Accusatief

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Naamvallen
Abessief
Ablatief (zesde naamval)
Absolute naamval
Absolutief
Accusatief (vierde naamval)
Adessief
Adverbialis
Algemene Latijnse vervoegingen en verbuigingen
Allatief
Apudessief
Associatief
Aversief
Benefactief
Comitatief
Datief (derde naamval)
Delatief
Dieptecasus
Distributief (taalkunde)
Elatief
Ergatief
Essief
Exessief
Factitief
Genitief (tweede naamval)
Illatief
Inessief
Instructief
Instrumentalis (achtste naamval)
Intratief
Locatief (zevende naamval)
Multiplicatief
Nominatief (eerste naamval)
Objectief (taalkunde)
Obliquus (Hindi)
Obliquus
Partitief
Pegatief
Pertingent
Prepositionalis
Prolatief
Sublatief
Superessief
Temporalis
Terminatief
Translatief
Vocatief (vijfde naamval)

De accusatief (Latijn accusare = aanklagen), accusativus of vierde naamval is de naamval voor het lijdend voorwerp (direct object).

Betekenis en gebruik[bewerken]

Het lijdend voorwerp is in de zin datgene waarop de door het werkwoord beschreven handeling direct betrekking heeft:

  • Jan slaat Piet (Piet is lijdend voorwerp)

Bij zelfstandige naamwoorden, lidwoorden en bijvoeglijke naamwoorden is er geen verschil tussen nominatief en accusatief in het Nederlands. Er wordt alleen nog bij de persoonlijke voornaamwoorden onderscheid gemaakt tussen het onderwerp in de nominatief en het (lijdend) voorwerp in de accusatief.

  • Ik zie Jan
  • Jan ziet mij

Het woord ik staat in de nominatief, de vorm mij (of me) is een accusatief. Zelfs voor de voornaamwoorden is in het Nederlands de accusatief echter samengevloeid met de datief tot één vorm voor zowel lijdend, meewerkend als voorzetselvoorwerp. Alleen in het geval van hen en hun wordt het onderscheid officieel nog gemaakt. Zie voor deze kwestie het lemma Datief.

Ontwikkeling[bewerken]

De accusatief is een van de acht oorspronkelijke naamvallen van de Proto-Indo-Europese taal. Aparte accusatiefvormen komen nog in een aanzienlijk aantal Indo-Europese talen voor, bijvoorbeeld in het IJslands, Duits, Litouws en de meeste Slavische talen.

Oude accusatiefvormen in het Nederlands[bewerken]

De oude accusatiefvormen van het Nederlandse lidwoord waren:

  • accusatief mannelijk enkelvoud: den, enen
  • accusatief vrouwelijk enkelvoud: de, een
  • accusatief onzijdig enkelvoud: het, een
  • accusatief meervoud: de, /

Tegenwoordig vindt men deze accusatiefvormen nog in enkele standaarduitdrukkingen:

  • aan den toog
  • op den duur
  • in den regel

Dit is omdat achter de meeste voorzetsels in het Nederlands de accusatief volgt. Dit is in het moderne Nederlands van belang omdat daaruit de regels voortvloeien voor het onderscheid tussen hen en hun.

Ook de n in een wens als goedenavond gaat op een accusatief terug (..ik wens u enen goeden avond..). In vele dialecten wordt nog de zogenaamde accusativus temporalis gesproken, zoals die ook in het Latijn bestaat: "hij komt den zaterdag"[bron?] (dat wil dus zeggen een bepaalde zaterdag, meestal aanstaande zaterdag. Let op het verschil met de genitivus temporalis: Hij komt 's zaterdags: iedere zaterdag/een onbepaalde zaterdag)

Uiteraard zijn enkel mannelijke accusatiefvormen nog te herkennen. Merk verder op dat het zelfstandig naamwoord geen speciale uitgang kreeg, dit in tegenstelling tot de -e van de datief.

Lange tijd hebben schoolmeesters en taalkundigen samengespannen om het onderscheid tussen nominatief en accusatief in het Nederlands koste wat kost in stand te houden. Men meende dat een taal met naamvallen 'beter' of 'hoogstaander' was dan een taal waarin deze ontbraken. Daartoe was in de schrijftaal de n van den verplicht. Dit leidde tot groot leed onder schoolkinderen en plaatste een aanzienlijke hinderpaal op het pad van de sociale ontwikkeling van de gemiddelde Nederlander. Men moest namelijk om foutloos Nederlands te kunnen schrijven weten of een woord nu mannelijk of vrouwelijk was. In het zuidelijk deel van het taalgebied was dat niet zo'n probleem omdat men daar dialecten spreekt waarin dat nog duidelijk is. In het noorden moesten mensen het in een boekje opzoeken of een muntje opwerpen. Bij de spellingwijziging van 1946/1947 is de buigings-n facultatief geworden. Daarmee verdween vrij spoedig zowel het onderscheid nominatief-accusatief alsook het onderscheid mannelijk-vrouwelijk uit de geschreven taal. In de gesproken taal was dat al eeuwen eerder gebeurd.

Gebruik in verschillende talen[bewerken]

Accusativus cum infinitivo/participio: Latijn, Engels[bewerken]

In het Latijn werd de accusatief vooral gebruikt om een lijdend voorwerp uit te drukken, maar het kon ook nog verschillende andere functies hebben.

- Na een voorzetsel of bij samengestelde werkwoorden was de accusatief afhankelijk van het voorvoegsel van het regerend werkwoord:

  • transgressi sunt flumen : ze zijn de rivier overgestoken.

- Daarnaast werd de accusatief ook gebruikt in een Accusativus Cum Infinitivo-constructie:

  • audio eum epistulam scribere: ik hoor dat hij een brief schrijft

In het Latijn en Engels komt de accusatief daarnaast voor in constructies met het tegenwoordig of verleden deelwoord, de zogeheten accusativus cum participio- constructies. In het Nederlands zijn dergelijke constructies af en toe ook mogelijk en soms zelfs heel gebruikelijk, maar ze kunnen ook gekunsteld overkomen zo niet volledig ongrammaticaal:

Latijn Engels Nederlands
Eum venire video I see him coming Ik zie hem komen (normaal)
Eum lupus esse credo I believe him to be a wolf Ik geloof hem een wolf te zijn (sterk gekunsteld)
Eam ad me venire volo I want her to come to me Ik wil haar naar mij komen (onmogelijk)

Accusativus van richting: Latijn, Duits, Pools[bewerken]

De accusatief kan bovendien een richting aangeven:

  • In het Latijn: vaak zonder voorzetsel of na in -(domum/ in domum: naar huis - bij steden en kleine eilanden en in enkele vaste uitdrukkingen.
  • In het Duits is dat nog te zien aan de verschillende naamvallen bij het voorzetsel in kunnen staan:
Duits Nederlands
in diesem Haus in dit huis (datief)
in dieses Haus dit huis in (accusatief)
  • In het Pools - een taal zonder lidwoorden - is dit weer te zien aan de vorm van het zelfstandig naamwoord, net als in het Latijn:
Pools Nederlands
na stole (locatief) op de tafel
na stół (accusatief) de tafel op

Andere accusativi[bewerken]

- De accusatief van uitgebreidheid kon zowel op het aspect tijd (de accusativus temporalis, zie hierboven) als op het aspect ruimte slaan. Een accusatief van uitgebreidheid geeft aan hoe hoog, breed iets is, of hoever iemand of iets verwijderd is. Bij de tijd wordt door deze naamval de nadruk gelegd op aspecten als duur, leeftijd en hoe lang iets geleden is:

  • via viginti pedes lata: "een weg die twintig voet breed is".

- Weinig voorkomend is de accusatief van uitroep, van betrekking, van inwendig voorwerp en de bijwoordelijke accusatief.

Accusatief in het Oudgrieks[bewerken]

Het gebruik van de accusativus in het Oudgrieks lijkt sterk op dat in het Latijn, maar er zijn enkele opvallende verschillen:

- Zo kan het lijdend voorwerp (hier bij voorkeur gedefinieerd als het object van een transitief werkwoord, dat bij passivering onderwerp wordt) ook wel in een andere naamval staan.

- Een ander verschil met het Latijn is dat in het Grieks een naamwoord in de accusativus vaker een bijwoordelijke (adverbiale) betekenis heeft, vaak te vertalen met 'wat betreft':

  • κάμνω τὴν κεφαλήν : "Ik heb pijn in mijn hoofd (lett. wat mijn hoofd betreft)".

Deze accusativus wordt wel de accusativus respectus of accusativus limitationis genoemd

Accusatief in het Hongaars[bewerken]

In het Hongaars krijgt het lijdend voorwerp de uitgang –t. Het lijdend voorwerp kan overal in de zin voorkomen:

  • Asztalt szeretnék foglalni ma estére. (Ik wil voor vanavond een tafel reserveren.)
  • Szeretnék asztalt foglalni ma estére. (Ik wil voor vanavond een tafel reserveren.)
  • Szeretnék ma estére asztalt foglalni. (Ik wil voor vanavond een tafel reserveren.)

Accusatief in het Esperanto[bewerken]

Ook in het Esperanto wordt een accusatief gebruikt. Hier is het zo dat het lijdend voorwerp eindigt op -n.

  • Mi havas novan panon. (Ik heb (een) nieuw brood.)
  • Mi havas novajn panojn. (Ik heb nieuwe broden.)

Dit is gemaakt, zodat de complete zinsvolgorde veranderd kan worden:

  • Mi novajn panojn havas. (Ik heb nieuwe broden.)
  • Novajn panojn havas mi. (Ik heb nieuwe broden.)
  • Havas mi novajn panojn. (Ik heb nieuwe broden.)
  • Mi havas novajn panojn. (Ik heb nieuwe broden.)