Coulomb (eenheid)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De coulomb is de eenheid van elektrische lading. De eenheid is genoemd naar Charles-Augustin de Coulomb. Het symbool is de hoofdletter C. Zij is gedefinieerd in termen van ampère en seconden: 1 C is gelijk aan 1 As (ampère-seconde), de hoeveelheid lading die vervoerd wordt door een elektrische stroom van 1 ampère gedurende 1 seconde:

\!Q = I \cdot t

waarin geldt:

De lading (in coulomb) coulomb is ook het product van spanning (in volt) en capaciteit (in farad).

1 coulomb is gelijk aan de elektrische lading in 6,241 506·1018 protonen; een proton en een elektron hebben een lading van ongeveer 1,602 214·10-19 coulomb, dat is de elementaire lading.

Een lading van 1 coulomb is een zeer grote lading. Als twee puntladingen van +1 C en -1 C op een onderlinge afstand van één meter worden geplaatst, dan trekken deze elkaar aan met een kracht van ongeveer 9 miljard newton. Zou men een condensator van 1000 µF willen opladen tot 1 C, dan is daarvoor een spanning van 1000 V nodig. De meeste condensatoren met zo'n capaciteit zijn daar niet tegen bestand. In de praktijk wordt daarom meestal gewerkt met mC, µC, nC en de pC, zie de Wet van Coulomb.

Bij accu's wordt de capaciteit (d.i. de maximale lading - niet te verwarren met de capaciteit van een condensator) opgegeven in ampère-uur (Ah) of milliampère-uur (mAh); 1 Ah is gelijk aan 3600 coulomb. Bij eenmalige batterijen zou dit ook kunnen, maar daar wordt zelden een capaciteit vermeld. De accu van een auto heeft een capaciteit van ongeveer 40 Ah. Dat lijkt heel veel, maar die lading is niet als zodanig in de accu opgeslagen. In een accu vindt een chemisch proces plaats waarin de lading wordt omgezet.