Hongaars

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Hongaars (magyar, magyarul)
Gesproken in Hongarije en door de Hongaarse minderheden in Roemenië, Slowakije, Servië, Oekraïne, Kroatië, Oostenrijk en Slovenië
Sprekers 14,5 miljoen
Rang 57
Taalfamilie

Oeraalse talen

Alfabet Latijns (Hongaarse variant)
Officiële status
Officieel in
Taalorganisatie Magyar Tudományos Akadémia Nyelvtudományi Intézete
Taalcodes
ISO 639-1 hu
ISO 639-2 hun
ISO 639-3 hun
Hongaars als voertaal, gebaseerd op gegevens van het CIA World Factbook 2006
Hongaars als voertaal, gebaseerd op gegevens van het CIA World Factbook 2006
Portaal  Portaalicoon   Taal

Het Hongaars (magyar, magyarul, magyar nyelv) is de officiële taal van Hongarije en daarnaast de taal van de Hongaarse minderheden in de omringende landen. De taal heeft in totaal ongeveer 14,5 miljoen sprekers. Het is daarmee de grootste taal in Europa (buiten het Turks) die niet tot de Indo-Europese talen behoort. Het Hongaars is de grootste van de Finoegrische talen.

Het Hongaars is in het eerste millennium na Christus met de Hongaren uit het oosten naar Europa gekomen. Onderweg werd de woordenschat uitgebreid met veel woorden uit Turkse en Iraanse talen. Sinds de taal ruim duizend jaar geleden het Karpatenbekken bereikte, onderging de taal invloeden van de omringende Slavische en Germaanse talen en in mindere mate van het Latijn en het Italiaans. Tegenwoordig is het Engels de belangrijkste bron van nieuwe woorden.

Het Hongaars is altijd met het Latijnse schrift geschreven. De oudste Hongaarse tekst, de zogenaamde Lijkrede (Halotti beszéd) dateert van het einde van de twaalfde eeuw. Het is de oudste bewaard gebleven geschreven tekst in enige Finoegrische taal. Om de in het Latijnse alfabet ontbrekende klanken weer te geven worden digrafen en diakritische tekens gebruikt. Het volledige Hongaarse alfabet bevat 44 "letters".

De Hongaarse standaardtaal berust op het noordoostelijke dialect. De verschillen tussen de Hongaarse dialecten zijn overigens gering. Het meest verschillend is nog het Hongaars dat wordt gesproken door de Csángó's.

Het Nederlandse woord koets (en het Spaanse woord coche en het Engelse woord coach) komen uit het Hongaars, van het woord kocsi dat tegenwoordig auto betekent, naar de plaats Kocs waar koetsen gemaakt werden.

Plaats binnen de Fins-Oegrische talen[bewerken]

Binnen de Fins-Oegrische talen vertegenwoordigt het Hongaars, samen met het Wogoels en het Ostjaaks, de Oegrische tak. Geen enkele andere Finoegrische taal lijkt zoveel op het Hongaars dat er sprake zou kunnen zijn van onderlinge verstaanbaarheid. Verwante talen als het Fins en het Estisch zijn voor een Hongaar even onbegrijpelijk als voor iemand die alleen het Nederlands beheerst.

Het Hongaarse alfabet[bewerken]

Het Hongaars alfabet "a magyar ábécé" bestaat uit 44 grafemen ('letters'):

  • a á b c cs d dz dzs e é f g gy h i í j k l ly m n ny o ó ö ő p q r s sz t ty u ú ü ű v w x y z zs
  • A Á B C Cs D Dz Dzs E É F G Gy H I Í J K L Ly M N Ny O Ó Ö Ő P Q R S Sz T Ty U Ú Ü Ű V W X Y Z Zs

Hoewel in woordenboeken de woorden alfabetisch gesorteerd staan, staan de woorden met korte en met lange klinker bij elkaar.

Voorbeeld: woorden beginnend met a staan gemengd met de woorden beginnend met á, maar woorden beginnend met c staan apart van de woorden beginnend met cs.

Klanksysteem[bewerken]

Klemtoon en intonatie[bewerken]

  • De klemtoon ligt op de eerste lettergreep van een woord.
  • De intonatie van vragende zinnen met een gesloten vraag[1] wijkt af van die van de overige zinnen, inclusief de vraagzinnen met een vraagwoord (wie wat waar welke hoe)[2]. Deze hebben vaak een nauwelijks dalende intonatie, met een stijging bij de voorlaatste lettergreep (voor zover de zin meer dan twee lettergrepen telt, maar ook kortere vraagzinnen van dit type hebben een specifieke intonatie). Ontbreekt deze intonatie, dan wordt de zin niet als vraag opgevat. Overige vraagzinnen en stellende zinnen hebben over het algemeen een dalende intonatie.

Klinkers[bewerken]

De klinkers hebben vaak een tegenhanger in het Nederlands:

korte klinkers lange klinkers
a als de a in het Engelse "what" of in het Friese "dat" á zeer open lange aa als in "daar"
e als de e in "pet" é lange ee als in "beer"
i kort, als ie in biet (de "i" van "pit" komt niet voor) í lang als ie in "bier"
o kort ó lang als in "boor"
ö kort als de u in "bus" ő lang als eu in "deur"
u als korte oe in "koek" ú lange oe als in "boer"
ü kort als u in "student" ű lang als uu in "duur"
  • De Hongaarse klinkers kunnen volgens verschillende kenmerken worden ingedeeld:
    • volgens lengte (duur):
      • kort: a, e, i, o, ö, u, ü
      • lang: á, é, í, ó, ő, ú, ű
        De lengte wordt aangegeven door streepjes boven de letter (die dus geen accenttekens zijn!). Bijvoorbeeld: hat „zes” vs. hát „rug”. Zo heeft de plaatsnaam Kővágószőlős allemaal lange klinkers, en de plaatsnaam Magyarhertelend alleen maar korte klinkers.
    • volgens tongstand; ook wel zogenaamde voor- en achterklinkers (voor = voorin de mond gevormd of palataal, achter = achterin de mond gevormd of velair)
    • volgens de stand van lippen:
      • met ronding van de lippen: a, o, ó, u, ú, ö, ő, ü, ű
      • zonder lipronding: á, e, é, i, í
    • volgens openheid:

Het Hongaars kent klinkerharmonie of vocaalharmonie. Dit houdt in dat de klinkers binnen een enkelvoudig woord in beginsel alle voorklinkers of alle achterklinkers zijn. Voorbeelden: de woorden fodrász en találkoztunk kennen alleen achterklinkers, terwijl de woorden körülbelül en üdvözlettel alleen voorklinkers kennen. De klinkers i en í kunnen binnen de regels van de klinkerharmonie zowel met voor- als achterklinkers voorkomen, met als voorbeelden hideg "koud" en hidak "bruggen".

Er zijn uitzonderingen op de regel van klinkerharmonie, met name voor samengestelde woorden zoals Budapest of városliget en in leenwoorden zoals Amszterdam.

Suffixen passen zich aan gelang de klinkerharmonie en kunnen in principe alleen klinkers hebben van de klank-categorie waartoe het voorafgaande woord behoort. Voorbeelden met het suffix voor "in": ban/ben: házban, Debrecenben. Een opmerkelijk voorbeeld van klinkerharmonie is Dublinben, immers: de u is normaal een achterklinker, maar gezien men bij de uitspraak kiest voor de Engelse uitspraak van "Dublin", is het suffix toch ben. Klinkerharmonie komt eveneens in het Fins voor, maar ook in een niet-Finoegrische taal als het Turks.

Medeklinkers[bewerken]

Ook de medeklinkers kunnen allemaal kort of lang zijn. Lange medeklinkers worden dubbel geschreven en ook dubbel lang aangehouden.

De medeklinkers worden ongeveer zo uitgesproken als in het Nederlands, behalve in de volgende gevallen:

korte medeklinkers lange medeklinkers
c ts cc
cs tsj ccs
dzs dzj ddzs
gy dj ggy
ly j lly
ny nj nny
s sj (maar palataler) ss
sz s ssz
ty tj tty
zs zj (maar palataler) zzs

Stemhebbende medeklinkers behouden hun stem ook aan het woordeind; een woord als ad („hij/zij/het geeft”) wordt dus uitgesproken met een [d] op het eind, en niet als [at], zoals men in het Nederlands zou doen.

Grammaticale karakteristieken van het Hongaars[bewerken]

Agglutinatie[bewerken]

Kenmerkend voor de meeste Finoegrische talen en zeker ook voor het Hongaars is dat veel informatie binnen één woord wordt samengebracht. Zulke talen worden agglutinerende talen genoemd. De constructie „in mijn huis” luidt in het Hongaars házamban, „ik zie jou” luidt látlak. Eveneens kan men meestal zonder probleem woorden aan elkaar "plakken' tot samengestelde woorden, bijvoorbeeld város + térkép: várostérkép, „stadsplattegrond”.

Lidwoorden[bewerken]

Het Hongaars is de enige Finoegrische taal met lidwoorden (ház „huis”, egy ház „een huis”, a ház „het huis”). Het onbepaalde lidwoord wordt vaak weggelaten.

Het bepaald lidwoord is a indien er een medeklinker volgt en az indien er een klinker volgt, bijvoorbeeld a ház en az ágy.

Grammaticaal geslacht[bewerken]

Het Hongaars kent geen grammaticaal geslacht, dus geen notie van mannelijk, vrouwelijk of onzijdig. Zelfs is er, net zoals bijvoorbeeld in het Fins, maar één woord dat zowel "hij", "zij" als "het" kan aanduiden: ő. Zo kan "ő szép" zowel: "hij is mooi", "zij is mooi" als "het is mooi" betekenen.

Enkelvoud en meervoud[bewerken]

Na een telwoord volgt er altijd enkelvoud, zo zegt men voor „twee huizen” két ház: letterlijk „twee huis”. Ook na andere woorden die een hoeveelheid aanduiden, is er een enkelvoud, bijvoorbeeld sok ház „veel huizen”, letterlijk „veel huis”.

Bij een opsomming geldt in de derde persoon dat indien alle afzonderlijke delen van de opsomming enkelvoudig zijn, er sprake is van enkelvoud. Voorbeeld: Sándor, Krisztina és a tanárnő ebédel betekent „Sándor, Kristina en de lerares lunchen” met ebédel de vorm voor de derde persoon enkelvoud, net als in een werkelijk enkelvoud als Sándor ebédel. Daarentegen is het ők ebédelnek „zij lunchen” of Sándor, Krisztina és a tanárnők ebédelnek, waarbij het werkwoord in de derde persoon meervoud staat. In andere personen is er bij een opsomming een meervoud zoals in het Nederlands, bijvoorbeeld Sándor és én ebédelünk „Sándor en ik lunchen”.

Telwoorden[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Hongaars telwoord voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Het Hongaars kent naast de ook in het Nederlands voorkomende hoofd- en rangtelwoorden een derde categorie telwoorden die wel eens nummertelwoorden worden genoemd.

hoofdtelwoorden[bewerken]

De eerste Hongaarse hoofdtelwoorden, de tientallen en enkele grotere getallen zijn:

  • 0-9: nulla, egy, kettő, három, négy, öt, hat, hét, nyolc, kilenc
  • tientallen 10-90: tíz, húsz, harminc, negyven, ötven, hatvan, hetven, nyolcvan, kilencven
  • 100, 1000, 1 miljoen: száz, egyezer, egymillió

Het getal twee is kettő als het zelfstandig voorkomt en két als het een bepaling is bij wat er volgt.

In het Hongaars komt het meest significante altijd eerst, dus is bijvoorbeeld 482 négyszáznyolcvankettő.

Bij het schrijven van grote getallen wordt de spatie als duizenscheider gebruikt (niet de punt zoals in het Nederlands), bijvoorbeeld 17 000 000 voor 17.000.000 (17 miljoen).

rangtelwoorden[bewerken]

De eerste rangtelwoorden:

  • 1e-10e: első, második, harmadik, negyedik, ötödik, hatodik, hetedik, nyolcadik, kilencedik, tizedik.

nummertelwoorden[bewerken]

De eerste "nummertelwoorden":

  • 1, 2-10: egyes, kettes, hármas, négyes, ötös, hatos, hetes, nyolcas, kilences, tízes.

De "nummertelwoorden" gebruikt men als een attribuut, soms te vertalen met "nummer n", bijvoorbeeld "kamer nummer 8" is: "nyolcas szoba".

Persoonlijke voornaamwoorden[bewerken]

Bij de persoonlijke voornaamwoorden (én, te, ő, mi, ti, ők; ik, jij, hij/zij, wij, jullie, zij) komen twee beleefdheidsvormen voor Maga/Maguk en Ön/Önök (U). Er zijn subtiele verschillen in het gebruik. Vaak wordt Ön als het meest "beleefd" ervaren.

Het gebruik van persoonlijke voornaamwoorden als onderwerp is niet verplicht. Men heeft ze normaal niet nodig in de zin, doordat de vervoegingen van het werkwoord de persoon reeds aanduiden. Meestal laat men het persoonlijk voornaamwoord weg. Zo zegt men om uit te drukken dat men leraar is: tanár vagyok (en niet én tanár vagyok). Dit verschijnsel komt ook in andere talen voor, zoals het Italiaans en het Arabisch.

Maar let wel: in ő tanár (hij is leraar) wordt het koppelwerkwoord juist weggelaten.

Aanwijzende voornaamwoorden[bewerken]

De aanwijzende voornaamwoorden in het enkelvoud zijn ez „dit” en az „dat”. Bij de aanwijzende voornaamwoorden gebruikt men altijd het bepaald lidwoord a/az. Zo zegt men ez a ház „dit huis” en az a ház „dat huis”, of ez az ágy „dit bed” en az az ágy „dat bed”. In het meervoud zijn de aanwijzende voornaamwoorden ezek „deze” en azok „die” en zegt men bijvoorbeeld ezek a házak „deze huizen” en azok a házak „die huizen”, of ezek az ágyak „deze bedden” en azok az ágyak „die bedden”.

Doordat men in het Hongaars in de derde persoon tegenwoordige tijd het werkwoord "zijn" weglaat, kunnen deze constructies ook een andere betekenis hebben. Zo kan ez a ház ook „dit is het huis” en azok az ágyak ook „dat zijn de bedden” betekenen. In dit geval is er een impliciet koppelwerkwoord "is" of "zijn" en gaat het om volledige zinnen, in tegenstelling tot de eerdere uitdrukkingen, die slechts fragmenten zijn.

Volgorde: meest significante eerst[bewerken]

Voor bepalingen geldt in het Hongaars dat men eerst het meest significante weergeeft, terwijl een verdere precisering of detaillering consequent later volgt. Voorbeelden:

  • Persoonsnamen. Aangezien een voornaam een nadere precisering is bij een achternaam, aangezien een individu een groter detail is dan een familie, staan persoonsnamen vanuit Nederlands gezichtspunt in „omgekeerde” volgorde: Béla Bartók heet in het Hongaars Bartók Béla. Dit doet men in beginsel alleen voor Hongaarse namen maar niet voor niet-Hongaarse namen: Johan Cruijff heet ook zo in het Hongaars.
  • Data. In data schrijft men eerst het jaartal, dan de maand, dan de dag. Zo staat 1973 május 27., 1973.V.27. of 1973.05.27 voor 27 mei 1973.

Hoofdletters[bewerken]

Het Hongaars kent hoofd- en kleine letters net als het Nederlands. Zinnen beginnen net als in het Nederlands met een hoofdletter. In het Hongaars beginnen op woordniveau alleen eigennamen met een hoofdletter, maar bijvoorbeeld niet de gerelateerde bijvoeglijke naamwoorden, net zo min als benamingen van talen. Zo schrijft men Magyarország „Hongarije” met een hoofdletter, maar gebruikt men in a magyar város „de Hongaarse stad” en Sándor jól beszél magyarul „Sándor spreekt goed Hongaars” geen hoofdletters voor "Hongaarse" resp. "Hongaars". Bij gebruik van een achtervoegsel blijft een hoofdletter behouden, bijvoorbeeld én Debrecenben vagyok „ik ben in Debrecen”.

Namen van maanden en weekdagen schrijft men met een kleine letter, bijvoorbeeld május „mei” en csütörtök „Donderdag”.

Achtervoegsels en achterzetsels[bewerken]

  • Het Hongaars heeft geen voorzetsels, maar achtervoegsels (a házban „in het huis”) en achterzetsels (a ház mögött „achter het huis”). Het gebruik van achtervoegsels leidt sommigen ertoe te zeggen dat het Hongaars een groot aantal naamvallen heeft (tot een twintigtal, afhankelijk van de interpretatie).
  • De gebruikte achtervoegsels zijn er meestal in twee vormen: één met een lage klinkers en één (of twee) met hoge klinkers. Welke gebruikt wordt hangt af van het woord waaraan de achtervoegsels worden toegevoegd: klinkerharmonie, bijvoorbeeld ház, házam, házamban „huis”, „mijn huis”, „in mijn huis” en kert, kertem, kertemben „tuin”, „mijn tuin”, „in mijn tuin”.
  • De achtervoegsels en achterzetsels kunnen weer gecombineerd worden met een bezitsuitgang, bijvoorbeeld mögötte „achter hem/er achter”, benne „in hem/er in”
  • De achtervoegsels en achterzetsels worden dubbel gebruikt in combinatie met aanwijzende voornaamwoorden ez (dit) en az (dat): ebben a házban „in dit huis”) en achterzetsels (e mögött a ház mögött „achter dit huis”).

Werkwoorden[bewerken]

  • De gebruikte werkwoordsuitgangen zijn er meestal in twee vormen: één met lage klinkers en één met hoge klinkers. Soms, bij stammen met klinkers zoals ü en ö, is er ook een derde vorm. Welke gebruikt wordt hangt af van de stam van het werkwoord waaraan de uitgang worden toegevoegd: klinkerharmonie. In onder andere de eerste persoon enkelvoud zijn er drie vormen, bijvoorbeeld: látok „ik zie”, nézek „ik kijk”, ülök „ik zit”. In onder andere de derde persoon meervoud zijn er echter slechts twee vormen, met dezelfde werkwoorden als voorbeeld: látnak „zij zien”, néznek „zij kijken”, ülnek „zij zitten”.
  • De werkwoordsvorm geeft aan of het lijdend voorwerp 'bepaald' of 'onbepaald' is (en natuurlijk of het onderwerp enkelvoud of meervoud is en welke persoon het onderwerp is).
    Voorbeeld:
    • látok „ik zie” (onbepaald)
    • látom „ik zie hem/haar/het” (bepaald)
    • látlak „ik zie jou” (ik→jou)
  • lenni: zijn, worden, zullen zijn
    • Het werkwoord lenni „zijn” is bij gebruik als koppelwerkwoord in de derde persoon tegenwoordige tijd normaal impliciet: ő tanár „hij/zij is leraar”, ők tanárok „zij zijn leraren”.
    • Bij gebruik van lenni in de betekenis „worden” of „zullen zijn” wordt de stam lesz gebruikt. Het is ook in de derde persoon tegenwoordige tijd aanwezig. Gewoonlijk wordt het persoonlijk voornaamwoord weggelaten. Voorbeeld: tanár lesz „hij/zij wordt leraar” of „hij/zij zal leraar zijn”.
    • Er is een expliciete vorm van het werkwoord lenni in het geval van plaatsaanduidingen en in een aantal andere gevallen: ő itt van „hij/zij/het is hier”, ők itt vannak „zij zijn hier”, nyolc fok van „het is acht graden”.
    • Bij het werkwoord 'zijn' bestaat er een ontkennende vorm in de derde persoon met de betekenis "(er) niet zijn": nincs „hij/zij/het is (er) niet” en nincsenek „zij zijn (er) niet”. In alle andere personen gebruikt men een vorm van lenni, bijvoorbeeld én nem vagyok itt „ik ben niet hier”.
  • Er zijn slechts twee werkwoordstijden in de aantonende wijs (kijelentő mód):
    • de tegenwoordige (jelen idő),
    • de verleden tijd (múlt idő),
    • toekomst wordt met een hulpwerkwoord (fog = „zal”) uitgelegd, maar men kan daarvoor ook de tegenwoordige tijd eventueel met een bijwoord (majd = dan) gebruiken.
  • Naast de aantonende wijs zijn er de voorwaardelijke wijs (feltételes mód) en de gebiedende/aansporende wijs (parancsoló/felszólító mód), beide alleen in de tegenwoordige tijd:
    • de voorwaardelijke wijs wordt onder andere gebruikt voor (zeer) beleefde verzoeken,
    • de verleden tijd van de voorwaardelijke wijs (irrealis van het verleden) wordt gevormd met de verleden tijd plus het hulpwoord volna. Voorbeeld: írtam volna „ik zou geschreven hebben”
    • de aansporende wijs kan gebruikt worden voor alle personen, bijvoorbeeld írjak? „zal/moet ik schrijven?”, írj(ál) „schrijf”, írjunk „laten we schrijven”.

De 'bezitsconstructie'[bewerken]

  • Opvallend is de afwezigheid van de genitief. Bezit wordt in de eerste plaats uitgedrukt door een uitgang toe te voegen aan hetgeen bezeten wordt, daarnaast eventueel door de bezitter in de datief te plaatsen. („het huis van Béla” = Béla háza (lett. „Béla zijn huis”) of (met datief) Bélának a háza (lett. „aan-Béla de zijn-huis”). De datief van de bezitter is overigens typisch voor Indo-Europese talen, geen enkele andere Finoegrische taal heeft dit kenmerk.
  • Het werkwoord hebben ontbreekt. In plaats hiervan wordt een datief-vorm van het werkwoord zijn gebruikt, in combinatie met een bezitsuitgang van het persoonlijk voornaamwoord. (Bélának nincs háza lett.: „Aan-Béla er-is-geen zijn-huis”; „Béla heeft geen huis”)

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Een gesloten vraag of beslissingsvraag is een vraag, waarop met igen "ja" of nem "nee" geantwoord kan worden
  2. Küszöbszint (Magyar mint idegen nyelv)

Woordenboeken

  • Kammer, J.H.A. & E. Bosch-Ablonczy (2000) Magyar holland szótár/Hongaars-Nederlands woordenboek Akadémiai Kiadó, Budapest, ISBN 963 05 7518 3
  • Mollay E. (2002) Holland magyar kéziszótár/Nederlands-Hongaars handwoordenboek Grimm Kiadó, Szeged, ISBN 963 9087 59 9
  • István Zugor (1968) Holland-magyar szótár Akadémiai Kiadó, Budapest ISBN 963 05 6499 8
  • István Zugor (1979) Magyar-holland szótár Akadémiai Kiadó, Budapest ISBN 963 05 6500 5

Grammatica, cursussen

Tijdschriften

Externe links

Wikipedia-logo-v2.svg Zie de Hongaarse uitgave van Wikipedia.
Icoontje WikiWoordenboek Zoek Hongaars op in het WikiWoordenboek.