Elektron

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Icoontje doorverwijspagina Zie Elektron (doorverwijspagina) voor andere betekenissen van Elektron.
Opbouw van materie.

Het elektron (Oudgrieks: ἤλεκτρον; betekenis: barnsteen dat door wrijving elektrisch geladen werd) is een negatief geladen elementair deeltje, dat gebonden kan zijn (bijvoorbeeld in een atoom) of zich vrij in de ruimte kan bevinden. Als het zich in de ruimte bevindt ondervindt het (net als een ion) invloed van een elektrisch veld en als het beweegt ten opzichte van een magnetisch veld ook invloed daarvan (Lorentzkracht).

Structuur van het atoom[bewerken]

Atomen bestaan volgens Rutherfords atoommodel uit een positief geladen atoomkern, waaromheen evenveel negatief geladen elektronen draaien als er positief geladen protonen zijn in de kern. De protonen en neutronen in de kern van het atoom bevatten vrijwel de volledige massa van het atoom. Ze zijn ruim 1800 maal zo zwaar als een elektron, of specifieker: de protonmassa is 1836,15 maal de elektronmassa en de neutronmassa is 1838,68 maal de elektronmassa.[1]

Kenmerken van het elektron[bewerken]

Het elektron is een elementair deeltje met spin 1/2, en is dus een fermion, zoals het proton, het neutron en het positron. Het antideeltje van het elektron heet positron. Voor zover men weet heeft het elektron geen verdere inwendige structuur. Volgens de snaartheorie is het elektron, evenals andere elementaire deeltjes, een bepaald trillingspatroon in een eendimensionale snaar. Maar over deze snaartheorie is nog veel discussie.

Het elektron heeft een negatieve lading gelijk aan het elementaire ladingskwantum e (1,6022 × 10-19 Coulomb), voor het eerst gemeten door Robert Andrews Millikan met zijn oliedruppelexperiment.

Elektrische ladingen komen alleen in veelvouden van 1 e voor. Volgens het standaardmodel van de deeltjesfysica kunnen elektrische ladingen alleen voorkomen in veelvouden van 1 e.

De rustmassa van het elektron bedraagt 9,109534 × 10-31 kg, wat 1/1836e is van de massa van een proton en overeenkomt met een rustenergie van 511,007 keV. Het elektron heeft overigens net als een foton ook golfeigenschappen en is onderheving aan de dualiteit van golven en deeltjes volgens de hypothese van De Broglie. Deze golfeigenschap van elektronen wordt toegepast binnen de elektronenmicroscoop.

De elektronenconfiguratie bepaalt in hoge mate het chemisch gedrag van het atoom.

Classificatie van het elektron[bewerken]

Het elektron behoort tot de klasse der leptonen. Het elektron behoort tot de eerste generatie. Deze deeltjes zijn stabiel.

Elektronen in een atoom[bewerken]

In een atoom kunnen de elektronen alleen met welbepaalde energieën E_n rond de atoomkern bewegen (discrete energieniveaus), waar n een geheel getal > 0 is, het dusgenaamde hoofdkwantumgetal.

Voor waterstof (atoomgetal 1) en helium (atoomgetal 2) komt n = 1 overeen met de grondtoestand en komen n = 2, 3, ... overeen met aangeslagen toestanden. Bij de elementen met atoomgetallen 3 t/m 10, lithium t/m neon, hebben we twee elektronen in de binnenste schil (n = 1, de K-schil) en één t/m acht elektronen in de daaropvolgende schil (n = 2, de L-schil), die voor deze elementen de buitenste elektronenschil is. De grondtoestanden komen voor deze elementen overeen met hoofdkwantumgetal n = 2, de aangeslagen toestanden met n = 3, 4, ...

Zie Periodiek systeem voor de overige elementen en voor meer informatie.

Overige kenmerken[bewerken]

Spectraallijnen
Omdat een elektron in het atoom alleen bepaalde discrete energieniveaus kan hebben, zal bij overgang tussen deze energieniveaus emissie of absorptie van licht plaatsvinden, waarbij de energie rechtevenredig is met de frequentie. De evenredigheidsconstante energie/frequentie heet de constante van Planck. Zie ook spectraallijnen, materiegolven en het atoomspectrum.
Elektrische geleiding 
Als door een externe invloed een elektron losraakt van de atoomkern en dus vrij kan bewegen, wordt het een geleidingselektron of vrij elektron. Bewegende vrije elektronen dragen bij aan de elektrische geleiding. Deze geleidingselektronen zijn de ladingsdragers van de elektrische stroom. Zie vacuümbuizen.
Energieband
Elektronen bevinden zich op bepaalde discrete energieniveaus binnen een atoom. Binnen moleculen of vaste stoffen kunnen deze energieniveaus zeer dicht tegen elkaar liggen en vormen dan gezamenlijk een energieband.
Valentieband
Het hoogste bezette energieniveau behorende bij een vaste stof noemt men de valentieband. Dit energieniveau wordt in moleculen ook de HOMO (Highest Occupied Molecular Orbital) genoemd.
Geleidingsband
Het laagste niet bezette energieniveau noemt men in een vaste stof de geleidingsband; in een molecuul spreekt men van de LUMO (Lowest Unoccupied Molecular Orbital). Omdat een elektron dat in deze band komt relatief ver van de kern verwijderd is, zal dat elektron gemakkelijk het atoom weer verlaten: deze elektronen zorgen voor de geleiding.
Verboden zone
De ruimte tussen de geleidingsband en de valentieband is een verboden zone (ook band gap genoemd). Bij geleiders is er geen band gap, of is die verboden zone zo klein dat elektronen van de valentieband kunnen overspringen naar de geleidingsband. Deze elektronen nemen dan deel aan de geleiding.
Isolator
Tegenovergestelde van geleider. Een isolator is een stof waarin geen elektrische stroom kan lopen. In een isolator zijn er dus geen vrije elektronen. De bewegingen van de elektronen zijn beperkt in hun atoom. Er zijn evenveel elektronen als energieniveaus, waardoor de elektronen alleen maar van plaats kunnen verwisselen. Door een plaatsverwisseling van elektronen verandert niets aan het energieniveau, omdat alle elektronen dezelfde energiewaarde hebben. In een elektrisch veld verschuiven de positief geladen atoomkern en de banen van de negatief geladen elektronen zich ten opzichte van elkaar. (polarisatie).
Geleider
Tegenovergestelde van isolator. In geleiders komen zich vrij bewegende elektronen voor. Wanneer de elektronen in de geleider, bijvoorbeeld een koperen draad, gemiddeld gezien een bepaalde richting opgaan, spreekt men van elektrische stroom in die geleider.
Halfgeleider
Bij een halfgeleider is de grootte van de verboden zone van dezelfde orde als de thermische energie. Hierdoor is het voor elektronen soms mogelijk om over te springen van de valentieband naar de geleidingsband waardoor deze materialen in zuivere vorm een zeer kleine geleiding vertonen.
Statische elektriciteit
Statische elektriciteit ontstaat wanneer een voorwerp meer of minder elektronen bevat dan nodig zijn om de positieve lading van de protonen in de kern op te heffen.
Ionen
Als er in een atoom meer of minder elektronen zijn dan het aantal protonen in de kern, is het atoom geladen en heet dan een ion.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. David Griffiths:  Introduction to Elementary Particles.  - Harper and Row Publishers  (1987) 
Zoek dit woord op in WikiWoordenboek