Kaon

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een kaon of K-meson is een subatomair deeltje, meer bepaald een hadron, nog meer bepaald een meson. Het bestaat uit twee quarks, heeft een heeltallige spin en is dus een boson.

Eigenschappen[bewerken]

Het bestaat in 4 versies: K +, K -, K0 en \bar K 0. K - en K + zijn elkaars antideeltje, dus materie en antimaterie, die elkaar annihileren als ze elkaar ontmoeten. K - heeft een lading -e en K + een lading +e. Hierin is e de elementaire lading: 1,6×10-19 C. Ze hebben een massa van 494 MeV/c². MeV staat voor megaelektronvolt, dus miljoen elektronvolt. Dit is een massaeenheid van 1,782×10-30 kg, gebruikt in de hoge-energiefysica. Volgens de relativiteitstheorie zijn massa en energie hetzelfde. Een MeV/c^2 is dus de massa die overeenstemt met de energie waarbij een lading van één elektron wordt versneld door een potentiaalverschil van een miljoen volt. K 0 en \bar K 0 zijn elkaars antideeltjes, dus materie en antimaterie, die elkaar annihileren als ze elkaar ontmoeten. Ze zijn ongeladen en hebben een massa van 498 MeV/c². Zowel K 0 als \bar K 0 vervallen tot een π + en een π -. Ze kunnen dus in elkaar overgaan. Toch zijn ze verschillend. Als een \bar K 0 botst op een proton, dan kan een Λ 0 en een π + ontstaan. Een K 0 doet dat niet. De kaonen hebben een vreemdheid S (Engels: strangeness) van + of - 1.

Een meson is een subatomair deeltje met middelmatige massa, zwaarder dan de meeste leptonen zoals een elektron of een neutrino, maar lichter dan een baryon zoals een neutron of een proton. Mesonen en baryonen behoren tot de hadronen.

Het kaon bestaat zoals de andere mesonen uit een quark en een antiquark, terwijl baryonen uit drie quarks of drie antiquarks bestaan. Kaonen komen in de natuur niet zomaar voor, omdat de levensduur te kort is. Ze komen wel voor als kortstondig tussenproduct bij kernreacties of botsingen. Wanneer bijvoorbeeld twee neutronen botsen, dan kan een neutron, een proton, een K - en een K 0 ontstaan.

Kaonen zijn historisch belangrijk, omdat uit hun verval voor het eerst de schending van CP-symmetrie is aangetoond. Dit leverde de Nobelprijs voor natuurkunde op in 1980.

Zie ook[bewerken]