Superscript
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Een superscript (letterlijk: bovenschrift) is een teken dat boven de normale schrijfhoogte wordt geplaatst, gewoonlijk in een iets kleiner corps, 70 tot 90 procent van de normale tekstgrootte. Veel wetenschappen en andere vakgebieden hanteren conventies voor het gebruik van superscript. Voorbeelden:
- In een formule om een kwadraat of een andere macht aan te duiden, bijvoorbeeld:
- E=mc² (uit Einsteins relativiteitstheorie)
- 37 = 2187
- In de beschrijving van subatomaire deeltjes om de elektrische lading aan te duiden, bijvoorbeeld:
- In de scheikunde om isotopen van elkaar te onderscheiden
- 14C is een radioactieve vorm van koolstof
- 12C is de meest voorkomende, stabiele vorm van koolstof
- In de (wetenschappelijke) literatuur en om een voetnoot*, eindnoot1 of referentie[1] aan te geven
Zie ook [bewerken]
Referenties en noten [bewerken]
- * Voetnoten zijn verklarende of toelichtende opmerkingen of bronvermeldingen onderaan een bladzijde.
- 1. Eindnoten staan aan het eind van een hoofdstuk, artikel of boek. Evenals voetnoten zijn het toevoegingen die men niet in de tekst plaatst, omdat de zin dan beter loopt. Eindnoten zijn genummerd.