevallen wordt er ook nog onderscheid gemaakt in:
2a. zonder lipronding
kort: e, i,
lang: é, í
2b. met lipronding
kort: ö, ü,
lang: ő, ű

De Hongaarse klinkers kunnen worden ingedeeld volgens tongstand, ronding, lengte en openheid:

    • indeling volgens tongstand, voor- en achterklinkers:
    • indeling volgens de stand van lippen:
      • klinkers met lipronding: a, o, ó, u, ú, ö, ő, ü, ű
      • klinkers zonder lipronding: á, e, é, i, í
    • indeling volgens lengte (duur):
      • korte klinkers: A a, E e, I i, O o, Ö ö, U u, Ü ü
      • lange klinkers: Á á, É é, Í í, Ó ó, Ő ő, Ú ú, Ű ű
    • indeling volgens openheid:

De vervoeging van werkwoorden, de vorming van het meervoud, van het meewerkend voorwerp (3de naamval of datief), van de het lijdend voorwerp (4de naamval of accusatief) en andere naamvallen gaat door achter de stam achtervoegsels (tekens en/of uitgangen) te plaatsen, rekening houdend met de klinker- of vocaalharmonie. Welke uitgangen er gebruikt mogen worden bij naamvallen en bij de werkwoordvervoeging hangt af van de klinkers van de stam van het zelfstandige naamwoord of het werkwoord waaraan de uitgang worden toegevoegd.

Aantal harmonische vormen en verlagende stammen[bewerken]

Uitgangen en klinkerharmonie
harmonische vormen voorbeelden
1. niet-harmonische vormen
  1. -kor = om (tijdstip)
  2. -ért = wegens
  3. -ig = tot (plaats, tijd)
  4. -é = die van ...
2. twee-harmonische vormen
  1. -val/-vel = met
  2. -nál/-nél = bij (plaats)
  3. -unk/-ünk = onze
  4. -nak/-nek = aan, voor
3. drie-harmonische vormen
uitgang niet veranderlijk
  1. -hoz/-hez/-höz = naar
  2. -szor/-szer/-ször = -maal
3. drie-harmonische vormen
uitgang met instabiele beginklinker
  1. -on/-en/-ön, -n = op
  2. -ot/-et/-öt, -at,-et , -t 

Uitgangen kunnen gezet worden achter zelfstandige naamwoorden, maar ook bijvoorbeeld achter zelfstandig gebruikte telwoorden en bijvoeglijke naamwoorden. Op grond van de klinkerharmonie zijn de volgende typen uitgangen te onderscheiden:[3]

  • 1. niet-harmonische vormen, dat wil zeggen dat er slechts een vorm is van de uitgang, bijvoorbeeld:
  • 2. twee-harmonische vormen komen het meeste voor.
  • 3. drie-harmonische vormen zijn er in twee typen:
    1. uitgang onveranderlijk of
    2. uitgang met instabiele beginklinker:
      • deze kan wijzigen als de stam verlagend is, of
      • deze kan vervallen als de stam op een klinker eindigt.

Verlagende stammen[bewerken]

Verlagende stammen[3] zijn stammen die de vorm van de toe te voegen uitgang in samenhang met de klinkerharmonie veranderen. Dit vindt onder andere plaats bij:

  • een groot aantal zelfstandige naamwoorden, waarvan veel ook een veranderlijke stam hebben
  • sommige zelfstandig gebruikte telwoorden, bijvoorveeld: három=drie, hármat=drieaccusatief
  • meervouden van zelfstandige naamwoorden, bijvoorbeeld: kutya=hond, kutyákat=hondenaccusatief
  • zelfstandige naamwoorden met een bezitsuitgang, bijvoorbeeld: kutya=hond, kutyámat=mijn hondaccusatief
  • zelfstandig gebruikte bijvoeglijke naamwoorden, bijvoorbeeld piros=rood, A pirosat kerem=Ik wil de rode.; vörös=rood, Iszom egy vöröset=Ik drink een rode.
Voorbeelden van uitgangen met instabiele beginklinker
type uitgang drie-harmonische vormen verlaagde vormen instabiele beginklinker
meervoudsuitgang -ok,-ek,-ök -ak,-ek -k
bezitsuitgang voor de eerste persoon enkelvoud -om,-em,-öm -am,-em -m
bezitsuitgang voor de tweede persoon enkelvoud -od,-ed,-öd -ad,-ed -d
bezitsuitgang voor de tweede persoon meervoud -otok,-etek,-ötök -atok,-etek -tok,-tek,-tök
vierde naamvalsuitgang -ot,-et,-öt -at,-et[4] -t[5]
superessief -on,-en,-ön -n
distributief-temporalis -onként/-enként/-önként -nként
distributief -onta/-ente/-önte -anta/-ente -nta/-nte

Na een verlagende stam komen verlaagde uitgangen voor bij enkele 3. drie-harmonische vormen met instabiele beginklinker. Voorbeelden van uitgangen zijn: Het Hongaars kent klinkerharmonie of vocaalharmonie. Dit houdt in dat de klinkers binnen een enkelvoudig woord in beginsel alle voorklinkers of alle achterklinkers zijn. Voorbeelden: de woorden fodrász en találkoztunk kennen alleen achterklinkers, terwijl de woorden körülbelül en üdvözlettel alleen voorklinkers kennen. De klinkers i en í kunnen binnen de regels van de klinkerharmonie zowel met voor- als achterklinkers voorkomen, met als voorbeelden hideg "koud" en hidak "bruggen".

Er zijn uitzonderingen op de regel van klinkerharmonie, met name voor samengestelde woorden zoals Budapest of városliget en in leenwoorden zoals Amszterdam.

Suffixen voegen zich naar de klinkerharmonie en kunnen in principe alleen klinkers hebben van de klank-categorie waartoe het voorafgaande woord behoort. Voorbeelden met het suffix voor "in": ban/ben: házban, Debrecenben. Een opmerkelijk voorbeeld van klinkerharmonie is Dublinben, immers: de u is normaal een achterklinker, maar aangezien men bij de uitspraak kiest voor de Engelse uitspraak van "Dublin", is het suffix toch ben. Klinkerharmonie komt eveneens in het Fins voor, maar ook in een niet-Finoegrische taal als het Turks.

Veranderlijke stam[bewerken]

Een veranderlijke stam verandert onder invloed van een toegevoegde uitgang. Een dergelijke stam is veelal ook een verlagende stam.

Veranderlijke stammen komen voor bij zelfstandige naamwoorden, maar ook bijvoorbeeld bij sommige bijvoeglijke naamwoorden en telwoorden. Een speciale groep vormen de stammen die veranderlijk zijn bij een derde persoon bezitsuitgang.

Stammen van zelfstandige naamwoorden
stam voorbeelden:
(nl) Nederlands enkelvoud meervoud
onveranderlijke
stam
regelmatig
(niet verlagend)
dag, zon nap napok
tuin kert kertek
koffer bőrönd bőröndök
eindklinker niet
verlengend
(niet -a/-e)
raaf holló hollók
wagen kocsi kocsik
bijtel veső vesők
uitgang verlagende stam muur fal falak
spijker, hoek szög szögek
veranderlijke
stam
eindklinker -a/-e
verlengend
hond kutya kutyák
les lecke leckék
klinker verliezend,
niet verlagend
ding dolog dolgok
aardbei eper eprek
nagel köröm körmök
klinkerverliezend,
verlagend
rijk birodalom birodalmok
emotie, gevoel érzelem érzelmek
tent sátor sátrak
gat gödör gödrök
letterverwisseling vlok pehely pelyhek
gewicht teher terhek
eindklinkerverkortend,
v-toevoegend
paard ló lovak
gras fű füvek
v-toevoegend,
ontrondend
sneeuw hó havak
meer tó tavak
eindklinker
in v-veranderend
dorp falu falvak
luis tetű tetvek
klinkerverkortend vogel madár madarak
muis egér egerek
(nl)
Nederlands
enkelvoud 3de persoon
bezitsuitgang
eindklinker
veranderend,
ontrondend
deur ajtó ajtaja
bos erdő erdeje
eindklinker
veranderend
kalf borju borja
kraai varju varja

Medeklinkers[bewerken]

medeklinkers met van Nederlands afwijkende uitspraak
korte medeklinkers lange medeklinkers
c ts cc
cs tsj ccs
dzs dzj ddzs
gy dj ggy
ly j lly
ny nj nny
s sj (maar palataler) ss
sz s ssz
ty tj tty
zs zj (maar palataler) zzs

Ook de medeklinkers kunnen allemaal kort of lang zijn. Lange medeklinkers worden dubbel geschreven en ook dubbel lang aangehouden.

De medeklinkers worden ongeveer zo uitgesproken als in het Nederlands, behalve in een aantal gevallen (zie tabel).

Stemhebbende medeklinkers behouden hun stem ook aan het woordeinde; een woord als ad ("hij/zij/het geeft") wordt dus uitgesproken met een [d] op het eind, en niet als [at], zoals men in het Nederlands zou doen.

Grammaticale karakteristieken van het Hongaars[bewerken]

Agglutinatie[bewerken]

Kenmerkend voor de meeste Finoegrische talen en zeker ook voor het Hongaars is dat veel informatie binnen één woord wordt samengebracht. Zulke talen worden agglutinerende talen genoemd. De constructie "in mijn huis" luidt in het Hongaars házamban, "ik zie jou" luidt látlak. Eveneens kan men meestal zonder probleem woorden aan elkaar "plakken' tot samengestelde woorden, bijvoorbeeld város + térkép: várostérkép, "stadsplattegrond".

Grammaticaal geslacht[bewerken]

Het Hongaars kent geen grammaticaal geslacht, dus geen notie van mannelijk, vrouwelijk of onzijdig. Zelfs is er, net zoals bijvoorbeeld in het Fins, maar één woord dat zowel "hij", "zij" als "het" kan aanduiden: ő. Zo kan "ő szép" zowel: "hij is mooi" als "zij is mooi" betekenen.

Volgorde: meest significante eerst[bewerken]

Voor bepalingen geldt in het Hongaars dat men eerst het meest significante weergeeft, terwijl een verdere precisering of detaillering consequent later volgt. Voorbeelden daarvan zijn:

  • Persoonsnamen. Aangezien een voornaam een nadere precisering is bij een achternaam, aangezien een individu een groter detail is dan een familie, staan persoonsnamen vanuit Nederlands gezichtspunt in "omgekeerde" volgorde: Béla Bartók heet in het Hongaars Bartók Béla. Dit doet men in beginsel alleen voor Hongaarse namen maar niet voor niet-Hongaarse namen: Johan Cruijff heet ook zo in het Hongaars.
  • Data. In data schrijft men eerst het jaartal, dan de maand, dan de dag. Zo staat 1973 május 27., 1973.V.27. of 1973.05.27 voor 27 mei 1973.

Hoofdletters[bewerken]

Het Hongaars kent hoofd- en kleine letters net als het Nederlands. Zinnen beginnen net als in het Nederlands met een hoofdletter. In het Hongaars beginnen op woordniveau alleen eigennamen met een hoofdletter, maar bijvoorbeeld niet de gerelateerde bijvoeglijke naamwoorden, net zo min als benamingen van talen. Zo schrijft men Magyarország "Hongarije" met een hoofdletter, maar gebruikt men in a magyar város "de Hongaarse stad" en Sándor jól beszél magyarul "Sándor spreekt goed Hongaars" geen hoofdletters voor "Hongaarse" resp. "Hongaars". Bij gebruik van een achtervoegsel blijft een hoofdletter behouden, bijvoorbeeld én Debrecenben vagyok "ik ben in Debrecen".

Namen van maanden en weekdagen schrijft men met een kleine letter, bijvoorbeeld május "mei" en csütörtök "Donderdag".

Naamvallen en uitgangen[bewerken]

Hongaarse naamvallen en uitgangen
naamval
of suffix
standaardvorm na verlagende stam na klinker
ablatief -tól,-től
accusatief -ot,-et,öt -at,-et -t
adessief -nal,-nél
allatief -hoz,-hez,-höz
associatief -ostul,-estül,-östül -astul,-estül -stul,-stül
causalis-finalis -ért
datief -nak,-nek
delatief -ról,-ről
distributief -onként,-enként,-önként -anként,-enként -nként
distributief-temporalis -onta,-ente,-önte -nta,-nte
elatief -ból,-ből
essief -ul,-ül -l
formalis -ként
illatief -ba,-be
inessief -ban,-ben
instrumentalis -val,-vel[6]
multiplicatief -szor,-szer,-ször
nominatief ø
sublatief -ra,-re
superessief -on,-en,-ön -n
terminatief -ig
translatief -vá,-vé[6]
meervoud -ok,-ek,-ök -ak,-ek -k
possessief 1ste pers. e.v. -om,-em,-öm -am,-em -m
possessief 2ste pers. e.v. -od,-ed,-öd -ad,-ed -d

Naamvallen of achtevoegsels worden gebruikt om de grammaticale functie van een woord in de zin aan te geven. De uitgangen kunnen in veel gevallen achter elkaar worden "geplakt", vandaar dat Hongaars een agglutinatieve taal wordt genoemd. De woorden kunnen daardoor lang worden. Bij het vertalen is het dan zaak de stukjes te kunnen bepalen. Het gebruik van achtervoegsels is de aanleiding te zeggen dat het Hongaars veel naamvallen heeft; tot een twintigtal, afhankelijk van de interpretatie. De uitgangen of achtervoegsels zijn er voor:

  • de naamvalsuitgangen
  • de bezitsaanduidingen (mijn, jouw, zijn, ...)
  • de vorming van meervouden

De uitgangen, achtervoegsels of suffixen worden vooral gebruikt[3] in het geval van:

  1. de syntactische naamvallen:
    • 1ste naamval voor het onderwerp
    • 3de naamval voor het meewerkend voorwerp (aan of voor) wordt aangegeven door -nak/-nek achter de stam te zetten (twee harmonische vormen).
    • 4de naamval voor het lijdend voorwerp wordt aangegeven door:
      • de standaarduitgangen (niet verlaagd) -ot/-et/-öt.
      • -at/-et achter een verlagende stam, zoals achter meervoudsuitgangen, bezitsuitgangen, zelfstandig gebruikt bijvoeglijke naamwoorden en achter veel zelfstandige naamwoorden (zie ook woordenboek).
      • een -t achter een stam eindigend op een klinker of achter een niet-verlagende stam, eindigend op -sz, -z, -s, -zs, -j, -ly, -l, -r, -n, -ny.
  2. uitgangen van plaats en richting (lokaalsuffixen) worden gebruikt in de plaats waar in het Nederlands bepaalde voorzetsels (in, op, bij, ...) staan. Ze kunnen systematisch worden ingedeeld in groepjes van drie, waarbij onderscheid is tussen:
    • de richting er naar toe (dus een antwoord op de vraag hová? = waarheen?),
    • de aanduiding van plaats (dus een antwoord op de vraag hol? = waar?), en
    • de richting er vandaan (dus een antwoord op de vraag honnan? = waarvandaan?).
  3. uitgangen voor modaliteit.

Uitgangen worden toegepast bij zelfstandige naamwoorden, bij voornaamwoorden, en bij zelfstandig gebruikte bijvoeglijk naamwoorden en telwoorden, bijvoorbeeld:

Syntactische naamvallen[bewerken]

De drie syntactiche naamvallen, de nominatief, de datief en de accusatief, staan in onderstaande tabel. Ze worden veelal toegepast bij zelfstandige naamwoorden. In onderstaande tabel staan ze in combinatie met enkele voornaamwoorden, omdat deze soms op speciale wijze worden gevormd.

Hongaarse syntactische naamvallen
syntactische naamvallen voornaamwoordden:
pers. voorn.woord aanw. voorn.woord vr. voorn.woord
1ste naamval
nominatief
onderwerp
(subject)
ø
 * ki? kik?
 1.
 2.
 3.
 "
 "
én
te
ő
Ön
Maga
11.
22.
33.
 "
 "
mi
ti
ők
Önök
Maguk
ez, az
dit, dat
deze, die
mi?, ki?
wat?, wie?
3de naamval,
datief
"aan", "voor"
meewerkend
voorwerp
-nak/-nek
 * kinek? kiknek?
 1.
 2.
 3.
 "
 "
nekem
neked
neki
Önnek
Magának
11.
22.
33.
 "
 "
nekünk
nektek
nekik
Önöknek
Maguknak
 * az ez
minek? annak ennek
miknek? azoknak ezeknak
waarvoor?
waartoe?
daarvoor hiervoor
 * mi? ki?
ev.
mv.
minek?
miknek?
kinek?
kiknek?
waarvoor
aan wat?
voor wie?
aan wie?
4de naamval,
accusatief
lijdend
voorwerp
(object)
-ot/-et/-öt
(-at/-et)
(-t)
 * kit? kiket?
 1.

 2.
 3.
 "
 "
engem

téged
őt
Önt
Magát
11.

22.
33.
 "
 "
bennünket,
minket
titeket
őket
Önöket
Magukat
* az ez
mit? azt ezt
miket? azokat ezeket
wat? dat
die
dit
deze
 * mi? ki?
ev. mit? kit?
mv. miket? kiket?
wat? wie?

De vorm van de uitgangen voor het lijdend voorwerp zijn afhankelijk van de stam, waarachter ze geplaatst worden. Bij verlagende stammen zijn er slechts 2 vormen om uit te kiezen, en achter een klinker en achter bepaalde medeklinkers (van niet verlagende stammen) vervalt de beginklinker van de uitgang. Zie voor verdere toelichting hierboven.

Naamvallen voor plaats en richting[bewerken]

Plaats en richting-bepalende uitgangen komen voor een groot deel in hun betekenis overeen met de voorzetsels in het Nederlands. Ze komen voor in twee of drie harmonische vormen. Veelal geven deze uitgangen plaats of richting aan, maar in enkele gevallen gaan ze samen met bepaalde werkwoorden. De uitgangen worden geplaatst achter een eventuele bezitsuitgang of meervoudsuitgang, bij voorbeeld: a házban in het huis; házamban in mijn huis; a házakból de huizen uit.

Een vollediger overzicht geeft onderstaande tabel:

Locaal-naamvallen
plaats- & richtingsuitgangen voorbeelden:
pers. voorn.woord aanw. voorn.woord vr. voorn.woord
"in" illatief (hová?)
-
inessief (hol?)
-
elatief (honnan?)
-ba/-be
-
-ban/-ben
-
-ból/-ből
 * hová?
waarheen?
hol?
waar?
honnan?
waarvandaan?
 1.
 2.
 3.
11.
22.
33.
belém
beléd
belé
belénk
belétek
beléjük
bennem
benned
benne
bennünk
bennetek
bennük
belőlem
belőled
belőle
belőlünk
belőletek
belőlük
 * az
dat
die
ez
dit
deze
hová? abba ebbe
hol? abban ebben
honnan? abból ebből
 * mi? ki?
hová? mibe? kibe?
hol? miben? kiben?
honnan? miből? kiből?
"op" sublatief (hová?)
-
superessief (hol?)
-
ablatief (honnan?)
-ra/-re
-
-on/-en/-ön
(-n)
-
-ról/-ről
 * hová? hol? honnan?
 1.
 2.
 3.
11.
22.
33.
rám
rád

ránk
rátok
rájuk
rajtam
rajtad
rajta
rajtunk
rajtatok
rajtuk
rólam
rólad
róla
rólunk
rólatok
róluk
 * az ez
hová? arra erre
hol? azon ezen
honnan? arról erről
 * mi? ki?
hová? mire? kire?,
hol? min? kin?,
honnan? miről? kiről?
"bij" allatief (hová?)
-
adessief (hol?)
-
delatief (honnan?)
-hoz/-hez/-höz
-
-nál/-nél
-
-tól/-től
 * hová? hol? honnan?
 1.
 2.
 3.
11.
22.
33.
hozzám
hozzás
hozzá
hozzánk
hozzátok
hozzák
nálad
nálad
nála
nálunk
nálatok
náluk
tőlem
tőled
tőle
tőlünk
tőletek
tőlük
 * az ez
hová? ahhoz ehhez
hol? annál ennél
honnan? attól ettől
 * mi? ki?
hová? mihez? kihez?,
hol? minél? kinél?,
honnan? mitől? kitől?
"tot(aan)"
(plaats en tijd)
terminatief -ig ø
 * az ez
meddig? addig eddig
meddig?
  • tot (voor plaats of tijdstip) wordt aangegeven door -ig achter de stam te zetten (geen klinkerharmonie)
    voorbeelden: négyig tot vier (uur), Budapestig tot Boedapest
  • om (voor tijdstip) wordt aangegeven door -kor achter de stam te zetten (geen klinkerharmonie)
    voorbeelden: négykor om vier (uur); gyermekkor ten tijde van de kinderleeftijd.

Voor het aangeven van plaats of richting zijn er ook postposities of achterzetses. Deze worden los achter het bijbehorende woord geplaatst en vertonen geen klinkerharmonie (voorbeelden: a ház mögött achter het huis, a kert előtt voor het tuin). De uitgangen, achtervoegsels en de achterzetsels kunnen onderling vaak gecombineerd worden tot zelfstandige eenheden: voorbeelden: benne in hem/er in, mögöttem achter mij, velünk=met ons.

Naamvallen voor instrument, doel en resultaat[bewerken]

Er zijn drie naamvallen die verband houden met instrument, doel en resultaat:

  • De causalis-finalis voor wegens, om met de uitgang -ért is niet-harmonisch, en veroorzaakt ook geen wijzigingen in de stam, waarachter deze wordt geplaatst.
  • De instrumentalis voor met wordt aangegeven door -val/-vel achter de stam te zetten, waarbij de -v wordt aangepast aan de eind-medeklinker (twee harmonische vormen); voorbeelden: a macskával met de kat, az ablakkal met het raam.
  • De translatief met de betekenis (veranderend)in/tot heeft de vormen -vá/-vé. De begin-v van de uitgang assimileert met de eindklinker van het woord waaraan de uitgang wordt toegevoegd, vergelijkbaar met -val/-vel.
Hongaarse grammatica naamvallen
Naamvallen voor instrument, doel en resultaat voorbeelden:
betekenis naamval vormen pers. voorn.woord aanw. voorn.woord vr. voorn.woord
"wegens",
"om"
causalis-finalis -ért
 * kiért?
 1.
 2.
 3.
 
 
11.
22.
33.
 
 
értem
érted
érte
Önért
Magaért
értünk
értetek
értük
Önökért
Magukért
 * az
dat
die
ez
dit
deze
miért? azért ezért
mikért? azokért ezekért
waarom daarom hierom
 * mi?, mik? ki?, kik?
ev. miért? kiért?
mv. mikért? kikért?
waarom? om wie?
"met" instrumentalis,
sociatief
-val/-vel
 * kivel?
 1.
 2.
 3.
 
 
11.
22.
23.
 
 
velem
veled
vele
Önnel
Magával
velünk
veletek
velük
Önökkel
Magukkal
 * az
dat
die
ez
dit
deze
mivel? avval/azzal evvel/ezzel
mikkel? azokkal ezekkel
waarmee?
met wat?
daarmee
met die
hiermee
met deze
 * mi?, mik?
wat?
ki?, kik?
wie?
ev. mivel? kivel?
mv. mikkel? kikkel?
waarmee? met wie?
"(veranderend)
in/tot"
translatief -vá/-vé ø
 * az
dat
die
ez
dit
deze
mivé? azzá ezzé
waarin?,
in/tot wat?
daarin
in dat
hierin
in dit
mivé?
waarin?, in wat?

Tijd[bewerken]

Er zijn twee naamvallen die verband houden met de tijd:

  • De temporalis met de vorm -kor is niet harmonisch. Voorbeeld: Ötkor / öt órakor) = om vijf / om vijf uur, Gyermekkor = Ten tijde van kinderperiode.
  • De distributief-temporalis is vergelijkbaar met de distributief, maar heeft alleen betrekking op de tijd. Voorbeeld: Naponta = dagelijks
Hongaarse grammatica naamvallen
uitgangen met betrekking tot tijd voorbeelden:
pers. voorn.woord aanw. voorn.woord vr. voorn.woord
"om"
(tijdstip)
temporalis -kor ø
 * az
dat
die
ez
dit
deze
mikor? akkor ekkor
wanneer? dan, toen °
mikor? wanneer?
"herhaaldelijk"
"elke ..."
(tijdstip)
distributief-
temporalis
-onta/-ente/-önte
(-nta/-nte)
ø
  • merre?=waarheen?
  • meddig?=tot hoever? tot hoelang?
  • mettől?=waar vandaan?, mettől meddig?=van wanneer tot wanneer?

Restgroep naamvallen[bewerken]

De distributief is vergelijkbaar met de distributief-temporalis, maar kan ook worden toegepast als het niet om de factor tijd gaat. Voorbeeld: Darabonként adják el = Ze verkopen het per stuk.

De associatief heeft een instabiele beginklinker, die vervalt als de stam eindigt op een klinker. Voorbeeld: Kutyástul ment sétalni = Zij ging wandelen samen met kaar hond. Soms wordt de uitgang -val,-vel ook als "associatief" beschouwd.

De formalis en de essief hebben de betekenis "als", "in de hoedanigheid van".

Hongaarse grammatica naamvallen
restgroep uitgangen
iedere,
herhaaldelijk
distributief -onként,-enként,-önként
-nként
samen met associatief -ostul,-estül,-östül
-stul,-stül
als formalis -ként
als essief -ül (-an,-en)

Bezitsuitgangen[bewerken]

Bezit wordt aangegeven met bezitsuitgangen (possessiefsuffixen), waarvan de vorm voor de 1ste persoon enkelvoud en de 2de persoon enkelvoud en meervoud afhangt van de klinkers in de stam en daarnaast of het om een enkelvoudig, dan wel meervoudig bezit gaat.

In de 3de persoon is er een keuze tussen een vorm zonder en met -j. De vorm met een -j hoort bij een stam eindigend op een klinker, zie verder het woordenboek.

bezitsuitgangen bij enkelvoudig bezit
bez.
v.n.w.
achterklinkers
(laag)
voorklinkers (hoog) voorbeelden:
zonder
lipronding
met
lipronding
tanár
leraar
kés
mes
kör
kring, cirkel
1 ev. mijn -om -em -öm tanárom késem köröm
2 ev. jouw -od -ed -öd tanárod késed köröd
3 ev. zijn -a/-ja -e/-je tanára kése köre
1 mv. onze -unk -ünk tanárunk késünk körünk
2 mv. jullie -otok -etek -ötök tanárotok késetek körötök
3 mv. hun -uk/-juk -ük/-jük tanáruk késük körük
bezitsuitgangen bij meervoudig bezit
1 ev. mijn -aim -eim tanáraim késeim köreim
2 ev. jouw -aid -eid tanáraid késeid köreid
3 ev. zijn -ai/-jai -ei/-jei tanárai kései körei
1 mv. onze -aink -eink tanáraink késeink köreink
2 mv. jullie -aitok -eitek tanáraitok késeitek köreitek
3 mv. hun -aik/-jaik -eik/-jeik tanáraik késeik köreik

Bij een verlagende stam, zoals bij fül = oor, worden instabiele beginklinker vervangen: van -o,-e,-ö naar -a,-e, Voorbeeld: láb, lábam = mijn been, voet/benen, voeten, fül, fülem = mijn oor/oren. (Hier speelt verder nog mee dat gepaarde lichaamsdelen in het enkelvoud genoemd worden.) De verlagende stammen moet in het woordenboek worden opgezocht.

Meervoudsuitgangen[bewerken]

Vorming van het meervoud van een naamwoord
  • Voor de vorming van het meervoud worden de drie harmoniserende meervoudssuffixen -ok/-ek/-ök gebruikt, waarvan de keuze wordt bepaald door de klinkerharmonie.
  • In speciale gevallen worden de twee harmoniserende meervoudssuffixen -ak/-ek gebruikt (ontronding) na een verlagende stam, zoals in "fog" tand→"fogak" tanden en "fül" oor→"fülek" oren. De zelfstandige naamwoorden met een verlagende stam moeten worden opgezocht in het woordenboek. Zelfstandig gebruikte bijvoeglijke naamwoorden zijn alle verlagend, bijvoorbeeld: De rode (meervoud) → "A pirosak", "A vörösek".
  • Als de stam eindigt op een klinker vervalt de instabiele beginklinker van de uitgang, voorbeeld auto: "kocsi" → "kocsik"
Het gebruik van het meervoud
  • Na een telwoord (twee, 1000, veel, minder) volgt er altijd enkelvoud, zo zegt men voor "twee huizen" két ház (letterlijk "twee huis"). Ook na onbepaalde telwoorden is er een enkelvoud, bijvoorbeeld sok ház "veel huizen" (letterlijk "veel huis").
  • Gepaarde lichaamsdelen worden gewoonlijk in het enkelvoud benoemd. Voorbeeld: "Kék szeme van." Zij/Hij heeft blauwe ogen. (letterlijk: hij/zij heeft blauw oog)
  • Bij een opsomming geldt in de derde persoon dat indien alle afzonderlijke delen van de opsomming enkelvoudig zijn, er sprake is van enkelvoud. Voorbeeld: Sándor, Krisztina és a tanárnő ebédel betekent "Sándor, Kristina en de lerares lunchen" met ebédel de vorm voor de derde persoon enkelvoud, net als in een werkelijk enkelvoud als Sándor ebédel. Daarentegen is het ők ebédelnek "zij lunchen" of Sándor, Krisztina és a tanárnők ebédelnek, waarbij het werkwoord in de derde persoon meervoud staat. In andere personen is er bij een opsomming een meervoud zoals in het Nederlands, bijvoorbeeld Sándor és én ebédelünk "Sándor en ik lunchen".

De meervoudsuitgang zelf kan weer invloed hebben op de hierop volgende uitgang. Bij voorbeeld kan er ontronding van de beginklinker optreden, de uitgangen voor de accusatief -ot/-et/öt worden -at/-et, zoals in vrienden: "barátok" → "barátokat" (4de naamval).

Zelfstandig naamwoord[bewerken]

Stammen van zelfstandige naamwoorden en uitgangen
↓ stam → ↓ invloed van de stam op uitgangen ↓
↓ stam-klassen niet-verlagend verlagend
onveranderlijke stam
(standaard)
"stabiele stam" uitgangverlagende
stam
-a/-e stam
(standaard)
eindklinker stam -a/-e→-á/-é
alternerende stam tussenklinker-
verliezende
stam
tussenklinker-
verliezende
stam
eindklinker-
verkortende en
v-toevoegende stam
v-toevoegende en
ontrondende stam
eindklinker in
v-veranderende stam
tussenklinker-
verkortende
stam
alternerende stam
bij bezitsuitgang 3de
persoon enkelvoud
eindklinkerveranderend
en ontrondend
eindklinkerverliezend
stam + meervoud
stam + bezitsuitgang
verlagende uitgangen

Zelfstandige naamwoorden zijn woorden zijn woorden voor dingen en begrippen waar je een lidwoord voor kunt zetten. Ze geven in een zin personen of voorwerpen aan, maar ook een toestanden, handelingen, ideeën of instellingen. Eigennamen (György, Budapest, ABC) zijn bijzondere zelfstandige naamwoorden, waarvoor je geen lidwoord zet. In het Hongaars bestaan zelfstandige naamwoorden uit een stam, die gecombineerd kunnen worden met voorafgaande woorden en achtervoegsels en achterzetsels.

De stam van een zelfstandig naamwoord is gewoonlijk stabiel wanneer er uitgangen achter worden geplaatst. De opvallende afwijkingen zijn als volgt in te delen:

  • verlagende stammen hebben invloed op de vorm van bepaalde uitgangen, met name op de drie-harmonische uitgangen met instabiele beginklinker.
  • alternerende stammen zijn veranderlijk, afhankelijk van de uitgang. Er kan onder andere klinkerverkorting, klinkerverlies, of verandering van eindklinker optreden. Veel alternerende stamtypen zijn daarnaast ook verlagend.

Stammen, uitgangen en klinkerharmonie[bewerken]

Zelfstandige naamwoorden bestaan uit een stam, vaak met een of meer uitgangen (achtervoegsels, suffixen) volgens de regels van de klinkerharmonie. Als er meer dan een harmonische vorm is van de betreffende uitgang, moet een keuze gemaakt worden op grond van de regels voor de klinkerharmonie. Bij enkelvoudige woorden bepaalt de klinker van de stam of van de laatste lettergreep gewoonlijk de vorm van de uitgangen.

De stam van het zelfstandig naamwoord is in de meeste gevallen onveranderlijk (stabiel), maar in uitzonderingsgevallen is de stam 'alternerend' bij toevoeging van een uitgang, en zijn bijvoorbeeld de meervoudsvormen onregelmatig. Daarnaast heeft een aantal stammen weer invloed op de vorm van de uitgangen.

Stammen van zelfstandige naamwoorden, uitgangen en klinkerharmonie
↓ stammen van naamwoorden ↓ uitgang of suffix voorbeelden
begint met
medeklinker
begint met beginklinker
-é, -ig, -ért instabiele beginklinker
of verlagende stam
voorbeelden → -nál/-nél
-val/-vel
-hoz,-hez,-höz
-ban,-ben

-ig
-ért
-ot,-et,-öt→-at,-et-t
-ok,-ek,-ök→-ak,-ek-k
-om,-em,-öm→-am,-em-m
-on,-en,-ön→-an,-en-n
op -a/-e eindigende stam
(aanpassing naar -á/-é)
aangepaste -a/-e stam
+ uitgang
stam +
uitgang
aangepaste -a/-e stam
+ ingekorte uitgang
kutyával,
kutyaé,
kutyám, kutyát4
niet
verlagende stam
op klinker eindigende
onveranderlijke stam
stam + uitgang stam +
ingekorte uitgang
kesztyűnek, kesztyűért,
kesztyűk, kesztyűm
op medeklinker eindigende
onveranderlijke stam
stam + uitgang stam + uitgang királlyal, királyé
királyok, királyt1
tussenklinkerverliezende
stam
stam + uitgang ingekorte stam
+ uitgang
bokorban, ökörig
bokrok, ökröt
verlagende
stam
onveranderlijke stam stam + uitgang stam +
verlaagde uitgang
falnak, tökhöz
fogam, fület
tussenklinkerverliezende
stam
stam + uitgang ingekorte stam +
verlaagde uitgang
forgalomban forgalmat
teherben, terhek
eindklinker verkortende
en v-toevoegende stam
stam + uitgang aangepaste stam +
verlaagde uitgang
lónak, csővel, fű, mű
lovak, csövek, füvet
ontrondende en
v-toevoegende stam
stam + uitgang aangepaste stam +
verlaagde uitgang
hónak, szóval, tóban
havat, szavak, tavat
eindklinker in
v-veranderende stam
stam + uitgang aangepaste stam +
verlaagde uitgang
darúhoz, falúban, tetűvel
darvak, falvak, tetvek
tussenklinkerverkortende
stam
stam + uitgang klinkerverkorte stam +
verlaagde uitgang2
nyárnak, tűzben
nyarak nyáron, tüzet
alternerende stam
bij bezitsuitgang
3de persoon enkelvoud
eindklinkerveranderend
en ontrondend
stam + uitgang aangepaste stam
+ uitgang
erdőnek, ajtónak
erdeje, ajtaja
eindklinkerverliezend stam + uitgang
stam + meervoud
stam + bezitsuitgang
verlagende "stam" stam + meervoud + uitgang
stam + bezitsuitgang + uitgang
stam + meervoud/bezitsuitgang
+ verlaagde uitgang
barátoknak, barátunkhoz
barátokat, barátunkat
Stammen:
  • aangepaste -a/-e stam: de laatste klinker van de stam -a/-e wordt verlengd voor de uitgang
  • ingekorte stam: bij klinkerverliezende stam vervalt in de laatste lettergreep de klinker
  • 1 ingekorte uitgang1 bij stam eindigend op -ly, -n,-ny, -s, -sz, -z: 4de naamval wordt -t
Uitgangen:
  • ingekorte uitgang: de beginklinker van de uitgang vervalt
  • verlaagde uitgang: de beginklinkers -o/-e/-ö worden -a/-e
  • 2 uitgang -on/-en/-ön is hier regelmatig

Lidwoorden[bewerken]

Het Hongaars is de enige Finoegrische taal met lidwoorden (ház "huis", egy ház "een huis", a ház "het huis"). Het onbepaalde lidwoord wordt vaak weggelaten.

Het bepaald lidwoord is a indien er een medeklinker volgt en az indien er een klinker volgt, bijvoorbeeld a ház en az ágy.

Telwoorden[bewerken]

Telwoorden
hoofd-
telwoorden
rang-
telwoorden
breuk-
getallen
nummer-
telwoorden
1 egy első egész egyes
2 kettő, két második fél kettes
3 három harmadik harmad hármas
4 négy negyedik negyed négyes
5 öt ötödik ötöd ötös
6 hat hatodik hatod hatos
7 hét hetedik heted hetes
8 nyolc nylocadik nylocad nyolcas
9 kilenc kilencedik kilenced kilences
10 tíz tizedik tized tízes
Nuvola single chevron right.svg Zie Hongaars telwoord voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Het Hongaars kent verschillende typen telwoorden:

  • hoofdtelwoorden: egy, kettő, három, négy, öt, hat, hét, nyolc, kilenc, tíz
  • rangtelwoorden: első, második, harmadik, ötödik, hatodik, hetedik, nylocadik, kilencedik, tizedik
  • breukgetallen: egész, fél, harmad, negyed, ötöd, hatod, heted, nylocad, kilenced, tized
  • nummertelwoorden: egyes, kettes, hármas, négyes, ötös, hatos, hetes, nyolcas, kilences, tízes

Telwoorden worden gewoonlijk voor een zelfstandig naamwoord geplaatst maar kunnen ook zelfstandig gebruikt worden en dus verbogen worden. Na een hoofdtelwoord staat het daaropvolgende zelfstandige naamwoord steeds in het enkelvoud.

Van de hoofdtelwoorden worden de andere typen telwoorden regelmatig afgeleid door middel van een uitgang, maar er zijn enkele uitzonderingen, zoals kettő = twee, fél = half, második = tweede.

Sommige telwoorden hebben een verlagende stam en/of hebben een verkorting van de klinker, zoals bij három = drie, négy = vier, nyolc = acht, húsz = twintig. Geheel regelmatig gaan öt = vijf en kilenc = negen. Bij de afleidingen van tíz = tien wordt soms de í lang geschreven, maar desondanks kort als i uitgesproken.

Hoofdtelwoorden[bewerken]

De eerste Hongaarse hoofdtelwoorden, de tientallen en enkele grotere getallen zijn:

  • 0-9: nulla, egy, kettő, három, négy, öt, hat, hét, nyolc, kilenc
  • tientallen 10-90: tíz, húsz, harminc, negyven, ötven, hatvan, hetven, nyolcvan, kilencven
  • 100, 1000, 1 miljoen: száz, egyezer, egymillió

Het getal twee is kettő als het zelfstandig voorkomt en két als het een bepaling is bij wat er volgt.

In het Hongaars komt het meest significante altijd eerst, dus is bijvoorbeeld 482 négyszáznyolcvankettő.

Bij het schrijven van grote getallen wordt de spatie als duizenscheider gebruikt (niet de punt zoals in het Nederlands), bijvoorbeeld 17 000 000 voor 17.000.000 (17 miljoen).

Rangtelwoorden[bewerken]

In beginsel worden rangtelwoorden gemaakt door achter het hoofdtelwoord de uitgang -odik, -edik, -ödik, bij een verlagende stam -adik,-edik te plaatsen. De eerste tien rangtelwoorden zijn:

  • 1e-10e: első, második, harmadik, negyedik, ötödik, hatodik, hetedik, nyolcadik, kilencedik, tizedik.

Rangtelwoorden worden vaak aangegeven als een cijfer met een punt erachter, bijvoorbeeld 1. = eerste, 873. = 873ste.

Nummertelwoorden[bewerken]

In beginsel worden rangtelwoorden gemaakt door achter het hoofdtelwoord de uitgang -os, -es, -ös, bij een verlagende stam -as,-es te plaatsen. De eerste tien "nummertelwoorden" zijn:

  • 1, 2-10: egyes, kettes, hármas, négyes, ötös, hatos, hetes, nyolcas, kilences, tízes.

De "nummertelwoorden" gebruikt men als een attribuut, soms te vertalen met "nummer n", bijvoorbeeld "kamer nummer 8" is: "nyolcas szoba".

Tijdsaanduidingen[bewerken]

Tijdstippen worden benoemd in vergelijking met vier tijdstippen binnen het uur waarmee men bezig is: een kwart, half (= tweekwart) en driekwart van het uur. Steeds wordt er uitgegaan van het komende hele uur. Bijvoorbeeld: het eerste uur loop van middernacht tot 1:00 uur 's nachts; het 11de uur loopt van 10:00 uur tot en met 11:00 uur. Bij de verdere tussenliggende tijdstippen wordt vergeleken met het dichtst bijzijnde van de vier vergelijkingstijdstippen. Enkele voorbeelden worden gegeven in onderstaande tabel.

Voorbeelden voor 3 minuten vóór en 2 minuten óver de vergelijkingstijdstippen, met een benadering van de letterlijke vertaling
vergelijkingstijdstippen 3 minuten vóór .. 2 minuten over ..
hele uur 10:00 tíz óra 9:57 tíz (óra) lesz három perc múlva
10 uur wordt het met 3 min. verstrijkend
három perc múlva tíz (óra) 10:02 tíz (óra) múlt két perccel
10 uur is verstreken met 2 min.
két perccel múlt tíz (óra)
kwart over
hele uur
10:15 negyed tizenegy
¼ van het elfde uur
10:12 negyed tizenegy lesz három perc múlva
kwart elf(-de uur) wordt het met 3 min. verstrijkend
három perc múlva negyed tizenegy 10:17 negyed tizenegy múlt két perccel
kwart elf(-de uur) is verstreken met 2 min.
két perccel múlt negyed tizenegy
halve uur 10:30 fél tizenegy
½ elf
10:27 fél tizenegy lesz három perc múlva
half elf wordt het met 3 min. verstrijkend
három perc múlva fél tizenegy 10:32 fél tizenegy múlt két perccel
half elf is verstreken met 2 min.
két perccel múlt fél tizenegy
kwart voor
hele uur
10:45 három negyed tizenegy
¾ van het elfde uur
10:42 három negyed tizenegy lesz három perc múlva
driekwart elf(de uur) wordt het met 3 min. verstrijkend
három perc múlva három negyed tizenegy 10:47 három negyed tizenegy múlt két perccel
driekwart elf(de uur) is verstreken met 2 min.
két perccel múlt három negyed tizenegy

Datums[bewerken]

Datums worden van links naar recht geschreven en gelezen in de volgorde jaar-maand-dag. Jaartallen en andere getallen van groot naar klein: duizendtallen, honderdtallen, tientallen, eenheden. Zo wordt 24 oktober 1956 in het Hongaars: ezerkilencszáz ötvenhat október huszonnegyedike, in cijfer 1956-10-24. of 1956 X 24 (maanden vaak ook wel met een Romeins cijfer.

Officiële feestdagen in Hongarije zijn:

Persoonlijke voornaamwoorden[bewerken]

1 (én) Várok ik wacht
2 (te) Vársz jij wacht
3 (ő) Vár hij/zij wacht
Ön vár U wacht
Maga vár U wacht
11 (mi) Várunk wij wachten
22 (ti) Vártok jullie wachten
33 (ők) Várnak zij wachten
Önök várnak U (mv.) wacht
Maguk várnak U (mv.) wacht

Bij de persoonlijke voornaamwoorden (személyes névmás) én=ik, te=jij, ő=hij, zij, mi=wij, ti=jullie, ők=zij komen twee beleefdheidsvormen voor Maga/Maguk en Ön/Önök=U. Er zijn subtiele verschillen in het gebruik: vaak wordt Ön als het meest "beleefd" ervaren.

In het Hongaars worden de persoonlijke voornaamwoorden weinig gebruikt, omdat de persoon al blijkt uit de uitgangen van de persoonsvorm[8] en uit het zinsverband. Meestal laat men het persoonlijk voornaamwoord weg. Zo zegt men "Tanár vagyok" om uit te drukken Ik ben leraar; maar alleen bij sterke nadruk op ik wordt het: "Én tanár vagyok".

Maar let wel: in de derde persoon enkelvoud zoals bij "Ő tanár" Hij/Zij is leraar en bij "Ön tanár" U bent/is leraar wordt het koppelwerkwoord juist weggelaten.

De persoonlijke voornaamwoorden worden in de verschillende naamvallen, in combinatie met suffixen en met postposities gebruikt. Vaak wordt een zelfstandige vorm van de vervoeging of achterzetsel gebruikt in combinatie met een persoonsuitgang.[9] In onderstaande tabel staan enkele voorbeelden.

Vormen van het persoonlijk voornaamwoord
nominatief,
1ste naamval
datief,
3de naamval
accusatief,
4de naamval
suffix
voorbeeld: inessief
-ban/-ben
postpositie
voorbeeld:
mögött
zelfstandig bezitsaanduiding
(enkelvoudig/meervoudig bezit)
-é/-éi
 1.
 2.
 3.
 "
 "
11.
22.
33.
 "
 "
én
te
ő
Ön
Maga
mi
ti
ők
Önök
Maguk
ik
jij
hij/zij
U
U
wij
jullie
zij
U
U
nekem
neked
neki
Önnek
Magának
nekük
nektek
nekik
Önöknek
Maguknak
aan mij
aan jou
aan hem/haar/het
aan U
aan U
aan ons
aan jullie
aan hun
aan U
aan U
engem
téged
őt
Önt
Magát
minket
titeket
őket
Önöket
Magukat
mij
jou
hem/haar/het
U
U
ons
jullie
hen
U
U
bennem
benned
benne
Önben
Magában
bennünk
benneket
bennük
Önökben
Magukban
in mij
in jou
in hem/haar/het
in U
in U
in ons
in jullie
in hen
in U
in U
mögöttem
mögötted
mögötte
Ön mögött
Maga mögött
mögöttünk
mögöttetek
mögöttük
Önök mögött
Maguk mögött
achter mij
achter jou
achter hem/haar/het
achter U
achter U
achter ons
achter jullie
achter hen
achter U
achter U
enyém
tied
övé
Öné
Magáé
mienk, miénk
tietek, tiétek
övék
Önöké
Maguké
enyéim, enyémek
tieid
övéi, övék
Önéi
Magáéi
mieink
tiéitek
övéik
Önökéi
Magukéi
die van mij, mijne
die van jou, jouwe
die van hem/haar/het
die van u, uwe
die van u, uwe
die van ons, onze
die van jullie
die van hun, hunne
die van u, uwe
die van u, uwe

Aanwijzende voornaamwoorden[bewerken]

De gewoonlijke aanwijzende voornaamwoorden (mutató névmás) in het enkelvoud zijn ez = dit, deze en az = dat, die in het meervoud ezek = deze en azok = die. Bij de aanwijzende voornaamwoorden gebruikt men altijd het bepaald lidwoord a/az = de, het. Zo zegt men ez a ház = dit huis en az a ház = dat huis, of ez az ágy = dit bed en az az ágy = dat bed.

In het meervoud zijn de aanwijzende voornaamwoorden ezek = deze en azok = die. Voorbeelden: ezek a házak = deze huizen en azok a házak = die huizen, of ezek az ágyak=deze bedden en azok az ágyak=die bedden.

De uitgangen voor de naamvallen worden zowel achter het aanwijzend voornaamwoord gezet als achter het daarop volgende zelfstandig naamwoord. Voorbeelden: ezekben a házakban = in deze huizen en azok mögött a házak mögött = achter die huizen, of ezeknél az ágyaknál = bij deze bedden en azokat az ágyakat = die beddenaccusatief.

Gebruik van het aanwijzend voornaamwoord
nominatief,
1ste naamval
datief,
3de naamval
accusatief,
4de naamval
suffix
voorbeeld: inessief
-ban/-ben
postpositie
voorbeeld:
mögött
az
ez
azok
ezek
dat, die
dit, deze
die (mv)
deze (mv)
annak
ennek
azoknak
ezeknek
daaraan
hieraan
aan die (mv)
aan deze (mv)
azt
ezt
azokat
ezeket
dat, die
dit, deze
die (mv)
deze (mv)
abban
ebben
azokban
ezekben
daarin
hierin
in die (mv)
in deze (mv)
az mögött
ez mögött
azok mögött
ezek mögött
daar achter
hier achter
achter die (mv)
achter deze (mv)

Doordat men in het Hongaars in de derde persoon enkelvoud of meervoud van de tegenwoordige tijd het werkwoord "zijn" weglaat, kunnen deze constructies ook een andere betekenis hebben. Zo kan ez a ház ook "dit is het huis" en azok az ágyak ook "dat zijn de bedden" betekenen. In dit geval is er een impliciet koppelwerkwoord "is" of "zijn" en gaat het om volledige zinnen, in tegenstelling tot de eerdere uitdrukkingen, die slechts fragmenten zijn.

Verder aanwijzende voornaamwoorden zijn: ilyen, olyan, emez, amaz, ennyi, annyi, emennyi, amannyi. Deze worden niet gecombineerd met een bepaald lidwoord.

Werkwoorden[bewerken]

De werkwoordvervoeging vindt plaats door uitgangen voor de personen (ik, jij, wij, jullie, zij). In het woordenboek staat voor de werkwoorden de stam opgenomen. De stam van het werkwoord komt gewoonlijk overeen met de derde persoon enkelvoud van de tegenwoordige tijd. Uitzondering wordt gevormd door de -ik werkwoorden, waar de uitgang -ik staat achter de stam. De meest uitgangen zijn er in twee vormen, vaak ook in drie vormen, waaruit dan een keuze gemaakt moet worden op grond van de regels voor de klinkerharmonie. De achtervoegsels geven verschillende zaken tegelijk weer:

  • Met een "teken" worden de werkwoordstijden en de wijzen aangegeven.
    • indicatief of aantonende wijs:
    • bij de voorwaardelijke wijs is het teken -ná/-né
    • bij de aansporende (gebiedende) wijs is het teken -j
    • andere tijden en wijzen worden anders aangegeven:
      • voor de toekomende tijd wordt het hulpwerkwoord fog (zullen) of het bijwoord majd (dan) gebruikt
      • voor de verleden tijd van de voorwaardelijke wijs wordt het woord volna (zou zijn) achter de verleden tijd geplaatst
  • Met de persoonsuitgang wordt aangegeven:
  • Grammaticaal geslacht wordt niet aangegeven in het Hongaars.
  • Met het achtervoegsel -ni wordt het onbepaalde wijs = infinitief gevormd uit de stam van het werkwoord. Ook de infinitief kan worden vervoegd met persoonsuitgangen.
  • Het hele werkwoord (infinitief) wordt gevormd uit de werkwoordstam + ni. De werkwoorden staan in het Hongaarse woordenboek niet als het hele werkwoord (infinitief; bv. gaan, komen, werken), maar in de hij/zij-vorm (3de persoon enkelvoud bv. jön=hij komt, megy=zij gaat, dolgozik=hij werkt. Deze vorm is gewoonlijk de stam van het werkwoord, maar is bij ik-werkwoorden verlengd: werkwoordstam + ik. Sommige werkwoorden hebben meer dan 1 stam.
  • De persoonlijke voornaamwoorden (én=ik, te=jij, ő=hij/zij, mi=wij, ti=jullie, ők=zij (meervoud)) worden in het Hongaars nauwelijks gebruikt omdat de uitgang al duidelijk maakt over wie het gaat.

Verlenging van de stam[bewerken]

De stam van het werkwoord kan worden verlengd met een of meer archtervoegsels om de betekenis van het werkwoord aan te passen. Het archtervoegsel -at/-tat/-et/-tet, het archtervoegsel -hat/-het en het archtervoegsel -gat/-get kunnen (al of niet gecombineerd) gebruikt worden.

  1. Met het archtervoegsel -at/-tat/-et/-tet wordt het werkwoord causatief, wat aangeeft dat het onderwerp van de zin de handeling door een ander laat verrichten en dus niet zelf verricht. In het Nederlands wordt het hulpwerkwoord laten daarvoor gebruikt. Voorbeeld: csinál maken, csináltat valakivel laten maken door iemand.
  2. Met het archtervoegsel -hat/-het wordt een mogelijkheid aangegeven. Voorbeeld: csinál maken, csinálhat kunnen maken, csináltat laten maken, csináltathat kunnen laten maken.
  3. Met het archtervoegsel -gat/-get. Voorbeeld: beszél spreken, beszélget praten, babbelen, beszélgethet kunnen praten

Onbepaalde en bepaalde vervoeging[bewerken]

Bepaaldheid

Werkwoordvervoegingen zijn mede afhankelijk van het lijdend voorwerp. Alle tijden en wijzen zijn er in twee vormen:

de onbepaalde vervoeging
als er geen of een 'onbepaald' lijdend voorwerp is
de bepaalde vervoeging
als er een 'bepaald' lijdend voorwerp is

De aard van het lijdend voorwerp is belangrijk voor de vervoeging, maar het lastig toe te passen. Naast de "gewone", onbepaalde, eerste of subjectieve vervoeging is er een een bepaalde, tweede of objectieve vervoeging die wordt gebruikt als het lijdend voorwerp bepaald is; het is dan specifiek en (soms impliciet) duidelijk waarover het gaat. Voorbeeld van een impliciet bepaald lijdend voorwerp: azt nem értem!=ik begrijp dat niet! Het is niet nodig azt=dat te zeggen, omdat het in het gesprek wel duidelijk is waarover het gaat.

De vervoeging van het werkwoord (de werkwoordsvorm) is afhankelijk van de aard van het lijdend voorwerp (en natuurlijk of het onderwerp enkelvoud of meervoud is en welke persoon het onderwerp is). Er wordt onderscheid gemaakt tussen "onbepaalde" werkwoordvervoeging en "bepaalde" werkwoordvervoeging:

De onbepaalde werkwoordvervoeging (tárgyatlan igeragozás) komt voor in zinnen

  • waar het werkwoord onovergankelijk (intranzitív ige, tárgyatlan ige) is,
  • waar geen lijdend voorwerp is, of
  • waar het lijdend voorwerp is "onbepaald"; dit is het geval als:
    • persoon in de eerste en tweede persoon
    • er geen bezitsaanduiding is of geen aanwijzend voornaamwoord
    • er geen verwijzing is naar een al eerder genoemd lijdend voorwerp

De bepaalde werkwoordvervoeging (tárgyas ige, igeragozás ige) komt voor in zinnen waar het lijdend voorwerp "bepaald" is:

  • als er een bepaald lidwoord voor staat: a, az = de, het,
  • als er een aanwijzend voornaamwoord staat voor het lijdend voorwerp (ezt=dit, deze, azt=dat, die, ezeket, azokat)
  • als er een bezitsuitgang achter het lijdend voorwerp staat (mijn, jouw, ...),
  • als het het lijdend voorwerp al eerder ter sprake is geweest en het bekend wordt verondersteld.
  • als het lijdend voorwerp een 3de persoon betreft (őt=hem, haar, Önt=u, őket=hen, ...).
  • als het lijdend voorwerp gaat om een naam, zoals van een persoon of plaats (Pétert, Budapestet)
  • als er verwezen wordt naar een al eerder genoemd lijdend voorwerp

Een aparte veelvoorkomende derde type vervoeging bestaat er bij de 1ste persoon enkelvoud (ik) als het lijdend voorwerp 2de persoon (jou, jullie) is. Voorbeeld: Szeretlek=Ik houdt van jou; Látlak beneteket=Ik zie jullie.

Voorbeelden:

  • látok "ik zie" (onbepaald)
  • látom "ik zie hem/haar/het" (bepaald)
  • látlak "ik zie jou" (ik → jouaccusatief)

Tijden en wijzen[bewerken]

Vereenvoudigd schema van wijzen en tijden
wijs aantonende wijs
kijelentő mód
aanvoegende wijs
voorwaardelijke wijs
feltételes mód
gebiedende wijs
parancsoló mód =
aansporende wijs
felszólító mód
tijd tegenwoordige tijd
jelen idő
verleden tijd
múlt idő
teken
jel
ø -t -ná/-né -j
 1.
 2.
 3.
11.
22.
33.
ik
jij
hij/zij, U
wij
jullie
zij, U (mv.)
(én)
(te)
(ő), Ön, Maga
(mi)
(ti)
(ők), Önök, Maguk
-ok/-ek/-ök
-sz
ø
-unk/-ünk
-tok/-tek/-tök
-nak/-nek
-om/-em/-öm
-od/-ed/-öd
-ja/-i
-juk/-jük
-játok/-itek
-ják/-ik
-tam/-tem
-tál/-tél
-ott/-ett/-ött
-tunk/-tünk
-tatok/-tetek
-tak/-tek
-tam/-tem
-tod/-ted
-ta/-te
-tuk/-tük
-tátok/-tétek
-ták/-ték
-k
-nál/-nél
-na/-ne
-nánk/-nénk
-nátok/-nétek
-nának/-nének
-m
-nád/-néd
-ná/-né
-nánk/-nénk
-nátok/-nétek
-nák/-nék
-jak/-jek
-j(ál)/-j(él)
-jon/-jen/-jön
-junk/-jünk
-jatok/-jetek
-janak/-jenek
-jam/-jem
-jod/-jed
-ja/-je
-juk/-jük
-játok/-jétek
-ják/-jék
12 ik→jou (én→téged/titeket)
-lak/-lek -talak/-telek -nálak/-nélek -jalak/-jelek
Tijden en wijzen

De volgende enkelvoudige tijden wijzen komen voor in het Hongaars:

  1. tegenwoordige tijd (van de aantonende wijs).
  2. verleden tijd (van de aantonende wijs).
  3. aansporende of gebiedende wijs.
  4. voorwaardelijke wijs.

De belangrijkste wijs is de aantonende wijs (kijelentő mód), die voorkomt in 2 tijden:

  • de tegenwoordige tijd (jelen idő),
  • de verleden tijd (múlt idő), de -t is het teken voor de verleden tijd en staat voor de uitgangen, in sommige gevallen is het -ott/-ett/-ött
  • De voorwaardelijke wijs (feltételes mód) wordt onder andere gebruikt voor (zeer) beleefde verzoeken.
  • De gebiedende/aansporende wijs (parancsoló/felszólító mód) in de tegenwoordige tijd kan gebruikt worden voor alle personen, bijvoorbeeld írjak? "zal/moet ik schrijven?", írj(ál) "schrijf", írjunk "laten we schrijven".
  • De verleden tijd van de voorwaardelijke wijs (irrealis van het verleden) wordt gevormd met de verleden tijd plus het hulpwoord volna. Voorbeeld: írtam volna "ik zou geschreven hebben"
  • Er is geen aparte toekomende tijd. De toekomst wordt met een hulpwerkwoord (fog = "zal") aangegeven, maar men kan daarvoor ook de tegenwoordige tijd eventueel met een bijwoord (majd = dan) gebruiken.

Tegenwoordige tijd[bewerken]

Tegenwoordige tijd

Afhankelijk van de werkwoordstam worden er naast de regelmatige (standaard-) vervoeging nog drie regelmatig vervoegde groepen van werkwoorden onderscheiden:

  1. hoofdgroep met de regelmatige vervoeging.
  2. stam eindigt op een sisklank (-s, -sz, -z).
  3. stam eindigt op twee medeklinkers of op een lange klinker + t.
  4. ik-werkwoorden.

Voor gebeurtenissen en handelingen in het heden wordt de tegenwoordige tijd gebruikt.
Voorbeeld: Megyek.=Ik ga..

Ook wordt de tegenwoordige tijd wel gebruikt voor de toekomst met behulp van het bijwoord majd=dan.
Voorbeeld: Majd megyek.=Ik zal gaan (letterlijk: Dan ik ga.).

Er is een standaard werkwoordvervoeging voor de tegenwoordige tijd met twee regelmatige varianten, op grond van het eind van de stam.

Het hoofdtype van de regelmatige vervoeging met voorbeelden staat in onderstaande tabel:

1. regelmatige werkwoordvervoeging tegenwoordige tijd - jelen idő
Tijd: Tegenwoordige tijd - Jelen idő Voorbeelden tegenwoordige tijd - jelen idő:
Bepaaldheid: Onbepaalde vervoeging (I) Bepaalde vervoeging (II) Onbepaalde vervoeging (I) Bepaalde vervoeging (II)
Stam
werkwoord
met:
Voor-
klinkers
Achterklinkers Voor-
klinkers
Achterklinkers Voor-
klinkers
Achterklinkers Voor-
klinkers
Achterklinkers
zonder
lipronding
met
lipronding
zonder
lipronding
met
lipronding
zonder
lipronding
met
lipronding
zonder
lipronding
met
lipronding
infinitief: → -ni látni
zien
kérni
verzoeken
törni
breken
persoon:↓
1 ev. (én) -ok -ek -ök -om -em -öm látok kérek török látom kérem töröm
2 ev. (te) -sz -od -ed -öd látsz kérsz törsz látod kéred töröd
3 ev. (ő) ø (stam!) -ja -i lát kér tör látja kéri töri
1 mv. (mi) -unk -ünk -juk -jük látunk kérünk törünk látjuk kérjük törjük
2 mv. (ti) -tok -tek -tök -játok -itek láttok kértek törtök látjátok kéritek töritek
3 mv. (ők) -nak -nek -ják -ik látnak kérnek törnek látják kérik törik
  • De werkwoorden waarvan de stam eindigt op een sisklank (-s, -sz, -z) vormen de eerste kleine variant van de werkwoordvervoeging van de tegenwoordige tijd. De drie mogelijke uitgangen in de 2de persoon enkelvoud zijn: -ol/-el/-öl, afhankelijk van de klinkerharmonie. Voorbeeld: olvas=hij leest wordt olvasol=jij leest. Zie tabel:
2. werkwoordvervoeging bij stam eindigend op een sisklank
Tijd: Tegenwoordige tijd - Jelen idő
Bepaaldheid: Onbepaalde vervoeging (I) Voorbeelden:
Stam
werkwoord
met:
Voor-
klinkers
Achterklinkers Voor-
klinkers
Achterklinkers
zonder
lipronding
met
lipronding
zonder
lipronding
met
lipronding
Infinitief: → olvasni
lezen
zni
kijken
zni
koken
persoon:↓
2 ev. (te) -ol -el -öl olvasol nézel főzöl
  • De werkwoorden waarvan de stam eindigt op twee medeklinkers of stam eindigt op lange klinker + t vormen de tweede kleine variant van de werkwoordvervoeging in de tegenwoordige tijd. De twee mogelijke uitgangen in de 2de persoon enkelvoud zijn: -asz/-esz, afhankelijk van de klinkerharmonie. Daarnaast heeft de 2de persoon meervoud drie harmonische vormen: -otok/-etek/-ötök en de 3de persoon meervoud twee harmonische vormen: -anak/-enek
3. werkwoordvervoeging bij stam eindigend op 2 medeklinkers of -ít
Tijd: Tegenwoordige tijd - Jelen idő
Bepaaldheid: Onbepaalde vervoeging (I) Voorbeelden:
Stam
werkwoord
met:
Voor-
klinkers
Achterklinkers Voor-
klinkers
Achterklinkers
zonder
lipronding
met
lipronding
zonder
lipronding
met
lipronding
infinitief: → -ani -eni tartani
houden
segíteni
helpen
lteni
vullen
persoon:↓
2 ev. (te) -asz -esz tartasz segítesz töltesz
2 mv. (ti) -otok -etek -ötök tartotok segítetek töltötek
3 mv. (ők) -anak -enek tartanak segítenek töltenek
  • De ik-werkwoorden zijn werkwoorden waarvan de stam (3de persoon enkelvoud) verlengd is met -ik. In de 1ste persoon ev. wordt de uitgang -om/-em/-öm, die ook gebruikt worden in de bepaalde vervoeging (II). Voorbeeld: de stam lakik=hij woont, wordt in de 1ste persoon e.v.: lakom=ik woon.
4. werkwoordvervoeging van de ik-werkwoorden
Tijd: Tegenwoordige tijd - Jelen idő
Bepaaldheid: Onbepaalde vervoeging (I) Voorbeelden
Stam
werkwoord
met:
Voor-
klinkers
Achterklinkers Voor-
klinkers
Achterklinkers
zonder
lipronding
met
lipronding
zonder
lipronding
met
lipronding
Infinitief: → lakni
wonen
következni
volgen
fürdeni, fürödni
baden
persoon:↓
1 ev. (én) -om -em -öm lakom következem fürdöm
3 ev. (ő) -ik lakik következik fürdik
Onregelmatige werkwoorden
Er zijn enkele veel gebruikte onregelmatige werkwoorden, zoals in onderstaande tabel.
enkele veelgebruikte onregelmatige werkwoorden tegenwoordige tijd
stam: van lesz megy jön eszik iszik alszik fekszik
is wordt gaat komt eet drinkt slaapt ligt
infinitief: → lenni menni jönni enni inni aludni feküdni
persoon:↓
1. ev. (én) vagyok leszek megyek jövök eszem iszom alszom fekszem
2. ev. (te) vagy leszel sz sz eszel iszol alszol fekszel
3. ev. (ő) van lesz megy jön eszik iszik alszik feszik
1. mv. (mi) vagyunk leszünk megyünk jövünk eszünk iszunk alszunk fekszünk
2. mv. (ti) vagytok lesztek mentek ttök esztek isztok aludtok feküdtek
3. mv. (ők) vannak lesznek mennek jönnek esznek isznak alszanak fekszenek

Verleden tijd[bewerken]

Verleden tijd

Afhankelijk van de werkwoordstam worden er naast de standaardvervoeging nog twee regelmatig vervoegde groepen van werkwoorden onderscheiden:

1. Groep 1 teken -t en -ott/-ett/-ött
met de gemengde standaardvervoeging in de meeste gevallen.
2. Groep 2 teken -t
als de werkwoordstam eindigt op -j, -l, -n, -r; 2 lettergrepen +ad, +ed
3. Groep 3 teken -ott/-ett/-ött
als de werkwoordstam eindigt op -ít, -medeklinker+t, of 1 lettergreep +t

Waar het Nederlands een onvoltooid verleden tijd en voltooid verleden tijd kent, heeft het Hongaars slechts één verleden tijd (múlt idő), bijvoorbeeld: Mentem=Ik ging / Ik ben gegaan.

Het teken -t voor de verleden tijd wordt achter de stam van het werkwoord voor de persoonsuitgang geplaatst. Gewoonlijk is dit teken een -t, maar het teken -ott/-ett/-ött wordt gebruikt in de 3de persoon enkelvoud van de onbepaalde vervoeging. Hiervoor zijn regels, maar ook kan het woordenboek geraadpleegd worden.

Groep 1 heeft de meest voorkomende wijze van vervoegen; deze is gemengd en staat in onderstaande tabel:

Groep 1
Tijd en Groep: Verleden tijd, Groep 1 - Múlt idő Voorbeelden verleden tijd, Groep 1 - Múlt idő
Bepaaldheid: Onbepaalde vervoeging (I) Bepaalde vervoeging (II) Onbepaalde vervoeging (I) Bepaalde vervoeging (II)
Stam
werkwoord
met:
Voor-
klinkers
Achterklinkers Voor-
klinkers
Achterklinkers Voor-
klinkers
Achterklinkers Voor-
klinkers
Achterklinkers
zonder
lipronding
met
lipronding
zonder
lipronding
met
lipronding
zonder
lipronding
met
lipronding
zonder
lipronding
met
lipronding
infinitief: → látni
zien
nézni
kijken
üldözni
vervolgen
persoon:↓
1 ev. (én) -tam -tem -tam -tem láttam néztem üldöztem láttam néztem üldöztem
2 ev. (te) -tál -tél -tad -ted láttál néztél üldöztél láttad nézted üldözted
3 ev. (ő) -ott -ett -ött -ta -te látott nézett üldözött látta nézte üldözte
1 mv. (mi) -tunk -tünk -tuk -tük láttunk néztünk üldöztünk láttuk néztük üldöztük
2 mv. (ti) -tatok -tetek -tátok -tétek láttatok néztetek üldöztetek láttátok néztétek üldöztétek
3 mv. (ők) -tak -tek -ták -ték láttak néztek üldöztek látták nézték üldözték
  • Groep 2 en Groep 3 zijn geheel regelmatig en de uitgangen zijn verder gelijk aan die in Groep 1. In Groep 2 is het teken -t in alle personen,
Groep 2
Tijd en Groep: Verleden tijd, Groep 2 - Múlt idő
Bepaaldheid: Onbepaalde vervoeging (I) Bepaalde vervoeging (II)
Stam
werkwoord
met:
Voor-
klinkers
Achterklinkers Voor-
klinkers
Achterklinkers
zonder
lipronding
met
lipronding
zonder
lipronding
met
lipronding
Stam-einde: → -j, -l, -n, -r; 2 lettergrepen +ad, +ed
Persoon:↓
1 ev. (én) -tam -tem -tam -tem
2 ev. (te) -tál -tél -tad -ted
3 ev. (ő) -t -t
1 mv. (mi) -tunk -tünk -tuk -tük
2 mv. (ti) -tatok -tetek -tátok -tétek
3 mv. (ők) -tak -tek -ták -ték
  • in Groep 3 is het teken -ott/-ett/-ött in alle personen.
Groep 3
Tijd en Groep: Verleden tijd, Groep 3 - Múlt idő
Bepaaldheid: Onbepaalde vervoeging (I) Bepaalde vervoeging (II)
Stam
werkwoord
met:
Voor-
klinkers
Achterklinkers Voor-
klinkers
Achterklinkers
zonder
lipronding
met
lipronding
zonder
lipronding
met
lipronding
Stam-einde: → -ít; -medeklinker+t; 1 lettergreep +t
Persoon:↓
1 ev. (én) -ottam -ettem -öttem -ottam -ettem -öttem
2 ev. (te) -ottál -ettél -öttél -ottad -etted -ötted
3 ev. (ő) -ott -ett -ött -otta -ette -ötte
1 mv. (mi) -ottunk -ettünk -öttünk -ottuk -ettük -öttük
2 mv. (ti) -ottatok -ettetek -öttetek -ottátok -ettétek -öttétek
3 mv. (ők) -ottak -ettek -öttek -ották -ették -ötték

Toekomende tijd[bewerken]

De toekomst kan worden uitgedrukt:

  • met behulp van het bijwoord majd=dan + de tegenwoordige tijd: Majd megyek.=Ik zal gaan. (letterlijk: Dan ik ga.)
  • met het hulpwerkkwoord fog: Fogok menni=Ik zal gaan; Fogsz menni?=Zal je gaan?

Vaak kan ook de tegenwoordige tijd gebruikt worden voor iets in de toekomst, net als in het Nederlands: Horgászni megyek.=Vissen ga ik.

Zijn, worden[bewerken]

vervoeging van lenni
stam: van lesz
is wordt
zal zijn
persoon:↓
1. ev. (én) vagyok leszek
2. ev. (te) vagy leszel
3. ev. (ő) van lesz
1. mv. (mi) vagyunk leszünk
2. mv. (ti) vagytok lesztek
3. mv. (ők) vannak lesznek

Het werkwoord van=is hoort bij het hele werkwoord lenni=zijn, worden. Het werkwoord van=zijn heeft twee wijzen van gebruik:

  1. zijn in de betekenis van zich (op een plaats) bevinden. Dan is de vervoeging in overeenstemming met het gewone gebruik van werkwoorden. Voorbeeld: Otthon van.=Hij/Zij/Het is thuis.
  2. zijn als koppelwerkwoord. In de 3de persoon wordt is weggelaten in het Hongaars. Voorbeelden: Ő tanár van.=Hij/Zij is leraar, Rosz az idő = Het weer is slecht.

Bij lenni = zijn, worden, zullen zijn hoort nog een tweede stam: lesz=wordt, zal zijn (een soort toekomende tijd). Er wordt dan een andere vervoeging gebruikt. Het is ook in de derde persoon tegenwoordige tijd aanwezig. Gewoonlijk wordt het persoonlijk voornaamwoord weggelaten. Voorbeeld: tanár lesz "hij/zij wordt leraar" of "hij/zij zal leraar zijn".

Er is een expliciete vorm van het werkwoord lenni in het geval van plaatsaanduidingen en in een aantal andere gevallen: ő itt van = hij/zij/het is hier, ők itt vannak = zij zijn hier, nyolc fok van = het is acht graden.

Bij het werkwoord zijn bestaat er een ontkennende vorm in de derde persoon met de betekenis (er) niet zijn: nincs = hij/zij/het is (er) niet en nincsenek = zij zijn (er) niet. In alle andere personen gebruikt men een vorm van lenni, bijvoorbeeld (én) nem vagyok itt = ik ben niet hier.

Hebben[bewerken]

Voor het werkwoord hebben is er in het Hongaars geen apart werkwoord. De constructie die gebruikt wordt maakt gebruik van een meewerkend voorwerp (3de naamval, datief) en een bezit met bezitsuitgang. Het komt ongeveer overeen met Aan/voor [de bezitter] is [zijn bezit]. Dit betekent dan: [De bezitter] heeft (een) [bezit]. Het geheel wordt meestal korter en eenvoudiger gezegd door weglating van het meewerkend voorwerp. Voorbeelden:

hebben bezitting (enkelvoud!),
met bezitsuitgang
Korter gezegd: Vertaling in het Nederlands:
meew. voorw.
3denaamval
is
Nekem
Aan/voor mij
van
is
kertem.
mijn tuin.
Kertem van. Een tuin heb ik.
Ik heb een tuin.
Neked
Aan/voor jou
van
is
sok labdád
veel jouw bal.
Sok labdád van.
(In het Hongaars in het enkelvoud!)
Jij hebt veel ballen.
(In het Nederlands in het meervoud!)
Neki
Aan/voor hem
van
is
fehér autója
zijn witte auto.
Fehér autoja van. Een witte auto heeft hij.
Hij heeft een witte auto.
Nekünk
Aan/voor ons
van
is
kis lakásunk
onze kleine woning
Kis lakásunk van. Wij hebben een kleine woning.
Nektek
Aan/voor jullie
van
is
két bőrondötök.
twee jullie koffers.
Két bőrondötök van.
(In het Hongaars in het enkelvoud!)
Jullie hebben twee koffers.
(In het Nederlands in het meervoud!)
Nekik
Aan/voor hun
van
is
nagy házuk.
hun groot huis.
Nagy házuk van. Een groot huis hebben zij.
Zij hebben een groot huis.
Vilmosnak
Aan/voor Willem
van
is
biciklije.
zijn fiets.
Vilmosnak biciklije van. Willem heeft een fiets.
Vilmosnak
Aan/voor Willem
volt
was
biciklije.
zijn fiets.
Vilmosnak biciklije volt. Willem had een fiets.
Vilmosnak
Aan/voor Willem
lesz
zal zijn
biciklije.
zijn fiets.
Vilmosnak biciklije lesz. Willem zal een fiets hebben.
Willem krijgt een fiets.

Er is ook nog een werkwoord birtokol = bezitten, hebben, dat slechts weinig gebruikt wordt.

Voorwaardelijke wijs[bewerken]

Naast de aantonende wijs is er de voorwaardelijke wijs (feltételes mód): de voorwaardelijke wijs wordt onder andere gebruikt voor (zeer) beleefde verzoeken

voorwaardelijke wijs
feltételes mód
onbepaalde vervoeging bepaalde vervoeging
stam + -ná/-né met: lage vocaal hoge vocaal lage vocaal hoge vocaal
persoon:
1 (én) -nék -ném
2 (te) -nál -nél -nád -néd
3 (ő) -ná -né -ná -né
11 (mi) -nánk -nénk -nánk -nénk
22 (ti) -nátok -nétek -nátok -nétek
33 (ők) -nának -nének -nák -nék
1→2 (én→téged) -nálak -nélek

Aansporende wijs[bewerken]

De derde wijs is de gebiedende of aansporende wijs (parancsoló/felszólító mód) in de tegenwoordige tijd. De gebiedende wijs kan gebruikt worden voor alle personen, bijvoorbeeld írjak? "zal/moet ik schrijven?", írj(ál) "schrijf", írjunk "laten we schrijven".

gebiedende wijs
aansporende wijs
onbepaalde vervoeging bepaalde vervoeging
stam + j met: lage vocaal hoge vocaal lage vocaal hoge vocaal
persoon: met
lipronding
zonder
lipronding
1 (én) -jak -jek -am -em
2 (te) -j(ál) -j(él) -jad -jed
3 (ő) -jon -jen -jön -ja -je
11 (mi) -junk -jünk -juk -jük
22 (ti) -jatok -jetek -játok -jétek
33 (ők) -janak -jenek -ják -jék
1→2 (én→téged) -jalak -jelek

Werkwoordvoorvoegsels[bewerken]

Werkwoordvoorvoegsels (verbaal prefixen) kunnen de betekenis van werkwoorden (net zo als in het Nederlands) enigszins veranderen.

De wijziging in betekenis is enigszins voorspelbaar, maar niet met alle voorvoegsel gaat dat op. Het voorvoegsel meg- geeft vaak een voltooidheid van de handeling aan, maar dat kan ook met andere voorvoegsels. Voorbeelden: Megcsináltam.=Ik heb het gemaakt. / Ik maakte het., Elolvastam.=Ik heb het uitgelezen. / Ik las het uit.

voorbeelden van voorvoegsels
be- in-, naar binnen ki- uit-, naar buiten
el- weg- haza- thuis-, naar huis
ide- hierheen oda- daarheen
fel- naar boven le- naar beneden

De 'bezitsconstructie'[bewerken]

  • Opvallend is de afwezigheid van de genitief (2de naamval). Bezit wordt in de eerste plaats uitgedrukt door een uitgang toe te voegen aan hetgeen bezeten wordt, daarnaast eventueel door de bezitter in de datief (3de naamval) te plaatsen. Voorbeelden: "het huis van Béla" = Béla háza (letterlijk: "Béla zijn huis") of met datief: Bélának a háza (letterlijk: "aan-Béla de zijn-huis"). De korte vorm is het meest gebruikelijk. De datief van de bezitter is overigens typisch voor Indo-Europese talen, geen enkele andere Finoegrische taal heeft dit kenmerk.
  • Het werkwoord hebben ontbreekt. In plaats hiervan wordt een datief-vorm van het werkwoord zijn gebruikt, in combinatie met een bezitsuitgang van het persoonlijk voornaamwoord. Voorbeelden: Bélának nincs háza (letterlijk: "Aan-Béla er-is-geen zijn-huis") "Béla heeft geen huis")

Achterzetsels[bewerken]

Achterzetsels (postposities) worden achter het zelfstandige naamwoord gezet, waar in het Nederlands bepaalde voorzetsels (zoals na, achter, voor, boven, onder, ...) worden gebruikt. In het gebruik lijken achterzetsels op naamvalsuitgangen, maar het verschil met naamvallen is dat ze los staan van het zelfstandige naamwoord waar ze achter staan - het zijn dus geen achtervoegsels. Achterzetsels kennen geen klinkerharmonie. Achterzetsels kunnen gegroepeerd worden in verwante groepjes van drie waarbij er onderscheid wordt gemaakt tussen

  1. de richting er naar toe (dus een antwoord op de vraag: hová?=waarheen?),
  2. de aanduiding van plaats (dus een antwoord op de vraag: hol?=waar?), en
  3. de richting er vandaan (dus een antwoord op de vraag: honnan?=waarvandaan?).
Postposities
voorbeelden met
zelfstandig naamwoord
voorbeelden met
bezits-suffix
enkele Hongaarse achterzetsels labda (bal)
kert (tuin)
könyv (boek)
enkelvoudig bezit
enkelvoud meervoud
 1.
 2.
 3.
-m/-am/-em
-d/-ad/-ed
-(j)a/-(j)e
11.
22.
33.
-nk/-unk/-ünk
-(a)tok/-(e)tek
-(j)uk/-(j)ük
globale betekenis basisvragen vormen
achter hová? (waarheen)
-
hol? (waar)
-
honnan? (waar vandaan)
mögé
-
mögött
-
mögül
a labda mögé
a kert mögött
a könyv mögül
hová?
waarheen?
hol?
waar?
honnan?
waarvandaan?
 1.
 2.
 3.
11.
22.
33.
mögém
mögéd
mögé(je)
mögénk
mögétek
mögéjük
mögöttem
mögötted
mögötte
mögöttünk
mögöttetek
mögöttük
mögülem
mögüled
mögüle
mögülünk
mögületek
mögülük
naast hová? (waarheen)
-
hol? (waar)
-
honnan? (waar vandaan)
mellé
-
mellett
-
mellől
a labda mellé
a kert mellet
a könyv mellől
hová? hol? honnan?
 1.
 2.
 3.
11.
22.
33.
mellém
melléd
mellé(je)
mellénk
mellétek
melléjük
mellettem
melletted
mellette
mellettünk
mellettetek
mellettük
mellőlem
mellőled
mellőle
mellőlünk
mellőletek
mellőlük
voor hová? (waarheen)
-
hol? (waar)
-
honnan? (waar vandaan)
elé
-
előtt
-
elől
a labda elé
a kert előtt
a könyv elől
hová? hol? honnan?
 1.
 2.
 3.
11.
22.
33.
elém
eléd
elé(je)
elénk
elétek
eléjük
előttem
előtted
előtte
előttünk
előttetek
előttük
előlem
előled
előle
előlünk
előletek
előlük
onder hová? (waarheen)
-
hol? (waar)
-
honnan? (waar vandaan)
alá
-
alatt
-
alól
a labda alá
a kert alatt
a könyv alól
hová? hol? honnan?
 1.
 2.
 3.
11.
22.
33.
alám
alád
alá(ja)
alánk
alátok
alájuk
alattam
alattad
alatta
alattunk
alattatok
alattuk
alólam
alólad
alóla
alólunk
alólatok
alóluk
boven hová? (waarheen)
-
hol? (waar)
-
honnan? (waar vandaan)
fölé
-
fölött/felett
-
fölül
a labda fölé
a kert fölött
a könyv fölül
hová? hol? honnan?
 1.
 2.
 3.
11.
22.
33.
fölém
föléd
fölé(je)
fölénk
fölétek
föléjük
felettem
feletted
felette
felettünk
felettetek
felettük
fölülem
fölüled
fölüle
fölülünk
fölületek
fölülük
tussen hová? (waarheen)
-
hol? (waar)
-
honnan? (waar vandaan)
közé
-
között
-
közül
a labdák közé
a kertek között
a könyvek közül
hová? hol? honnan?
11.
22.
33.
közénk
közétek
közéjük
közöttünk
közöttetek
közöttük
közülünk
közületek
közülük
om hová? (waarheen)
-
hol? (waar)
-
ø
köré
-
körül
-
ø
a labda köré
a kert körül
a könyv körül
hová? hol?
 1.
 2.
 3.
11.
22.
33.
körém
köréd
köré(je)
körénk
körétek
köréjük
körülöttem
körülötted
körülötte
körülöttünk
körülöttetek
körülöttük
in/uit de richting hová? (waarheen)
-
ø
-
honnan? (waar vandaan)
felé
-
ø
-
felül
a labda felé
a kert felé
a könyv felül
hová? honnan?
 1.
 2.
 3.
11.
22.
33.
felém
feléd
felé(je)
felénk
felétek
feléjük
felülem
felüled
felüle
felülünk
felületek
felülük
Hongaarse grammatica postposities
Postposities in combinaties
voorbeelden met
aanwijzend voornaamwoord
voorbeelden met
vragend voornaamwoord
voorbeelden met
bezits-suffix
in plaats van helyett ahelyett in de plaats daarvan helyettem in mijn plaats
in de richting van
···-waarts
iránt aziránt, in die richting irántam, in mijn richting
wegens miatt amiatt, wegens dat miattam, wegens mij
zonder nélkül anélkül, waar zonder nélkülem, zonder mij
sinds óta azóta, sindsdien mióta? sinds wanneer?
volgens szerint aszerint, volgens dat kiszerint? volgens wie? szerintem ,volgens mij
na után azután, daarna miután? waarna? utánam, na mij
door, via által általam, door mij
tegen ellen ellenem, tegen mij
langs
over de lengte van
hosszat
tijdens, onder
gedurende
közben
na verloop van
- later
múlva
omstreeks
ongeveer
tájt

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Een gesloten vraag of beslissingsvraag is een vraag, waarop met igen "ja" of nem "nee" geantwoord kan worden
  2. Küszöbszint (Magyar mint idegen nyelv)
  3. a b c Törkenczy Miklós (2002) Practical Hungarian Grammar. Corvina Books Ltd.
  4. ook bij een verlagende stam, eindigend op -ly, -n,-ny, -s, -sz of -z!
  5. de uitgang wordt -t bij een niet-verlagende stam, eindigend op -ly, -n,-ny, -s, -sz of -z
  6. a b de begin-v past zich aan aan de eindklinker van de stam
  7. De betrekkelijk voornaamwoorden kunnen gevormd worden uit vragend voornaamwoorden door a- ervoor te plaatsen
  8. Daarnaast geeft de persoonsvorm de aard van een eventueel lijdend voorwerp aan: er wordt onderscheid gemaakt tussen een bepaalde en een onbepaalde vervoeging, behorend bij een bepaald en een onbepaald lijdend voorwerp.
  9. De bezitsuitgangen hebben naast een vorm voor een enkelvoudig bezit ook een vorm voor een meervoudig bezit.

Woordenboeken

  • Kammer, J.H.A. & E. Bosch-Ablonczy (2000) Magyar holland szótár/Hongaars-Nederlands woordenboek Akadémiai Kiadó, Budapest, ISBN 963 05 7518 3
  • Mollay E. (2002) Holland magyar kéziszótár/Nederlands-Hongaars handwoordenboek Grimm Kiadó, Szeged, ISBN 963 9087 59 9
  • István Zugor (1968) Holland-magyar szótár Akadémiai Kiadó, Budapest ISBN 963 05 6499 8
  • István Zugor (1979) Magyar-holland szótár Akadémiai Kiadó, Budapest ISBN 963 05 6500 5

Grammatica, cursussen

Tijdschriften

Externe links

Wikipedia-logo-v2.svg Zie de Hongaarse uitgave van Wikipedia.
Icoontje WikiWoordenboek Zoek Hongaars op in het WikiWoordenboek.