Klemtoon

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De klemtoon of het accent is in de taalkunde een bijzondere eigenschap van bepaalde lettergreep in een woord.

In sommige talen, waaronder voor zover bekend alle Europese talen, krijgt een bepaalde lettergreep binnen een meerlettergrepig woord een klemtoon. De manier waarop die klemtoon fonetisch wordt verwerkelijkt verschilt van taal tot taal: in sommige talen is de beklemtoonde lettergreep wat luider, in andere vooral wat hoger, en in weer andere vooral wat langer dan de onbeklemtoonde lettergrepen. Het is ook mogelijk dat klinkers in onbeklemtoonde lettergrepen meer gereduceerd worden (zwakker worden uitgesproken) dan klinkers in vergelijkbare beklemtoonde lettergrepen. De meeste talen lijken deze vier dimensies van nadruk met elkaar te verstrengelen.

Over sommige toontalen wordt wel beweerd dat ze helemaal geen klemtoon kennen, of in ieder geval dat het moeilijk is fonetische sporen van klemtoon te vinden.

Hoofd- en bijklemtoon[bewerken]

In veel talen met langere woorden kan verschil worden gemaakt tussen primaire klemtoon of hoofdklemtoon en secundaire klemtoon of bijklemtoon. Ieder woord heeft precies één primaire klemtoon en verder een aantal bijklemtonen naargelang de lengte van het woord. In het Nederlandse woord encyclopedie ligt de hoofdklemtoon bijvoorbeeld op de laatste lettergreep die en bijklemtonen op de lettergrepen en en clo.

Nederlandse klemtoon[bewerken]

De plaats van de klemtoon is in het Nederlands ten dele onvoorspelbaar. De woorden kolibrie, politie en politiek hebben een sterk vergelijkbare vorm, maar de klemtoon ligt in deze woorden op steeds een andere lettergreep. Dat betekent dat voor ieder woord apart onthouden moet worden waar de klemtoon ligt. Ook verschilt de klemtoon voor hetzelfde woord vaak per streek. Bovendien kan bij grafoniemen betekenisverschil worden uitgedrukt door klemtoon, bijvoorbeeld in het verschil tussen overdrijven en overdrijven, of tussen voorkomen en voorkomen. Het Nederlands verschilt hierin van andere talen, zoals het Frans (klemtoon altijd op de laatste lettergreep), het Hongaars (klemtoon ligt altijd op de eerste lettergreep) of het Pools (klemtoon ligt altijd op de een na laatste lettergreep). Toch blijkt de Nederlandse klemtoon ook niet helemaal willekeurig te zijn. De zogenoemde sjwa (de toonloze e aan het eind van mode) krijgt bijvoorbeeld in het Nederlands nooit klemtoon.

Klemtoon wordt in de Nederlandse spelling (anders dan bijvoorbeeld in het Nieuwgrieks) niet systematisch aangeduid. Toch heeft de klemtoon soms invloed op de schrijfwijze. Het meervoud van olie is oliën, maar industrie wordt industrieën, aangezien in olie de klemtoon op ó ligt, maar in industrie op tríe.

Notatie[bewerken]

Er zijn verschillende systemen in omloop voor de notatie van klemtoon. We noemen de twee belangrijkste:

  • In het Internationaal Fonetisch alfabet, wordt primaire klemtoon aangeduid door een hoge verticale lijn voor de lettergreep, en secundaire klemtoon door een lage verticale lijn. Bijvoorbeeld: [[sɪˌlæbəfɪˈkeɪʃən]]? of [/sɪˈlæbəfɪˈkeɪʃən/]? (voor het Engelse woord syllabification).
  • In het Nederlands wordt de klemtoon soms ad hoc aangeduid met een accent aigu . Bijvoorbeeld: achterúítgang vs. áchteruitgang.

Klemtoon in zinnen[bewerken]

In zinnen wordt soms ook een klemtoon gelegd op een bepaald woord of zinsdeel. Dit is vaak bepalend voor de betekenis van de zin. Enkele voorbeelden:

Jan heeft dat geld niet gestolen.
  1. Jan heeft dat geld niet gestolen. - Iemand anders heeft het gestolen.
  2. Jan heeft dat geld niet gestolen. - Hij zál het stelen, hij zou het kúnnen stelen of hij is het áán het stelen. Of verontwaardigd, vergelijk nr. 5.
  3. Jan heeft dat geld niet gestolen. - Hij heeft ander geld gestolen.
  4. Jan heeft dat geld niet gestolen. - Hij heeft iets anders gestolen.
  5. Jan heeft dat geld niet gestolen. - staalharde ontkenning
  6. Jan heeft dat geld niet gestolen. - Hij heeft het verdiend, ontvangen, gevonden, ...
Sofie is mijn vrouw niet.
  1. Sofie is mijn vrouw niet. - Iemand anders is mijn vrouw.
  2. Sofie is mijn vrouw niet. - Ze wás mijn vrouw, ze zál mijn vrouw zijn of ze zou het kunnen worden. Of verontwaardigd, vergelijk nr. 5.
  3. Sofie is mijn vrouw niet. - Ze is de vrouw van iemand anders.
  4. Sofie is mijn vrouw niet. - Ze is een vriendin, een familielid, een kennis,... van me.
  5. Sofie is mijn vrouw niet. - staalharde ontkenning
Op die akker zou beter voedsel geteeld kunnen worden.
  1. Op die akker zou beter voedsel geteeld kunnen worden. - Op die akker zou beter voedsel geteeld kunnen worden, dan waar het nu geteeld wordt.
  2. Op die akker zou beter voedsel geteeld kunnen worden. - Op die akker zou voedsel van betere kwaliteit geteeld kunnen worden.
  3. Op die akker zou beter voedsel geteeld kunnen worden. - Het zou een betere zaak zijn mocht er op die akker voedsel geteeld worden in plaats van wat er nu op geteeld wordt.
  4. Op die akker zou beter voedsel geteeld kunnen worden. - Het voedsel kan daar beter geteeld worden dan dat er iets anders mee wordt gedaan.