Golflengte

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken
Golflengte

De golflengte (symbool: λ) van een periodiek verschijnsel is de lengte van een golf. Dat wil zeggen de afstand tussen twee opeenvolgende punten met dezelfde fase, zoals de toppen van een sinusvormige golf.

Er is een directe relatie tussen de golflengte λ (in m), de frequentie f (in Hz) en de voortplantingssnelheid v van de golf (in m/s) in het betrokken medium.

\lambda = \frac{v}{f} \!

De golflengte is een belangrijke parameter in de beschrijving van golven. Zo speelt het een belangrijke rol bij diverse natuurkundige fenomenen als Rayleighverstrooiing, diffractie en de Airy-schijf. Over systemen die afbeeldingen maken kan over het algemeen gesteld worden dat het maximaal oplossend vermogen rechtevenredig is met de gebruikte golflengte. Dit speelt bijvoorbeeld een rol bij optische opslagmedia zoals de CD, dvd en Blu-ray Disc, waarbij door de steeds toenemende informatiedichtheid een kortere golflengte van licht nodig is om deze uit te lezen (resp. infrarood ~780 nm, rood ~650 nm en blauw ~400 nm).

De golflengte van geluid speelt onder andere een rol in de weergave van met name lage tonen in kleine ruimtes en bij het ontwerp van blaasinstrumenten.

In de radiotechniek werd de golflengte gebruikt om aan te geven waar een zender op de afstemschaal te vinden is. Thans gebruikt men daarvoor de frequentie, maar het woord 'golflengte' wordt nog vaak gehoord. Dit komt terug in het gebruik van begrippen als kortegolf, middengolf en langegolf als aanduiding voor de frequentieband.

[bewerken] Zie ook

Persoonlijke instellingen